GeslotenPOP3Provincie · Subsidie

Regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen POP3 2014-2020 Provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Voor landbouwers en groepen van landbouwers die investeringen willen doen in innovatie en modernisering van hun agrarische onderneming.

Ook bekend als POP3 fysieke investeringen, Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2018, Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2019, POP3 Fysieke investeringen

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 100k
per aanvraag
Percentage
60%
van de kosten
Budget
€ 2,7 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor fysieke investeringen gericht op innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen in Utrecht. Doelstelling is de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector, met aandacht voor watergerelateerde maatregelen en duurzaamheid. Subsidieplafond bedraagt € 2.724.000.

Voor wie is het bedoeld?

Voor landbouwers en groepen van landbouwers die investeringen willen doen in innovatie en modernisering van hun agrarische onderneming.

Landbouwbedrijf

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil mijn agrarische bedrijf moderniseren met nieuwe machines en installaties
  • Ik wil investeren in waterbeheer en duurzame landbouwpraktijken
  • Ik wil als groep landbouwers gezamenlijk innovaties uitrollen
  • Ik wil als landbouwer subsidie krijgen voor investeringen in innovatieve machines en installaties
  • Ik wil mijn agrarische bedrijf moderniseren met duurzame en klimaatneutrale technologie
  • Ik wil als groep landbouwers gezamenlijk investeren in innovatie
  • Ik wil als agrariër investeren in innovatieve landbouwtechnieken
  • Ik zoek subsidie voor duurzame modernisering van mijn agrarische bedrijf
  • Ik wil mijn bedrijf omschakelen naar hernieuwbare energie
  • Ik wil investeren in klimaatadaptatie of emissiereductie

Voorwaarden

  • Subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele projectkosten
  • Minimale subsidie € 10.000, maximale subsidie € 100.000 per aanvraag
  • Per landbouwer maximaal twee keer subsidie (één voor niet-watergerelateerde en één voor watergerelateerde maatregelen)
  • Subsidiabele kosten: bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing onroerende zaken, koop/huurkoop machines en installaties, kosten adviseurs/ingenieurs, computersoftware
  • Voorbereidingskosten voorafgaand aan indiening niet subsidiabel
  • Aanvragen via digitaal loket STIMULUS

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een landbouwbedrijf
Uw sector/SBI valt onder: 01, 0111, 0112, 0113, 0121, 0122, 0130
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening 40% van de subsidiabele projectkosten, minimaal € 10.000, - en maximaal € 100.000, - te bedragen
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 september 2018, nr. 81D89DC7, tot openstelling van de regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen uit de Verordening POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2018)
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit POP3 Fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2022
    Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht;
    Gelet op artikel 1.3, 1.4 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (hierna: de Verordening);
    Overwegende dat:
    - Gedeputeerde Staten met dit openstellingsbesluit beogen bij te dragen aan de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector ten behoeve van gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP), de Landbouwvisie (2018) en de Samenwerkingsagenda Landbouw (2019);
    - Gedeputeerde Staten met dit openstellingsbesluit daarnaast willen bijdragen aan een aantal urgente opgaven in het landelijk gebied, zoals deze zijn beschreven in het Handelingskader Stikstof, de Regionale Veenweidenstrategie en de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied;
    Besluiten:
    - Open te stellen de regeling Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen uit paragraaf 2 van de Verordening voor de periode van 12 september 2022, 09.00 uur, tot en met 21 oktober 2022, 17.00 uur;
    - Vast te stellen dat het subsidieplafond ten behoeve van de maatregel Fysieke investeringen agrarische ondernemingen € 2.063.041 is en dat dit bedrag bestaat uit € 1.031.521 Europese middelen (ELFPO) en uit € 1.031.521 provinciale middelen (AVP);
    - De volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Definities
    In aanvulling op de definities in artikel 1.1 van de Verordening wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:
    - Verordening: Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, geconsolideerde versie 11-11-2021;
    - Fysieke investering: Aanschaf van kapitaalgoederen met de bedoeling ermee te produceren.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke investeringen die geplaatst en gebruikt worden in de provincie Utrecht. Als uitwerking van artikel 2.2.1. van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor de fysieke investeringen genoemd in de investeringslijst in Bijlage 1 bij dit openstellingbesluit en voor de daarin genoemde subsidiabele activiteit.
    
    Artikel 3 Subsidiabele kosten
    1..
    In afwijking van artikel 2.2.3 van de Verordening subsidies POP3 wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - kosten van architecten, adviseurs en ingenieurs voor het bedrijfsklaar maken of installeren van de investering;
    - kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware die verband houden met de investering;
    - kosten van koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa.
    2..
    Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.12, eerste lid van de Verordening, bestaan slechts uit kostentype: kosten derden.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In aanvulling op artikel 2.2.4. van de Verordening, bedraagt de te verstrekken subsidie voor een activiteit als omschreven in artikel 2 van dit openstellingsbesluit minimaal €10.000 per aanvraag, maximaal €100.000 per deelnemer en maximaal €500.000 per aanvraag.
    
    Artikel 5 Rangschikking
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15, sub d en artikel 2.2.5 van de Verordening hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst in bijlage 1.
    2..
    Voor iedere aanvraag wordt een score vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal punten van de aangevraagde investeringen.
    3..
    De onder het tweede lid bedoelde score wordt met 1 punt opgehoogd indien de aanvraag betrekking heeft op een groep van landbouwers zoals bedoeld in artikel 6.
    
    Artikel 6 Aanvraag
    1..
    Een landbouwer of een groep van landbouwers kan de aanvraag voor een investering slechts op één wijze indienen: hetzij als zelfstandige aanvrager, hetzij als deelnemer in een groep van landbouwers. Een aanvraag kan uit maximaal drie investeringen per deelnemer bestaan.
    2..
    In afwijking van artikel 1.7 van de Verordening is de bepaling uit dit artikel zoals genoemd in het tweede lid, onder f, onderdeel 2 (probleemanalyse) niet van toepassing.
    
    Artikel 7 Bevoorschotting
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    
    Artikel 8 Verplichtingen
    In afwijking van artikel 1.27 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen twee jaar na datum subsidiebeschikking of, indien dat eerder is, uiterlijk op 1 april 2025 in te dienen.
    
    Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 10 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 Fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2022.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 augustus 2022.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Voorzitter,
    mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
    
    Toelichting bij het Openstellingsbesluit
    1.Inleiding: transitie van de landbouw
    In het kader van het Europese Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) heeft de provincie Utrecht de mogelijkheid om maatregelen open te stellen voor het indienen van projectvoorstellen die voor een EU-subsidie in het kader van het POP3 in aanmerking kunnen komen.
    Om de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw te handhaven en te versterken en tegelijkertijd te voldoen aan de (inter)nationale milieuwetgeving is een blijvende investering in innovatie en modernisering van de landbouw noodzakelijk. Dit ook om de beoogde transitie van de landbouw verder door te zetten. Door deze investeringen kan bij de transitie naar een duurzame landbouw de concurrentiekracht van de sector in stand worden gehouden en waar mogelijk verhoogd.
    Met de regeling fysieke investeringen voor transitie van agrarische ondernemingen wil de provincie Utrecht agrariërs uitdagen om met investeringsprojecten te komen die een meerwaarde bieden voor de ontwikkeling van hun bedrijf en een bijdrage leveren aan: circulaire landbouw1Circulair: In de Landbouwvisie van het Rijk (“Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden”, 2018) staat circulaire landbouw centraal. Gestreefd wordt naar een omschakeling van het minimaliseren van de kostprijs naar het minimaliseren van het grondstoffenverbruik. Dit vraagt een fundamentele transitie van het huidige landbouwsysteem naar een circulair systeem zonder onnodige verliezen. De provincie Utrecht gaat mee in deze ambitie van het Rijk, verwoord in de Landbouwvisie 2018, en heeft de doelen voor 2030 overgenomen., natuurinclusieve landbouw2 Natuur inclusieve landbouw: Bij natuur inclusieve bedrijven staat het streven naar een zorgvuldig gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het duurzaam beheren van de bodem en het minimaliseren van emissies centraal. Het accent ligt op een verantwoord gebruik van natuur en natuurlijke processen. Een productie op zodanige wijze dat de kwaliteit van de leefomgeving voor de mens toeneemt en de Utrechtse biodiversiteit wordt versterkt. en klimaatneutrale landbouw3Klimaat neutrale landbouw: Voor de realisatie van een klimaat neutrale landbouwsector vormt het landelijk (ontwerp) Klimaatakkoord het uitgangspunt. Bronaanpak van emissies is nadrukkelijk naar voren gekomen als gewenst actiepunt. Ook zijn afspraken gemaakt over landgebruik; onder andere maatregelen die veenoxidatie tegengaan., een en ander conform de transitiedoelen van de Landbouwvisie 2018. Bovendien kunnen ze bijdragen aan de uitdagingen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het NPLG brengt de opgaven op het gebied van water, natuur, stikstof en klimaat samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied.
    Een belangrijke boodschap uit de Kamerbrief over perspectief voor agrarische ondernemers van minister Staghouwer is dat de landbouw toekomst heeft in ons land, maar dat die landbouw er fundamenteel anders uit zal zien dan nu. Toekomst is er niet als geen rekening wordt gehouden met de impact van klimaatverandering en als de productie leidt tot uitputting van de bodem en het grond- en oppervlaktewater, of degradatie van ecosystemen. Omgekeerd is het zo dat een krachtige landbouwsector, die economisch sterk genoeg is om de omslag naar de kringlooplandbouw te maken, een voorwaarde en een deel van de oplossing is voor het realiseren van de natuur- en milieudoelen. De landbouw is niet alleen onmisbaar door voedselproductie, maar voorziet de samenleving ook van manieren om biodiversiteit te versterken, koolstof vast te leggen, het water vast te houden, de landschappelijke kwaliteit, de culturele identiteit en ons erfgoed recht te doen, en een gezonde leefomgeving voor mens en dier te bieden. Het is daarom ook van belang dat agrariërs de gelegenheid wordt geboden om de benodigde transities zelf mede vorm te geven.
    Transitie kan grofweg worden verdeeld in landschappelijke innovatie (extensiveren), technische innovatie of omschakelen naar nieuwe producten of diensten. We zetten met deze openstelling in op maatregelen die in deze drie transitieroutes passen. We denken dat de subsidiabele investeringen bestaan uit zogenaamde no-regret maatregelen of maatregelen die niet lijden tot een lock-in effect. Daarmee bedoelen we dat ongeacht de invulling van de gebiedsplannen en het NPLG, deze positieve investeringen zijn.
    Het innovatieve karakter van investeringen kan in sommige gevallen aanleiding zijn voor extra stimulering. Deze regeling zet in op de bredere uitrol van innovaties en modernisering bij een grotere groep landbouwondernemers. Wat de bredere uitrol van innovaties betreft is gekozen voor een investeringslijst waarmee bewezen innovaties gerangschikt zijn en waarop een brede groep aanvragers een subsidieverzoek kan indienen.
    Als basis van de investeringslijst is gekeken naar het Economisch Herstelfonds (EHF) – Subsidie voor groen-economisch herstel landbouw. In deze openstelling gaat het om de categorieën ‘Duurzame bedrijfsvoering’ en ‘Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw’.
    De lijst van investeringen draagt bij aan de volgende POP3-thema’s uit artikel 2.2.1 lid 2 van Verordening Subsidies POP3:
    - Verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;Het doel is om ondernemers te stimuleren nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen en de omschakeling naar nieuwe vormen van gecertificeerde teelten met specifieke kwaliteitskenmerken zoals streekproducten of biologisch te realiseren. Het moeten investeringen zijn die de transitie van de landbouw, zoals hierboven beschreven, bevorderen.
    - Maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);Het doel is om bovenwettelijke investeringen te stimuleren die emissies beperken en om het gebruik van grondstoffen op het bedrijf te beperken door toepassing van kringlooplandbouw zodat uiteindelijk EU-waterkwaliteitsdoelen kunnen worden gehaald. Emissievermindering speelt in alle sectoren, zoals de veehouderij
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 september 2018, nr. 81D89DC7, tot openstelling van de regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen uit de Verordening POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2018)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht;
    Gelet op artikel 1.3, 1.4 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende:
    dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector die bijdragen aan een duurzaam toekomstperspectief;
    dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling mede beogen doelen uit de Kaderrichtlijn Water te realiseren;
    dat Waterschap Vallei en Veluwe bereid is in zijn gebied de cofinanciering voor de watergerelateerde maatregelen op zich te nemen;
    Besluiten
    - Open te stellen: De regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3;
    - De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op maandag 24 september 2018 9:00 uur tot en met maandag 19 november 2018 17:00 uur;
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 2.724.000 waarvan € 1.612.000 uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 1.112.000 uit het provinciale meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland (AVP);
    - Dit subsidieplafond als volgt te differentiëren:Maximaal € 500.000 uit ELFPO te bestemmen voor de bredere uitrol van innovaties voor watergerelateerde maatregelen bestaande uit 100% ELFPO-middelen (modulatiemiddelen) uit bijlage 2 van dit besluit;Maximaal € 415.000 uit ELFPO en maximaal € 415.000 uit AVP te bestemmen voor de bredere uitrol van innovaties voor niet-watergerelateerde maatregelen uit bijlage 1 van dit besluit;Maximaal € 697.000 uit ELFPO en maximaal € 697.000 uit AVP te bestemmen voor de bredere uitrol van innovaties voor watergerelateerde maatregelen uit bijlage 2 van dit besluit;
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Definities
    In dit besluit wordt verstaan onder:
    - Verordening subsidies POP3: Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, inclusief alle wijzigingen op het oorspronkelijke besluit;
    - De brede uitrol van innovaties en modernisering: het stimuleren van investeringen door een grotere groep landbouwondernemingen in beproefde systemen, machines en installaties;
    - Niet-watergerelateerde maatregelen: maatregelen die bijdragen aan de landbouwvisie van de provincie Utrecht voor een meer circulaire, natuur inclusieve en klimaat neutrale landbouw (bijlage 1);
    - Watergerelateerde maatregelen: maatregelen die bijdragen aan de doelen uit Richtlijn 2000/60/EG – Kaderrichtlijn water (bijlage 2).
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    In afwijking van artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3, het eerste lid kan subsidie worden verstrekt per aanvraag voor:
    - de bredere uitrol van innovaties voor niet-watergerelateerde maatregelen binnen de agrarische sector vermeld in bijlage 1; of
    - de bredere uitrol van innovaties voor watergerelateerde maatregelen binnen de agrarische sector vermeld in bijlage 2.
    
    Artikel 3 Subsidiabele kosten
    1..
    In afwijking van artikel 2.2.3 van de Verordening subsidies POP3 wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - kosten van adviseurs en ingenieurs voor het bedrijfsklaar maken of installeren van de investering;
    - kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware die verband houden met de investering.
    2..
    Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 van de Verordening subsidies POP3, bestaan uit personeelskosten, kosten derden en afschrijvingskosten. Bijdragen in natura komen niet voor subsidie in aanmerking.
    3..
    In afwijking van artikel 1.12, tweede lid van de Verordening subsidies POP3, wordt geen subsidie verstrekt voor voorbereidingskosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In afwijking van artikel 2.2.4 van de Verordening subsidies POP3 dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening 40% van de subsidiabele projectkosten, minimaal € 10.000, - en maximaal € 100.000, - te bedragen.
    
    Artikel 5 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15b en artikel 2.2.5 van de Verordening subsidies POP3 hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de lijsten in bijlage 1 en bijlage 2;
    2..
    Voor iedere aanvraag wordt een score vastgesteld op basis van het gemiddelde van de aangevraagde investeringscategorieën;
    3..
    De onder het tweede lid bedoelde score wordt met 1 punt opgehoogd indien de aanvraag betrekking heeft op een groep van landbouwers zoals bedoeld in artikel 6.
    
    Artikel 6 Aanvragers
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers of groepen van landbouwers. Onder groepen van landbouwers worden verstaan samenwerkingsverbanden van landbouwers zonder rechtspersoonlijkheid die voldoen aan de voorwaarden van artikel 1.6 van de Verordening subsidies POP3.
    
    Artikel 7 Aanvraag
    1..
    Onverminderd het gestelde onder artikel 1.7 van de Verordening subsidies POP3 geldt dat een aanvraag voor subsidie door een landbouwer of door een groep van landbouwers betrekking heeft op één van de twee categorieën activiteiten zoals bedoeld in artikel 2 en betreffende investeringslijsten, bijlage 1 dan wel bijlage 2;
    2..
    Per landbouwer kan maximaal twee keer subsidie worden verkregen waarbij het kan gaan om één aanvraag voor investeringen uit de eerste lijst (bijlage 1) en één aanvraag uit de tweede lijst (bijlage 2).
    3..
    Een landbouwer kan de aanvraag voor een investering slechts op één wijze indienen, hetzij als zelfstandige aanvrager hetzij als deelnemer in een samenwerkingsverband.
    
    Artikel 8 Bevoorschotting
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    
    Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/pop-3/procedure-aanvraag/.
    
    Artikel 10 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties in de agrarische sector provincie Utrecht 2018.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 september 2018.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    Secretaris.
    
    Bijlage 1 Investeringslijst niet-watergerelateerde maatregelen
    Nr. | Investeringscategorie | Punten
    POP3 Thema: Investeringen in activiteiten die betrekking hebben op het volgende thema uit artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3:c. maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    Provinciaal doel: Circulaire landbouw
    1 | Systemen en materieel voor het verwerken en toepassen van organisch restmateriaal; niet zijnde mest op bedrijfsniveau:Investeringen in materieel voor het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. | ToelichtingBinnen de circulaire economie wordt nuttige toepassing van reststoffen binnen de bedrijfskringloop nagestreefd. Deze investeringen beogen een nuttige toepassing als bodemverbeteraar van organische producten die niet voor menselijke consumptie of diervoer geschikt zijn.Subsidiabele onderdelen & activiteiten- Het dient te gaan om investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal. Een gewone grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk is niet subsidiabel. Materieel voor het composteren en verwerken van organisch restmaterieel en een baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel zijn wel subsidiabel. Het kan gaan om investeringen op bedrijfsniveau of op niveau van een groep boeren. Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt, zijn niet subsidiabel. | 8
    POP3 Thema: Investeringen in activiteiten die betrekking hebben op het volgende thema uit artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3:d. klimaatmitigatie (vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door een zuiniger energiegebruik, reductie van het gebruik van fossiele energie door omschakeling op hernieuwbare energie, productie van hernieuwbare energie) | Punten
    Provinciaal doel: Reductie uitstoot CO2 door energiebesparing
    2 | Systemen voor optimalisatie van het energiegebruik op het landbouwbedrijf door gebruik te maken van energieopslag. | Toelichting:Met een investering in energieopslag kan de bestaande duurzaam opgewekte elektriciteit (zonnestroom) op het bedrijf optimaal worden ingezet voor het grootgebruik (elektrische boilers, de melkmachine, de melkkoeling, ventilatoren of een groot verlichtingssysteem). Ook door aanschaf van landbouwwerktuigen die ingezet kunnen worden voor de opslag van duurzaam opgewekte energie kan elektriciteit worden opgeslagen. De aanvrager moet aan kunnen tonen dat er op het bedrijf energie uit zon of wind wordt opgewekt.Subsidiabele onderdelen & activiteiten- Accusystemen;- Elektrisch aangedreven landbouwwerktuigen zoals een elektrische shovel of transporter waarbij voor de opslag van energie een of meerdere accu’s worden toegepast;- Software voor de aansturing van het opslagsysteem;- Installatiewerkzaamheden. | 8
    3 | Zonnewarmtesystemen | ToelichtingZonnewarmtesystemen zorgen voor een besparing op het verwarmen van bijvoorbeeld spoelwater.Subsidiabele onderdelen & activiteiten- Zonnecollectoren;- Bevestigingsmaterialen;- Boiler;- Pomp;- Transportvloeistof;- Controller;- Installatiewerkzaamheden.Niet subsidiabele onderdelen- Vervanging van een bestaande boiler;- Cv-installatie;- Warmtepomp;- Radiatoren;- Leidingen. | 6
    POP3 Thema: Investeringen in activiteiten die betrekking hebben op het volgende thema uit artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3:f. verbetering van dierenwelzijn/diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;
    Provinciaal doel: verbetering van dierenwelzijn/diergezondheid
    4 | Koematras, waterbed | ToelichtingKoematrassen zorgen ervoor dat koeien gemakkelijk kunnen liggen en opstaan. Dit levert comfort voor de koe en minder stress en daardoor een betere gezondheid en minder (poot)blessures.Subsidiabele onderdelen en activiteiten:- Matrassen voor koeien om op te rusten.- Waterbedden voor koeien om op te rusten.- Montagekosten voor matrassen of waterbedden voor koeien.Niet subsidiabel:- Een stal met diepstrooiselinrichting of zandbedden;- Alle andere varianten op rustmogelijkheden voor dieren;- De stal 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 14 mei 2019, nr. 81EE78CA, tot openstelling van de regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen uit de Verordening POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht 2019)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht;
    Gelet op artikel 1.3, 1.4 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende dat:
    - Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP), de Landbouwvisie (2018) en de Samenwerkingsagenda Landbouw 1.0 (2019) te behalen, waaronder de bredere uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector die bijdragen aan de transitie naar een duurzame toekomst voor de landbouw.
    Besluiten
    - Open te stellen: De regeling fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3;
    - De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 27 mei 2019 9:00 uur tot 26 augustus 2019 17:00 uur;
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 6.500.000 waarvan € 3.250.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 3.250.000 uit Agenda Vitaal Platteland (AVP);
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Definities
    In dit besluit wordt verstaan onder:
    - Verordening subsidies POP3: Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, inclusief alle wijzigingen tot en met de laatste versie van 21 juni 2018;
    - De bredere uitrol van innovaties en modernisering: het stimuleren van investeringen door een grotere groep landbouwondernemingen in beproefde systemen, machines en installaties.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    In afwijking van artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3 kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties binnen de agrarische sector zoals opgenomen in de investeringslijst in bijlage 1.
    
    Artikel 3 Subsidiabele kosten
    1..
    In afwijking van artikel 2.2.3 van de Verordening subsidies POP3 wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - kosten van adviseurs en ingenieurs voor het bedrijfsklaar maken of installeren van de investering;
    - kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware die verband houden met de investering;
    - kosten van koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa.
    2..
    Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 van de Verordening subsidies POP3, bestaan uit personeelskosten, kosten derden en afschrijvingskosten. Bijdragen in natura komen niet voor subsidie in aanmerking.
    3..
    In afwijking van artikel 1.12, tweede lid van de Verordening subsidies POP3, wordt geen subsidie verstrekt voor voorbereidingskosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
    
    Artikel 4 Hoogte subsidie
    In afwijking van artikel 2.2.4 van de Verordening subsidies POP3 dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening 40% van de subsidiabele projectkosten en minimaal € 10.000 te bedragen. Maximaal bedraagt de subsidie € 100.000.
    
    Artikel 5 Rangschikking
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15, sub b en artikel 2.2.5 van de Verordening subsidies POP3 hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst in bijlage 1;
    2..
    Voor iedere aanvraag wordt een score vastgesteld op basis van het gemiddelde van de aangevraagde investeringscategorieën;
    3..
    De onder het tweede lid bedoelde score wordt met 1 punt opgehoogd indien de aanvraag betrekking heeft op een groep van landbouwers zoals bedoeld in artikel 7.
    
    Artikel 6 Aanvragers
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers of groepen van landbouwers. Onder groepen van landbouwers wordt verstaan samenwerkingsverbanden van landbouwers zonder rechtspersoonlijkheid die voldoen aan de voorwaarden van artikel 1.6 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 provincie Utrecht.
    
    Artikel 7 Aanvraag
    1..
    Een landbouwer kan de aanvraag voor een investering slechts op één wijze indienen: hetzij als zelfstandige aanvrager, hetzij als deelnemer in een samenwerkingsverband. Een aanvraag kan uit maximaal drie investeringen bestaan.
    2..
    In afwijking van artikel 1.7 van de Verordening subsidies POP3 zijn de bepalingen uit dit artikel zoals genoemd in lid 2f, onderdeel 2 (probleemanalyse) én lid 3 (meerjarenbegroting met liquiditeitsplanning en overzicht van te onderscheiden fasen) niet van toepassing.
    
    Artikel 8 Bevoorschotting
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    
    Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 10 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 fysieke investeringen voor de bredere uitrol van innovaties in de agrarische sector provincie Utrecht 2019.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 14 mei 2019 .
    Gedeputeerde Staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    Secretaris,
    
    Bijlage 1 Investeringslijst
    Nr. | Investeringscategorie | Punten
    POP3 Thema: Investeringen in activiteiten die betrekking hebben op het volgende thema uit artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3:c. maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    Provinciaal doel: Circulaire landbouw
    1 | Systemen en materieel voor het verwerken en toepassen van organisch restmateriaal; niet zijnde mest op bedrijfsniveau:Investeringen in materieel voor het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan, met als doel het verhogen van bodemkwaliteit. | ToelichtingBinnen de circulaire economie wordt nuttige toepassing van reststoffen binnen de bedrijfskringloop nagestreefd. Deze investeringen beogen een nuttige toepassing als bodemverbeteraar van organische producten die niet voor menselijke consumptie of diervoer geschikt zijn.Subsidiabele onderdelen & activiteiten- Het dient te gaan om investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal. Een gewone grasmaaier die behalve voor het maaien van bermen ook gebruikt kan worden voor ander maaiwerk is niet subsidiabel. Materieel voor het composteren en verwerken van organisch restmaterieel en een baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel zijn wel subsidiabel. Het kan gaan om investeringen op bedrijfsniveau of op niveau van een groep boeren.Niet subsidiabel:Vergistingsinstallaties waarin mest of restmateriaal van buiten het bedrijf gebruikt wordt, zijn niet subsidiabel. | 8
    2 | Emissiearme vloeren voor stallen in de melkveehouderij | Emissiearme vloer voor stallen in de rundveehouderij en aanleg daarvan.Subsidiabele onderdelen en activiteiten:- De vloerdelen van de volgende typen:○ Rundveevloer MDV type A1.9: BWL 2010.30.V3, ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtflappen in de roosterspleten, met mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.10: BWL 2010.31.V4, ligboxenstal met roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag, met mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.13: BWL 2010.34.V5, ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.14: BWL 2010.35.V5, ligboxenstal met geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mest afstorten voorzien van afdichtflappen, met mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.21: BWL2013.01.V2, ligboxenstal met vlakke vloerplaten met tegelprofiel, hellende sleuven en regelmatige mest afstorten voorzien van afdichtflappen of -kleppen en mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.23: BWL2013.04.V2, ligboxenstal met geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langssleuven met urine-afvoergat en hellende dwarsgroeven, aaneengesloten gelegd of gescheiden door mest afstorten voorzien van emissiereductiekleppen, met mestschuif○ Rundveevloer MDV type A1.28: BWL2015.05 ligboxenstal met roostervloer, voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes met kleppen in de roosterspleten en met mestschuif.○ (Robot) Mestschuifsysteem en robot mestcollectors voor genoemde typen vloeren.○ Bijbehorende aanleg- en installatiekosten.Niet subsidiabel:- Fundering waarop vloer ligt.- Mestkelder.- Muren en dak stal.- Mestkanaal.- Sloopkosten oude vloer. | 7
    POP3 Thema: Investeringen in activiteiten die betrekking hebben op het volgende thema uit artikel 2.2.1 van de Verordening subsidies POP3:c. maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid).
    Provinciaal doel: Waterkwaliteit (KRW/N2000)
    3 A t/m H | Systemen voor precisielandbouw betreffende plaats specifieke bemesting, plaats specifieke gewasbescherming, plaats specifieke opbrengst meting of plaats specifieke bewatering inclusief GPS/GIS-apparatuur:A. systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt;B. voorzieningen ten behoeve van sleepslangbemesting. Inclusief maximaal 500 meter slang, GPS en automatische sectieafsluiting;C. systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas;D. automatische sectieafsluiting op zodenbemesters, zodeninjecteurs en bouwlandinjecteurs incl. GPS;E. machine voor toediening rijenbemesting, inclusief GPS en automatische sectie-afsluiting;F. systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt door vertaald in het doseren;G. systemen voor het meten van opbrengsten op oogst- en rooimachines;H. meetopstelling voor het volgen van tenminste het verloop van bodemtemperatuur, bodemvocht en geleidbaarheid in landbouwgrond. | ToelichtingVloeibare meststoffen zijn nauwkeuriger te doseren dan vaste meststoffen. Met de eis dat de meststoffen in de bodem moeten worden toegediend wordt voorkomen dat toediening gepaard gaat met onnodige ammoniakemissie.Subsidiabele onderdelen en activiteiten:- Alle soorten precisiemeters;- Zowel zelfstandige werktuigen (zoals de spaakwielbemester) als opbouwmachines komen voor subsidie in aanmerking.Niet subsidiabel:- De tractor waaraan het systeem wordt gekoppeld. | 9
    4 A t/m C | Systemen voor vermindering van gebruik of de emissies van gewasbesche
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 4 september 2018, nr. 81D89DC8, tot openstelling van de regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen uit de Verordening POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 Fysieke investeringen voor de eerste uitrol van innovaties en modernisering van agrarische ondernemingen provincie Utrecht 2018)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht;
    Gelet op artikel 1.3, 1.4 en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende:
    dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder het stimuleren van innovaties in de agrarische sector die bijdragen aan een duurzaam toekomstperspectief;
    Besluiten
    - Open te stellen: De regeling fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3;
    - De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op maandag 24 september 9:00 uur tot en met maandag 19 november 2018 17:00 uur;
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 600.000,- waarvan € 300.000,- uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 300.000,- uit het provinciale Meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland (AVP).
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Definities
    In dit besluit wordt verstaan onder:
    - Verordening subsidies POP3: Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, inclusief alle wijzigingen op het oorspronkelijke besluit;
    - De eerste uitrol van innovaties en modernisering: het stimuleren van investeringen in innovatieve systemen, machines en installaties die net ontwikkeld zijn, maar nog niet tot zeer weinig worden toegepast binnen de agrarische sector in de provincie Utrecht.
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    In afwijking van artikel 2.2.1 eerste lid van de Verordening subsidies POP3 kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen voor de eerste uitrol van innovaties binnen de agrarische sector.
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de investering betrekking heeft op één of meer van de volgende thema’s:
    - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen, meerwaardecreatie;
    - beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen, verminderen van marktfalen;
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een emissievermindering van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);
    - klimaatmitigatie (vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door een zuiniger energiegebruik, reductie van het gebruik van fossiele energie door omschakeling op hernieuwbare energie, productie van hernieuwbare energie);
    - klimaatadaptatie (door het tegen gaan van dan wel het verminderen van de effecten van grotere watertekorten en -overschotten en toenemende verzilting);
    - verbetering van dierenwelzijn/diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;
    - behoud en versterking van biodiversiteit en omgevingskwaliteit.
    
    Artikel 3 Aanvragers
    Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers of groepen van landbouwers.
    Onder groepen van landbouwers wordt verstaan een samenwerkingsverband van landbouwers zonder rechtspersoonlijkheid dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.6 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 provincie Utrecht.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - kosten voor koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening subsidies POP3, te weten: kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs, kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied en kosten van haalbaarheidsstudies;
    - kosten voor projectmanagement en projectadministratie;
    - kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - kosten van verwerking van octrooien, licenties, auteursrechten of merken;
    - voorbereidingskosten, als bedoeld in de artikelen 1.12 lid 3 en lid 4 van de Verordening subsidies POP3, indien zij zijn gemaakt binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.
    2..
    Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 1 van de Verordening subsidies POP3, bestaan uit personeelskosten, kosten derden en afschrijvingskosten. Bijdragen in natura komen niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 5 Hoogte subsidie
    1..
    De subsidie bedraagt 40 % van de subsidiabele kosten.
    2..
    In aanvulling op artikel 2.2.4 van de Verordening subsidies POP3 dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening minimaal € 25.000,- en maximaal € 200.000,- te bedragen.
    
    Artikel 6 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15a en artikel 2.2.5 van de Verordening subsidies POP3 worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 2 bedoelde subsidiabele investeringen:
    - Mate van de effectiviteit van de activiteit, door te bezien in welke mate de investering bijdraagt aan het doel/ de doelstellingen van de openstelling.
    - Haalbaarheid/kans op succes, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de kwaliteit (ervaring, opleiding) die gesteld wordt aan de projectleider;het realiteitsgehalte van het projectplan;de betrokkenheid van relevante partijen bij de ontwikkeling;realiteitsgehalte van de planning, opzet en begroting;geïdentificeerde risico’s en maatregelen om deze te beheersen.
    - Mate van innovativiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de aard van de innovatie;het vernieuwende karakter van de innovatie.
    - Mate van efficiëntie, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de redelijkheid van de opgevoerde kosten in relatie tot de resultaten van het project;in hoeverre op een goede manier gebruik wordt gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen).
    2..
    De beoordeling van de selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    - Het aantal punten voor de mate van effectiviteit wordt als volgt bepaald:Het effect op de doelstelling is:i.zeer gering0 punten,ii.gering1 punt,iii.matig2 punten,iv.voldoende3 punten,v.goed4 punten,vi.zeer goed5 punten.
    - Het aantal punten voor haalbaarheid/kans op succes wordt als volgt bepaald:De mate van haalbaarheid is:i.zeer gering0 punten,ii.gering1 punt,iii.matig2 punten,iv.voldoende3 punten,v.goed4 punten,vi.zeer goed5 punten.
    - Het aantal punten voor de mate van innovativiteit wordt als volgt bepaald:De mate van innovativiteit is:i.zeer gering0 punten,ii.gering1 punt,iii.matig2 punten,iv.voldoende3 punten,v.goed4 punten,vi.zeer goed5 punten.
    - Het aantal punten voor de mate van efficiëntie wordt als volgt bepaald:De mate van efficiëntie is:i.zeer gering0 punten,ii.gering1 punt,iii.matig2 punten,iv.voldoende3 punten,v.goed4 punten,vi.zeer goed5 punten.
    
    Artikel 7 Puntensystematiek
    1..
    Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3. Op basis van de onder artikel 6 bepaalde selectiecriteria en de weging zoals bedoeld in het tweede lid, wordt iedere investering beoordeeld. Deze score wordt in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per aanvraag wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis deze methodiek.
    2..
    De weging van de in artikel 6 bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten
    a. | Mate van effectiviteit | 3 | 0 - 5
    b. | Haalbaarheid/kans op succes | 2 | 0 - 5
    c. | Mate van innovativiteit | 4 | 0 - 5
    d. | Mate van efficiëntie | 1 | 0 - 5
    3..
    Het maximum aantal punten is 50.
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 30 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. innovativiteit, 2. mate van effectiviteit, 3. kans op succes/haalbaarheid, en 4. efficiëntie.
    6..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het vijfde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
    
    Artikel 8 Bevoorschotting
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    
    Artikel 9 Weigeringsgrond
    Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager voor dezelfde investeringen of delen van investeringen ook subsidie heeft aangevraagd bij de openstelling ‘Fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector provincie Utrecht’.
    
    Artikel 10 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/pop-3/procedure-aanvraag/
    
    Artikel 11 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 Fysieke investeringen voor de eerste uitrol van innovaties en modernisering van agrarische ondernemingen provincie Utrecht 2018
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van, 4 september 2018.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Voorzitter,
    Secretaris.
    
    Toelichting
    Inleiding
    Om de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse landbouw te handhaven en te versterken is een blijvende investering in innovatie en modernisering van de landbouw noodzakelijk. Door deze investeringen kan de concurrentiekracht van de sector worden verhoogd.
    In het kader van het Europese Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) kan de provincie Utrecht maatregelen openstellen ter stimulering van deze innovatie en modernisering. Met dit openstellingsbesluit kunnen landbouwers projectvoorstellen indienen om voor een Europese subsidie in aanmerking te komen.
    Met deze regeling ‘Fysieke investeringen voor de eerste uitrol van innovaties en modernisering van agrarische ondernemingen’ wil de provincie Utrecht agrariërs uitdagen om met investeringsprojecten te komen die een meerwaarde bieden voor de ontwikkeling van hun bedrijf en een bijdrage leveren aan een duurzame landbouw. De uitdaging is om maatwerk te kunnen leveren voor het eigen landbouwbedrijf (of voor een groep landbouwers) waarbij gebruik wordt gemaakt van net ontwikkelde innovaties. Hiermee hoopt de provincie innovaties te stimuleren in de groep van de zogenaamde koplopers.
    Voor investeringen die een bewezen effect hebben wordt verwezen naar de openstelling ‘Fysieke investeringen voor brede uitrol van innovaties en modernisering in de agrarische sector’, die gelijktijdig met deze regeling wordt opengesteld.
    Alle thema’s, zoals in de Verordening subsidie POP3 genoemd (artikel 2.2.1, l
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.