Subsidieregeling Sterke pedagogische basis Leidschendam-Voorburg 2026
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Organisaties en instellingen die activiteiten uitvoeren die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Leidschendam-Voorburg op het gebied van pedagogische basis, waaronder kinderopvangorganisaties.
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke subsidieregeling voor activiteiten gericht op het versterken van de pedagogische basis in Leidschendam-Voorburg. De regeling ondersteunt diverse beleidsdoelen via eenjarige en meerjarige subsidies met maximale looptijden tot 48 maanden. Subsidies onder €20.000 worden eenmalig uitbetaald, hogere bedragen in vier gelijke delen.
Voor wie is het bedoeld?
Organisaties en instellingen die activiteiten uitvoeren die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Leidschendam-Voorburg op het gebied van pedagogische basis, waaronder kinderopvangorganisaties.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang en kinderopvang
- Financiering van activiteiten gericht op pedagogische ondersteuning
- Meerjarige projectfinanciering tot 48 maanden
Voorwaarden
- Activiteiten moeten bijdragen aan vastgestelde beleidsdoelen
- Aanvrager committeert zich aan uitgangspunten opgenomen in bijlage I
- Maximale looptijd voor incidentele subsidies: 48 aaneengesloten maanden
- Meerjarige subsidies kunnen na afloop opnieuw worden aangevraagd
- Voor peuteropvang: verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag en inkomensverklaring vereist
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling Sterke pedagogische basis Leidschendam-Voorburg 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg; Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026; Besluit vast te stellen de navolgende: Subsidieregeling Sterke pedagogische basis Leidschendam-Voorburg 2026 Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen - De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 zijn ook op deze subsidieregeling van toepassing. - Aanvullend op het eerste lid betekent in deze subsidieregeling:Asv: de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026;Beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep;Beleidskader: een door de gemeenteraad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten plaats dienen te vinden;College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Artikel 1:2 Reikwijdte subsidieregeling - Het in deze subsidieregeling bepaalde is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 2. - De Asv is, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken, van toepassing. Artikel 1:3 Algemene bepalingen 1. Een subsidieaanvraag die naar oordeel van het college niet of niet in voldoende mate voldoet aan 1 of meerdere criteria van deze subsidieregeling, komt niet voor subsidie in aanmerking. 2. De verhouding tussen de verwachte resultaten van een activiteit en de subsidie die hiervoor wordt gevraagd, moet realistisch zijn. Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN WIJZE VAN SUBSIDIËREN Artikel 2:1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen - Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval:Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889)Aanscherping Sociaal Kompas (2217)Visie op de sociale basis (3898)Lokale Educatieve Agenda (3230)Actieplan Jeugd (3975) - Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor:Activiteiten op het gebied van jeugdgezondheidszorg: ouders en jeugdigen informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning bieden bij het opvoeden en opgroeien, waar mogelijk op collectieve basis. Daarbij wordt gestreefd naar normaliseren, een afname van opvoedingsverlegenheid en het vergroten van het vertrouwen in het eigen kunnen. Waar mogelijk worden ouders gestimuleerd elkaar op te zoeken en zich aan elkaar op te trekken. De activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten op school: bieden van informatie, advies en laagdrempelige (bij voorkeur collectieve) ondersteuning van schoolgaande kinderen en hun ouders bij vragen over of uitdagingen binnen het opvoeden en opgroeien. Daarnaast is aandacht voor het binnen het onderwijs bespreekbaar maken van de mentale ontwikkeling/mentale gezondheid van jeugdigen. Activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Schoolmaatschappelijk werk voor kinderen van 0-4 jaar, op het primair onderwijs en op het voortgezet onderwijs. Dit is inclusief coördinatie van complexe casuïstiek. Voor deze activiteit kan subsidie worden verleend aan 1 penvoerder.Activiteiten op het gebied van opvoedondersteuning: ouders informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning bieden bij de opvoeding van hun kind. Daarbij wordt gestreefd naar normaliseren, een afname van opvoedingsverlegenheid en het vergroten van het vertrouwen in het eigen kunnen. Waar mogelijk worden ouders gestimuleerd elkaar op te zoeken en zich aan elkaar op te trekken. De activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Informatie en advies met betrekking tot de ontwikkeling en/of het gedrag van kinderenOpvoedadvies- en trainingenThuisbegeleidingInlooppunt(en) gericht op het bevorderen van de hechting tussen ouder en kind, ontmoeten tussen ouders en opvoedadvies, in aanwezigheid c.q. onder begeleiding van een pedagogisch medewerkerActiviteiten op het gebied van relatieproblematiek: het voorkomen van complexe echtscheidingen, dan wel het bieden van informatie, advies en ondersteuning bij problemen binnen of de beëindiging van relaties van ouders met kinderen. Activiteiten moeten bijdragen aan de ambitie van de gemeente om in 2030 het aantal jeugdigen met jeugdhulp gehalveerd te hebben t.o.v. 2024. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. - Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen. - In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen:In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld;In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid. - In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit. Artikel 2:2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot activiteiten - Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers. - Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders. - In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf. 4.. Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd worden door het college geëvalueerd aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording. Op basis van de uitkomst kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd. 5.. Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hoofdstuk 3: AANVRAAG Artikel 3:1 Uitgangspunten bij subsidieverstrekking De subsidieaanvrager committeert zich door het indienen van een aanvraag aan de uitgangspunten opgenomen in bijlage I. Artikel 3:2 Aanvraagtermijn - Conform artikel 9 van de Asv kan een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar dan wel de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend. - Een aanvraag voor een incidentele subsidie kan het gehele jaar door worden ingediend, doch uiterlijk 10 weken voorafgaand aan de aanvang van de activiteit. - Indien een situatie zoals omschreven in artikel 10 van de Asv zich voordoet en (aanvullende) middelen beschikbaar worden gesteld, kan het college in afwijking van het eerste lid een nieuwe aanvraagtermijn openstellen. Daarbij geldt dat:Het college activiteiten kan benoemen waarvoor de (aanvullende) middelen die beschikbaar komen, zijn bestemd;Het college een andere dan in het eerste lid genoemde termijn kan benoemen waarbinnen de (aanvullende) subsidieaanvraag moet zijn ingediend;De beslistermijnen zoals opgenomen in artikel 11 van de Asv onverminderd van kracht blijven. Artikel 3:3 Indienen van aanvragen voor meerdere activiteiten Partijen die voor een bepaalde activiteit een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend, zoals bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Asv, zijn niet uitgesloten van het indienen van een aanvraag voor 1 of meerdere andere activiteiten waar zij zelfstandig of als onderdeel van een ander samenwerkingsverband uitvoering aan willen geven. Dit kan echter alleen als er voor de beoogde activiteit(en) nog geen subsidie of subsidies aan 1 of meerdere andere partijen zijn verleend die volledig voorzien in de te realiseren beleidsdoelstelling(en). Hoofdstuk 4: VERLENING Artikel 4:1 Beoordeling subsidieaanvraag - Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is. - In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op:De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een beweging van symptoombestrijding naar een versterking van de (sociale en) pedagogische basis;De mate waarin de activiteit naar verwachting bijdraagt aan het aanpakken van de oorzaken van de toenemende druk op jeugdhulp, alsook de termijn waarbinnen dit effect naar verwachting optreedt;Financiële gezondheid: De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt;De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te zijn.De mate waarin aanspraak wordt gemaakt of wordt beoogd aanspraak te maken op andere financieringsbronnen;Gebiedsgerichte aanpak (van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2:1, tweede lid onder […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.