GeslotenPOP3Provincie · Limburg · Subsidie

Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater (POP3)

Gedeputeerde Staten van Limburg

Landbouwers en groepen van landbouwers met minimaal 5 hectare grond in het focusgebied (westelijk deel Geuldal, propositie Heuvelland).

Ook bekend als POP3, Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2019, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen (onderdeel emissie naar grondwater) - Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 60k
per aanvraag
Percentage
60%
van de kosten
Budget
€ 635k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidiering van fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven gericht op vermindering van nitraatuitspoeling naar grondwater in het westelijk Geuldal (Zuid-Limburg). Subsidie bedraagt 40% van subsidiabele kosten, minimaal €10.000 en maximaal €60.000 per aanvraag. Totaal beschikbare budget: €635.000.

Voor wie is het bedoeld?

Landbouwers en groepen van landbouwers met minimaal 5 hectare grond in het focusgebied (westelijk deel Geuldal, propositie Heuvelland).

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil mijn landbouwbedrijf moderniseren met innovatieve machines voor precisielandbouw
  • Ik zoek subsidie voor investeringen die nitraatuitspoeling naar grondwater verminderen
  • Ik wil machines aanschaffen voor niet-kerende grondbewerking

Voorwaarden

  • Minimaal 5 hectare grond binnen focusgebied (bijlage 2)
  • Investering moet op minimaal 5 hectare binnen focusgebied worden uitgevoerd
  • Subsidiabele kosten minimaal €25.000
  • Investeringen moeten op investeringslijst (bijlage 1) staan
  • Slechts één aanvraag per landbouwer of groep per openstellingsperiode
  • Percelen moeten zijn opgegeven in gecombineerde opgave 2018

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent actief in Limburg
Regionale regeling.
U bent een landbouwbedrijf
Uw sector/SBI valt onder: 0111, 0112, 0113
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
maximaal € 60.000,00
Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 (Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen (onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 3 april 2018 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen (onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3) , hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven (onderdeel emissie naar grondwater)” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater”) van deze Verordening onder volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2018 - wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 14 mei 2018 (9:00 uur) tot en met 22 juni 2018 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 22 juni 2018 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond wordt voor 2018 voor Paragraaf 2, onderdeel water vastgesteld op € 3.100.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 100.000,00 en minimaal € 10.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 10.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
    - Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovatie binnen de agrarische sector.
    - Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project, respectievelijk de hierbij horende investeringen, een bijdrage te leveren aan de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening genoemde thema c: maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    - Meer specifiek gaat het in dit openstellingsbesluit om de investeringen, die zijn gericht op het reduceren van de emissie naar grondwater. Hieronder wordt verstaan:Systemen voor precisielandbouw betreffende plaats specifieke bemesting, plaats specifieke gewasbescherming, plaats specifieke opbrengstmeting of plaats specifieke bewatering inclusief GPS/GIS apparatuur; en/ofSpuitmachine met restvloeistofreductie in de akkerbouw. Spuitmachine bestemd voor: het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen aan gewassen in de akkerbouw, waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of gereduceerd; en/ofGebruik spuittechnieken die drift vergaand reduceren, zoals wingsprayer en luchtondersteu-ning in de akkerbouw. Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermings-middelen, waarbij de drift wordt gereduceerd (zie tabel Technische Commissie Techniekbeoordeling, versie 1 november 2016) en/ofMachines voor niet kerende grondbewerking. Systemen / werktuigen die gericht zijn op ondiepe bodembewerking en gewasresten oppervlakkig vermengen al dan niet in combinatie met direct zaaien, poten of planten en kunstmest toedienen en/ofMachines voor mechanische onkruidbestrijding en ondiep ploegen en/ofWaterbeheer voorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een landbouwbedrijf of door afvalwater uit de akkerbouw.
    - Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1.
    - Subsidieaanvragen die geen betrekking hebben op emissie naar grondwater, zoals benoemd onder artikel 5.2 komen onder deze openstelling niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Aanvraag
    - Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel h, van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening het op de website www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele subsidies/subsidieregelingen/natuur/subsidieverordening plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (pop3) Limburg beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    - In aanvulling op artikel 6.1 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    - Per landbouwer kan onder dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen gedaan worden.
    
    Artikel 7 Subsidiabele kosten
    - Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de Verordening. Dit zijn:Kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;Kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;Kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;Kosten voor projectmanagement en projectadministratie.
    - Kosten voor de aankoop van grond zijn, gezien de investeringslijst niet relevant.
    - In aanvulling hierop wordt conform artikel 2.2.3, tweede lid, en artikel 1.12 van de Verordening ook subsidie verstrekt voor:Kosten voor de verwerving van computersoftware (de ontwikkeling van computersoftware is niet subsidiabel);Voorbereidingskosten. Gelet op het gestelde in artikel 1.12, derde en vierde lid, van de Verordening komen voorbereidingskosten slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Voorbereidingskosten kunnen uitsluitend bestaan uit:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs";kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies.
    - De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening opgenomen kosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
    
    Artikel 8 Voorschotten
    In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening worden er geen voorschotten verleend.
    
    Artikel 9 Rangschikking en selectie
    1..
    Voor de rangschikking, bedoeld in artikel 1.15, artikel 1.15b en artikel 2.2.5 van de Verordening, hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst zoals opgenomen in de bijlage 1 van dit openstellingsbesluit. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen gedaan worden. De score van de aanvraag is de som van het aantal punten dat per investering is aangegeven in bijlage 1 van deze openstelling. De aanvragen worden gerangschikt op basis van de totale score. Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van de rangschikkingslijst, beginnend met de aanvraag die bovenaan die rangschikkingslijst geplaatst is. De aanvraag die de meeste punten toegekend heeft gekregen, wordt bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst.
    2..
    Indien het subsidieplafond wordt overschreden en de onderlinge rangschikking tussen aanvragen gelijk is, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.
    
    Artikel 10 Verplichtingen
    1..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder e, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om binnen twee maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering van de activiteit.
    2..
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder h, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om eenmaal per jaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten in te dienen.
    3..
    In afwijking van artikel 1.27, eerste lid, van de Verordening dient het verzoek tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 31 december 2021 te zijn ingediend.
    
    Artikel 11 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking op 14 mei 2018 en heeft een looptijd tot einde POP 3 periode.
    Gedeputeerde Staten voornoemd,
    de voorzitter,
    de heer drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    de secretaris,
    de heer drs. G.H.E.
    Derks MPA
    
    TOELICHTING
    Algemeen
    Met deze openstelling van paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater willen we landbouwers (en met name akkerbouwers) stimuleren om te investeren in innovatie en modernisering van hun bedrijf. De openstelling is vooral bedoeld om de aanschaf van modernere installaties en machines te stimuleren, waarmee de landbouwers hun positie op gebied van innovatie en modernisering in duurzaamheid kunnen versterken.
    De modernisering moet bijdragen aan verbetering van de grondwaterkwaliteit. Investeringen die alleen of hoofdzakelijk gericht zijn op verbetering van de rentabiliteit van bedrijven en vervanging van dezelfde goederen die al op het bedrijf aanwezig zijn komen niet voor op de lijst.
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen een lijst vast met innovatieve en duurzame investeringen die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. Op deze lijst zijn alleen investeringen opgenomen die voldoen aan de minimale bijdrage aan de doelen voor innovatie en modernisering, zodat het niet nodig is een minimumscore op te nemen. De score per investeringscategorie is bepaald op basis van de mate waarin de investering bijdraagt aan de innovatie en modernisering (gericht op milieu, klimaatbestendigheid, volksgezondheid en biodiversiteit) en de beleidsmatige voorkeur van de provincie:
    - De investeringen zijn zo gekozen dat zij bijdragen maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    Meer specifiek gaat het om de investeringen, die zijn gericht op het reduceren van de emissie naar grondwater.
    De openstelling is gericht op een brede uitrol (hoog totaal subsidiebedrag) van gewenste investering(en)voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen. Het aantal subsidiabele maatregelen is daarom gering.
    Het gaat om investeringen die weliswaar door voorlopers al gedaan zijn, maar waarbij een bredere uitrol onvoldoende op gang komt en waarvan stimuleren van het gebruik beleidsmatig van belang geacht wordt. (Verordening: art.2.2.1, lid1 sub b.). Voor het stimuleren van dit soort vernieuwingen wordt gekozen voor het werken met een investeringslijst, waarop investeringen worden vermeld die, gelet op de doelstelling van de openstelling, bewezen kosten efficiënt en effectief zijn.
    De investeringslijst is mede gebaseerd op de investeringslijst van openstellingen voor fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen voor jonge landbouwers.
    De aanvragen worden gerangschikt op de score van de investeringen zoals opgenomen in bijlage 1.
    Indien de aanvraag uit meerdere investeringen bestaat wordt de score bepaald op basis van de investering met de hoogste score.
    Samenvatting belangrijkste kenmerken van deze openstelling:
    - minimaal subsidiebedrag per aanvraag € 10.000,00, maximaal € 100.000,00;
    - subsidiepercentage 40%;
    - investeringsaanvragen di
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 (Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 19 februari 2019 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2019 paragraaf 2 (Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven, onderdeel emissie naar grondwater” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2019”) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 2 - onderdeel emissie naar grondwater 2019 - wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 18 maart 2019 (9:00 uur) tot en met 30 april 2019 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 30 april 2019 (17.00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond wordt voor Paragraaf 2, onderdeel emissie naar grondwater 2019 vastgesteld op € 635.000,00 bestaande uit 100% ELFPO middelen.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers en groepen van landbouwers.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 60.000,00 en minimaal € 10.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 10.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
    5.1.
    Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de Verordening kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector.
    5.2.
    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project, respectievelijk de hierbij horende fysieke investeringen, een bijdrage te leveren aan het in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening genoemde thema c:
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    Meer specifiek gaat het in dit openstellingsbesluit uitsluitend om de investeringen, die zijn gericht op het reduceren van de emissie van nitraat naar grondwater. Hieronder wordt verstaan:
    - Systemen voor precisielandbouw betreffende plaats specifieke bemesting of plaats specifieke opbrengstmeting inclusief GPS/GIS apparatuur; en/of
    - Machines voor niet kerende grondbewerking. Systemen / werktuigen die gericht zijn op ondiepe bodembewerking en gewasresten oppervlakkig vermengen al dan niet in combinatie met direct zaaien, poten of planten en kunstmest toedienen.
    Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1, zijnde de investeringslijst.
    5.3.
    De fysieke investeringen in het kader van deze openstelling dienen ten goede te komen aan de vermindering van nitraatuitspoeling naar het grondwater in het heuvelland van Zuid-Limburg. Om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten is er voor gekozen om deze openstelling te beperken tot het westelijk deel van het Geuldal. Er is voor gekozen om de begrenzing van de propositie Heuvelland aan te houden (propositie Heuvelland is een bod van provincie, waterschap, WML, LLTB en terrein beherende organisaties aan het Rijk om gezamenlijk te werken aan de verduurzaming van het water- en bodembeheer in het heuvelland van Zuid-Limburg). Voor een precieze locatie van het gebied wordt verwezen naar bijlage 2 (kaart).
    Een aanvraag wordt in behandeling genomen indien:
    - de aanvrager 5 ha of meer binnen de begrenzing van het focusgebied (bijlage 2) heeft liggen; én
    - de investering(en) ook op 5 ha of meer binnen de begrenzing worden uitgevoerd. Als gevolg van rotatie van gewassen kan het oppervlakte door de jaren heen wat verschillen. De aanvrager dient aan te tonen dat de investering op minimaal 5 ha binnen de begrenzing wordt ingezet.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    Subsidieaanvragen die geen betrekking hebben op de reductie van emissie van nitraat naar grondwater, zoals benoemd onder artikel 5.2 komen onder deze openstelling niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen.
    
    Artikel 7 Aanvraag
    7.1.
    Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel h, van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening het op de website https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidieverordening/beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    7.2.
    In aanvulling op artikel 6.1 van dit openstellingsbesluit dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    7.3.
    Per landbouwer of groep van landbouwers kan onder dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie worden aangevraagd. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen gedaan worden. Indien er toch twee aanvragen worden ingediend zal alleen de eerst ingediende aanvraag in behandeling genomen worden.
    
    Artikel 8 Subsidiabele kosten
    8.1.
    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de Verordening.
    Dit zijn:
    - kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - kosten voor verwerving van onroerende zaken;
    - kosten van koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;
    - kosten voor projectmanagement en projectadministratie.
    In afwijking van artikel 2.2.3, eerste lid, sub b, van de Verordening zijn bij deze openstelling kosten voor leasing van onroerende zaken niet subsidiabel. Kosten voor de aankoop van grond zijn gezien de van toepassing zijnde investeringslijst niet relevant en deze kosten zijn daarmee niet subsidiabel.
    In afwijking van artikel 2.2.3, eerste lid, sub c, van de Verordening zijn bij deze openstelling kosten voor huurkoop van nieuwe machines en installaties niet subsidiabel.
    8.2.
    In aanvulling hierop wordt conform artikel 2.2.3, tweede lid, en artikel 1.12 van de Verordening ook subsidie verstrekt voor:
    - kosten van de verwerving van computersoftware (de ontwikkeling van computersoftware is niet subsidiabel);
    - voorbereidingskosten. Gelet op het gestelde in artikel 1.12, derde en vierde lid, van de Verordening komen voorbereidingskosten slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Voorbereidingskosten kunnen uitsluitend bestaan uit:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies.
    De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening opgenomen kosten komen niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 9 Voorschotten
    In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening worden er geen voorschotten verleend.
    
    Artikel 10 Rangschikking en selectie
    10.1.
    Voor de rangschikking, bedoeld in artikel 1.15, artikel 1.15b, artikel 15c en artikel 2.2.5 van de Verordening, hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst zoals opgenomen in bijlage 1 van dit openstellingsbesluit. Per aanvraag kunnen meerdere investeringen worden gedaan. De score van de aanvraag is de som van het aantal punten dat per investering is aangegeven in bijlage 1 van deze openstelling. De aanvragen worden gerangschikt op basis van de totale score. Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van de rangschikkingslijst, beginnend met de aanvraag die bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst is. De aanvraag die de meeste punten toegekend heeft gekregen, wordt bovenaan de rangschikkingslijst geplaatst.
    10.2.
    Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragers en de onderlinge rangschikking op basis van de behaalde totale scores tussen de aanvragen die op de knip zitten gelijk is, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.
    
    Artikel 11 Verplichtingen
    11.1.
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder e, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om binnen twee maanden na ontvangst van de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering van de activiteit.
    11.2.
    In afwijking van artikel 1.17, eerste lid, onder h, van de Verordening is de subsidieontvanger niet verplicht om eenmaal per jaar een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten in te dienen.
    
    Artikel 11 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking op 18 maart 2019 en heeft een looptijd tot einde POP 3 periode.
    Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 19 februari 2019
    Gedeputeerde Staten voornoemd
    de voorzitter,
    de heer drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    secretaris,
    de heer drs. G.H.E.
    Derks MPA
    
    TOELICHTING
    Het Zuid-Limburgse Heuvelland is uniek in Nederland en heeft de bijzondere status van Nationaal Landschap. De bodem bestaat grotendeels uit kalk en lössgronden. Het reliëf met de hellingen, steilranden, graften, holle wegen, droog- en beekdalen en hoogteverschillen van plaatselijk meer dan 100 meter geven vorm aan het Zuid-Limburgse landschap. Er komen planten en dieren voor die in de rest van Nederland niet of nauwelijks te vinden zijn en Natura2000-gebieden die de hoogste biodiversiteit van Nederland bezitten. De landbouw heeft zeker op de hellingen en in de (droog)dalen nog een kleinschalig en gevarieerd karakter en is met 60% van het grondgebruik de belangrijkste beheerder van het waardevolle cultuurlandschap. De landschappelijke kwaliteit is één van de belangrijkste kurken waar de economie in Zuid-Limburg op drijft en draagt in belangrijke mate bij aan het leefklimaat van de 600.000 mensen die in Zuid-Limburg wonen.
    Deze unieke waarden, die sterk met elkaar verweven zijn, zijn kwetsbaar en staan onder druk. Een belangrijke bedreiging is de nutriëntenbelasting van grond en water, waardoor de waterkwaliteit in N2000- gebieden en KRW-beken niet voldoet aan de normen. Dit geldt ook voor de grondwaterkwaliteit in het Heuvelland. Deze belasting komt uit verschillende bronnen uit binnen- en buitenland, met name industrie, verkeer en landbouw. De nutriëntenbelasting van grond- en oppervlakte water vanuit de landbouw is als gevolg van de uitspoelingsgevoeligheid van de bodem vaak veel te hoog. Dit heeft gevolgen voor zowel de natuurwaarden als de kwaliteit van het drinkwater.
    Algemeen
    Met deze openstelling voor 2019 van paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen, onderdeel emissie naar grondwater willen we landbouwers (en met name akkerbouwers) stimuleren om te investeren in innovatie en modernisering van hun bedrijf. De openstelling is vooral bedoeld om de aanschaf van modernere installaties en machines te stimuleren, waarmee de landbouwers hun positie op gebied van innovatie en modernisering in duurzaamheid kunnen versterken.
    De modernisering moet bijdragen aan verbetering van de grondwat
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.