Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026
Gemeente Leiden
Voor kinderopvanghouders in Leiden die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden aan peuters (2-4 jaar), met name doelgroeppeuters met risico op onderwijsachterstand.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kinderopvanghouders in Leiden die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden aan doelgroeppeuters (2,5 jaar tot basisonderwijs) met risico op onderwijsachterstand. Subsidie bestaat uit koptarieven per uur, jaarlijkse bedragen per doelgroeppeuter en infrastructuurvergoeding per VE-groep.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvanghouders in Leiden die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden aan peuters (2-4 jaar), met name doelgroeppeuters met risico op onderwijsachterstand.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang met voorschoolse educatie
- Financiering van kinderopvang voor doelgroeppeuters
- Ondersteuning van onderwijsachterstanden voorkomen
Voorwaarden
- Kinderopvanglocatie moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Locatie moet met 'voldoende' zijn gewaardeerd bij inspectie door de GGD
- Locatie moet zich bevinden in wijk met voldoende behoefte aan VE-aanbod volgens CBS-prognoses
- Aanvraag moet schriftelijk en bij voorkeur digitaal via eHerkenning worden ingediend
- Aanvraag moet vergezeld gaan van projectplan, begroting, LRK-nummers en prognose aantal peuters
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 apr 2026
- Sluit
- 15 okt 2026
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
- Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie - Gemeente Leiden Spring naar content Menu # Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie Hebt u een kindercentrum voor peuterspeelopvang? Of wilt u een kinderdagopvang met VE-programma (voorschoolse educatie) beginnen? Dan kunt u de subsidie voor Peuterspeelopvang en VE aanvragen. ## Subsidieregeling Bekijk de subsidieregeling Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie . ## Voorwaarden De subsidie Peuterspeelopvang en VE kunt u aanvragen voor de financiering van een kindercentrum (met VE-programma) in Leiden. De subsidie kan worden aangevraagd door kindercentra voor: peuterspeelopvang - werken met een VE-programma in de peuterspeelopvang - werken met een VE-programma in de kinderdagopvang ## Aanvragen De subsidie Peuterspeelopvang & VE voor uw kindercentrum kunt u aanvragen met eHerkenning, niveau 2+ of hoger: - Peuterspeelopvang of kinderdagopvang (met een VE-programma): vraag een jaarlijkse subsidie aan voor 15 oktober voorafgaande aan het jaar waarvoor u subsidie wilt. Voor uw aanvraag zijn de volgende documenten en gegevens nodig: - Omschrijving van het product of de producten waarvoor u subsidie aanvraagt. - Omschrijving van de organisatie waarbinnen u dit product gaat uitwerken. - Pedagogisch beleid van het kindercentrum. - Begroting. - Dekkingsplan met een overzicht van alle bijdragen die u bij andere partijen voor dezelfde product(en) heeft aangevraagd, en de stand van zaken van deze aanvragen. ### Aanvragen in het subsidieloket U doet uw aanvraag in het subsidieloket. Als u op de knop aanvragen klikt, komt u automatisch in het subsidieloket waar u kunt inloggen met eHerkenning. U komt daarna meteen bij het goede formulier. U hebt minimaal eHerkenning niveau 2+ nodig. Meer informatie, uitleg en hulp over het subsidieloket vindt u op de pagina informatie over het subsidieloket . Aanvragen ## Hoelang duurt het? U krijgt binnen 13 weken een brief waarin staat of u de subsidie krijgt. ## Verantwoording afleggen Na het uitvoeren van de activiteiten waarvoor u subsidie hebt ontvangen, moet u hierover verantwoording afleggen. Verantwoording afleggen ## Meer informatie ### Hebt u vragen? Stuur een e-mail naar subsidie@leiden.nl of bel de gemeente Leiden via telefoonnummer 14 071. ### Wetten en regels - Subsidieregeling Peuterspeelopvang en VE - Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden
Toon brontekst
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Leiden, gelet op artikel 2 lid 1 sub e en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden, besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leiden 2026 TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: - aanvrager: houder van een kinderopvanglocatie in Leiden; - ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026 en daaropvolgende wijzigingen; - BSN: het Burgerservicenummer; een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt bij inschrijving in de Basis Registratie Personen (BRP); - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; - doelgroeppeuter: een peuter in de leeftijd van 2,5 jaar tot de start van het basisonderwijs die op indicatie van de Jeugd Gezondheidszorg (JGZ), vanwege (het risico op) een onderwijsachterstand, in aanmerking komt voor VE; - format aanvraag: een door houder ingevuld Excelbestand met daarin de prognose van het aantal te plaatsen peuters; - GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst; - hele dagopvang: kinderopvang voor kinderen 0-4 jaar voor hele dagen (veelal 11 uur per dag) gedurende 50 tot 52 weken per jaar; - houder: organisatie die kinderopvang aanbiedt op een of meer locaties die zijn geregistreerd in het LRK; - inkomensverklaring: een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouders in een bepaald belastingjaar; - kinderopvangtoeslag: tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderopvang, uitbetaald via de belastingdienst; - koptarief: subsidie per uur die via de houders wordt toegekend aan ouders om het verschil tussen het door de houder per uur benodigde tarief voor peuteropvang (kostprijs) en het landelijk maximum uurtarief te overbruggen; - landelijk maximum uurtarief: maximum uurtarief dat het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) hanteert voor de kinderopvangtoeslag voor de hele dagopvang; - LRK: landelijk Register Kinderopvang, het register waarin kinderopvanglocaties zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; - monitor: een periodieke gegevensaanlevering door de houder, met hierin de realisatiecijfers, waaronder cijfers over plaatsingen en ouderbijdragen. Dit wordt via een door de gemeente aangewezen format of systeem gedaan. De gegevens worden aan de Gemeente beschikbaar gesteld; - ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder/verzorger/voogd van de (doelgroep)peuter; - ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen aan de houder; - peuter: een kind in de leeftijd van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs; - peuteropvang: kinderopvang voor kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs met een aanbod van 4 uur per dag gedurende 40 weken per jaar; - reguliere peuter: peuter die in aanmerking komt voor een reguliere plaats in de peuteropvang; dat wil zeggen een plaats voor twee dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar (dit is een niet-doelgroeppeuter vanaf 2 jaar of een doelgroeppeuter tussen 2 en 2,5 jaar); - VE-peuterplaats: plaats voor een doelgroeppeuter, aangeboden in peuteropvang met VE of hele dagopvang met VE. Het aantal uren per jaar is gebaseerd op landelijke richtlijnen; - VE-programma: een voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal-emotionele ontwikkeling; - voorschoolse educatie: aanbod van een VE-programma met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; Artikel 2 Doel Deze subsidieregeling heeft als doel het verstrekken van subsidies door het college voor activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en verkleinen van risico’s op onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, voorafgaand aan de instroom in het basisonderwijs. Dit sluit aan bij de wettelijke verplichting voor de gemeente om een lokaal aanbod voor voorschoolse educatie in te richten (Wet op het Primair Onderwijs en Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie). Artikel 3 Reikwijdte 1.. Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing. 2.. Subsidie is uitsluitend bedoeld voor houders van kinderopvanglocaties in de gemeente Leiden: - met peuteropvang; of - met peuteropvang en VE-aanbod; of - hele dagopvang met VE-aanbod. Artikel 4 Voorwaarden subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: - De aanvraag wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal via eHerkenning ingediend bij het college, via het betreffende aanvraagformulier via de website van de gemeente www.leiden.nl/subsidies. De houder maakt daarnaast gebruik van het Format Aanvraag dat jaarlijks door de gemeente beschikbaar wordt gesteld. - Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:een projectplan waarin het volgende staat omschreven:een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; waar en wanneer de activiteit plaatsvindt;een sluitende begroting met inkomsten en uitgaven voor deze activiteiten;met een opgave van aangevraagde of al toegekende subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, inzicht in het vermogen op het moment van de aanvraag;de betreffende locatie(s) met bijbehorend(e) LRK-nummer(s). Deze locatie bevindt zich in een wijk waar volgens de prognoses van het CBS voldoende aanbod van VE-peuters te verwachten is;een prognose van het gemiddeld aantal peuters per week (met het Format Aanvraag), onderverdeeld naarhet aantal reguliere peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;het aantal reguliere peuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag;het aantal doelgroeppeuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;het aantal doelgroeppeuters van ouders met recht op kinderopvangtoeslag;een prognose van de te factureren ouderbijdragen. Artikel 5 Indieningstermijn Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 6 Beslistermijn Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. TITEL II. SPECIFIEKE BEPALINGEN Artikel 7 Doelgroep De houder van kinderopvang die in gemeente Leiden peuteropvang wil realiseren, met of zonder VE aanbod, en de houder van kinderopvang die hele dagopvang wil realiseren met VE aanbod. Artikel 8 Subsidiabele activiteiten 1.. De subsidie kan worden aangevraagd voor: - peuteropvang, voor kinderen die niet onder de KOT vallen; - aanbod VE voor doelgroeppeuters in de peuteropvang; - aanbod VE voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang. 2.. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: - kosten van aanbod VE-programma aan niet-doelgroeppeuters; - hele dagopvang voor kinderen zonder VE indicatie. Artikel 9 Beoordelingscriteria Een aanvraag, als bedoeld in artikel 4, wordt beoordeeld aan de hand van de hiernavolgende criteria: - het Format Aanvraag is ingevuld en toegevoegd aan het digitale aanvraagformulier; - de betreffende locatie(s) in de gemeente Leiden staan geregistreerd in het LRK. Artikel 10 Hoogte subsidie en verdeelregels 1.. Volledige subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. 2.. Als het maximaal beschikbare subsidiebudget onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt een rangorde vastgesteld op basis van de hieronder genoemde criteria: - aanvragen van houders die in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van de aanvraag gemeentelijke subsidie hebben ontvangen voor peuteropvang en/of hele dagopvang, hebben voorrang boven houders die voor het eerst subsidie aanvragen; - als de aanvragen van de al subsidie ontvangende houders het budget overschrijden, wordt het aantal peuters in de aanvraag vergeleken met het gemiddeld aantal peuters in oktober van het voorgaande jaar; als met de gemiddelde aantallen van oktober het budget niet wordt overschreden, dan wordt het bedrag van de overschrijding naar rato gekort over de houders die meer hebben aangevraagd dan op basis van oktober van toepassing was; een en ander wordt afgerond op hele peuteraantallen; - aanvragen van houders die eerder nog geen subsidie hebben ontvangen, worden onderling geprioriteerd op de bijdrage die de nieuwe locatie levert aan een goede spreiding van voorzieningen over de stad. Een nieuwe locatie met de grootste afstand tot vergelijkbaar gesubsidieerd (peuteropvang of hele dagopvang) aanbod krijgt daarbij de hoogste prioriteit. Bij gelijke afstand wordt binnen het maximaal beschikbare budget de resterende subsidie naar rato van de aangevraagde bedragen over de aanbieders verdeeld 3.. De subsidietarieven worden jaarlijks geïndexeerd, op basis van de index die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gebruikt voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken. 4.. De hoogte van de subsidie is berekend op het aantal (doelgroep)peuters en het aantal uren dat deze peuters gebruik maken van de peuteropvang of de hele dagopvang. 5.. De subsidie wordt verdeeld op basis van de volgende berekeningen: - per reguliere peuter in de peuteropvang van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: maximaal 320 uur per jaar (bijvoorbeeld 8 uur per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over deze uren; - per doelgroeppeuter in de peuteropvang van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 640 uur per jaar (bijvoorbeeld 16 uren per week x 40 weken) maal het vastgestelde lokale uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht; - per doelgroeppeuter in de peuteropvang van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het vastgestelde lokale uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen; - per doelgroeppeuter in de hele dagopvang van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 320 uur per jaar maal het landelijk maximum uurtarief (voor hele dagopvang op deze locatie). Ouders nemen aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen; - een koptarief per uur over alle uren van (doelgroep)peuters in de peuteropvang; - per doelgroeppeuter die op 1 januari van het betreffende jaar gebruik maakt van de peuteropvang of hele dagopvang, voor de bekostiging van de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE; - per groep met VE voor de bekostiging van de meerkosten van het VE-aanbod. 6.. Als een peuter een deel van het jaar is geplaatst, dan wordt de subsidie zoals opgenomen in lid 3 onder sub a tot en met e, naar rato van de plaatsingsperiode berekend. Hetzelfde geldt voor de subsidie voor VE-locaties zoals opgenomen in lid 3 onder sub g, als deze een deel van het jaar zijn geopend. Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger De houder dient te voldoen aan de volgende verplichtingen: - de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing; - de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Leiden voorrang bij plaatsing; - voor de hoogte van de ouderbijdrage voor de peuteropvang hanteert de houder de VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang vanuit besluitvorming van het betreffende jaar; - voor de hoogt […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.