Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Subsidie verbeteren leefgebied icoonsoorten Zuid-Holland 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

Organisaties en initiatiefnemers die projecten uitvoeren gericht op verbetering van het leefgebied van icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via zuid-holland.nl
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Projectsubsidie voor activiteiten gericht op substantiële verbetering van het leefgebied van icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland. Doelstelling is vergroting van biodiversiteit en realisering van ecologisch waardevolle verbindingen. Beoordeling op basis van urgentie, effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie.

Voor wie is het bedoeld?

Organisaties en initiatiefnemers die projecten uitvoeren gericht op verbetering van het leefgebied van icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland.

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Natuurbeheer en biodiversiteitsbescherming in Zuid-Holland
  • Aanleg van ecologische verbindingen en stapstenen
  • Versterking van leefgebied voor geselecteerde icoonsoorten

Voorwaarden

  • Activiteiten gericht op substantiële verbetering van leefgebied van icoonsoorten of habitatrichtlijnsoorten
  • Bijdrage aan vergroting biodiversiteit van inheemse plant- en diersoorten
  • Realisering of versterking van ecologisch waardevolle verbindingen of stapstenen
  • Beoordeling op urgentie, effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Tender

Documenten

  • algemene_de-minimisverklaring_1.pdf · 5 pag.
    Toon documenttekst
    1
    Algemene de-minimisverklaring
    251202594_invulbaarform_minimisverklaring
    Gegevens
    Informatie over de onderneming
    Bedrijfsnaam 	:
    Inschrijfnummer KvK 	:
    NACE-classificatie1 	:
    Informatie over verbonden ondernemingen2
    Bedrijfsnaam 	:
    Inschrijfnummer KvK 	:
    NACE-classificatie 	:
    Bij meerdere verbonden ondernemingen voegt u een overzicht met informatie over de verbonden ondernemingen
    bij de verklaring.
    1 	De NACE-classificatie bestaat uit de eerste vier cijfers van de SBI-code. Vul bij meerdere SBI-codes de code in van de specifieke activiteit waarvoor de minimis
    steun wordt aangevraagd met behulp van deze verklaring.
    2 	Zie uitleg onder: Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening).
    Lees eerst de uitleg voordat u de verklaring invult.
    -- 1 of 5 --
    2
    Verklaring
    Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de genoemde onderneming en eventueel verbonden ondernemingen als
    bedoeld in de algemene de-minimisverordening (aankruisen wat van toepassing is):
    o geen de-minimissteun is verleend
    • 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is niet eerder
    de-minimissteun verleend.
    o wel de-minimissteun is verleend, maar het drempelbedrag niet wordt overschreden
    • 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is eerder de-minimissteun
    (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag van in totaal €
    Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.
    • 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd.
    o al andere staatssteun is verleend voor dezelfde in aanmerking komende kosten
    • 	Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in
    totaal €
    • 	Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of een besluit van de
    Europese Commissie d.d.
    • 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd.
    Daarnaast verklaart ondergetekende om onmiddellijk melding te doen bij de overheidsinstantie waar de steunaan-
    vraag is ingediend, indien de onderneming vóór de ontvangst van de aan deze verklaring verbonden verlenings-
    beschikking/overeenkomst etc.3 alsnog de-minimissteun, of voor dezelfde in aanmerking komende kosten andere
    staatssteun, ontvangt.
    Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
    Naam functionaris en functie 	:
    Datum 	:
    Handtekening 	:
    Naam functionaris en functie4 	:
    Datum 	:
    Handtekening5
    Adres onderneming 	:
    Postcode en plaatsnaam 	:
    3 	De-minimissteun kan op diverse manieren verleend worden, niet alleen in de vorm van direct geld/een subsidie. Zo kan ook (de-minimis)staatssteun
    verleend worden in de vorm van leningen of garanties met bijbehorende overeenkomsten i.p.v. besluiten/beschikkingen.
    4 	Bij private rechtspersonen is het bestuur in beginsel in zijn geheel tekenbevoegd (zie bijvoorbeeld art. 2:292 BW voor stichtingen). De statuten van een
    privaatrechtelijke rechtspersoon kunnen echter bepalen dat één bestuurder zelfstandig bevoegd is om te tekenen of dat er een gezamenlijke handtekening
    van twee of meer bestuurders is vereist om te tekenen. Voor dat laatste geval is een extra naam en handtekeningregel toegevoegd.
    5 	Idem.
    -- 2 of 5 --
    3
    Uitleg de-minimisverklaring
    Deze uitleg is een hulpmiddel bij het invullen van een de-minimisverklaring. Aan deze uitleg kunnen geen rechten
    worden ontleend. De Verordening (EU) Nr. 2023/2831 (hierna: de algemene de-minimisverordening) is bepalend.6
    Wanneer wordt de algemene de-minimisverordening gebruikt?
    De algemene de-minimisverordening is in beginsel van toepassing op steun aan ondernemingen7 in alle sectoren,
    maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren met name voor de landbouw- en visserijsector. Zo is
    de de-minimisverordening voor de landbouwsector van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de
    primaire productie van landbouwproducten, Steun aan ondernemingen in de landbouw- of visserijsector valt dus in
    beginsel buiten het bereik van deze verordening. De algemene de-minimisverordening is in bepaalde gevallen ook
    niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de verwerking en afzet van landbouwproducten,
    steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten en steun die afhangt
    van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen. Daarnaast valt compensatiesteun voor onder-
    nemingen die activiteiten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) uitvoeren buiten de reikwijdte van deze
    verordening.
    Steun kan verleend worden op basis van de algemene de-minimisverordening als:
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren in het geheel geen de-minimissteun heeft ontvangen.
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren de-minimissteun heeft ontvangen, opgeteld bij het
    bedrag van de huidige voorgenomen steun wordt hiermee echter het bedrag van € 300.000,- niet overschreden.
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de
    huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun heeft ontvangen. Deze andere steun, opge-
    teld met de huidige verlening mag er niet toe leiden dat de hoogste toepasselijke steunintensiteit of het hoogste
    toepasselijke steunbedrag wordt overschreden.
    De algemene de-minimisverordening en staatssteun
    De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen
    beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig
    voor een overheidsinstantie8 om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt,
    past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.
    In de de-minimisverordening regelt de Europese Commissie dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een
    bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet verval-
    sen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is bij de algemene de-
    minimisverordening gesteld op een bedrag van € 300.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming voor een periode van
    drie jaren. Steun die de genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’.
    Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de de-minimisverordening)
    Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een
    bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Onder de
    algemene de-minimisverordening wordt als één onderneming beschouwd alle ondernemingen die enige zeggen-
    schapsband met elkaar onderhouden. Het gaat om één van de volgende banden (artikel 2, tweede lid, van de alge-
    mene de-minimisverordening):
    • 	één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een an-
    dere onderneming;
    • 	één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthou-
    dend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
    • 	één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op
    grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde
    onderneming;
    6 	Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2024 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende
    de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
    7 	Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het aanbieden van
    goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet van belang. Daarbij kunnen
    zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet
    relevant.
    8 	Hier valt onder: de centrale overheid (een ministerie), de provincie, gemeente, waterschap of een van de (uitvoerings)organisaties die (namens hen) steun
    verlenen.
    -- 3 of 5 --
    4
    • 	één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met
    andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggen-
    schap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van die onderneming.
    • 	Ondernemingen die indirect (via een of meer andere ondernemingen) een van de bovenstaande banden onder-
    houden, worden ook als één onderneming beschouwd.
    Bedrag van de de-minimissteun
    Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming de de-
    minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende de drie voorafgaande jaren enige
    vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent
    u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van een
    gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer
    worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan leiden tot terugvor-
    dering van de verleende steun. Een onjuist ingevulde verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebe-
    schikking wordt ingetrokken en eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevor-
    derd, wanneer blijkt dat andere steun is verleend waardoor het de-minimisplafond wordt overschreden.
    Bij het invullen van de verklaring worden brutobedragen vóór aftrek van belastingen gebruikt. Behalve om subsidie-
    verlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere
    prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen etc. Onder
    voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en garanties. Als u twijfelt of andere steun die
    u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheidsinstan-
    tie van wie u de steun heeft ontvangen.
    De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak
    op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald. Dit bete-
    kent concreet de datum waarop een besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld
    het aangaan van een lening of garantstelling) aan uw onderneming is genomen.
    Samenloop met andere staatssteun
    Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun al
    staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de al-
    gemene groepsvrijstellingsverordening,9 de landbouwgroepsvrijstellingsverordening,10 de visserijvrijstellingsverorde-
    ning11 of het vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van DAEB’s12 valt. Het totaalbedrag
    van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maximale percentages en bedragen niet overschrijden die op
    basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan.
    Een onjuist ingevulde verklaring kan daarom als gevolg hebben dat de subsidiebeschikking wordt ingetrokken en
    eventueel verleende steun, inclusief onrechtmatigheidsrente, wordt teruggevorderd, wanneer blijkt dat andere steun
    is verleend waardoor in strijd met de cumulatieregels wordt gehandeld. Als u twijfelt of bepaalde steun die u hebt
    ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheidsinstantie van
    wie u de steun heeft ontvangen.
    Het bewaren van gegevens
    De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening terug laten vorderen. De
    mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de) Nederland(se overheidsinstantie) infor-
    matie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige steun.
    De overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt
    9 	Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
    met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    10 Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en
    in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt
    verenigbaar worden verklaard.
    11 	Verordening (EU) Nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 December 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de
    productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking
    van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    12 	Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
    Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch
    belang belaste ondernemingen.
    -- 4 of 5 --
    5
    – in een dergelijk geval aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan
    die activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u ook op grond van de algemene
    administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren.13 Let wel, in afwijking van de voornoemde
    artikelen hanteert de Europese Commissie een langere termijn van tien jaar.14
    De-minimis register (eAidregister)
    Nederland is verplicht om bij het verlenen van de-minimis steun bepaalde informatie, zoals het toegekende steunbe-
    drag en de identificatie van de begunstigde, vast te leggen in een openbaar toegankelijk centraal Europees register:
    het eAidregister. De informatie moet uiterlijk twintig werkdagen na de verlening van de steun worden ingevoerd en
    blijft tien jaar in het register staan. Door middel van dit register controleert de overheidsinstantie of het plafond van
    €300.000,- per onderneming per drie jaar niet wordt overschreden voor de verlening van staatssteun op grond van
    de algemene de-minimisverordening. Voor steun verleend op basis van de algemene de-minimisverordening en op
    basis van de DAEB de-minimisverordening geldt de registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari
    2026. Voor steun verleend op basis van de de-minimisverordening voor de landbouwsectorlandbouw de-minimisver-
    ordening geldt de registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2027.
    Deze verklaring is bedoeld voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de registratie van de-minimissteun-
    verleningen in het register, in het bijzonder informatie over verbonden ondernemingen.
    13 	Artikel 2:10, eerste lid, BW (rechtspersonen) en artikel 3:15i BW (ondernemingen en vrije beroepsbeoefenaren).
    14 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag
    betreffende de werking van de Europese Unie.
    -- 5 of 5 --
  • de-minimisverklaring_voor_de_landbouwsector_1.pdf · 5 pag.
    Toon documenttekst
    1
    De-minimisverklaring voor de landbouwsector
    251202594_De-minimisverklaring voor de landbouwsector
    Gegevens
    Informatie over de onderneming
    Bedrijfsnaam 	:
    Inschrijfnummer KvK 	:
    NACE-classificatie1 	:
    Informatie over verbonden ondernemingen2
    Bedrijfsnaam 	:
    Inschrijfnummer KvK 	:
    NACE-classificatie 	:
    Bij meerdere verbonden ondernemingen voegt u een overzicht met informatie over de verbonden ondernemingen
    bij de verklaring.
    1 	De NACE-classificatie bestaat uit de eerste vier cijfers van de SBI-code. Vul bij meerdere SBI-codes de code in van de specifieke activiteit waarvoor de
    minimis steun wordt aangevraagd met behulp van deze verklaring.
    2 	Zie uitleg onder: Eén onderneming (verbonden ondernemingen voor de landbouw de-minimisverordening).
    Lees eerst de uitleg voordat u de verklaring invult.
    -- 1 of 5 --
    2
    Verklaring
    Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de genoemde onderneming en eventueel verbonden ondernemingen als
    bedoeld in de de-minimisverordening voor de landbouwsector (aankruisen wat van toepassing is):
    o geen de-minimissteun is verleend
    • 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is niet eerder
    de-minimissteun verleend.
    o wel de-minimissteun is verleend, maar het drempelbedrag niet wordt overschreden
    • 	In de 36 maanden voorafgaand aan de datum van ondertekening van deze verklaring is eerder de-minimissteun
    (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag van in totaal €
    Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.
    • 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd.
    o al andere staatssteun is verleend voor dezelfde in aanmerking komende kosten
    • 	Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in
    totaal €
    • 	Deze staatssteun is verleend op grond van een vrijstellingsverordening, kaderregeling of een besluit van de
    Europese Commissie d.d.
    • 	De stukken waarop dit gebaseerd is, moet u kunnen overleggen als hierom wordt gevraagd.
    Daarnaast verklaart ondergetekende om onmiddellijk melding te doen bij de overheidsinstantie waar de steunaan-
    vraag is ingediend, indien de onderneming vóór de ontvangst van de aan deze verklaring verbonden verlenings-
    beschikking/overeenkomst etc.3 alsnog de-minimissteun, of voor dezelfde in aanmerking komende kosten andere
    staatssteun, ontvangt.
    Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:
    Naam functionaris en functie 	:
    Datum 	:
    Handtekening 	:
    Naam functionaris en functie4
    Datum 	:
    Handtekening5
    Adres onderneming 	:
    Postcode en plaatsnaam 	:
    3 	De-minimissteun kan op diverse manieren verleend worden, niet alleen in de vorm van direct geld/een subsidie. Zo kan ook (de-minimis)staatssteun
    verleend worden in de vorm van leningen of garanties met bijbehorende overeenkomsten i.p.v. besluiten/beschikkingen
    4 	Bij private rechtspersonen is het bestuur in beginsel in zijn geheel tekenbevoegd (zie bijvoorbeeld art. 2:292 BW voor stichtingen). De statuten van een
    privaatrechtelijke rechtspersoon kunnen echter bepalen dat één bestuurder zelfstandig bevoegd is om te tekenen of dat er een gezamenlijke handtekening
    van twee of meer bestuurders is vereist om te tekenen. Voor dat laatste geval is een extra naam en handtekeningregel toegevoegd.
    5 	Idem.
    -- 2 of 5 --
    3
    Uitleg de-minimisverklaring voor de landbouwsector
    Deze uitleg is een hulpmiddel bij het invullen van een de-minimisverklaring. Aan deze uitleg kunnen geen rechten
    worden ontleend. Verordening (EU) Nr. 1408/2013 voor de-minimissteun in de landbouwsector (hierna: de-minimis-
    verordening voor de landbouwsector) is bepalend.6
    Voor welke steun wordt geen gebruik gemaakt van de de-minimisverordening voor de landbouwsector?
    De algemene de-minimisverordening is in beginsel van toepassing op steun aan ondernemingen7 in alle sectoren,
    maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren, met name voor de landbouw- en visserijsector Zo
    is de de-minimisverordening voor de landbouwsector van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in
    de primaire productie van landbouwproducten, met uitzondering van onder meer steun waarvan het bedrag wordt
    vastgesteld op basis van de prijs of de hoeveelheid van de op de markt gebrachte producten, steun voor werkzaam-
    heden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten, steun die afhangt van het gebruik van
    binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen, etc.8 Ondernemers vallen dus niet in elk geval onder de Algemene
    De-minimisverordening. Steun aan ondernemingen in de landbouw- of visserijsector valt in beginsel onder de speci-
    ale de-minimisverordening voor elk van deze sectoren.
    Steun kan verleend worden op basis van de de-minimisverordening voor de landbouwsector als:
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren in het geheel geen de-minimissteun heeft ontvangen.
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren de-minimissteun heeft ontvangen, opgeteld bij het be-
    drag van de huidige voorgenomen steun wordt hiermee echter het bedrag van € 50.000,- niet overschreden.
    • 	uw onderneming gedurende de drie voorafgaande jaren voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de
    huidige voorgenomen steun reeds andere vormen van staatssteun heeft ontvangen. Deze andere steun, opge-
    teld met de huidige verlening mag er niet toe leiden dat de hoogste toepasselijke steunintensiteit of het hoogste
    toepasselijke steunbedrag wordt overschreden.
    De de-minimisverordeningen en staatssteun
    De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen
    beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig
    voor de overheid9 om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen
    de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.
    In de de-minimisverordeningen regelt de Europese Commissie dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot
    een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet
    vervalsen en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het VWEU. Deze drempel is bij de de-mini-
    misverordening voor de landbouwsector gesteld op een bedrag van € 50.000,-. Dit bedrag geldt per onderneming
    voor een periode van drie jaren. Steun die de genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als
    ‘de-minimissteun’.
    Eén onderneming
    Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Het kan voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een
    bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Onder de
    de-minimisverordening voor de landbouwsector wordt als één onderneming beschouwd alle ondernemingen die
    enige zeggenschapsband met elkaar onderhouden. Het gaat om één van de volgende banden (artikel 2, tweede lid,
    van de de-minimisverordening voor de landbouwsector):
    • 	één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een an-
    dere onderneming;
    • 	één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthou-
    dend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
    6 	Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
    werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector.
    7 	Een onderneming in Europeesrechtelijke zin is een eenheid die een economische activiteit uitoefent. Een economische activiteit is het aanbieden van
    goederen en diensten op de markt. De rechtsvorm van deze eenheid of de wijze waarop zij wordt gefinancierd is hierbij niet van belang. Daarbij kunnen
    zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen een onderneming vormen. Dat er geen winstoogmerk is (zoals bij een stichting) is niet
    relevant.
    8 	Zie artikel 1, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 1408/2013.
    9 	Hier valt onder: de centrale overheid (een ministerie), de provincie, gemeente, waterschap of een van de (uitvoerings)organisaties die (namens hen) steun
    verlenen.
    -- 3 of 5 --
    4
    • 	één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op
    grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde
    onderneming;
    • 	één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met
    andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggen-
    schap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onder-
    neming.
    • 	ondernemingen die indirect (via een of meer andere ondernemingen) een van de bovenstaande banden onder-
    houden, worden ook als één onderneming beschouwd.
    Bedrag van de de-minimissteun
    Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige subsidieverlening voor uw onderneming de de-
    minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende de drie voorafgaande jaren enige
    vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent
    u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van
    een gemeente of een ministerie: alle de-minimissteun telt mee. Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep
    meer worden gedaan op de de-minimisverordeningen. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan leiden tot
    terugvordering van de verleende steun. Bij het invullen van de verklaring worden brutobedragen vóór aftrek van
    belastingen gebruikt. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden,
    de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van
    directe of indirecte belastingen etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en
    garanties. Als u twijfelt of andere steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover
    contact opnemen met de overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak
    op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald. Dit bete-
    kent concreet de datum waarop een besluit tot subsidieverlening (of verlening van een voordeel door bijvoorbeeld
    het aangaan van een lening of garantstelling) aan uw onderneming is genomen.
    Samenloop met andere staatssteun
    Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun al
    staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de al-
    gemene groepsvrijstellingsverordening,10 de landbouwgroepsvrijstellingsverordening,11 de visserijvrijstellingsverorde-
    ning12 of het vrijstellingsbesluit over de compensatie van kosten voor het beheer van DAEB’s13 valt. Het totaalbedrag
    van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maximale percentages en bedragen niet overschrijden die op
    basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan.
    Als u twijfelt of bepaalde steun die u hebt ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact
    opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.
    Het bewaren van gegevens
    De Europese Commissie kan onrechtmatige steun nog gedurende tien jaar na de verlening laten terugvorderen.
    De mogelijkheid bestaat dan ook dat de Europese Commissie naderhand bij (de) Nederland(se overheidsinstantie)
    informatie opvraagt over hoe de steun is besteed om na te kunnen gaan of er wellicht sprake is van onrechtmatige
    steun. De overheidsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen kan – indien zij zelf niet over die informatie beschikt
    – in een dergelijk geval aan u vragen om documenten waarmee kan worden aangetoond dat de steun besteed is aan
    die activiteiten waarvoor deze is verleend. Het gaat daarbij dan om documenten die u ook op grond van de algemene
    administratie- en bewaarverplichting voor ondernemers moet bewaren . Let wel, in afwijking van de voornoemde
    artikelen hanteert de Europese Commissie een langere termijn van tien jaar.
    10 Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
    met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    11 	Verordening (EU) Nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en
    in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt
    verenigbaar worden verklaard.
    12 	Verordening (EU) Nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 December 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de
    productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking
    van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    13 	Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
    Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch
    belang belaste ondernemingen.
    -- 4 of 5 --
    5
    De-minimis register (eAidregister)
    Nederland is verplicht om bij het verlenen van de-minimis steun bepaalde informatie, zoals het toegekende steunbe-
    drag en de identificatie van de begunstigde, vast te leggen in een openbaar toegankelijk centraal Europees register:
    het eAidregister. De informatie moet uiterlijk twintig werkdagen na de verlening van de steun worden ingevoerd en
    blijft tien jaar in het register staan. Door middel van dit register controleert de overheidsinstantie of het plafond van
    €50.000,- per onderneming per drie jaren niet wordt overschreden voor de verlening van staatssteun op grond van
    de de-minimisverordening voor de landbouwsector. Voor steun verleend op basis van de algemene de-minimisveror-
    dening en op basis van de DAEB de-minimisverordening geldt de registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend
    na 1 januari 2026. Voor steun verleend op basis van de de-minimisverordening voor de landbouwsector geldt de
    registratieplicht voor alle de-minimissteun verleend na 1 januari 2027.
    Deze verklaring is bedoeld voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de registratie van de-minimissteun-
    verleningen in het register, in het bijzonder informatie over verbonden ondernemingen.
    -- 5 of 5 --

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Verbeteren leefgebied icoonsoorten | Provincie Zuid-Holland 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    Lees voor 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    # Verbeteren leefgebied icoonsoorten
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Doelgroep
    
    
    
    
    
    
    Inwoner, Organisatie, Overheid 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Aanvraagperiode
    
    
    
    
    
    
    Gesloten (1 jun 2026 t/m 30 jun 2026) 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Totaal beschikbaar
    
    
    
    
    
    
    € 900.000,- 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Subsidie voor het beschermen van planten en dieren die hier van nature voorkomen
    
    
    
    De provincie Zuid-Holland is sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor het behouden en beschermen van de natuur. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat we inheemse planten en dieren beschermen en hun leefgebieden verbeteren. 
    
    Met deze subsidie willen we ervoor zorgen dat de natuur sterker wordt in onze provincie. Dat is in de eerste plaats goed voor de biodiversiteit, maar draagt er ook aan bij dat Zuid-Holland beter bestand wordt tegen het veranderende klimaat en zorgt voor een prettige plek om te wonen en werken. Natuur maakt het leven gezonder, mooier en is belangrijk voor de leefbaarheid van onze provincie. 
    
    Wil je hiermee helpen? Dan kun je een aanvraag doen voor deze subsidie Verbeteren leefgebied icoonsoorten 2026 (Groen Zuid-Holland 2016). 
    
    ## Subsidie aanvragen
    
    
    
    Je kunt deze subsidie aanvragen van 1 tot en met 30 juni 2026 en, als er na die periode nog geld over is, ook van 1 oktober tot en met 30 oktober 2026. 
    
    Heb je alle bijlagen die onder 'Nodig om een aanvraag te doen' staan? Klik dan hieronder op de knop 'Aanvragen particulieren' of 'Aanvragen organisaties’. Log in met eHerkenning of DigiD om een subsidie aan te vragen. 
    
    Lees meer informatie over hoe je een subsidie aanvraagt . 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    Aanvragen als organisaties 
    Aanvragen als particulier 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Waarvoor je deze subsidie kunt aanvragen
    
    
    
    Je kunt subsidie krijgen voor een van de volgende activiteiten: 
    
    
    Verbeteren van het leefgebied van een aantal plant- of diersoorten uit de volgende twee categorieën: 
    
    
    
    Soorten die belangrijk zijn voor onze provincie (‘icoonsoorten’) 
    Soorten met Europees belang (‘habitatrichtlijnsoorten’). 
    
    
    Het leefgebied van deze soorten kan in een stad of dorp liggen, maar ook op het platteland of in het buitengebied. Om het leefgebied te verbeteren richt je een gebied anders in, zodat deze meer geschikt wordt voor deze plant- of diersoorten. Dit kun je bijvoorbeeld doen door struiken of bomen te planten. Of je legt natuurvriendelijke oevers, poelen, rietpercelen, kruidenrijk grasland of een voedselbos aan. 
    
    ## Eisen voor de subsidie
    
    
    
    Voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend, is er altijd eerst een overleg nodig met inhoudelijk adviseurs van de provincie. Dan wordt besproken of het subsidieverzoek voldoet aan de voorwaarden van de subsidieregeling. 
    
    Neem hiervoor contact op met Anne Kleinjan ( [email protected] ) en/of Wout van der Slikke ( [email protected] ). 
    
    Bekijk artikel 8 van het openstellingsbesluit voor een compleet overzicht van alle eisen. 
    
    ## Beschikbaar per aanvrager
    
    
    
    Je krijgt maximaal 75% van de kosten die je maakt. Verder is er voor verschillende groepen een maximum: 
    
    
    Voor particulieren: € 10.000,- 
    Voor privaatrechtelijke personen, zoals een stichting, een vereniging of een B.V.: € 30.000,- 
    Voor publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals een gemeente of een waterschap: € 50.000,- 
    
    
    We geven geen subsidie minder dan € 5.000,-. 
    
    ## Nodig om een aanvraag te doen
    
    
    
    Met de aanvraag stuur je altijd mee: 
    
    Een plan van je project of activiteiten, inclusief de volgende gegevens: 
    
    
    Hoe verbetert je project of activiteit het gebied voor de planten en dieren die daar leven? Het gaat daarbij om dieren en planten die belangrijk zijn voor onze provincie (‘icoonsoorten’) en dieren en planten met Europees belang (‘habitatrichtlijnsoorten’). 
    Waarom heb je voor een bepaald gebied gekozen voor je project of activiteiten? 
    Welke bomen, struiken en/of planten ga je planten? 
    Op welke manier en hoelang ga je de resultaten van je activiteit meten? 
    Op welke manier ga je het gebied (laten) beheren? 
    Wat is je planning van de activiteiten? 
    
    
    Een berekening van de kosten (begroting). 
    
    Een ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring. Afhankelijk van je situatie stuur je 1 van de 2 verklaringen mee: 
    
    
    Verklaring voor algemeen economisch belang: hiermee verklaar je dat je in de afgelopen 3 belastingjaren maximaal € 300.000,- van de overheid hebt gekregen. 
    
    
    Algemene de-minimisverklaring (pdf, 110 kB) 
    
    
    Verklaring voor de landbouw: hiermee verklaar je dat je in de afgelopen 3 belastingjaren maximaal € 50.000,- van de overheid hebt gekregen. 
    
    
    de-minimisverklaring voor de landbouwsector (pdf, 108 kB) 
    
    Soms moet je ook andere informatie meesturen. Dit staat vermeld in het aanvraagformulier: 
    
    
    Een omgevingsvergunning voor de activiteit: een bewijs dat je toestemming hebt om je project uit te voeren; 
    Als de aanvrager geen eigenaar is van de grond waar de activiteit plaatsvindt, stuur je een document mee waarin staat dat de eigenaar toestemming geeft. 
    
    
    ## Beoordeling aanvraag
    
    
    
    We beoordelen alle complete aanvragen op 4 onderwerpen. Voor elk onderdeel geven we punten. Je kunt maximaal 5 punten per onderdeel krijgen. 
    
    
    Hoe belangrijk is je project? 
    Hoe effectief is je project? 
    Hoe haalbaar is je project? 
    Hoe efficiënt is je project? 
    
    
    Als er meer dan het beschikbare bedrag is aangevraagd, krijgen aanvragen met de meeste punten voorrang voor deze subsidie. 
    
    ## Na de aanvraag
    
    
    
    Je kunt eenvoudig alles rond je aanvraag volgen en regelen via  het subsidieportaal . 
    
    ## Contact
    
    
    
    Ben je van plan om een subsidie aan te vragen? Neem dan contact met ons op: Anne Kleinjan ( [email protected] ) en/of Wout van der Slikke ( [email protected] ). 
    
    Er zijn ook andere partijen die financieel kunnen bijdragen aan het planten van bomen en struiken in Zuid-Holland:  Lifeterra ,  MeerBomenNu  en  Trees for All . Als je wil weten wat er mogelijk is, neem dan contact met hen op. 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Wet- en regelgeving
    
    
    
    
    
    
    
    Openstellingsbesluit subsidie verbeteren leefgebied icoonsoorten Zuid-Holland 2026 
    Subsidieregeling Groen Zuid-Holland 
    Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 
    Meer over het Omgevingsbeleid, beleidsdoel 5-1 
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    
    ## Bijgewerkt
    
    
    
    
    2 juni 2026
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit subsidie verbeteren leefgebied icoonsoorten Zuid-Holland 2026
    Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
    Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 en de artikelen 1.3, vierde lid, en 1.4 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
    Overwegende dat:
    - de provincie Zuid-Holland verantwoordelijk is voor de bescherming en het behoud van gezonde populaties inheemse plant- en diersoorten en hier invulling aan geeft door in te zetten op het verbeteren van het leefgebied van icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten;
    - de provincie Zuid-Holland zich onderscheidt van andere provincies door onder meer het grote oppervlak aan stedelijk gebied;
    - natuurwaarden buiten natuurgebieden bijdragen aan het behalen van de natuurdoelen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn en daarmee bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat in Zuid-Holland;
    Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
    Openstellingsbesluit subsidie verbeteren leefgebied icoonsoorten Zuid-Holland 2026
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:
    - Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
    - autochtoon inheems plantmateriaal: bomen, struiken en planten die directe nakomelingen zijn van de planten die zich na de ijstijd spontaan hebben gevestigd in Nederland en zich via natuurlijke uitzaai of door kunstmatige vermeerdering uit lokaal plantmateriaal hebben vermeerderd;
    - bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
    - belangrijk weidevogelgebied: gebied waarin de dichtheid aan broedparen van grutto, tureluur, kievit of scholekster meer dan 30 paren per 100 hectare bedraagt, zoals weergegeven op kaart 16, in bijlage II van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
    - biodiversiteit: verscheidenheid van inheemse plant- en diersoorten die voorkomen in Zuid-Holland;
    - de-minimis voor de landbouwsector: Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 13 december 2023 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (Pb L, 2023/2831);
    - economische activiteit: het aanbieden van goederen of diensten op een markt waarop sprake is van concurrentie;
    - habitatrichtlijnsoorten: plant- en diersoorten opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit;
    - houtige landschapselementen: houtwal, houtsingel, elzensingel, bomenlaan, struweelhaag, struweelrand, knotbomenrij, solitaire knotboom, half- of hoogstamboomgaard of griendje of bosje;
    - icoonsoorten: plant- en diersoorten opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit;
    - inheemse soorten: alle planten- of boomsoorten die van oorsprong in het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort voorkomen;
    - kansrijk weidevogelgebied: gebied waar meer dan 15 maar minder dan 30 broedparen grutto's, tureluurs, kieviten of scholeksters per 100 hectare broeden;
    - landelijk gebied: gebied dat is gelegen buiten de grens van de bebouwde kom;
    - natuurgebied: Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied;
    - Natura 2000-gebied: natuurgebied aangewezen volgens de Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn;
    - Nederlandse Rassenlijst Bomen: hulpmiddel bij de aanleg van bos, landschappelijke beplantingen en openbaar groen;
    - Natuurnetwerk Nederland: natuurnetwerk Nederland (NNN) als bedoeld in artikel 2.11 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
    - onderneming: iedere eenheid die een economische activiteit uitoefent;
    - overige landschapselementen: kruidenrijke akkerrand, insectenrijk graslandrand, bloemenblok, keverbank, bloemdijk, zandwal en natte elementen zoals poel, natuurvriendelijke oever, rietzoom of klein rietperceel;
    - Reguliere de-minimis verordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352);
    - Srg: Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016;
    - stedelijk gebied: gebied dat is gelegen binnen de grens van de bebouwde kom;
    - voedselbos:een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen, zoals de vruchten, zaden, bladeren en stengels voor de mens als voedsel dienen;met aanwezigheid van: een kruinlaag van hogere bomen, minimaal drie andere vegetatielagen van respectievelijk lagere bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en ‘’klimplanten, en een rijk bosbodemleven;met een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 0,5 hectare;dat zich in het kader van deze subsidieregeling kenmerkt doordat geen gebruik wordt gemaakt van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen; enbestaat uit minimaal 50% inheemse soorten (bomen, struiken en ondergroei).
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestaties
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op de substantiële verbetering van het leefgebied van icoonsoorten of habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland.
    2..
    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan:
    - het vergroten van de biodiversiteit aan inheemse plant- en diersoorten (met name van provinciale icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten) door het aanleggen of inrichten van een gevarieerd leefgebied;
    - het realiseren of versterken van ecologisch waardevolle verbindingen of stapstenen in stedelijk of landelijk gebied.
    3..
    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.
    
    Artikel 3 Doelgroep
    Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt verstrekt aan natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen en publiekrechtelijke rechtspersonen.
    
    Artikel 4 Deelplafonds
    1..
    Voor subsidieverlening op grond van dit openstellingsbesluit gelden voor de aanvraagperioden, genoemd in artikel 5, gezamenlijk de volgende deelplafonds:
    - € 500.000,- voor activiteiten die plaatsvinden in landelijk gebied;
    - € 400.000,- voor activiteiten die plaatsvinden in stedelijk gebied.
    2..
    Subsidie wordt slechts verleend voor zover het voor de betreffende aanvraag geldende deelplafond niet is bereikt.
    3..
    Indien een activiteit plaatsvindt in zowel landelijk gebied als stedelijk gebied, wordt de activiteit voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als een activiteit die plaatsvindt in stedelijk gebied.
    
    Artikel 5 Aanvraagperioden
    In afwijking van artikel 2.3 van de Asv kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend in de volgende perioden:
    - van 1 juni tot en met 30 juni 2026;
    - van 1 oktober tot en met 30 oktober 2026.
    
    Artikel 6 De-minimis
    Subsidie aangevraagd door een onderneming wordt verleend met toepassing van de op de aanvrager van toepassing zijnde de-minimisverordening.
    
    Artikel 7 Weigeringsgronden
    In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:
    - de activiteit plaatsvindt binnen een natuurgebied;
    - de activiteit niet uitvoerbaar is vanwege wettelijke of praktische belemmeringen;
    - de activiteit niet past in het huidige landschap, rekening houdend met het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie;
    - de aanvrager niet de eigenaar van de grond is of door de eigenaar geen schriftelijke toestemming is gegeven;
    - het activiteitenplan in combinatie met de begroting niet realistisch is;
    - voor dezelfde activiteit op grond van deze of een andere subsidieregeling van de provincie Zuid-Holland subsidie is aangevraagd of verleend;
    - de activiteit mede de aanplant van invasieve exoten betreft;
    - de activiteit betrekking heeft op de aanleg van een voedselbos of houtige landschapselementen op een projectlocatie die is gelegen in een belangrijk weidevogelgebied;
    - de activiteit betrekking heeft op de aanleg van een voedselbos of houtige landschapselementen op een projectlocatie die is gelegen in een kansrijk weidevogelgebied, en die leidt tot een significante vermindering van het oppervlak, de kwaliteit of de samenhang van het weidevogelgebied;
    - de activiteit behoort tot het reguliere takenpakket van de aanvrager indien de aanvrager een publiekrechtelijke rechtspersoon is;
    - de aanvraag onvolledig is, of de verstrekte gegevens en documenten onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking;
    - de aanvraag op grond van artikel 11 minder dan 36 punten behaalt, of op één van de criteria nul punten scoort.
    
    Artikel 8 Subsidievereisten
    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
    - de activiteit verbetert het leefgebied van minimaal vier icoonsoorten of habitatrichtlijnsoorten substantieel;
    - bij het realiseren van beplanting, wordt voor minimaal 90% inheemse soorten gebruikt, vrij van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen;
    - bij het realiseren van houtige landschapselementen wordt bij voorkeur autochtoon inheems plantmateriaal gebruikt;
    - bij het realiseren van voedselbossen en half- en hoogstamboomgaarden wordt in het ontwerp en de aanleg in totaal voor minimaal 50% inheemse soorten gebruikt;
    - wanneer de activiteit binnen de bebouwde kom plaatsvindt, wordt deze gerealiseerd in de openbare ruimte, dan wel op een plaats die voor eenieder openbaar toegankelijk is;
    - na uitvoering van de activiteit is geborgd dat het resultaat hiervan gedurende een periode van ten minste 10 jaar duurzaam in stand wordt gehouden en gedurende die periode geen chemische gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast.
    
    Artikel 9 Subsidiabele kosten
    De volgende kosten komen voor de subsidie in aanmerking:
    - kosten voor begeleiding bij ontwerp, planvorming en realisatie van het project, tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten;
    - kosten voor het benodigde plantmateriaal of zaaigoed;
    - kosten voor graafwerkzaamheden, bodemverbetering, het planten van het plantmateriaal, leveringskosten;
    - kosten voor de aanschaf van wildgaaskokers en boompalen, en het aanbrengen van boompalen en het plaatsen van wildgaaskokers, tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten;
    - kosten voor nazorg, te weten inboet en noodzakelijke bewatering, gedurende twee plantseizoenen na aanplant, tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten;
    - kosten voor (ontwikkelings)beheer, tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 10 Subsidiehoogte
    1..
    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:
    - € 10.000,00 voor natuurlijke personen;
    - € 30.000,00 voor privaatrechtelijke rechtspersonen;
    - € 50.000,00 voor publiekrechtelijke rechtspersonen.
    2..
    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 5.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.
    
    Artikel 11 Rangschikking
    1..
    In afwijking van artikel 1.3 van de Srg worden volledige aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt op basis van de volgende beoordelingscriteria, die nader uitgewerkt zijn in bijlage 2 bij dit besluit:
    - de mate van urgentie;
    - de mate van effectiviteit van de activiteit;
    - de haalbaarheid van de activiteit;
    - de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit.
    2..
    Aan ieder criterium kunnen nul tot en met vijf punten worden toegekend. De rangschikking vindt plaats aan de hand van het totaal aantal punten die ingevolge het eerste en tweede lid aan de genoemde criteria worden toegekend, waarbij de aan de criteria toegekende punten worden vermenigvuldigd met de volgende wegingsfactoren:
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 4;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 3;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 3;
    - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 2.
    3..
    Aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van rangschikking, beginnend met de aanvraag die het hoogste aantal punten heeft behaald.
    4..
    Wanneer aan twee of meer aanvragen een gelijk aantal punte
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.