POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Voor samenwerkingsverbanden van grondgebonden landbouwers en ketenpartijen die innovaties in de landbouw willen ontwikkelen en testen.
Ook bekend als POP-3 samenwerking, Openstellingsbesluit POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland 2017
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor samenwerkingsverbanden in de landbouwsector die innovaties ontwikkelen en testen gericht op verduurzaming. Financiering voor oprichting van samenwerkingsverbanden, projectplannen en uitvoering van innovatieprojecten. Totaal budget € 4.314.138.
Voor wie is het bedoeld?
Voor samenwerkingsverbanden van grondgebonden landbouwers en ketenpartijen die innovaties in de landbouw willen ontwikkelen en testen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor oprichting van een samenwerkingsverband in de landbouw
- Financiering voor gezamenlijke projectplannen rond duurzame innovaties
- Steun voor uitvoering van innovatieprojecten gericht op verduurzaming van landbouw
Voorwaarden
- Aanvraag moet betrekking hebben op oprichting van samenwerkingsverband en/of projectplan of uitvoering van innovatieproject
- Activiteit moet bijdragen aan één of meer thema's: kostenreductie naar meerwaarde, grondstoffengebruik/kringloop, of biodiversiteit/omgevingskwaliteit
- Beoordeling op basis van vier criteria: effectiviteit, kosteneffectiviteit, innovativiteit en haalbaarheid
- Samenwerkingsverbanden met meerdere grondgebonden landbouwers worden als effectiever beoordeeld
- 50% ELFPO-middelen, 50% provinciale middelen
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het deelplafond, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit 50% uit ELFPO middelen en voor 50% uit provinciale middelen.”
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van 16 mei 2017, PZH-2017-591889364 (DOS 2013-0010135) tot vaststelling van het Openstellingsbesluit POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland 2017 (Openstellingsbesluit POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland 2017) Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.3 van de Uitvoeringsregeling POP- 3 Zuid-Holland, Overwegende dat het wenselijk is samenwerkingsverbanden te stimuleren die innovaties in de landbouwsector ontwikkelen en testen met als doel de verduurzaming van de landbouwsector, Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland 2017 Artikel 1 Aanvraagperiode 1.. Een aanvraag voor subsidie, als bedoeld in paragraaf 2.7 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland kan worden ingediend in de periode van 12 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017. 2.. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel 2 Deelplafond 1.. Het deelplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt € 4.314.138,-. 2.. Het deelplafond, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit 50% uit ELFPO middelen en voor 50% uit provinciale middelen. Artikel 2a provinciale steun In afwijking van artikel 2 kan de subsidie volledig uit provinciale middelen bestaan indien: - de aanvraag op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 1.13a van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland, 19 punten of meer heeft behaald, en - er geen aanspraak gemaakt kan worden op de ELFPO middelen, bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland omdat de aanvrager of de activiteit niet als begunstigde respectievelijk subsidiabel worden aangemerkt op grond van Verordening (EU) Nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad. Artikel 3 Subsidiabele activiteit In afwijking van artikel 2.7.1 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland kan subsidie worden verstrekt voor: - de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan voor een innovatieproject gericht op innovatie mede ten behoeve van de grondgebonden landbouw; - het in een projectmatig samenwerkingsverband uitvoeren van een innovatieproject mede ten behoeve van de grondgebonden landbouw. Artikel 4 subsidievereiste 1.. In afwijking van artikel 2.7.6, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland heeft de activiteit betrekking op ten minste één van de volgende thema’s: - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie; - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen; - behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit. 2.. In aanvulling op artikel 2.7.6, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland, bestaat het op te richten samenwerkingsverband of het samenwerkingsverband uit ten minste een grondgebonden landbouwer en een partij uit de voedselketen of verwerkingsketen, niet zijnde een landbouwer. 3.. Tot de voedselketen, bedoeld in het tweede lid, behoren producenten en verwerkers van voedsel, distributeurs en retailers. 4.. Tot de verwerkingsketen, bedoeld in het tweede lid, behoren ondernemingen die landbouwproducten verwerken. Artikel 5 subsidiabele kosten - In aanvulling op artikel 2.7.7 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland komen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder a, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:kosten voor het werven van deelnemers en het schrijven van een projectplan;bijdrage in natura voor zover het onbetaalde eigen arbeid en onbetaalde arbeid van vrijwilligers betreft;personeelskosten. - In aanvulling op artikel 2.7.7 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland komen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder b, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:coördinatiekosten van het samenwerkingsverband; kosten voor het verspreiden van de resultaten van het project;bijdrage in natura voor zover het betreft onbetaalde eigen arbeid en onbetaalde arbeid van vrijwilligers voor de coördinatie van het samenwerkingsverband en het verspreiden van de resultaten van het project; personeelskosten voor de coördinatie van het samenwerkingsverband en het verspreiden van de resultaten van het project;operationele kosten voor het testen en ontwikkelen van een innovatie in de praktijk; bijdrage in natura voor zover het betreft onbetaalde eigen arbeid en onbetaalde arbeid van vrijwilligers voor het testen en ontwikkelen van een innovatie in de praktijk;personeelskosten voor het testen en ontwikkelen van een innovatie in de praktijk. - Indien voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, onder b, een investering wordt gedaan komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde;de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;de kosten van haalbaarheidsstudies;de kosten van verweving of ontwikkeling van computersoftware;de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;bijdrage in natura voor zover het betreft onbetaalde eigen arbeid, onbetaalde arbeid van vrijwilligers, gronden of onroerende goederen ; personeelskosten. Artikel 6 niet-subsidiabele kosten In afwijking van artikel 2.7.7, eerste lid, komen de kosten van tweedehands goederen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 7 Subsidiehoogte . - In afwijking van artikel 2.7.9, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland bedraagt de hoogte van de subsidie:100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid;70% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen a tot en met d;40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen e tot en met g, voor zover het operationele kosten van een productieve investering betreft;100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdelen e tot en met g, voor zover het operationele kosten van een niet-productieve investering betreft;40% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, voor zover het kosten van een productieve investering betreft;100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, voor zover het kosten van een niet-productieve investering betreft. 2.. Indien de aanvraag om subsidie betrekking heeft op de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op innovatie mede ten behoeve van de grondgebonden landbouw en toepassing van artikel 2.7.9 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 25.000,-, wordt de subsidie niet verstrekt. 3.. Indien de aanvraag om subsidie betrekking heeft op het in een projectmatig samenwerkingsverband uitvoeren van een innovatieproject mede ten behoeve van de grondgebonden landbouw en toepassing van artikel 2.7.9 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 50.000,-, wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 8 Selectiecriteria 1.. Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 2.7.10 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland de volgende criteria: - de mate van effectiviteit van de activiteit; - de kosteneffectiviteit; - de mate van innovatie; - de haalbaarheid van de activiteit. 2.. Voor ieder criterium, bedoeld in het eerste lid, kan een tot en met vier punten worden behaald. 3.. De criteria hebben de volgende wegingsfactoren: - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 2; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 2; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 3; - het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 3. 4.. Indien een aanvraag minder dan 24 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. 5.. Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. 6.. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. 7.. Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 8.. Indien de aanvragen als bedoeld in het zevende lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 9.. Indien de aanvragen als bedoeld in het achtste lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 10.. Indien de aanvragen als bedoeld in het negende lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d, a en b , wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag als eerste wordt gehonoreerd. Artikel 8a Bevoorschotting In afwijking van het artikel 1.19, derde lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op minimaal € 25.000,-. Artikel 9 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit is geplaatst. Artikel 10 Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2024. Artikel 11 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP-3 samenwerking duurzame innovaties landbouw Zuid-Holland 2017. Den Haag 16 mei 2017 drs, J. Smit, voorzitter drs. J.H. de Baas, Secretaris. Toelichting Algemeen Uit de SWOT-analyse in het Plattelandsontwikkelingsprogramma voor Nederland 2014-2020 (hierna: POP programma) blijkt dat de agrarische sector en de afzetketen hun kostenreductiestrategie zullen moeten verschuiven naar een meerwaardestrategie. Zo kan de concurrentiekracht worden behouden en kunnen de externe effecten voor milieu, landschap en samenleving worden verminderd. Veel spelers in de agrosector kenmerken zich door kleinschaligheid, initiatieven zijn vaak versnipperd. Samenwerking is noodzakelijk om nieuwe producten, diensten, markten en ketenmodellen te ontwikkelen, om zo zowel het rendement als het imago van de landbouwsector maar ook de omgevingskwaliteit te verbeteren. Het Ambitiedocument InovatieAgenda Duurzame Landbouw van de provincie Zuid-Holland en het POP programma sluiten goed op elkaar aan. In het Ambitiedocument InnovatieAgenda Duurzame Landbouw is het volgende opgenomen: “Samenwerking en gezamenlijke inzet is nodig om de negatieve effecten (onder andere verlies biodiversiteit, mindere leefomgevingskwaliteit en achteruitgang in kwaliteit van het cul […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.