Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant 2020-2023
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
MKB-ondernemingen actief in primaire landbouwproductie, onderzoeksdiensten, kennisoverdracht en promotie in de landbouwsector, alsmede onderzoeks- en kennisverspreiding organisaties, en samenwerkingsverbanden van deze partijen.
Waar is deze subsidie voor?
Projectsubsidies voor innovatieve activiteiten in de landbouw en tuinbouw in Noord-Brabant. Gericht op MKB-ondernemingen en onderzoeksorganisaties in de primaire productie, onderzoeksdiensten, kennisoverdracht, promotie en onderzoek. Subsidieplafond per periode tussen €250.000 en €500.000.
Voor wie is het bedoeld?
MKB-ondernemingen actief in primaire landbouwproductie, onderzoeksdiensten, kennisoverdracht en promotie in de landbouwsector, alsmede onderzoeks- en kennisverspreiding organisaties, en samenwerkingsverbanden van deze partijen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor innovatieve investeringen in landbouwbedrijven
- Financiering van onderzoeks- en adviesprojecten in de landbouw
- Ondersteuning van kennisoverdracht en voorlichtingsactiviteiten
- Promotie van landbouwproducten
- Onderzoeksprojecten in de landbouwsector
Voorwaarden
- Project mag niet reeds zijn gestart voordat aanvraag wordt ingediend
- Project mag geen grote gelijkenis vertonen met eerder gesubsidieerd project
- Aanvrager mag geen onderneming in moeilijkheden zijn
- Geen bevel tot terugvordering mag uitstaan
- Activiteiten moeten worden verricht conform de subsidieverplichtingen
- Bewijsstukken van gerealiseerde kosten moeten worden overlegd
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onder a, bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000 per jaar voor ten hoogste 3 jaren.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Doelgroep Artikel 3 Subsidievorm Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Artikel 5 Weigeringsgronden Artikel 6 Subsidievereisten Artikel 7 Subsidiabele kosten Artikel 8 Niet subsidiabele kosten Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 10 Subsidieplafond Artikel 11 Subsidiehoogte Artikel 12 Verdeelcriteria Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 14 Prestatieverantwoording Artikel 15 Bevoorschotting en betaling Artikel 16 Subsidievaststelling Artikel 17 Evaluatie Artikel 18 Intrekking Artikel 19 Overgangsrecht Artikel 20 Inwerkingtreding Artikel 21 Citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636787 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR636787/7 sluiten Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant 2020-2023 Geldend van 07-12-2022 t/m heden Intitulé Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant 2020-2023 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat de vereniging Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie en de provincie Noord-Brabant door middel van ondersteuning van innovatieve projecten een duurzame en in de maatschappij verankerde land- en tuinbouw willen bevorderen, zij middels het convenant Landbouw Innovatie Noord-Brabant 2020-2023 zijn overeengekomen de ondersteuning van dergelijke projecten gedurende die periode te continueren en het wenselijk is daartoe, mede gelet op het aantal wijzigingen, de Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant 2013 in te trekken en een nieuwe regeling vast te stellen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Asv : Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193); MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming die voldoet aan de criteria, bedoeld in bijlage 1 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening. Artikel 2 Doelgroep 1. Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onder a, kan worden aangevraagd door: a. MKB-ondernemingen die actief zijn in de primaire landbouwproductie; b. een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld onder a. 2. Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onder b, kan worden aangevraagd door: a. MKB-ondernemingen die aanbieder van onderzoeksdiensten of adviesverstrekker zijn; b. een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld onder a. 3. Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onder c, kan worden aangevraagd door: a. MKB-ondernemingen die activiteiten inzake kennisoverdracht of voorlichting aanbieden; b. een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld onder a. 4. Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onder d, kan worden aangevraagd door: a. MKB-ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector; b. een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld onder a. 5. Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onder e, kan worden aangevraagd door: a. organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding; b. een samenwerkingsverband van partijen als bedoeld onder a. 6. Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b, tweede lid, onder b, derde lid, onder b, vierde lid, onder b, of vijfde lid, onder b, geen rechtspersoonlijkheid bezit: a. wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband, waarbij dit, indien aanwezig, een deelnemer met rechtspersoonlijkheid is; b. draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Artikel 3 Subsidievorm Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die gericht zijn op het bevorderen van de ontwikkeling van een duurzame en in de maatschappij verankerde land- en tuinbouw, in de vorm van: a. met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in activa op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 14 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; b. marktonderzoek, productontwerp en productdesign of het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; c. kennisoverdracht en voorlichting als bedoeld in artikel 21 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; d. afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 24 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; of e. onderzoek en ontwikkeling in de landbouwsector als bedoeld in artikel 31 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening. Artikel 5 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: a. reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; b. het project grote gelijkenis vertoont met een project waarvoor reeds subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant, de Subsidieregeling landbouw innovatie Noord-Brabant 2013 of deze regeling; c. de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 14, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; of d. ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening uitstaat. Artikel 6 Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a. het project wordt hoofdzakelijk uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant; b. het project is gericht op het bevorderen van de ontwikkeling van een duurzame en in de maatschappij verankerde land- en tuinbouw, in de vorm van: 1°. met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in activa op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 14 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; 2°. marktonderzoek, productontwerp en productdesign of het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; 3°. kennisoverdracht of voorlichting als bedoeld in artikel 21 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; 4°. afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 24 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; of 5°. onderzoek of ontwikkeling in de landbouwsector als bedoeld in artikel 31 van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; c. het project levert een bijdrage aan ten minste twee van de volgende thema’s in de provincie Noord-Brabant: 1°. de verbetering van de fysieke leefomgeving; 2°. het tot waarde brengen van producten en diensten van het agrarische bedrijf door middel van nieuwe verdienmodellen of vernieuwende marktconcepten; 3°. de maatschappelijke inbedding van de landbouwsector of aantrekkelijk landbouwondernemerschap; d. het project heeft een innovatief karakter; e. het project heeft een reële slagingskans, onder meer gelet op het draagvlak binnen de landbouwsector en de betrokkenheid van ondernemers bij het project; f. het project is gericht op een praktijkrijp resultaat dat zich leent voor grootschalige toepassing; en g. aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: 1°. op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze regeling; en 2°. een sluitende en realistische begroting. Artikel 7 Subsidiabele kosten 1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, de volgende kosten in aanmerking: a. kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10% van de totale subsidiabele kosten; b. kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa; c. algemene kosten in verband met de uitgaven, bedoeld onder a of b; d. kosten van de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken; e. kosten van uitgaven voor niet-productieve investeringen in verband met de verwezenlijking van agromilieuklimaatdoelstellingen als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder d, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening. 2. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, de volgende kosten in aanmerking: a. kosten van marktonderzoek; b. kosten van productontwerp en productdesign; c. kosten voor het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening. 3. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder c, de volgende kosten in aanmerking: a. kosten van acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, en kosten van voorlichtingsacties; b. kosten van demonstratieactiviteiten, waarbij demonstratieprojecten in verband met investeringen subsidiabel zijn overeenkomstig het eerste lid, onder a tot en met d, en slechts voor zover en zolang zij voor het demonstratieproject worden gemaakt, waardoor het enkel de afschrijvingskosten betreft die met de looptijd van het demonstratieproject overeenstemmen, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. 4. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder d, de volgende kosten in aanmerking: a. kosten van het organiseren van en deelnemen aan wedstrijden, handelsbeurzen en tentoonstellingen als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; b. kosten van publicaties om landbouwproducten beter bekend te maken bij het brede publiek onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 24, derde en vijfde lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening. 5. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder e, de volgende kosten in aanmerking: a. personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; b. kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; c. kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; e. extra algemene kosten en andere operationele uitgaven, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. Artikel 8 Niet subsidiabele kost […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.