GeslotenProvincie · Subsidie

Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg – Paragraaf 2 Fysieke investeringen duurzame innovaties

Gedeputeerde Staten van Limburg

Voor agrarische ondernemingen (MKB-bedrijven) die fysieke investeringen willen doen gericht op innovatieve duurzame technieken en processen.

Ook bekend als POP3 Limburg, Paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Provinciale subsidieregeling voor fysieke investeringen gericht op innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen in Limburg, met focus op duurzaamheid (grondstoffengebruik, kringloop, emissies, biodiversiteit). Subsidie voor kosten van bouw, machines, software en adviezen. Rangschikking op basis van kosteneffectiviteit, haalbaarheid, effectiviteit en innovativiteit.

Voor wie is het bedoeld?

Voor agrarische ondernemingen (MKB-bedrijven) die fysieke investeringen willen doen gericht op innovatieve duurzame technieken en processen.

Agrarisch bedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil mijn agrarische bedrijf moderniseren met innovatieve duurzame technieken
  • Ik zoek subsidie voor investeringen in grondstofbesparing en kringloopeconomie
  • Ik wil mijn bedrijf verduurzamen en emissies verminderen

Voorwaarden

  • Investering moet betrekking hebben op innovatieve technieken, processen of productie
  • Investering moet gericht zijn op grondstoffengebruik/kringloop/emissies of biodiversiteit/omgevingskwaliteit
  • Aanvrager moet MKB-bedrijf of agrarische onderneming zijn
  • Investeringen gericht op emissies naar grondwater vallen buiten deze openstelling
  • Aanvragen voor mestverwerking en -verwaarding komen niet in aanmerking
  • Kosten moeten aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteit toe te rekenen zijn

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een agrarisch bedrijf
U bent een mkb-onderneming
Uw sector/SBI valt onder: 0111, 0112, 0113, 0121, 0122, 0130
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 2017 paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg, op 2 mei 2017 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2017 paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg.
    Paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 29 mei 2017 tot en met 25 augustus 2017. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 25 augustus 2017 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 29 mei 2017 tot en met 25 augustus 2017. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 25 augustus 2017 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond wordt voor 2017 voor Paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties vastgesteld op € 2.900.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen.
    
    Artikel 3 Subsidiabele kosten
    In aanvulling op artikel 2.2.3, eerste lid, en conform artikel 1.12, tweede en derde lid, van de Verordening zijn ook de volgende kosten subsidiabel:
    - niet verrekenbare of niet compensabele BTW;
    - kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - voorbereidingskosten indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
    De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de Verordening opgenomen kosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 250.000,00 en minimaal € 20.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 20.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 5 Subsidiabele activiteit
    5.1.
    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project een bijdrage te leveren aan de in artikel 2.2.1 van de Verordening genoemde thema’s c. en/of g.:
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en/of een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);
    - behoud en versterking van biodiversiteit en/of omgevingskwaliteit.
    5.2.
    Subsidieaanvragen die gericht zijn op emissie naar grondwater, zoals bedoeld in het Openstellingsbesluit paragraaf 2 (onderdeel emissies naar grondwater) Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg, komen onder deze openstelling niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen.
    5.3.
    Subsidieaanvragen gericht op mestverwerking en -verwaarding komen eveneens niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen.
    
    Artikel 6 Rangschikking
    6.1.
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15, derde lid, van de Verordening voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.2.5 van de Verordening en hieronder nader weergegeven.
    i. Selectiecriterium: kosteneffectiviteit
    Het selectiecriterium kosteneffectiviteit (artikel 2.2.5, eerste lid, onder a, van de Verordening) heeft betrekking op de redelijkheid van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden in verhouding tot het te bereiken effect.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    - 4 punten (zeer goed) de totale subsidiabele kosten zijn zeer redelijk ten opzichte van het effect
    - 3 punten (goed) de totale subsidiabele kosten zijn redelijk ten opzichte van het effect
    - 2 punten (gemiddeld) de totale subsidiabele kosten zijn hoog ten opzichte van het effect
    - 1 punt (matig) de totale subsidiabele kosten zijn zeer hoog ten opzichte van het effect
    ii. Selectiecriterium: haalbaarheid/de kans op succes
    Bij de haalbaarheid/kans op succes (artikel 2.2.5, eerst lid, onder b) zijn de volgende aspecten van belang:
    - de betreffende innovatie is direct toepasbaar op het bedrijf van de aanvrager (de benodigde financiering en vergunningen zijn voorhanden);
    - er is in de betreffende bedrijfstak behoefte aan de innovatie;
    - er wordt aangegeven hoe andere landbouwers worden gestimuleerd om kennis te nemen van de innovatie op het bedrijf van de aanvrager.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    - 4 punten (zeer goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten zeer goed is
    - 3 punten (goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten goed is
    - 2 punten (voldoende) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten voldoende is
    - 1 punt (matig) als uit het projectplan naar voren komt dat de kans op succes matig is
    iii. Selectiecriterium: Mate van effectiviteit van de activiteit
    Paragraaf 2 fysieke investeringen duurzame innovaties wordt opengesteld om bij te dragen aan het realiseren van doelstellingen van POP3 en het provinciaal beleid, met name doelstellingen uit het Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2 en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014) en is specifiek gericht op de thema’s:
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en/of een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);
    - behoud en versterking van biodiversiteit en/of omgevingskwaliteit.
    Daarnaast hecht de provincie Limburg belang aan het thema a benoemd in artikel 2.2.1, tweede lid, van de Verordening:
    - activiteiten die leiden tot een verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie.
    Op dit criterium (artikel 2.2.5, eerst lid, onder c) kan als volgt gescoord worden:
    - 4 punten (zeer goed) als het effect op bovenstaande thema’s zeer goed is.
    - 3 punten (goed) als het effect op bovenstaande thema’s goed is.
    - 2 punten (voldoende) als het effect bovenstaande thema’s voldoende is.
    - 1 punt (matig); als het effect op bovenstaande de thema’s matig is.
    iv. Selectiecriterium: Mate van innovativiteit
    De mate waarin de investering bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector (artikel 2.2.5, eerst lid, onder d). Het gaat hier om de mate waarin de innovatie (investering) gemiddeld al bij de doelgroep wordt toegepast.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    - 4 punten (zeer goed) als de investering betrekking heeft op een baanbrekende innovatie die geheel nog niet in de praktijk wordt toegepast;
    - 3 punten (goed) als de investering betrekking heeft op een innovatie die nog niet in de betreffende sector wordt toegepast;
    - 2 punten (gemiddeld) als de investering betrekking heeft op een innovatie die slechts in enkele gevallen wordt toegepast;
    - 1 punt (matig) als de investering betrekking heeft op de eerste uitrol van innovatieve systemen.
    6.2.
    Weging van de selectiecriteria:
    De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:
    - Onderdeel i kosteneffectiviteit heeft een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);
    - Onderdeel ii haalbaarheid/kans op succes een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);
    - Onderdeel iii mate van effectiviteit van de activiteit een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);
    - Onderdeel iv innovativiteit een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);
    Totaal maximaal aantal te behalen punten is 32.
    Indien er met toepassing van de in artikel 6.2 omschreven wegingsfactor in totaal minder dan 18 punten worden behaald, wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.
    6.3.
    Gedeputeerde Staten stellen een Adviescommissie POP3 in voor de selectie van de projecten.
    Deze adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels rangschikking door het toekennen van punten op grond van bovenstaande criteria.
    6.4.
    Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.
    
    Artikel 7 Voorschotten
    In aanvulling op artikel 1.23 van de Verordening kan éénmalig per projectperiode een verzoek om een voorschot worden ingediend.
    
    Artikel 8 Verplichtingen
    8.1.
    Conform artikel 1.3, derde lid, onderdeel (h) zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) het op de website www.limburg.nl/subsidies, Actuele subsidieregelingen, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 2014–2020 (POP3) beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    8.2.
    In aanvulling op artikel 8.1 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    
    Artikel 9 Inwerkingtreding
    Dit besluit treedt in werking op 29 mei 2017 en heeft een looptijd tot einde POP3 periode.
    Gedeputeerde Staten voornoemd,
    de voorzitter,
    dhr. drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    de secretaris,
    dhr. drs. G.H.E.
    Derks MPA
    
    TOELICHTING
    Algemeen
    Paragraaf 2 uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg (hierna te noemen ‘Verordening’) richt zich op fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen. Subsidie kan worden verkregen voor fysieke investeringen gericht op innovaties. Dit kunnen investeringen zijn gericht op het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovaties of op de bredere uitrol van innovaties.
    Deze paragraaf kent 2 gelijktijdige openstellingen: Voorliggende openstelling die zich richt op innovatieve duurzame investeringen en een openstelling die zich specifiek richt op het verminderen van de emissie naar het grondwater. Deze voorliggende openstelling heeft als doel de innovatie gericht op duurzaamheid in de agrarische sector te bevorderen. Aangezien er een gelijktijdige openstelling is voor investeringen gericht op het verminderen van emissies naar grondwater worden deze uitgesloten van de voorliggende openstelling. Subsidieaanvragen gericht op emissies naar grondwater dienen aangevraagd te worden onder de openstelling paragraaf 2 (onderdeel emissie naar grondwater).
    Uit de SWOT analyse in het Plattelandsontwikkelingsprogramma voor Nederland 2014–2020 (hierna: POP programma) blijkt dat de land- en tuinbouw in Nederland moet blijven innoveren om economisch rendement met maatschappelijk verantwoord ondernemen (d.w.z.: rekening houdend met milieu, dierwelzijn, biodiversiteit enz.) te kunnen blijven combineren.
    De ambitienota Limburgse Land- en tuinbouw Loont (LLtL) en het POP programma sluiten daarbij goed op elkaar aan. Het motto van LLTL is ‘In 2025 is ieder Limburgs land- en tuinbouwbedrijf een lust voor haar omgeving’. Middels het programma LLTL2 is deze ambitie aangescherpt in lijn met de doelen van het Coalitieakkoord ‘In Limburg bereiken we meer’. LLtL2 benoemd op basis hiervan vier investeringslijnen met speerpunten. Voor deze paragraaf zijn met name investeringslijn 1 – Ruim baan voor voorlopers en doorontwikkelaars – en Investeringslijn 2 – Meerwaarde voor omgeving – leidend.
    Naast de 4 inve
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.