Samenwerking voor innovaties EIP provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Operationele groepen en samenwerkingsverbanden in de landbouw die innovatieprojecten uitvoeren gericht op duurzame landbouw.
Ook bekend als POP3 Samenwerking voor innovaties EIP, EIP-AGRI
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor operationele groepen en innovatieprojecten gericht op nieuwe verdienmodellen voor natuurinclusieve, klimaatneutrale of kringlooplandbouw in provincie Utrecht. Minimale subsidie € 50.000, maximaal € 300.000 per project.
Voor wie is het bedoeld?
Operationele groepen en samenwerkingsverbanden in de landbouw die innovatieprojecten uitvoeren gericht op duurzame landbouw.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor innovatieproject in duurzame landbouw
- Operationele groep oprichten voor natuurinclusieve landbouw
- Financiering voor kringlooplandbouw of klimaatneutrale landbouw
Voorwaarden
- Minimaal € 50.000 subsidiabele kosten per project
- Maximaal € 300.000 subsidie per project
- Project moet gericht zijn op nieuwe verdienmodellen voor natuurinclusieve, klimaatneutrale of kringlooplandbouw
- Operationele groep moet worden opgericht volgens artikel 1.6 en 2.8.1 van de Verordening
- Onderzoeksresultaten moeten worden verspreid
- Maximaal 1 keer per jaar bevoorschotting op basis van realisatie
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Maximaal kan € 300.000,- subsidie worden verstrekt”
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 juni 2021, nr. 8226A93D, tot openstelling van de regeling Samenwerking voor innovaties in het kader van het Europees Partnerschap voor Innovatie (EIP) uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht; geconsolideerde versie 29-04-2021 (Openstellingsbesluit POP3 Samenwerking voor innovaties EIP provincie Utrecht 2021) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op de artikelen 1.3, 1.4 en paragraaf 8 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht; Overwegende dat: - Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving; - Voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties in de landbouw projectmatige samenwerkingsverbanden meerwaarde kunnen bieden; - Onder een innovatie hier verstaan wordt, een idee met succes in de praktijk brengen, waarbij het gaat om een nieuw of significant verbeterd product, dienst, methode of procedé; - Het ontwikkelen en praktijkrijp maken van een product, dienst, methode of procedé gericht op de doelen uit de Landbouwvisie 2018 en de Samenwerkingsagenda Landbouw 2019, te weten nieuwe verdienmodellen voor natuurinclusieve landbouw, kringlooplandbouw of klimaatneutrale landbouw. Besluiten: - Open te stellen: De regeling Samenwerking voor innovaties EIP provincie Utrecht 2021 als bedoeld in paragraaf 8 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (geconsolideerde versie 29-04-2021) - verder te noemen de Verordening; - Dat aanvragen kunnen worden ingediend van 5 juli 2021 09.00 uur tot en met 24 september 2021 17.00 uur; - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 829.000 waarvan € 414.500 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 414.500 uit het AVP; - De volgende nadere regels vast te stellen: Artikel 1 Subsidiabele activiteiten 1.. In aanvulling op artikel 2.8.2 van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor: - Partners die een operationele groep, zoals bedoeld in artikel 1.6 en 2.8.1 onderdeel b van de Verordening, willen oprichten voor het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op nieuwe verdienmodellen voor natuurinclusieve, klimaatneutrale landbouw of kringlooplandbouw of voor; - De uitvoering van een concreet innovatieproject in dit kader in de provincie Utrecht. 2.. De in het eerste lid bedoelde subsidiabele activiteiten zijn gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie en sluiten aan bij één of meerdere van de volgende thema’s: - Verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie; - Maatregelen die leiden tot een geringer grondstofgebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen. - Klimaatmitigatie; - Behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit. 3.. De subsidie wordt niet opengesteld voor activiteiten samenhangend met de thema’s vermeld in onderdeel b, e en f uit artikel 2.8.2 lid 2 van de Verordening. Artikel 2 Subsidiabele kosten 1.. In aanvulling op artikel 2.8.6 van de Verordening kunnen subsidiabele kosten slechts bestaan uit de volgende kostentypen, als bedoeld in artikel 1.12 van de Verordening: - personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening; - kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; - bijdragen in natura voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1.11 van de Verordening; - onbetaalde eigen arbeid; - afschrijvingskosten. 2.. Bij de berekening van alle overige totale kosten (totale kosten minus personeelskosten) kan gekozen worden voor de vereenvoudigde kostenoptie zoals bepaald in artikel 1.12b van de Verordening. Artikel 3 Hoogte subsidie 1.. Artikel 2.8.8 lid 2 en 3 van de Verordening is niet van toepassing op de in artikel 2.8.2 van de Verordening en artikel 1 van dit besluit bedoelde activiteiten. 2.. In aanvulling op artikel 2.8.8 dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening per project minimaal € 50.000,- te bedragen. Maximaal kan € 300.000,- subsidie worden verstrekt. Artikel 4 Rangschikking 1.. Gedeputeerde Staten rangschikken aanvragen op basis van selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, onderdeel a en artikel 1.15a van de Verordening. 2.. De weging van de in artikel 2.8.9 van de Verordening opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium a. | Effectiviteit | 3 | 0-5 | 15 b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 4 | 0-5 | 20 c. | lnnovativiteit | 3 | 0-5 | 15 d. | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10 Maximumaantal te behalen punten | 60 3.. Overeenkomstig artikel 1.15a, vijfde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 36 punten heeft behaald. Artikel 5 Adviescommissie Gedeputeerde Staten stellen voor de rangschikking van de subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 3 een adviescommissie in als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening. Artikel 6 Bevoorschotting 1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie; 2.. Gedeputeerde Staten verlenen geen voorschotten vooruitlopend op de realisatie. Artikel 7 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 8 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 Samenwerking voor innovaties EIP provincie Utrecht 2021. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 15 juni 2021. Gedeputeerde Staten van Utrecht Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen Toelichting Inleiding POP3 maatregel Samenwerking voor innovaties Uit de sterkte- en zwakteanalyse van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) blijkt dat de Nederlandse agrosector — het geheel van toelevering, verwerking en distributie van agrarische goederen — zich heeft ontwikkeld tot een speler van wereldformaat, getuige de sterke exportpositie. Deze exportpositie kon mede ontstaan door sterk geïntegreerde agrarische ketens, een goed samenspel tussen onderwijs, onderzoek en voorlichting én een intensieve productiewijze. De keerzijde is dat dit gepaard gaat met een verlies aan biodiversiteit, een toenemende druk op het milieu en een groeiende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen. De grootschalige en intensieve productiewijze van de Nederlandse landbouw leidt tot ongewenste externe effecten voor milieu, landschap en samenleving. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is duidelijk sprake van een verlaging van de milieudruk. Toch zal het halen van verschillende milieudoelstellingen de komende jaren vragen om vele inspanningen. De strategie van POP3 richt zich daarom op een realistische, ambitieuze groene groeistrategie. Deze strategie combineert het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie met het verbeteren van het milieu. Kennisoverdracht en innovatie zijn hierbij essentieel en tevens een prioriteit vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie, waar het POP3 onderdeel van uit maakt. De POP3 maatregel ‘Samenwerking voor innovaties’ ondersteunt samenwerkingsverbanden, gericht op het uitvoeren van innovatieprojecten. Met een innovatie wordt een proces bedoeld waarbij een idee met succes in de praktijk wordt gebracht. Het kan daarbij gaan om de toepassing van een nieuw of verbeterd product, dienst, methode of procedé. Ook het proces om te komen tot samenwerking en om samen een keuze te maken welke innovatie leidt tot de realisatie van doelen, valt binnen deze maatregel. Natuurinclusieve landbouw De notie groeit, zowel binnen als buiten de agrarische sector, dat een natuurinclusieve landbouw nodig is. In de Landbouwvisie 2018, Landbouw met Perspectief, van de Provincie Utrecht is het streven naar een natuurinclusieve grondgebonden landbouw één van de speerpunten. De doelen van de Provincie Utrecht zijn: - De Utrechtse boeren produceren op een zodanige wijze dat de kwaliteit van de leefomgeving voor de mens toeneemt en de Utrechtse biodiversiteit wordt versterkt; - Natuurinclusieve landbouw is een gangbaar verdienmodel voor de agrarische ondernemer. De opgave voor 2030 is dat ten minste de helft van de agrarische bedrijven in Utrecht natuurinclusief werkt: bij deze bedrijven staat het streven naar een zorgvuldig gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het duurzaam beheren van de bodem en het minimaliseren van emissies centraal. Het accent ligt daarbij op een verantwoord gebruik van natuur en natuurlijke processen (Samenwerkingsagenda Landbouw, 2019). Bij natuurinclusieve landbouw draait de bedrijfsvoering om boeren met biodiversiteit, het is daarbij breder dan het agrarisch natuurbeheer. In essentie is bij een natuurinclusief bedrijf de ecologie de basis en daarbij is biodiversiteit een sleutelkenmerk: in ras en gewas, in soorten en ecosystemen. Natuurinclusieve landbouw betekent dat de natuur een deel van het werk voor voedselproductie verzet. Dat begint bij de functionele biodiversiteit: een gezonde biodiverse bodem is de basis onder een natuurinclusief bedrijf, door het rijke bodemleven is de grond vruchtbaar en productief. Ook bovengronds is diversiteit belangrijk, bijvoorbeeld in de vorm van randen met waardplanten voor natuurlijke plaagbestrijders en bestuivers. Niet alleen in de perceelranden maar ook volvelds is er plek voor biodiversiteit, bijvoorbeeld in de vorm van kruidenrijk grasland of strokenteelten in de akkerbouw, door slimme combinaties van gewassen worden teelten van nature robuuster. Doordat bij natuurinclusieve landbouw de natuur een deel van het werk doet, bijvoorbeeld doordat het bodemleven de grond vruchtbaar houdt, omdat natuurlijke vijanden plagen aanpakken en door kringlopen te sluiten, is er minder gebruik nodig van externe inputs, zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen en daardoor zijn er ook minder emissies naar de omgeving. Hier ligt de relatie met kringlooplandbouw. Natuurinclusieve landbouw kun je zien als een vorm van kringlooplandbouw, maar waar bij kringlooplandbouw het accent ligt op het sluiten van de stofkringlopen door bijvoorbeeld het verwaarden van reststromen, ligt bij natuurinclusieve landbouw meer de nadruk op de ecosystemen: versterken van biodiversiteit en zorg voor natuur en landschap. Met natuurinclusieve landbouw moet natuurlijk ook geld verdiend kunnen worden en het moet economisch rendabel zijn. Er zijn drie categorieën verdienmodellen te onderscheiden: - Door meer natuurgericht te produceren kan het bedrijfsresultaat worden verbeterd o.a. doordat minder externe inputs nodig zijn (krachtvoer, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en dierenartskosten). - Via de markt kunnen hogere prijzen behaald worden voor producten die natuurinclusief zijn geproduceerd, zowel binnen de bestaande ketens of door nieuwe (korte) ketens op te zetten. - Door naast voedsel ook de positieve effecten van natuurinclusieve landbouw (ecosysteemdiensten) te verwaarden, Onze doelstelling voor natuurinclusieve landbouw in 2030 is ambitieus. Daarom hebben we de afgelopen jaren via diverse POP3 openstellingen ingezet op de ontwikkeling van nieuwe concepten over kringlooplandbouw en natuurinclusiev […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.