Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland – Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP 2026
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Voor samenwerkingsverbanden (gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven, natuur- en landschapsorganisaties) die integrale gebiedsplannen uitvoeren in de Zuid-Hollandse Delta.
Ook bekend als GLB-NSP Zuid-Holland 2026, Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP Zuid-Holland 2026, Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland, GLB 2023-2027 Zuid-Holland
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor de uitvoering van integrale gebiedsplannen in de Zuid-Hollandse Delta gericht op klimaat, milieu, biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw. Beschikbaar budget € 1.000.000 (43% Europese middelen, 57% provinciale middelen). Subsidie per aanvraag minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000.
Voor wie is het bedoeld?
Voor samenwerkingsverbanden (gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven, natuur- en landschapsorganisaties) die integrale gebiedsplannen uitvoeren in de Zuid-Hollandse Delta.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor uitvoering van gebiedsplan gericht op klimaatmitigatie en -adaptatie
- Financiering van duurzame landbouwinvesteringen en natuurherstel in Zuid-Holland
- Steun voor samenwerkingsprojecten tussen boeren, overheden en natuurorganisaties
- Bekostiging van innovaties in precisielandbouw en regeneratieve landbouw
Voorwaarden
- Aanvraag moet betrekking hebben op ten minste één van de drie Europese doelen (SO4 klimaat, SO5 duurzaam beheer natuurlijke hulpbronnen, SO6 biodiversiteit)
- Minimaal 75% van subsidie moet naar investeringen gaan; maximaal 25% naar management/proces
- Selectie op basis van onafhankelijke adviescommissie met selectiecriteria (ambitie, diversiteit partijen, draagvlak, effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid, urgentie)
- Minimaal 27 punten (60% van maximum 45 punten) vereist; minimaal 3 punten per criterium
- Gebiedsplan moet aansluiten bij Omgevingsvisie Zuid-Holland, Uitvoeringsagenda Landbouw en Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 1 mln
- Verdeling
- Tender
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000.”
Toon brontekst
Uitvoering integrale gebiedsplannen (GLB/NSP) | Provincie Zuid-Holland Lees voor # Uitvoering integrale gebiedsplannen (GLB/NSP) ## Doelgroep Organisatie ## Aanvraagperiode Gesloten (24 feb 2026 t/m 22 mei 2026) ## Totaal beschikbaar € 1.000.000,- ## Subsidie om samen met anderen een gebiedsplan uit te voeren om landbouw duurzamer te maken De provincie Zuid-Holland vindt het belangrijk dat landbouwgebieden duurzamer worden, ook in Zuid-Hollandse Delta. Daarom moedigen we samenwerkingen aan die voor dit gebied een integraal (compleet) gebiedsplan uitvoeren. Samenwerkingen kunnen subsidie krijgen voor verschillende activiteiten, zoals kennisbijeenkomsten, innovatie en fysieke (zichtbare) investeringen. Werk je hier samen met anderen aan? Dan kun je een aanvraag doen voor de subsidie Uitvoering integrale gebiedsplannen. Goed om te weten: De subsidie past bij de natuurinclusieve (zoals biologische en regeneratieve) landbouw en hoogtechnologische (precieze landbouw) thema’s uit de Uitvoeringsagenda Landbouw . Deze subsidie hoort bij het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en Nationaal Strategisch Plan (NSP). Meer informatie vind je op de overzichtspagina . ## Subsidie aanvragen Je kunt deze subsidie op dit moment niet aanvragen. ## Waarvoor je deze subsidie kunt aanvragen Je kunt subsidie krijgen voor het uitvoeren van complete (integrale) gebiedsplannen van een samenwerking. Dat betekent dat je deze subsidie voor meerdere activiteiten tegelijk kunt aanvragen. ## Eisen voor de subsidie Dit zijn een aantal eisen voor deze subsidie: Je bent deelnemer van de samenwerking. De samenwerking bestaat uit minimaal 2 landbouwers en 1 kennisaanbieder. Je activiteiten passen bij de Omgevingsvisie , Uitvoeringsagenda Landbouw en het Programma Landelijk Gebied van Zuid-Holland. Je bent uiterlijk 31 december 2028 klaar met je activiteiten. Bekijk het openstellingsbesluit voor een compleet overzicht van alle eisen. ## Beschikbaar per aanvrager In totaal is er voor 2026 € 1 miljoen subsidie beschikbaar. Je krijgt geen subsidie minder dan € 200.000,- of meer dan € 600.000,-. ## Nodig om een aanvraag te doen Op de website van de RVO vind je ook welke bijlagen je moet meesturen met je aanvraag. Gebruik de formats (voorbeelden) die je op die pagina vindt. ## Beoordeling aanvraag De RVO beoordeelt aanvragen met de criteria uit bijlage 1 van het openstellingsbesluit. Voor elk criterium kun je punten krijgen voor je project. Hoe meer punten je project heeft, hoe groter de kans op subsidie. Je krijgt geen subsidie als je project minder dan 27 punten haalt of als je project minder dan 3 punten haalt voor minimaal 1 criterium. ## Contact Wil je meer weten over deze subsidie? Neem dan gerust contact met ons op. Mail naar [email protected] . Wil je meer weten over het doen van je aanvraag? Neem dan contact op met de RVO. Mail naar [email protected] . ## Wet- en regelgeving Algemene subsidieverordening Zuid-Holland Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland Openstellingsbesluit ## Bijgewerkt 25 mei 2026
Toon brontekst
Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013 Gelet op de Regeling uitvoering NSP GLB 2023–2027 waarbij Gedeputeerde Staten zijn aangewezen als intermediaire instantie als bedoeld in artikel 123, vierde lid, van verordening 2021/2115; Overwegende dat de Europese Commissie op 13 december 2022 het Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027 heeft goedgekeurd; Besluiten vast te stellen de: Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; bruto jaarloon: bruto jaarsalaris, inclusief een niet-prestatiegebonden eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende CAO of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief (overige) vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten; Elfpo: Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van verordening 2021/2116; groep: groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; infrastructuur: wegen, vaarwegen of wandel- of fietspaden; integrale kostensystematiek: door de Minister van Economische Zaken en Klimaat goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies; interventie: een steuninstrument met een reeks subsidiabiliteitsvoorwaarden die in deze regeling nader zijn omschreven op basis van een interventietype waarin verordening 2021/2115 voorziet; kennisinstelling: - in onderdeel a, b, g of h van de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet; - andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; - geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde: openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a; onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden; - onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in onderdelen a tot en met c; landbouwbedrijf: alle voor landbouwactiviteiten gebruikte en door een landbouwer beheerde eenheden op het grondgebied van eenzelfde lidstaat; landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die landbouwproducten produceert als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd of die landbouwareaal in een staat houdt die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines; NSP: Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027; niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf; penvoerder: partij bij een samenwerkingsovereenkomst, die door de partijen bij die overeenkomst is aangewezen als de penvoerder van het project waarvoor de subsidie is aangevraagd en die zal optreden als indiener van de subsidieaanvraag en als rechtsgeldige vertegenwoordiger van de samenwerkende partijen in het samenwerkingsverband; productieve investering: investering in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van brutokapitaal en het scheppen van werkgelegenheid; samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten; verordening 2016/1012: Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij (PbEU 2016, L 171); verordening 2021/1060: Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231); verordening 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435); verordening 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435); verordening 2022/128: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie; verordening 2022/129: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/129 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van regels voor interventietypes voor oliehoudende zaden, katoen en bijproducten van de wijnbereiding krachtens Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad en voor de vereisten inzake informatie, bekendheid en zichtbaarheid aangaande steun van de Unie en de strategische GLB-plannen (PbEU 2022, L 20); watersysteem: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Artikel 1.2 Openstelling 1.. Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsbesluit vaststellen. 2.. Gedeputeerde Staten stellen per openstellingsbesluit vast: - één of meerdere deelplafonds; - per plafond een periode waarbinnen een aanvraag om subsidie moet zijn ontvangen. 3.. In het openstellingsbesluit kunnen Gedeputeerde Staten tevens nadere regels stellen met betrekking tot: - de categorieën van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen; - de thema’s waarop een activiteit betrekking moet hebben; - de categorieën van aanvragers; - de geografische begrenzing van de openstelling; - een drempel met betrekking tot de subsidiabele kosten; - de kostensoorten die voor subsidie in aanmerking komen; - de minimale of maximale hoogte van de subsidie; - vaste bedragen; - de verdelingswijze; - de gegevens of bescheiden die bij de aanvraag om subsidie, voorschot en deelbetaling, voortgangsverslag of vaststelling overgelegd moeten worden; - overige verplichtingen die aan een subsidieontvanger kunnen worden opgelegd. Artikel 1.3 Samenwerkingsverbanden 1.. Indien in deze regeling is bepaald dat een subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband, komen in geval van samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid slechts voor subsidie in aanmerking samenwerkingsverbanden: - waarvan de deelnemers natuurlijke personen of rechtspersonen, ieder met een andere eigenaar en niet in eigendom van een deelnemende natuurlijke persoon, zijn, en - die voldoen aan de concurrentieregels zoals die gelden krachtens de artikelen 206 tot en met 210 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad 2.. Indien een aanvraag namens de deelnemers aan een samenwerkingsverband wordt ingediend bevat de aanvraag om subsidie tevens: - een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst van de deelnemende partijen, waaruit onder meer blijkt dat de penvoerder door de deelnemende partijen aan het samenwerkingsverband is aangewezen om de aanvraag om subsidie in te dienen en bevoegd is de betaling te ontvangen; - de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen bevattende de baten en de lasten van de deelnemende partijen. 3.. Ingeval een subsidie wordt verstrekt aan een samenwerkingsverband worden onverschuldigde betaalde subsidiebedragen overeenkomstig artikel 4:57 van de Awb teruggevorderd bij iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband voor wat betreft het door de deelnemer ontvangen deel van de onverschuldigde betaalde subsidiebedragen. Artikel 1.4 Nationale cofinanciering De in deze regeling genoemde subsidiepercentages zijn inclusief nationale overheidsfinanciering, tenzij in een openstellingsbesluit anders is bepaald. Artikel 1.5 Weigeringsgronden algemeen Onverminderd het bepaalde in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb wordt subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien: - door aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is aangevraagd in dezelfde aanvraagperiode; - voor dezelfde activiteiten en subsidiabele kosten op grond van enige regeling reeds subsidie is verstrekt tot het op grond van deze regeling toegestane maximale subsidiepercentage of -bedrag; - de activiteiten niet overwegend plaatsvinden in provincie Zuid-Holland, tenzij de activiteiten of de resultaten ervan aantoonbaar ten goede komen aan ingezetenen van provincie Zuid-Holland, of de activiteiten of de resultaten daarvan aantoonbaar op enigerlei wijze het belang van de provincie Zuid-Holland dienen; - in het opstellingsbesluit de benodigde nationale overheidsfinanciering als bedoeld in artikel 1.4, niet of niet volledig beschikbaar is gesteld en de aanvraag niet voorzien is van een bijdrageverklaring of een subsidiebeschikking voor de benodigde resterende nationale overheidsfinanciering; - de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de relevante voorschriften inzake staatssteun van de Europese Unie; - ten aanzien van de subsidieaanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat, volgend op een eerdere beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard; - de activiteiten een voorziene negatieve uitwerking hebben op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren, te weten dieren die in het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf worden gehouden in verband met de produc […tekst ingekort]
Toon brontekst
Besluit van gedeputeerde staten van 3 februari 2026, PZH-2025-884915136 (DOS-2023-0000342) tot vaststelling van het Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP Zuid-Holland 2026) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 6 van Hoofdstuk 2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland; Overwegende dat gedeputeerde staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Nationaal Strategisch Plan te behalen; Overwegende dat het wenselijk is om in de Zuid-Hollandse Delta het transitiespoor uit de Uitvoeringsagenda landbouw van biologische en regeneratieve initiatieven te verbinden en ook het hoogtechnologische transitiespoor (robotisering en precisielandbouw) in de landbouw te ondersteunen en daarmee de innovatie- en kennisagenda op beide sporen te versterken en uit te bouwen om de transitie naar een meer verduurzaamde landbouw vaart te geven en boeren meer in hun kracht te zetten en mogelijkheden te bieden; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP Zuid-Holland 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder: - Regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland; - Zuid-Hollandse Delta: deelgebieden Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee, IJsselmonde, Eiland van Dordrecht, Voorne-Putten zoals benoemd in het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied Artikel 2 Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b, van de Regeling. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvraag betrekking heeft op ten minste één van de doelen als bedoeld in artikel 2.6.1, tweede lid, van de Regeling. Artikel 3 Integraal gebiedsplan Een integraal gebiedsplan als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Regeling bestaat uit minimaal één van de maatregelen, genoemd in artikel 2.6.2 van de Regeling. Artikel 4 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden verstrekt aan de deelnemers van een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, van de Regeling. Artikel 5 Samenwerkingsverband In aanvulling op artikel 2.6.4 van de Regeling bestaat een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, van de Regeling tenminste uit twee landbouwers en tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2 van de Regeling. Artikel 6 Aanvraagvereisten 1.. Een aanvraag om subsidie voldoet aan de aanvraagvereisten, bedoeld in de artikelen 1.6 en 2.6.5, tweede lid, van de Regeling. 2.. In aanvulling op het eerste lid bestaat een aanvraag uit een uitwerking van hoe de activiteiten aansluiten bij het provinciaal beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Zuid-Holland met bijbehorende Uitvoeringsagenda Landbouw en het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied (ZHPLG). Artikel 7 Weigeringsgronden 1.. Artikel 2.6.6, tweede en derde lid, van de Regeling is van toepassing. 2.. In aanvulling op het eerste lid wordt een aanvraag om subsidie geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die wordt uitgevoerd buiten de Zuid-Hollandse Delta. Artikel 8 Aanvraagperiode 1.. In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland, worden subsidieaanvragen ingediend van 24 februari 2026 om 09:00 tot en met 22 mei 2026 tot 17:00 uur. 2.. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel 9 Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 8, eerste lid, vast op € 1.000.000, bestaande uit: - € 939.265 bestaande uit 43% Europese middelen en 57% provinciale middelen; - € 60.735 aanvullende nationale financiering bestaande uit provinciale middelen. Artikel 10 Subsidiabele kosten 1.. Kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Regeling komen voor subsidie in aanmerking. 2.. De subsidiabele kosten worden berekend overeenkomstig artikel 2.6.7 van de Regeling, waarbij de tarieven, bedoeld in artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van Regeling niet van toepassing zijn. Artikel 11 Niet subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.10 van de Regeling is artikel 2.6.8 van de Regeling van toepassing. Artikel 12 Hoogte subsidie 1.. Artikel 2.6.9, tweede tot en met het vierde lid, van de Regeling is van toepassing. 2.. De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 200.000 en maximaal € 600.000. Artikel 13 Selectiecriteria 1.. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder b, van de Regeling, in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Regeling geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria: Selectiecriterium | Wegings-factor | Te behalen punten | Maximum per criterium a | Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen | 2 | 0-5 | 10 b | Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen | 1 | 0-5 | 5 c | Draagvlak voor het gebiedsplan | 1 | 0-5 | 5 d | Effectiviteit van de activiteit | 2 | 0-5 | 10 e | Efficiëntie van uitvoering van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 f | Haalbaarheid van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 g | Mate van urgentie van de activiteit | 1 | 0-5 | 5 Maximumaantal te behalen punten | 45 2.. Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid. 3.. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Regeling wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 27 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald of als op een selectiecriterium minder dan 3 punten is behaald. Artikel 14 Verplichtingen 1.. Artikel 2.6.11 van de Regeling is van toepassing. 2.. In aanvulling op artikel 2.6.11 van de Regeling dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 31 december 2028 afgerond te zijn. Artikel 15 Voortgangsverslag, deelbetaling en inhoudelijk verslag 1.. De subsidieontvanger is verplicht minimaal een keer per uitvoeringsjaar van het gebiedsplan te rapporteren over de voortgang waarin in ieder geval de tot dan toe bereikte resultaten worden vermeld. 2.. Een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Regeling een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan. 3.. Een inhoudelijk verslag bij vaststelling van de subsidie bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.21 van de Regeling een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan. Artikel 16 Subsidie-arrangement Arrangement 3 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, artikel 1.18, derde lid, en artikel 1.21 van de Regeling is van toepassing. Artikel 17 Voorschot Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 1.17 van de Regeling. Artikel 18 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 19 Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2029. Artikel 20 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie uitvoering integrale gebiedsplannen GLB-NSP Zuid-Holland 2026. Den Haag, 3 februari 2026 Gedeputeerde staten van Zuid-Holland drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris mr. A.W. Kolff, voorzitter Bijlage 1 – Beoordelingsaspecten per selectiecriterium Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie voor de uitvoering van gebiedsplannen toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de in dit openstellingsbesluit opgenomen selectiecriteria. Ambitieniveau De ambitie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten: - Blijkt uit de ambitie van het gebiedsplan een gebiedsgerichte, integrale aanpak? Hoe is de gebiedsopgave beschreven: in hoeverre zijn gezamenlijk gevoelde problemen en uitdagingen in een afgebakend gebied omschreven waarbij de ambitie is geformuleerd om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor deze uitdagingen? In hoeverre spelen landbouwers en de landbouw hierin een rol? - Is het gebiedsplan passend binnen de doelen van provinciale, waterschaps- en gemeentelijke omgevingsvisies, -plannen en (beleids)programma’s; wat is de ambitie van het gebiedsplan om aan deze doelen bij te dragen? Denk aan de doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit en bredere doelen als sociaaleconomische versterking en het versterken van de landbouwstructuur. Wordt integraal bijgedragen aan de ZHPLG doelen? - Wat zijn de ambities van de betrokken landbouwers? Het gebiedsplan moet in elk geval de continuïteit en duurzaamheid van de landbouw borgen. - De duurzaamheid van de landbouw wordt enerzijds hightech ingevuld met precisielandbouw en robotisering, anderzijds wordt ook uitdrukkelijk het agro ecologische spoor aangespoord om te reageren. Een combinatie van deze twee is ook mogelijk. Aandachtspunten natuurinclusief/biologisch-regeneratief spoor Het natuurinclusieve en regeneratieve spoor draagt bij aan het herstel van biodiversiteit en bodemkwaliteit in de Zuid-Hollandse Delta. Door biologische en regeneratieve landbouwmethoden te stimuleren, wordt de veerkracht van het agrarisch systeem versterkt en wordt bijgedragen aan de waterkwaliteit en het klimaat. Deze aanpak sluit aan bij de lopende initiatieven in de Zuid-Hollandse Delta en biedt kansen voor verbinding tussen natuur en landbouw. Met de innovatie- en kennisagenda kan kennisuitwisseling en samenwerking tussen ondernemers worden gestimuleerd om de omschakeling te versnellen. Zo wordt gewerkt aan een toekomstbestendige landbouw die economisch rendabel is en tegelijkertijd bijdraagt aan natuurherstel en een gezonde leefomgeving. Aandachtspunten high-tech spoor Het hoogtechnologische spoor is een belangrijk transitiespoor uit de uitvoeringsagenda landbouw om hoogproductieve landbouw te verduurzamen. Met behulp van deze high-tech kunnen gewassen worden geteeld met vrijwel geen emissies. Daarnaast kan high-tech de afhankelijkheid van benodigde inputs, zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, verminderen. Met deze openstelling wordt het hoogtechnologische kennislandschap voor de akkerbouw in Zuid-Holland versterkt, waar onderwijs, onderzoek en praktijk samenkomen om innovaties te versnellen. Zo zetten worden ondernemers in hun kracht gezet en wordt hen hen de mogelijkheden geboden om deze verduurzaming te realiseren. Diversiteit van het samenwerkingsverband De diversiteit van het samenwerkingsverband: welke partijen investeren samen in oplossingen voor de gebiedsopgave die is opgenomen in het gebiedsplan? Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten: - Nemen, naast landbouwers, voor de beschreven gebiedsopgave relevante gebiedspartijen deel zoals overheden, collega-ondernemers, terrein beherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties, kennispartijen, grondeigenaren? Of anderzijds betrokken partijen, zoals boerenorganisaties, landgoedeigenaren, ketenpartners, adviseurs of burgers? - Hoe divers is de samenstelling van de samenwerking? Wat is de toegevoegde waarde van iedere afzonderlijke partner en hoe vullen zij elkaar aan in de samenwerking? Waarom zijn dit de juiste partners voor de gezamenlijke uitvoering van het gebiedsplan? Wordt over meerdere sectoren samengewerkt? - In hoeverre dragen alle partners de kosten en investeringen voor het plan, welke financiële bijdragen leveren alle partners zelf? Draagvlak voor het gebiedsplan Het draagvlak voor de uitvoering van het gebiedsplan wordt beoordeeld door te kijken naar of de uitvoering van het gebiedsplan obstakelvrij is. In samenhang met de volgende aspecten wordt het draagvlak voor het gebiedsplan als […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.