Subsidieregeling Mogelijk maken Leidschendam-Voorburg 2026
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Voor organisaties (maatschappelijke instellingen, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties) die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Leidschendam-Voorburg, in het bijzonder kwetsbare groepen.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg voor activiteiten die bijdragen aan beleidsdoelen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en preventieve zorg. Gericht op organisaties die activiteiten uitvoeren voor inwoners, met nadruk op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en regie.
Voor wie is het bedoeld?
Voor organisaties (maatschappelijke instellingen, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties) die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Leidschendam-Voorburg, in het bijzonder kwetsbare groepen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor maatschappelijke activiteiten in mijn gemeente
- Financiering voor preventieve zorg en ondersteuning van kwetsbare inwoners
- Subsidie voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning
Voorwaarden
- Activiteiten moeten bijdragen aan vastgestelde beleidsdoelen in beleidskaders
- Subsidieaanvrager moet zich committeren aan uitgangspunten opgenomen in bijlage I
- Verhouding tussen verwachte resultaten en gevraagde subsidie moet realistisch zijn
- Activiteiten kunnen eenjarig (max 12 maanden) of meerjarig (12-48 maanden) zijn
- Organisatie moet actuele informatie bieden over eigen organisatie en activiteiten
- Organisatie moet deelnemen aan netwerkbijeenkomsten
- Activiteiten moeten toegankelijk, betrouwbaar en op maat zijn
- Waar van toepassing moet de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling worden gehanteerd
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen Artikel 1:2 Reikwijdte subsidieregeling Artikel 1:3 Algemene bepalingen Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN WIJZE VAN SUBSIDIËREN Artikel Artikel 2:1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Artikel 2:2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot activiteiten Hoofdstuk 3: AANVRAAG Artikel Artikel 3:1 Uitgangspunten bij subsidieverstrekking Artikel 3:2 Aanvraagtermijn Artikel 3:3 Indienen van aanvragen voor meerdere activiteiten Hoofdstuk 4: VERLENING Artikel Artikel 4:1 Beoordeling subsidieaanvraag Artikel 4:2 Financiering Artikel 4:3 Uitbetaling Hoofdstuk 5: MONITORING Artikel Artikel 5:1 Verantwoording Artikel 5:2 Tussentijdse rapportage Artikel 5:3 Tussentijds bijstellen Artikel 5:4 Onderzoek Hoofdstuk 6: OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN Artikel Artikel 6:1 Uurtarieven Artikel 6:2 Hardheidsclausule Artikel 6:3 Inwerkingtreding en overgangsbepaling Artikel 6:4 Citeertitel Artikel Ondertekening bijlage Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738515 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR738515/1 sluiten SUBSIDIEREGELING MOGELIJK MAKEN LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026 Geldend van 01-01-2026 t/m heden Intitulé SUBSIDIEREGELING MOGELIJK MAKEN LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg; Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026; Besluit vast te stellen de navolgende: Subsidieregeling Mogelijk maken Leidschendam-Voorburg 2026 Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 1. De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 zijn ook op deze subsidieregeling van toepassing. 2. Aanvullend op het eerste lid betekent in deze subsidieregeling: • Asv: de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026; • beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep; • beleidskader: een door de gemeenteraad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten plaats dienen te vinden; • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Artikel 1:2 Reikwijdte subsidieregeling 1. Het in deze subsidieregeling bepaalde is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 2. 2. De Asv is, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken, van toepassing. Artikel 1:3 Algemene bepalingen 1. Een subsidieaanvraag die naar oordeel van het college niet of niet in voldoende mate voldoet aan 1 of meerdere criteria van deze subsidieregeling, komt niet voor subsidie in aanmerking. 2. De verhouding tussen de verwachte resultaten van een activiteit en de subsidie die hiervoor wordt gevraagd, moet realistisch zijn. Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN WIJZE VAN SUBSIDIËREN Artikel 2:1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval: • Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889) • Aanscherping Sociaal Kompas (2217) • Visie op de sociale basis (3898) 2. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor: a. Een gebruiksvriendelijk en toegankelijk overzicht van sociale voorzieningen en activiteiten van alle partijen die in het voorliggend veld (i.e. vrij toegankelijke ondersteuning) werken. Dit overzicht dient te allen tijde actueel te zijn. Deze activiteit kan worden gesubsidieerd voor een periode van maximaal 36 maanden. Daarnaast kan de subsidie kan aan 1 organisatie worden verleend. 3. Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen. 4. In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen: a. In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld; b. In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid. 5. In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit. Artikel 2:2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot activiteiten 1. Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers. 2. Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat: a. De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1; b. De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid; c. De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders. 3. In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf. Hoofdstuk 3: AANVRAAG Artikel 3:1 Uitgangspunten bij subsidieverstrekking De subsidieaanvrager committeert zich door het indienen van een aanvraag aan de uitgangspunten opgenomen in bijlage I. Artikel 3:2 Aanvraagtermijn 1. Conform artikel 9 van de Asv kan een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar dan wel de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend. 2. Een aanvraag voor een incidentele subsidie kan het gehele jaar door worden ingediend, doch uiterlijk 10 weken voorafgaand aan de aanvang van de activiteit. 3. Indien een situatie zoals omschreven in artikel 10 van de Asv zich voordoet en (aanvullende) middelen beschikbaar worden gesteld, kan het college in afwijking van het eerste lid een nieuwe aanvraagtermijn openstellen. Daarbij geldt dat: a. Het college activiteiten kan benoemen waarvoor de (aanvullende) middelen die beschikbaar komen, zijn bestemd; b. Het college een andere dan in het eerste lid genoemde termijn kan benoemen waarbinnen de (aanvullende) subsidieaanvraag moet zijn ingediend; c. De beslistermijnen zoals opgenomen in artikel 11 van de Asv onverminderd van kracht blijven. Artikel 3:3 Indienen van aanvragen voor meerdere activiteiten Partijen die voor een bepaalde activiteit een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend, zoals bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Asv, zijn niet uitgesloten van het indienen van een aanvraag voor 1 of meerdere andere activiteiten waar zij zelfstandig of als onderdeel van een ander samenwerkingsverband uitvoering aan willen geven. Dit kan echter alleen als er voor de beoogde activiteit(en) nog geen subsidie of subsidies aan 1 of meerdere andere partijen zijn verleend die volledig voorzien in de te realiseren beleidsdoelstelling(en). Hoofdstuk 4: VERLENING Artikel 4:1 Beoordeling subsidieaanvraag 1. Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is. 2. In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op: a. Financiële gezondheid: i. De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt; ii. De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te zijn. b. De mate waarin aanspraak wordt gemaakt of wordt beoogd aanspraak te maken op andere financieringsbronnen; 3. Het college hanteert bij de beoordeling het volgende model: Criterium Maximale score De mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren beleidsdoel(en) 20 punten De mate waarin nog geen aanbod aanwezig is dat voorziet in de realisatie van de beleidsdoel(en) 15 punten De mate waarin de aanvrager aantoonbaar beschikt over de benodigde kennis en expertise om de activiteiten uit te kunnen voeren 15 punten De mate waarin de aanvrager beoogt samen te werken dan wel samenwerkt met andere partijen 15 punten De mate van lokale binding 5 punten De prijs-kwaliteitverhouding 10 punten Innovatie 5 punten De onderdelen zoals benoemd in het tweede lid van dit artikel 15 punten, als volgt verdeeld: a. 10 punten b. 5 punten 4. Een aanvraag moet beoordeeld worden met een score van minimaal 70 punten om een positieve beoordeling te verkrijgen. Aanvragen die beoordeeld worden met een score van minder dan 70 punten, worden niet toegekend. 5. In gevallen waarin 2 of meer aanvragen voor soortgelijke activiteiten met precies hetzelfde aantal punten worden beoordeeld, worden de subsidieaanvragers uitgenodigd voor een gesprek met het college. In dit gesprek lichten zij hun aanvraag toe. Het college beoordeelt dit gesprek met een score van maximaal 10 punten en weegt deze score mee, waarbij geldt dat de subsidieaanvrager met de hoogste score in beginsel de subsidie toegekend krijgt. Artikel 4:2 Financiering 1. Het beschikbare budget voor de in deze subsidieregeling genoemde activiteiten is het door het college vastgestelde subsidieplafond. 2. Het subsidieplafond wordt jaarlijks bekend gemaakt door het college, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het subsidieplafond betrekking heeft. 3. Het aangevraagde subsidiebedrag is inclusief eventueel verschuldigde BTW en betreft maximaal 100% van de te maken kosten. Het college verleent geen subsidie voor: a. Kosten voor eten, […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.