GeslotenPOP3Provincie · Subsidie

Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)

Gedeputeerde Staten van Limburg

Voor landbouwbedrijven en samenwerkingsverbanden die willen investeren in verbetering van de verkavelingsstructuur.

Ook bekend als POP3 Paragraaf 4, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Paragraaf 4, Subsidieverordening POP3 Limburg Paragraaf 4, Uitvoering LEADER projecten, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 800k
per aanvraag
Percentage
50%
van de kosten
Budget
€ 2,1 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Provinciale subsidieregeling voor investeringen in infrastructuur ter verbetering van de verkaveling van landbouwbedrijven in Limburg, waaronder kavelruilen, verkavelingsplannen en maatregelen voor betere bereikbaarheid en bewerkbaarheid van kavels. Subsidieplafond 2018: €2.120.000.

Voor wie is het bedoeld?

Voor landbouwbedrijven en samenwerkingsverbanden die willen investeren in verbetering van de verkavelingsstructuur.

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Kavelruil en verkaveling van landbouwbedrijven
  • Verbetering van bereikbaarheid en bewerkbaarheid van kavels
  • Draagvlakontwikkeling voor verkavelingsprojecten
  • Inpassingsmaatregelen bij kavelruil

Voorwaarden

  • Kaart met nauwkeurig begrensd projectgebied verplicht
  • Projectplan volgens vastgesteld format verplicht
  • Drie offertes ter bepaling redelijkheid kosten verplicht
  • Gespecificeerde begroting met onderbouwing verplicht
  • Voor planvorming/draagvlakontwikkeling: minimaal €15.000, maximaal €50.000
  • Voor verbetering verkavelingsstructuur: minimaal €150.000, maximaal €750.000
  • Voor combinatie van activiteiten: minimaal €165.000, maximaal €800.000
  • Selectie via tender op basis van selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, urgentie, efficiëntie)
  • Minimale score 60% van maximaal te behalen punten

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwbedrijf
Uw sector/SBI valt onder: 01
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Openstellingen en rondes

Ronde 2014-2022Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Tender

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag voor maatregelen ter verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven maximaal € 750.000,00 en minimaal € 150.000,00
Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit Hoofdstuk 3, paragraaf 3 Uitvoering LEADER projecten, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), op 25 mei 2021 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit Hoofdstuk 3 paragraaf 3 Uitvoering LEADER projecten Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening POP3”, besluiten Gedeputeerde Staten Hoofdstuk 3 paragraaf 3 Uitvoering LEADER projecten van deze Verordening POP3 als volgt open te stellen.
    - Het subsidieplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt € 770.000,00. Dit subsidieplafond bestaat voor € 77.000,00 uit provinciale subsidie en € 308.000,00 uit overige nationale cofinancieringsbijdrage (dit kan zijn gemeentelijke cofinanciering)en voor € 385.000,00 uit subsidie uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
    - Aanvragen om subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 8 juni 2021 vanaf 9:00 uur tot en met 11 februari 2023 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 11 februari 2023 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.
    - De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    - In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.
    - Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Hoofdstuk 3, paragraaf 3 Uitvoering LEADER projecten”.
    - Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 8 juni 2021 en vervalt einde POP3-periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode.
    
    Bijlage 1: Nadere regels “Hoofdstuk 3, paragraaf 3 Uitvoering LEADER projecten”
    Artikel 1 Begripsomschrijving
    Met “Verordening POP3” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3).
    Artikel 2 Subsidiehoogte
    - Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per project wordt rechtstreeks afgeleid uit de kostenverdeling (zie Lokale Ontwikkelingsstrategie Nationaal Landschap Zuid-Limburg (hierna: LOS) 6.2 Dekkingsplan) voor uitvoeringsprojecten tussen partijen, die is vastgelegd in. De LOS is vastgesteld door GS. Deze is gepubliceerd op http://www.leaderzuidlimburg.nl.
    - Gelet op het gestelde in artikel 3.3.4 van de Verordening POP3 komen aanvragen met een totale financiële omvang van minder dan € 10.000,00 of meer dan € 200.000,00 niet voor subsidie in aanmerking. Deze aanvragen zullen dan ook worden afgewezen.
    - In aanvulling op artikel 3.3.4 van de Verordening POP3 bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 110.000,00 en minimaal € 5.500,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag meer dan € 110.000,00 en minder dan € 5.500,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 55% van de subsidiabele kosten (inclusief de benodigde overige nationale cofinanciering (evt gemeentelijke cofinanciering) van 22%). Daarnaast dient verder de dekking er als volgt uit te zien:Privaat 45%.
    - Bij wijze van uitzondering kunnen GS de bovengrens voor de projectomvang voor incidentele projecten verhogen als deze gemeentegrensoverschrijdend zijn én naar het oordeel van de Lokale Actiegroep (hierna: LAG) een bijzondere toegevoegde waarde hebben.
    Artikel 3 Subsidiabele kosten en activiteiten
    - Subsidie wordt verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS.
    - Onverminderd artikel 1.12 van de Verordening POP3 kunnen subsidiabele kosten (zie derde lid en vierde lid van dit artikel) bestaan uit de volgende kostentypen:personeelskosten;kosten derden;bijdragen in natura (overig en vrijwilligers);onbetaalde eigen arbeid;afschrijvingskosten.
    - Onverminderd artikel 1.12 derde lid van de Verordening POP3, zijn de volgende kosten ten behoeve van de voorbereiding (kosten vóór indiening van de subsidieaanvraag maximaal 1 jaar), indien deze aantoonbaar gemaakt zijn om te komen tot een projectplan, subsidiabel:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies.
    - Onverminderd artikel 1.12 en artikel 1.13 van de Verordening POP3 zijn de volgende kosten ten behoeve van de uitvoering van projecten die passen binnen de LOS subsidiabel:de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;kosten van de koop van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde van de activa;de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;de kosten van haalbaarheidsstudies;de kosten voor projectmanagement en projectadministratie;de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;materiaalkosten;kosten van drukwerk, mailing, website gekoppeld aan de activiteit;huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;niet verrekenbare BTW of compensabele BTW;de kosten voor promotie en publiciteit.
    Artikel 4 Aanvrager
    Subsidie kan worden verstrekt aan:
    - publieke rechtspersonen;
    - private rechtspersonen;
    - bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, met name eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen;
    - samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.
    Artikel 5 Begroting en dekkingsplan
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als aan de onderstaande financiële randvoorwaarden wordt voldaan. Wanneer aan één of meerdere van onderstaande randvoorwaarden niet wordt voldaan, dan zal de aanvraag worden afgewezen.
    - De begroting en dekkingsplan zijn transparant en sluitend en voldoen aan de ‘subsidieverdeelsleutel’ zoals vastgelegd in de LOS. Deze is gepubliceerd op http://www.leaderzuidlimburg.nl.
    - De overige nationale overheids cofinanciering (bijv. gemeentelijke cofinanciering) dient te zijn geregeld en gewaarborgd. Bij de subsidieaanvraag dient een bewijs van toezegging van deze cofinanciering, c.q. verklaring cofinanciering POP3 te zijn gevoegd (format hiervoor is terug te vinden op de provinciale website bij de documenten).
    - De private cofinanciering dient te zijn geregeld en gewaarborgd.
    Artikel 6 Prioritering subsidieaanvragen
    Artikel 1.15 van de Verordening POP3 is niet van toepassing. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld en afgehandeld aan de hand van de in artikel 7 van dit openstellingsbesluit beschreven selectiecriteria. Er is zodoende in het kader van dit openstellingsbesluit geen sprake van een tenderprocedure.
    Artikel 7 Selectiecriteria
    - Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvraag past binnen de door GS vastgestelde LOS. Voor de beoordeling als bedoeld in artikel 6 van dit openstellingsbesluit worden daartoe de onderstaande criteria a t/m d (inclusief daaronder vallende sub criteria) gebruikt.De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS. De subcriteria daartoe (i t/m vii) zijn:Het project leidt tot bewuster omgaan met landschap als basiskapitaal van de economie.Het project leidt tot een economische impuls door samenwerking en integrale aanpak.Het project leidt tot versterking van agrarische bedrijven met landschappelijke en maatschappelijke meerwaarde.Het project versterkt de sociale cohesie door contact tussen bewonersgroepen en generaties.Het project versterkt de publiek-private samenwerking (tussen bewoners, ondernemers en overheid).Het project koppelt behoeften en vraag uit de stedelijke gebieden aan verdienmodellen op het platteland.Het project leidt tot verbetering van wederzijds begrip en contacten tussen bewoners van stad en platteland.De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER. De subcriteria daartoe (i t/m iv) zijn:Het project is geïnitieerd vanuit de lokale gemeenschap (bottom-up) en wordt breed gedragen.Het project leidt aantoonbaar tot samenwerking tussen bewoners, ondernemers en/of organisaties.Het project dient doelen in meerdere sectoren of beleidsvelden.Het project is innovatief voor Zuid-Limburg.De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht. De organisatie en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd. De sub criteria daartoe (i en ii ) zijn:De initiatiefnemers beschikken over voldoende expertise of hebben deze ingehuurd.Het tijdpad voor de uitvoering is realistisch in verband met vergunningen en dergelijke.De mate van efficiency en doelmatigheid van het project. De sub criteria daartoe (i en ii) zijn:De investeringen en tijdsinzet zijn in balans met de verwachte resultaten.Het project is overdraagbaar omdat de resultaten en ervaringen ook door anderen gebruikt kunnen worden.
    - Per sub criterium kunnen maximaal 3 punten worden gescoord. Alle criteria wegen even zwaar.
    - De aanvraag wordt, met inachtneming met het opgenomen subsidieplafond, gehonoreerd als de totale puntenscore minimaal 20 is en de aanvraag bovendien voldoet aan de onderstaande minimale score per cluster van sub criteria. Zo niet dan zal de aanvraag afgewezen worden.De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS: minimaal 4 punten.De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER: minimaal 6 punten.De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht: minimaal 6 punten.De mate van efficiency en doelmatigheid van het project: minimaal 4 punten.
    Artikel 8 Verplichtingen
    - Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel (h) van de Verordening POP3 zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) van de Verordening POP3 het op de website www.limburg.nl/subsidies, Actuele subsidieregelingen, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    - In aanvulling op het vorige lid dienen bij de aanvraag diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (zie in het beschikbaar gestelde format projectplan).
    Artikel 9 Voorschotten
    - In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening POP3 kan er maximaal 2 keer per jaar een verzoek om een voorschot op basis van realisatie worden ingediend.
    - In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    Artikel 10 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking met ingang van 28 juni 2021 en heeft een looptijd tot en met 11 februari 2023.
    Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Limburg, gehouden op 25 mei 2021
    Gedeputeerde Staten van Limburg voornoemd
    de voorzitter,
    dhr. J.W.
    Remkes
    secretaris
    dhr. G.H.E.
    Derks
    
    Bijlage 1 Toelichting
    Toelichting
    Op 30 augustus 2018 hebben GS als uitwerking van de LEADER-maatregel uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) de LOS vastgesteld.
    Dit openstellingsbesluit is bedoeld voor initiatiefnemers van projecten die invulling geven aan deze LOS. Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld door een door GS ingestelde LAG. De selectiecriteria zijn beschreven in artikel 8 van het openstellingsbesluit en onderbouwd in de LOS.
    De openstelling voorziet in een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoering van lokale initiatieven die bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling en landschap, passend binnen de LOS. De verdeelsleutel voor de subsidieverstrekking ligt vast in de LOS, waarbij de initiatiefnemers moeten zorgen
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg
    maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet het Delegatiebesluit van 26 september 2014 bekend dat zij in hun vergadering van 23 maart 2021 hebben vastgesteld:
    Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    
    Hoofdstuk 1 Algemeen
    
    Artikel 1.1 definities
    In deze verordening wordt verstaan onder:
    - afschrijvingskosten: de kosten van afschrijving zoals bedoeld in artikel 69 lid 2 van Vo (EU) Nr. 1303/2013;
    - bijdrage in natura: bijdrage als bedoeld in artikel 69 lid 1 van Vo (EU) Nr. 1303/2013;
    - bruto jaarloon: het in enig jaar aan een werknemer betaalde salaris, inclusief een niet-prestatie gebonden eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
    - grondgebruiker: gebruikgerechtigde van de grond;
    - inpassingsmaatregelen: maatregelen die noodzakelijk zijn om kavels goed bewerkbaar te maken en eventuele negatieve neveneffecten van de herverkaveling tegen te gaan;
    - Kaderbesluit nationale EZ-subsidies: regeling van 1 januari 2009, Stb. 2008, 499, gewijzigd per 1 juli 2016, Stb. 2016, 56;
    - landbouwer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, van wie het bedrijf zich bevindt binnen het territoriale toepassingsgebied van de verdragen als omschreven in artikel 52 VEU in samenhang met de artikelen 349 en 355 VWEU, en die een landbouwactiviteit uitoefent;
    - landbouwbedrijf: alle eenheden op het grondgebied van Nederland die voor landbouwactiviteiten worden gebruikt en door een landbouwer worden beheerd;
    - landbouwactiviteiten: primaire productie van landbouwproducten alsmede handel in landbouwproducten, als bedoeld in bijlage 1 VWEU;
    - netto inkomsten: instroom van kasmiddelen die gebruikers genereren door rechtstreeks te betalen voor de door middel van de gesubsidieerde activiteit verstrekte goederen/ zaken of diensten, minus alle operationele kosten en de kosten voor de vervanging van uitrusting met een korte levensduur die in de overeenkomstige periode zijn gemaakt. Besparingen op operationele kosten die gerealiseerd worden door de gesubsidieerde activiteit worden als netto inkomsten gerekend, tenzij de besparingen teniet worden gedaan door een evenredige verlaging van een eventuele exploitatiesubsidie;
    - niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming;
    - ELFPO: het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 1305/2013;
    - Regeling Europese EZK - en LNV-subsidies: regeling van 1 juli 2015, Stcrt, 2015, 18094;
    - Vo (EU) 1303/2013: Verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad;
    - Vo (EU) 1305/2013: Verordening (EU) Nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad 17 van december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad;
    - Vo (EU) 651/2014: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
    - Vo (EU) 702/2014: Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
    - voorbereidingskosten: kosten van handelingen ter voorbereiding van de subsidiabele activiteit(en) waar subsidie voor wordt aangevraagd, waaronder het maken van het projectplan;
    - Vo (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 tot vaststelling van een aantal overgangsbepalingen voor steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in de jaren 2021 en 2022 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1307/2013 wat betreft de middelen en toepassing in de jaren 2021 en 2022 en van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wat betreft de middelen en verdeling van die steun voor de jaren 2021 en 2022.
    
    Artikel 1.2 toepassingsbereik
    1..
    Subsidie op grond van deze verordening wordt slechts verstrekt voor activiteiten ten behoeve van het in de Europese Unie gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden waarvan de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan het platteland van Nederland of de agrarische sector.
    2..
    Tot het platteland van Nederland behoort het gehele grondgebied van het in de Europese Unie gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden met uitzondering van aaneengesloten woonkernen met meer dan 30.000 inwoners.
    
    Artikel 1.3 openstelling
    1..
    Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsbesluit vaststellen.
    2..
    Gedeputeerde Staten stellen per openstellingsbesluit vast:
    - één of meerdere subsidieplafonds;
    - per plafond een periode waarbinnen een aanvraag om subsidie moet zijn ontvangen.
    3..
    In het openstellingsbesluit kunnen Gedeputeerde Staten nadere regels stellen met betrekking tot de kostentypen als bedoeld in artikel 1.12 die voor subsidie in aanmerking komen.
    4..
    In het openstellingsbesluit kunnen Gedeputeerde Staten tevens nadere regels stellen met betrekking tot:
    - de categorieën van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
    - de thema’s waarop een activiteit betrekking moet hebben;
    - de categorieën van begunstigden;
    - de kostensoorten die voor subsidie in aanmerking komen;
    - de geografische begrenzing van de openstelling;
    - een drempel met betrekking tot de subsidiabele kosten;
    - de minimale of maximale hoogte van de subsidie;
    - de gegevens of bescheiden die bij de aanvraag om subsidie, voorschot, wijziging of vaststelling overgelegd moeten worden;
    - de wijze van indienen van een verzoek om subsidie, voorschot, wijziging of vaststelling;
    - het indienen van een verslag omtrent de voortgang van de activiteiten;
    - het verstrekken van voorschotten;
    - overige verplichtingen die aan een subsidieontvanger kunnen worden opgelegd.
    5..
    Gedeputeerde Staten kunnen een vast bedrag aan subsidiabele kosten per activiteit vaststellen.
    
    Artikel 1.4 POP3 steun
    1..
    POP3 steun bestaat uit ELFPO-middelen en middelen van nationale overheden, tenzij in een openstellingsbesluit anders is bepaald.
    2..
    De in het eerste lid bedoelde middelen van nationale overheden bestaan uit:
    - provinciale middelen, of
    - middelen van andere overheden.
    3..
    Gedeputeerde Staten stellen in een openstellingsbesluit vast welke gedeelten van de in het eerste lid bedoelde steun met de openstelling beschikbaar worden gesteld.
    4..
    De in deze verordening genoemde subsidiepercentages bestaan voor 50% uit steun afkomstig uit het ELFPO en voor 50% uit nationale overheidsfinanciering, tenzij in een openstellingsbesluit anders is bepaald.
    
    Artikel 1.5 doelgroep
    vervallen
    
    Artikel 1.6 samenwerkingsverbanden
    1..
    Indien bij of krachtens deze verordening is bepaald dat een subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband, komen in geval van samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid slechts voor subsidie in aanmerking samenwerkingsverbanden:
    - waarvan de deelnemers natuurlijke personen of rechtspersonen, ieder met een andere eigenaar en niet in eigendom van een deelnemende natuurlijke persoon, zijn, en
    - die voldoen aan de concurrentieregels zoals die gelden krachtens de artikelen 206 tot en met 210 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad.
    2..
    Indien een aanvraag namens de deelnemers aan een samenwerkingsverband wordt ingediend bevat de aanvraag om subsidie tevens:
    - een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst van de deelnemende partijen, waarin onder meer door alle partijen wordt verklaard dat iedere partij hoofdelijk aansprakelijk is voor onverschuldigd betaalde subsidiebedragen;
    - de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen bevattende de baten en de lasten van de deelnemende partijen;
    - gegevens waaruit blijkt dat de penvoerder is aangewezen door de deelnemende partijen aan het samenwerkingsverband om de aanvraag om subsidie in te dienen.
    3..
    Ingeval een subsidie wordt verstrekt aan een samenwerkingsverband:
    - berusten de verplichtingen die daaruit voortvloeien hoofdelijk op iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband;
    - is de penvoerder verplicht de projectadministratie als bedoeld in artikel 1.17, aanhef en onder f, te voeren en de administratie en daartoe behorende bescheiden te bewaren tot de datum als bepaald in artikel 1.17, aanhef en onder g;
    - kunnen onverschuldigd betaalde subsidiebedragen overeenkomstig artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht hoofdelijk worden teruggevorderd bij iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband. Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen zal de penvoerder van het project als eerste worden aangesproken.
    
    Artikel 1.7 wijze van indienen van en vereisten aan een subsidieaanvraag
    1..
    Een aanvraag om subsidie:
    - wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten;
    - wordt ingediend met gebruik making van de meest recente versie van een door Gedeputeerde Staten beschikbaar gesteld formulier;
    - wordt voorzien van alle verplichte bijlagen.
    2..
    Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:
    - een begroting van de kosten;
    - een toelichting op de begroting;
    - een financieringsplan;
    - een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
    - een overzicht van inkomsten die met de uitvoering van de activiteit gegenereerd worden;
    - een projectplan waarin tenminste is opgenomen:de doelstellingen van het project;een probleemanalyse waaruit onder andere de noodzaak van het project en de ter uitvoering van het project te maken kosten blijkt;een beschrijving van de wijze van uitvoering van het project en de te ondernemen activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;de verwachte resultaten van het project;de verwachte realisatietermijn van het project;de wijze waarop de resultaten van het project worden getoetst.
    3..
    Indien de verwachte realisatietermijn van het project langer is dan één jaar bevat de aanvraag om subsidie tevens:
    - een meerjarenbegroting met een liquiditeitsplanning per jaar;
    - een overzicht in de tijd van de te onderscheiden fasen van het project.
    4..
    Indien de aanvraag betrekking heeft op een investering en de investering leidt naar waarschijnlijkheid tot negatieve omgevings-effecten bevat de aanvraag om subsidie een verkenning naar de mogelijke negatieve omgevings-effecten van de investering.
    
    Artikel 1.7a bewijsstukken
    1..
    Als bewijsstukken van documenten die in het kader van deze verordening moeten worden ingediend, worden g
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit Hoofdstuk 3, paragraaf 3 (Uitvoering LEADER projecten) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg
    Gedeputeerde Staten van Limburg
    stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg, op 30 januari 2018 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit Hoofdstuk 3 paragraaf 3 (Uitvoering LEADER projecten) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Open te stellen hoofdstuk 3, paragraaf 3, (Uitvoering van LEADER projecten) van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg (hierna: de Verordening POP3) voor de periode van 5 februari 2018 tot en met 31 december 2020 (17.00 uur) voor het indienen van subsidieaanvragen. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 31 december 2020 (17.00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten van Limburg (hierna: GS). De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt € 800.000,00. Dit subsidieplafond bestaat voor € 170.000,00 uit provinciale subsidie en voor € 630.000,00 uit subsidie uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
    
    Artikel 3. Subsidiehoogte
    Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per project wordt rechtstreeks afgeleid uit de kostenverdeling voor uitvoeringsprojecten tussen partijen, die is vastgelegd in de Lokale Ontwikkelingsstrategie Nationaal Landschap Zuid-Limburg (hierna: LOS). De LOS is goedgekeurd door GS op 25 september 2018.
    Gelet op het gestelde in artikel 3.3.4 van de Verordening POP3 komen aanvragen met een totale financiële omvang van minder dan € 10.000,00 of meer dan € 200.000,00 niet voor subsidie in aanmerking. Deze aanvragen zullen dan ook worden afgewezen.
    In aanvulling op artikel 3.3.4 van de Verordening POP3 bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 110.000,00 en minimaal € 5.500,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag meer dan € 110.000,00 en minder dan € 5.500,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 55% van de subsidiabele kosten (inclusief de benodigde overheid-cofinanciering van 22%.
    Daarnaast dient verder de dekking er als volgt uit te zien:
    - Privaat 45%.
    Bij wijze van uitzondering kunnen GS de bovengrens voor de projectomvang voor incidentele projecten verhogen als deze gemeentegrensoverschrijdend zijn én naar het oordeel van de Lokale Actiegroep (hierna: LAG) een bijzondere toegevoegde waarde hebben.
    
    Artikel 4. Subsidiabele kosten en activiteiten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS.
    2..
    Gelet op het gestelde in artikel 1.12, 2e en 3e lid zijn de daarin opgenomen voorbereidingskosten subsidiabel (voorbereidingskosten zijn subsidiabel indien deze aantoonbaar gemaakt zijn om te komen tot een projectplan). Daarnaast zijn de volgende kosten ten behoeve van de uitvoering van projecten die passen binnen de LOS, subsidiabel:
    - de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;
    - kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;
    - de kosten van haalbaarheidsstudies;
    - de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;
    - materiaalkosten;
    - kosten van drukwerk, mailing, website gekoppeld aan de activiteit;
    - huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;
    - bijdragen in natura;
    - niet verrekenbare BTW;
    - de kosten voor promotie en publiciteit;
    - personeelskosten.
    
    Artikel 5. Aanvrager
    Subsidie kan worden verstrekt aan:
    - publieke rechtspersonen;
    - private rechtspersonen;
    - bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, met name eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen;
    - een LAG;
    - de penvoerder van een LAG;
    - samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.
    
    Artikel 6. Begroting en dekkingsplan
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als aan de onderstaande financiële randvoorwaarden wordt voldaan. Wanneer aan één of meerdere van onderstaande randvoorwaarden niet wordt voldaan, dan zal de aanvraag worden afgewezen.
    - De begroting en dekkingsplan zijn transparant en sluitend en voldoen aan de ‘subsidieverdeelsleutel’ zoals vastgelegd in de LOS. Deze is gepubliceerd op http://www.leaderzuidlimburg.nl.
    - De publieke cofinanciering dient te zijn geregeld en gewaarborgd. Bij de subsidieaanvraag dient een bewijs van toezegging van de publieke cofinanciering, c.q. verklaring cofinanciering POP3 te zijn gevoegd (format hiervoor is terug te vinden op de provinciale website bij de documenten).
    - De private cofinanciering dient te zijn geregeld en gewaarborgd.
    
    Artikel 7. Prioritering subsidieaanvragen
    Artikel 1.15 van de Verordening POP3 is niet van toepassing. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld en afgehandeld aan de hand van de in artikel 8 van dit openstellingsbesluit beschreven selectiecriteria.
    
    Artikel 8. Selectiecriteria
    1..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvraag past binnen de door GS vastgestelde LOS. Voor de beoordeling als bedoeld in artikel 7 van dit openstellingsbesluit worden daartoe de onderstaande criteria a t/m d, en sub criteria gebruikt.
    - De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS. De subcriteria daartoe (i t/m vii) zijn:Het project leidt tot bewuster omgaan met landschap als basiskapitaal van de economie.Het project leidt tot een economische impuls door samenwerking en integrale aanpak.Het project leidt tot versterking van agrarische bedrijven met landschappelijke en maatschappelijke meerwaarde.Het project versterkt de sociale cohesie door contact tussen bewonersgroepen en generaties.Het project versterkt de publiek-private samenwerking (tussen bewoners, ondernemers en overheid).Het project koppelt behoeften en vraag uit de stedelijke gebieden aan verdienmodellen op het platteland.Het project leidt tot verbetering van wederzijds begrip en contacten tussen bewoners van stad en platteland.
    - De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER. De subcriteria daartoe (i t/m iv) zijn:Het project is geïnitieerd vanuit de lokale gemeenschap (bottom-up) en wordt breed gedragen.Het project leidt aantoonbaar tot samenwerking tussen bewoners, ondernemers en/of organisaties.Het project dient doelen in meerdere sectoren of beleidsvelden.Het project is innovatief voor Zuid-Limburg.
    - De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht. De organisatie en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd. De subcriteria daartoe (i t/m iii) zijn:De organisatie en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd.De initiatiefnemers beschikken over voldoende expertise of hebben deze ingehuurd.Het tijdpad voor de uitvoering is realistisch in verband met vergunningen en dergelijke.
    - De mate van efficiency en doelmatigheid van het project. De sub criteria daartoe (i en ii) zijn:De investeringen en tijdsinzet zijn in balans met de verwachte resultaten.Het project is overdraagbaar omdat de resultaten en ervaringen ook door anderen gebruikt kunnen worden.
    2..
    Per sub criterium kunnen maximaal 3 punten worden gescoord. Alle criteria wegen even zwaar.
    3..
    De aanvraag kan gehonoreerd worden als de totale puntenscore minimaal 20 is en bovendien voldoet aan de onderstaande minimale score per cluster van sub criteria. Zo niet dan zal de aanvraag afgewezen worden.
    - De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS: minimaal 4 punten.
    - De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER: minimaal 6 punten.
    - De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht: minimaal 6 punten.
    - De mate van efficiency en doelmatigheid van het project: minimaal 4 punten.
    
    Artikel 9 Verplichtingen
    1..
    Conform artikel 1.3, derde lid, onderdeel (h) zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) het op de website https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidieverordening/ beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    2..
    In aanvulling op artikel 9.1 dienen bij de aanvraag diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (zie beschikbaar gestelde format projectplan).
    
    Artikel 10 Voorschotten
    In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening POP3 kan er maximaal twee keer per projectjaar een verzoek om een voorschot worden ingediend.
    
    Artikel 11 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking met ingang van 20 december 2019 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2020.
    Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Limburg, gehouden op 30 januari 2018,
    Gedeputeerde Staten van Limburg voornoemd
    de voorzitter,
    dhr. drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    secretaris
    dhr. G.H.E.
    Derks
    
    Bijlage 1 Toelichting
    Toelichting
    Op 1 december 2015 hebben GS als uitwerking van de LEADER-maatregel uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg de LOS vastgesteld.
    De voorliggende regeling is bedoeld voor initiatiefnemers van projecten die invulling geven aan deze LOS. Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld door een door GS ingestelde LAG. De beoordelingscriteria zijn beschreven in artikel 8 van de regeling en onderbouwd in de LOS.
    De regeling voorziet in een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoering van lokale initiatieven die bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling en landschap, passend binnen de LOS. De verdeelsleutel voor de subsidieverstrekking ligt vast in de LOS, waarbij de initiatiefnemers moeten zorgen voor een cofinanciering van 45% door private partijen, en 22% door nationale overheids cofinanciering (bijvoorbeeld door gemeenten, waterschappen of het Rijk).
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit paragraaf 3.3. Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg
    Gedeputeerde Staten van Limburg
    stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg, op 20 december 2016 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit paragraaf 3 subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Open te stellen paragraaf 3.3 (Uitvoering van LEADER-projecten) van de Subsidieverordening POP3 Limburg voor de periode van 23 januari 2017 tot en met 29 december 2017 voor het indienen van aanvragen.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond voor paragraaf 3.3 voor het jaar 2017 bedraagt € 600.000,00. Dit subsidieplafond bestaat voor € 102.000 uit provinciale subsidie en voor € 498.000,00 uit subsidie uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
    
    Artikel 3. Subsidiehoogte
    Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per project wordt rechtstreeks afgeleid uit de kostenverdeling voor uitvoeringsprojecten tussen partijen, die is vastgelegd in de LOS, die is vastgesteld door Gedeputeerde Staten.
    Het te verstrekken subsidiebedrag bedraagt 33% (ELFPO subsidie 27,5 %) en provinciale subsidie (5,6%) van de totale subsidiabele projectkosten. Aanvragen met een totale financiële omvang aan subsidiabele kosten van minder dan € 10.000,00 of meer dan € 80.000,00 komen niet voor subsidie in aanmerking. Deze aanvragen zullen dan ook worden afgewezen.
    Daarnaast dient verder de dekking er als volgt uit te zien:
    - Nationale overheidscofinanciering 22%;
    - Privaat 45%
    Bij wijze van uitzondering kunnen GS de bovengrens voor de projectomvang voor incidentele projecten verhogen als deze gemeentegrensoverschrijdend zijn én naar het oordeel van de LAG een bijzondere toegevoegde waarde hebben.
    
    Artikel 4. Subsidiabele kosten en activiteiten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS.
    2..
    Onverminderd artikel 1.12 zijn de volgende kosten, ter voorbereiding of uitvoering van projecten die passen binnen de LOS, subsidiabel:
    - de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;
    - kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;
    - de kosten van haalbaarheidsstudies;
    - de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;
    - materiaalkosten;
    - kosten van drukwerk, mailing, website gekoppeld aan de activiteit;
    - huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;
    - bijdragen in natura;
    - niet verrekenbare BTW;
    - de kosten voor promotie en publiciteit.
    
    Artikel 5. Aanvrager
    Subsidie kan worden verstrekt aan:
    - publieke rechtspersonen;
    - private rechtspersonen;
    - bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, met name eenmanszaken, vennootschappen;
    - onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen;
    - een Lokale Actiegroep (LAG);
    - de penvoerder van een LAG.
    
    Artikel 6. Begroting en dekkingsplan
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als aan de onderstaande financiële randvoorwaarden wordt voldaan. Wanneer aan één of meerdere van onderstaande randvoorwaarden niet wordt voldaan, dan zal de aanvraag worden afgewezen.
    - De begroting en dekkingsplan zijn transparant en sluitend en voldoen aan de ‘subsidieverdeelsleutel’ zoals vastgelegd in de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Deze is gepubliceerd op http://www.leaderzuidlimburg.nl.
    - De publieke cofinanciering dient te zijn geregeld en gewaarborgd. Bij de subsidieaanvraag dient een bewijs van toezegging van de publieke cofinanciering te zijn gevoegd.
    - De private cofinanciering dient te zijn geregeld en gewaarborgd.
    
    Artikel 7. Prioritering subsidieaanvragen
    Artikel 1.15 van de Subsidieverordening POP3 Limburg is niet van toepassing. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld en afgehandeld aan de hand van de in artikel 8 van dit openstellingsbesluit beschreven selectiecriteria.
    
    Artikel 8. Selectiecriteria
    1..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvraag past binnen de door GS vastgestelde Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Voor de beoordeling als bedoeld in artikel 7 van dit openstellingsbesluit worden daartoe de onderstaande criteria a t/m d, en sub criteria gebruikt.
    - De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS. De subcriteria daartoe (i t/m vii) zijn:Het project leidt tot bewuster omgaan met landschap als basiskapitaal van de economie.Het project leidt tot een economische impuls door samenwerking en integrale aanpakHet project leidt tot versterking van agrarische bedrijven met landschappelijke en maatschappelijke meerwaarde.Het project versterkt de sociale cohesie door contact tussen bewonersgroepen en generaties.Het project versterkt de publiek-private samenwerking (tussen bewoners, ondernemers en overheid).Het project koppelt behoeften en vraag uit de stedelijke gebieden aan verdienmodellen op het platteland.Het project leidt tot verbetering van wederzijds begrip en contacten tussen bewoners van stad en platteland.
    - De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER. De subcriteria daartoe (i t/m iv) zijn:Het project is geïnitieerd vanuit de lokale gemeenschap (bottom-up) en wordt breed gedragen.Het project leidt aantoonbaar tot samenwerking tussen bewoners, ondernemers en/of organisaties.Het project dient doelen in meerdere sectoren of beleidsvelden.Het project is innovatief voor Zuid-Limburg.
    - De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht. De organisatie en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd. De sub criteria daartoe (i en ii) zijn:De initiatiefnemers beschikken over voldoende expertise of hebben deze ingehuurd.Het tijdpad voor de uitvoering is realistisch in verband met vergunningen en dergelijke.
    - De mate van efficiency en doelmatigheid van het project. De sub criteria daartoe (i en ii) zijn:De investeringen en tijdsinzet zijn in balans met de verwachte resultaten.Het project is overdraagbaar omdat de resultaten en ervaringen ook door anderen gebruikt kunnen worden.
    2..
    Per sub criterium kunnen maximaal 3 punten worden gescoord. Alle criteria wegen even zwaar.
    3..
    De aanvraag kan gehonoreerd worden als de totale puntenscore minimaal 20 is en bovendien voldoet aan de onderstaande minimale score per cluster van sub criteria. Zo niet dan zal de aanvraag afgewezen worden.
    - De mate waarin het projectplan bijdraagt aan de doelen van de LOS: minimaal 4 punten
    - De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER: minimaal 6 punten.
    - De mate waarin het project haalbaar is in financieel en organisatorisch opzicht: minimaal 6 punten.
    - De mate van efficiency en doelmatigheid van het project: minimaal 4 punten.
    
    Artikel 10 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 januari 2017 en heeft een looptijd tot en met 29 december 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.
    Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 20 december 2016,
    de voorzitter,
    dhr. drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    secretaris
    dhr. mr. A.C.J.M. de
    Kroon
    
    Bijlage 1 Toelichting
    Toelichting
    Op 1 december 2015 hebben Gedeputeerde Staten van Limburg als uitwerking van de LEADER-maatregel uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg de Lokale Ontwikkelingsstrategie Zuid-Limburg vastgesteld.
    De voorliggende regeling is bedoeld voor initiatiefnemers van projecten die invulling geven aan deze Lokale Ontwikkelingsstrategie Zuid-Limburg. Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld door een door Gedeputeerde Staten ingestelde Lokale Actiegroep (LAG). De beoordelingscriteria zijn beschreven in artikel 9 van de regeling en onderbouwd in de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS).
    De regeling voorziet in een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoering van lokale initiatieven die bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling en landschap, passend binnen de Lokale Ontwikkelingsstrategie. De verdeelsleutel voor de subsidieverstrekking ligt vast in de Lokale Ontwikkelingsstrategie, waarbij de initiatiefnemers moeten zorgen voor een cofinanciering van 45% door private partijen, en 22 % door nationale overheids cofinanciering ( bijvoorbeeld door gemeenten, waterschappen of het Rijk).
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit paragraaf 4 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2010 (POP3) Limburg
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings- programma 2014-2020 (POP3) Limburg, in hun vergadering van 18 juli 2017 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2017 paragraaf 4 subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg, hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 4) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 4 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode van 18 september 2017 tot en met 27 oktober 2017 17.00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 27 oktober 2017 om 17.00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond voor 2017 wordt voor Paragraaf 4 vastgesteld op € 2.775.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    3.1.
    Conform artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening wordt in het kader van deze openstelling subsidie verstrekt voor de verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven. De verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven kan bestaan uit de voorbereiding van kavelruilen, de uitvoering van kavelruilen en de daarmee samenhangende maatregelen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken of inpassingsmaatregelen ter voorkoming van negatieve gevolgen van de kavelruil.
    3.2.
    In afwijking van de Verordening zijn de activiteiten vermeld in artikel 2.4.1, onder b, van de Verordening (verplaatsing van landbouwondernemingen gericht op de verbetering van de landbouwinfrastructuur) niet subsidiabel. De artikelen 2.4.4 en 2.4.7 zijn zodoende niet van toepassing.
    
    Artikel 4 Aanvraag
    4.1.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de Verordening dient de aanvraag om subsidie een kaart te bevatten waarop de ligging van het projectgebied nauwkeurig begrensd is aangegeven. Deze kaart dient als bijlage bij de aanvraag te worden toegevoegd.
    4.2.
    Indien een aanvraag mede inpassingsmaatregelen, zoals wijzigingen aan het wegen- en/of waterlopenstelsel van algemeen belang omvat, dient de noodzaak hiervoor te worden aangetoond middels een verkavelingsplan, waaruit blijkt dat negatieve gevolgen voor de omgeving gecompenseerd dienen te worden. Dit verkavelingsplan dient als bijlage bij de aanvraag te worden toegevoegd.
    4.3.
    Conform artikel 1.3, derde lid, onderdeel (h) zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) het op de website www.limburg.nl/subsidies, Actuele subsidieregelingen, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 2014-2020 (POP3) beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    4.4.
    In aanvulling op artikel 4.3 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    5.1.
    Kosten zoals vermeld in artikel 2.4.3 van de Verordening zijn subsidiabel.
    5.2.
    In afwijking van artikel 2.4.5. van de Verordening wordt voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, géén subsidie verstrekt voor de kosten zoals bedoeld in artikel 2.4.5, onder b (de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa), onder c (tweedehands installatiezaken, indien noodzakelijk voor het project en de kosten aantoonbaar de marktwaarde niet overstijgen) en onder d (bijdragen in natura).
    5.3.
    In afwijking van artikel 1.12, eerste lid, van de Verordening komen voorbereidingskosten ook voor subsidie in aanmerking, indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie verbetering verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven
    6.1.
    In aanvulling op artikel 2.4.6 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 900.000,00 en minimaal € 150.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 150.000,00 bedraagt.
    6.2.
    In aanvulling op artikel 2.4.6, onder b, van de Verordening (subsidiabele kosten van investeringen ten behoeve van een betere bereikbaarheid en bewerkbaarheid van kavels), bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag maximaal € 800,00 per geruilde hectare.
    
    Artikel 7 Rangschikking
    7.1.
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.4.9 van de Verordening en hieronder nader weergegeven. De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    - kosteneffectiviteit;
    - haalbaarheid/kans op succes;
    - mate van effectiviteit van de activiteit;
    - urgentie.
    i. Selectiecriterium; kosteneffectiviteit
    Kosteneffectiviteit van het project wordt beoordeeld door gebruik te maken van de hieronder genoemde en onderbouwde normkosten. Redelijke subsidiabele kosten worden hierbij als norm gehanteerd op basis van ervaringscijfers.
    - Voor kavelruilprojecten is het normbedrag dat wordt gehanteerd € 1.660,00 per geruilde hectare.
    - Voor infrastructurele inpassingsmaatregelen worden ervaringscijfers conform de Standaard Systematiek voor Kostenramingen (SSK) gehanteerd. De SSK-ramingssystematiek is een systematiek voor het maken van kostenramingen in de bouw en biedt een handreiking voor kostenmanagement. De raming voor de uit te voeren werken conform de SSK-systematiek geldt als normbedrag.
    - Voor aanvragen, die beide componenten bevatten wordt de eindscore vastgesteld door de scores per component naar rato van het aandeel in de totale kosten mee te wegen.
    Het aantal punten te behalen op dit criterium voor kavelruilprojecten bedraagt:
    4 punten indien de kosten per geruilde hectare meer dan 10% lager zijn dan de normkosten;
    3 punten indien de kosten per geruilde hectare tussen de 10% en 0% lager zijn dan de normkosten;
    2 punten indien de kosten per geruilde hectare tussen de 0% en 10% hoger zijn dan de normkosten;
    1 punt indien de kosten per geruilde hectare meer dan 10% hoger zijn dan de normkosten.
    Het aantal punten te behalen op dit criterium voor infrastructurele inpassingsmaatregelen bedraagt:
    4 punten indien de kosten meer dan 10% lager zijn dan de SSK raming;
    3 punten indien de kosten tussen de 10% en 0% lager zijn dan de SSK raming;
    2 punten indien de kosten tussen de 0% en 10% hoger zijn dan SSK raming;
    1 punt indien de kosten meer dan 10% hoger zijn dan de SSK raming.
    ii Selectiecriterium: haalbaarheid/kans op succes
    De haalbaarheid/kans op succes van dit project zal beoordeeld worden door in samenhang de volgende aspecten te bezien:
    - De ervaring/deskundigheid van de projectleider/het bureau dat het projectplan heeft ingediend;
    - De inhoudelijke kwaliteit van het projectplan, te bepalen aan de hand van de volgende items:hoe realistisch is het plan (project);zijn relevante partijen bij de ontwikkeling dan wel uitvoering van het plan betrokken;kent het project een realistische planning, opzet en begroting;zijn risico’s geïdentificeerd en gereduceerd (de mate waarin risicofactoren zijn onderkend en beheersbaar gemaakt).
    - De mate waarin al draagvlak voor het plan/project bestaat, aan te tonen door bijvoorbeeld de resultaten van een draagvlakonderzoek of enquêteresultaten, maar ook met het al aanwezig zijn van een samenwerkingsintentie van de belangrijkste partijen of het aantonen van de betrokkenheid van met name de ondernemers en andere eigenaren/gebruikers wiens gronden/gebouwen deel uitmaken van het project.
    Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:
    4 punten indien het project zeer goed scoort op dit criterium;
    3 punten indien het project goed scoort op dit criterium;
    2 punten indien het project voldoende scoort op dit criterium;
    1 punt indien het project matig scoort op dit criterium.
    iii Selectiecriterium; Mate van effectiviteit van de activiteit
    Hier wordt bezien in welke mate na uitvoering van de kavelruil een verbetering is bereikt in de verkavelingsstructuur van de bedrijven en/of de verbetering van de (weg)infrastructuur (voorafgaand aan de daadwerkelijke kavelruil) leidt / heeft geleid tot concrete (plannen voor) verbetering van de verkavelingsstructuur en beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en landschap.
    Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:
    4 punten indien de resultaten van het project zeer goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en/of andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en landschap omdat de kavelruil, waarvoor de infrastructurele werken noodzakelijk zijn in uitvoering is;
    3 punten indien de resultaten van het project goed bij dragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en/of andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en landschap omdat hiervoor een concreet, uitvoerings gereed, vervolgplan ligt, dat de noodzaak van de infrastructurele werken aantoont;
    2 punten indien de resultaten van het project voldoende bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en/of andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en landschap omdat hiervoor een vervolgplan wordt opgesteld, dat de noodzaak van de infrastructurele werken aantoont;
    1 punt indien de resultaten van het project matig bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en/of andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en landschap omdat nog geen vervolgplan is gemaakt, dat de noodzaak van de infrastructurele werken aantoont.
    iv Selectiecriterium: urgentie
    Projecten zijn urgenter bij een overwegend kleinschalige verkavelingssituatie van veldpercelen of onvoldoende grote huiskavels (in geval van melkveehouderij).
    Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:
    4 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van < 3 hectare, of een veebezetting van meer dan 10 melkkoeien per ha huiskavel in de melkveehouderij;
    3 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 3 en 4 hectare, of een veebezetting van 8 tot 10 melkkoeien per ha huiskavel in de melkveehouderij;
    2 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 4 en 5 hectare, of een veebezetting van 6 tot 8 melkkoeien per ha huiskavel in de melkveehouderij;
    1 punt bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van > 5 ha, of een veebezetting van minder dan 6 melkkoeien per ha huiskavel in de melkveehouderij.
    7.2..
    De selectiecriteria als bedoeld in artikel 7.1 onder i t/m iv hebben de volgende wegingsfactoren:
    Criterium (i) kosteneffectiviteit heeft een wegingsfactor 3 (maximaal 12);
    Criterium (ii) haalbaarheid heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 8);
    Criterium (iii) mate van effectiviteit heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 8);
    Criterium (iv) urgentie heeft een wegingsfactor 1 (maximaal 4).
    Totaal maximaal aantal te behalen punten is 32.
    Indien er met toepassing van omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 18 punten wordt behaald, dan wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.
    7.3.
    Gedeputeerde Staten stellen conform artikel 1.14 van de Verordening een Adviescommissie POP3 Limburg in voor de beoordeling en selectie van de projecten. Deze adviescommissie stelt een prioritei
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings- programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), in hun vergadering van 25 september 2018 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 4 ‘Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 4 “Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 4”) van deze Verordening onder de volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 4 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 5 november 2018 09.00 uur tot en met 14 december 2018 17.00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 14 december 2018 om 17.00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond voor 2018 wordt voor Paragraaf 4 vastgesteld op € 2.120.000,00 bestaande uit 50% ELFPO middelen en 50% Provinciale middelen.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    3.1.
    In afwijking van artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening wordt in het kader van deze openstelling géén subsidie verstrekt voor de planvorming en/of draagvlakontwikkeling voor de verplaatsing van landbouwbedrijven gericht op verbetering van de landbouwinfrastructuur.
    3.2.
    In afwijking van artikel 2.4.1, onder c, van de Verordening, wordt in het kader van deze openstelling geen subsidie verstrekt voor de verplaatsing van landbouwbedrijven gericht op de verbetering van de landbouwinfrastructuur). De artikelen 2.4.3.1, 2.4.3.2, 2.4.3.3 en 2.4.3.4 van de Verordening zijn zodoende niet van toepassing.
    
    Artikel 4 Aanvraag
    4.1.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de Verordening dient de aanvraag om subsidie een kaart te bevatten waarop de ligging van het projectgebied nauwkeurig begrensd is aangegeven. Deze kaart dient als verplichte bijlage bij de aanvraag te worden toegevoegd. Een aanvraag die niet wordt begeleid door deze kaart, of het projectgebied is niet nauwkeurig in deze kaart begrensd, wordt afgewezen.
    4.2.
    Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel (h) van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) van de Verordening het beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden dat te vinden is op de website www.limburg.nl/loket/subsidies/ Actuele-subsidieregelingen/Natuur/subsidieverordeningpop3. Indien het projectplan bij de aanvraag ontbreekt, dan zal de aanvraag worden afgewezen.
    4.3.
    In aanvulling op artikel 4.1 van dit openstellingsbesluit dienen bij de aanvraag additioneel de onderstaande bijlagen bijgevoegd te worden (indien van toepassing, nadere uitleg in de toelichting):
    - een drietal offertes ter bepaling van de redelijkheid van de kosten als bedoeld in artikel 7.1, onder b, van dit openstellingsbesluit .Indien deze drie offertes bij de aanvraag ontbreken, dan zal de aanvraag worden afgewezen;
    - een gespecificeerde begroting inclusief de onderbouwing hiervan (verplicht);
    - bewijsstukken behorende bij de begroting en/of offertes. Indien niet aanwezig aangeven waarop de bedragen gebaseerd zijn (verplicht);
    - toezegging overige financiers of voor zover van toepassing aangeven dat financiering is aangevraagd onder vermelding van de stand van zaken (indien van toepassing);
    - samenwerkingsovereenkomst, zie hiervoor het voorbeeld op de website genoemd in artikel 4.2 van dit openstellingsbesluit (indien van toepassing);
    - bewijsstukken machtiging (indien van toepassing);
    - vergunningen en/of ontheffingen. Indien vergunningen en/of ontheffingen niet aanwezig zijn dient toegelicht te worden waarom deze ontbreken (indien van toepassing);
    - documenten ten aanzien van de aanbesteding (indien van toepassing);
    - verklaring van de belastingdienst inzake niet verrekenbare dan wel niet compensabele btw (indien van toepassing).
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    5.1.
    Alle kosten zoals vermeld in de artikelen 2.4.1.1 en 2.4.2.1 van de Verordening zijn subsidiabel.
    5.2.
    In afwijking van artikel 2.4.2.2, eerste lid, van de Verordening wordt géén subsidie verstrekt voor de kosten zoals bedoeld in artikel 2.4.2.2, eerste lid ,onder d (de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa).
    5.3.
    De in artikel 2.4.2.2., tweede lid van de Verordening, onder a, b en c opgenomen kosten worden niet subsidiabel gesteld.
    5.4.
    In afwijking van artikel 1.12, tweede lid, van de Verordening komen bij subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1. onder b van de Verordening voorbereidingskosten ook voor subsidie in aanmerking, indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag voor subsidie is ingediend en onderbouwd in het projectplan. Bij de activiteiten die zien op de planvorming / draagvlakontwikkeling voor verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven, komen voorbereidingskosten niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie planvorming/draagvlakontwikkeling en verbetering verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven
    6.1.
    In aanvulling op artikel 2.4.1.2 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag voor planvorming en/of draagvlakontwikkeling maximaal € 50.000,00 en minimaal € 15.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 15.000,00 bedraagt.
    6.2.
    In aanvulling op artikel 2.4.2.1, onder lid c, van de Verordening (investeringen om kavels beter bewerkbaar of bereikbaar te maken), bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag maximaal € 800,00 per geruilde hectare.
    6.3.
    In aanvulling op artikel 2.4.2.3 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag voor maatregelen ter verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven maximaal € 750.000,00 en minimaal € 150.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder bedraagt dan € 150.000,00.
    6.4.
    Indien een aanvraag een combinatie van aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1 onder a en artikel 2.4.1. onder b van de Verordening omvat dan bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag in afwijking van de artikelen 2.4.1.2 en 2.4.2.3 van de Verordening maximaal € 800.000,00 en minimaal € 165.000,00. De gecombineerde subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder bedraagt dan € 165.000,00.
    
    Artikel 7 Rangschikking
    7.1.
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking, als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15c van de Verordening, voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening (planvorming/draagvlakontwikkeling voor verbetering van de verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven) op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.4.1.3, eerste lid onder b, van de Verordening en hieronder nader aangegeven. De aanvragen, die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de onderstaande criteria:
    - geografische ligging
    - efficiëntie
    - Criterium geografische liggingDe gebieden, waarvoor subsidie aangevraagd wordt, dienen gelegen te zijn binnen de begrenzing van door de Provincie Limburg bepaalde Platteland in Ontwikkeling (PiO) projecten. Op de kaartbijlage bij dit openstellingsbesluit zijn deze gebieden aangeduid.Voor gebieden die niet volledig binnen deze begrenzing vallen wordt de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, van de Verordening afgewezen.
    - Criterium efficiëntieHet criterium efficiëntie wordt als volgt beoordeeld: gegeven de realistische resultaten van het project, hoe redelijk zijn de opgevoerde kosten en in hoeverre wordt op een goede manier gebruik gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen).Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:5 punten indien voor het bereiken van draagvlak optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en minimaal gebruik gemaakt wordt van aanvullende financiële middelen en onderzoeken;4 punten indien voor het bereiken van draagvlak optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en beperkt gebruik gemaakt wordt van aanvullende middelen en onderzoeken;3 punten indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en de inzet van aanvullende middelen en onderzoeken tegen reële kosten plaatsvindt;2 punten indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en de inzet van aanvullende middelen en onderzoeken daardoor leidt tot hogere kosten dan reëel wordt geacht;1 punt indien voor het bereiken van draagvlak niet optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en er mede daardoor overbodige aanvullende middelen en onderzoeken ingezet worden;0 punten indien voor het bereiken van draagvlak geen gebruik gemaakt wordt van bestaande bronnen en dat leidt tot overbodige inzet van aanvullende middelen en onderzoeken.Aanvragen met een score van minder dan 3 punten op dit criterium worden afgewezen.
    7.2.
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen als bedoeld in artikel 2.4.1, onder b, van de Verordening op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.4.2.4, derde lid van de Verordening en hieronder nader weergegeven. De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    - effectiviteit;
    - haalbaarheid/kans op succes;
    - urgentie;
    - efficiëntie.
    - Criterium effectiviteitBij de beoordeling van de effectiviteit van het project wordt bezien in welke mate verwacht kan worden dat na uitvoering van het project een verbetering is bereikt in de verkavelingsstructuur. Hiertoe worden de totale kosten van het project gerelateerd aan het effect op/de mate waarin de provinciale doelstellingen (zoals vermeld in de toelichting) in openstelling worden behaald. Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:5 punten indien de resultaten van het project zeer goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 3 andere beleidsmatige doelstellingen (zoals vermeld in de toelichting) op het gebied van natuur, water en/of landschap;4 punten indien de resultaten van het project zeer goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 2 andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en/of landschap;3 punten indien de resultaten van het project goed bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 1 andere beleidsmatige doelstelling op het gebied van natuur, water en/of landschap;2 punten indien de resultaten van het project voldoende bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en minimaal 1 andere beleidsmatige doelstelling op het gebied van natuur, water en/of landschap;1 punt indien de resultaten van het project matig bijdragen aan de verbetering van de verkavelingsstructuur en de andere beleidsmatige doelstellingen op het gebied van natuur, water en/of landschap;0 punten indien de resultaten van het project onv
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.