Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026

Gemeente Leidschendam-Voorburg

Voor organisaties en instellingen die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Leidschendam-Voorburg, in het bijzonder kwetsbare groepen.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg voor activiteiten gericht op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en regie van inwoners. De regeling ondersteunt diverse activiteiten met een looptijd tot maximaal 48 maanden, met jaarlijkse openstellingen voor aanvragen.

Voor wie is het bedoeld?

Voor organisaties en instellingen die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Leidschendam-Voorburg, in het bijzonder kwetsbare groepen.

Non-profitMaatschappelijke organisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor maatschappelijke activiteiten in Leidschendam-Voorburg
  • Financiering van preventieve en curatieve ondersteuning voor kwetsbare inwoners
  • Steun voor organisaties die werken aan zelfredzaamheid en samenredzaamheid

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten bijdragen aan beleidsdoelen van vastgestelde beleidskaders
  • Maximale looptijd van activiteiten is 48 aaneengesloten maanden
  • Subsidieontvanger moet actuele informatie bieden over organisatie en activiteiten
  • Subsidieontvanger moet deelnemen aan netwerkbijeenkomsten
  • Activiteiten moeten toegankelijk, betrouwbaar en op maat zijn
  • Waar van toepassing moet de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling worden gehanteerd

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een non-profit of maatschappelijke organisatie
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Leidschendam-Voorburg.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg;
    Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026;
    Besluit vast te stellen de navolgende: Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026
    
    Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN
    
    Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
    - De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 zijn ook op deze subsidieregeling van toepassing.
    - Aanvullend op het eerste lid betekent in deze subsidieregeling:Asv: de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026;beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep;Beleidskader: een door de gemeenteraad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten plaats dienen te vinden;college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg.
    
    Artikel 1:2 Reikwijdte subsidieregeling
    - Het in deze subsidieregeling bepaalde is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 2.
    - De Asv is, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken, van toepassing.
    
    Artikel 1:3 Algemene bepalingen
    - Een subsidieaanvraag die naar oordeel van het college niet of niet in voldoende mate voldoet aan 1 of meerdere criteria van deze subsidieregeling, komt niet voor subsidie in aanmerking.
    - De verhouding tussen de verwachte resultaten van een activiteit en de subsidie die hiervoor wordt gevraagd, moet realistisch zijn.
    
    Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN WIJZE VAN SUBSIDIËREN
    
    Artikel 2:1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    - Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval:Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889)Aanscherping Sociaal Kompas (2217)Visie op de sociale basis (3898)Koersbrief Wmo-beleid (3121)Meerjarenplan LHBTI+ (3291)Bestedingsplan langer zelfstandig wonen (3831)Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (3482)
    - Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor:Activiteiten gericht op algemene ondersteuning: gericht op het in staat stellen van inwoners om zelf keuzes te maken en regie te voeren over het eigen leven, door het bieden van informatie, advies en tijdelijke, laagdrempelige ondersteuning. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Algemeen maatschappelijk werk, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 48 aaneengesloten maanden;Organisatie en coördinatie van het Sociaal Servicepunt, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 36 aaneengesloten maanden en onder aansturing van 1 penvoerder. Het Sociaal Servicepunt moet minimaal het volgende aanbieden:Heldere en eenvoudige informatie, advies en algemene laagdrempelige ondersteuning op breed sociaal gebied, zowel fysiek (op meerdere inlooppunten in de gemeente), online als telefonisch. Daarbij moet tevens gesignaleerd worden of en zo ja, welke maatschappelijke ondersteuning een inwoner nodig heeft en in welke vorm, en moet de inwoner waar nodig doorverwezen (en warm overgedragen) worden. Hierbij dienen maatschappelijke partners samen te werken in 1 loket;Onafhankelijke cliëntondersteuning voor inwoners van alle leeftijden, gericht op het ondersteunen van inwoners bij het regelen van en toeleiden naar zorg en ondersteuning (niet zijnde algemeen maatschappelijk werk zoals bedoeld onder sub i);Deelname aan en coördinatie van relevante samenwerkingsverbanden en casuïstiekoverleggen, waaronder een breed netwerk waarin complexe casuïstiek met betrekking tot jeugdigen wordt besproken.Activiteiten op het gebied van inclusie: activiteiten gericht op het vergroten van inclusie in de samenleving door het versterken van de basis voor iedereen uit de gemeenschap, het vergroten van de zichtbaarheid en het verbreden van kennis. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Ondersteuning aan Gender Sexuality Alliances;Activiteiten, zowel lokaal als in de regio;Gespecialiseerd maatschappelijk werk;Voorlichting, waaronder gastlessen op het primair en voortgezet onderwijs.Activiteiten in het kader van maatjesprojecten: gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners (zoals kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, inwoners met schuldenproblematiek, inwoners met GGZ-problematiek, inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en inwoners die eenzaam zijn) door het bieden van vrijwillige ondersteuning in de vorm van een maatje. De inzet van een maatje moet bijdragen aan het voorkomen van de inzet van geïndiceerde ondersteuning. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd onder aansturing van 1 penvoerder per doelgroep.Activiteiten gericht op ouderenondersteuning: gericht op ouderen in staat stellen veilig en langer zelfstandig te wonen door het bieden van informatie en advies. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 48 aaneengesloten maanden.Activiteiten in het kader van samenlevingsopbouw: ambulante samenlevingsopbouw gericht op het op collectief niveau versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten, en daarmee de onderlinge verbondenheid tussen inwoners, om zo de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is te verstevigen en bestendigen. Activiteiten dienen eraan bij te dragen dat de zelf- en samenredzaamheid van inwoners vergroot wordt en dat zij daardoor minder beroep doen op geïndiceerde ondersteuning, met in verhouding meer aandacht voor de gebieden/wijken Leidschendam-Noord, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-Zuid ten opzichte van andere gebieden/wijken in de gemeente. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:i. Het voorkomen en aanpakken van eenzaamheid, met een focus op jongeren, ouderen en inwoners die moeite hebben met rondkomen.
    - Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen.
    - In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen:In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld;In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid.
    - In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit.
    
    Artikel 2:2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot activiteiten
    - Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.
    - Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.
    - In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.
    - Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd door het college worden, ongeacht de looptijd toegekend onder een thema, geëvalueerd na 24 maanden door het college. Naar aanleiding van deze evaluatie kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd. De evaluatie geschiedt aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording.
    - Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
    
    Hoofdstuk 3: AANVRAAG
    
    Artikel 3:1 Uitgangspunten bij subsidieverstrekking
    De subsidieaanvrager committeert zich door het indienen van een aanvraag aan de uitgangspunten opgenomen in bijlage I.
    
    Artikel 3:2 Aanvraagtermijn
    - Conform artikel 9 van de Asv kan een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar dan wel de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend.
    - Een aanvraag voor een incidentele subsidie kan het gehele jaar door worden ingediend, doch uiterlijk 10 weken voorafgaand aan de aanvang van de activiteit.
    - Indien een situatie zoals omschreven in artikel 10 van de Asv zich voordoet en (aanvullende) middelen beschikbaar worden gesteld, kan het college in afwijking van het eerste lid een nieuwe aanvraagtermijn openstellen. Daarbij geldt dat:Het college activiteiten kan benoemen waarvoor de (aanvullende) middelen die beschikbaar komen, zijn bestemd;Het college een andere dan in het eerste lid genoemde termijn kan benoemen waarbinnen de (aanvullende) subsidieaanvraag moet zijn ingediend;De beslistermijnen zoals opgenomen in artikel 11 van de Asv onverminderd van kracht blijven.
    
    Artikel 3:3 Indienen van aanvragen voor meerdere activiteiten
    Partijen die voor een bepaalde activiteit een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend, zoals bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Asv, zijn niet uitgesloten van het indienen van een aanvraag voor 1 of meerdere andere activiteiten waar zij zelfstandig of als onderdeel van een ander samenwerkingsverband uitvoering aan willen geven. Dit kan echter alleen als er voor de beoogde activiteit(en) nog geen subsidie of subsidies aan 1 of meerdere andere partijen zijn verleend die volledig voorzien in de te realiseren beleidsdoelstelling(en).
    
    Hoofdstuk 4: VERLENING
    
    Artikel 4:1 Beoordeling subsidieaanvraag
    - Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mi
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Start van deze pagina
    Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud
    De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden
    Tekstgrootte
    —+
    Home
    Particulieren
    Ondernemers
    Overheidsinformatie
    Over deze site
    Contact
    English
    Help
    Sitemap
    Snelzoeken Snelzoeken
    HomeOverheidsinformatieOfficiële bekendmakingen
    Officiële bekendmakingen: Zoeken
    Terug naar bekendmakingen
    Jaargang 2026
    Nr. 319994
    Gepubliceerd op 2026-07-06
    Toon volledige inhoudsopgave
    Aanhef
    Lichaam
    Ondertekening
    Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg tot wijziging van de Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg,
    gelezen het bestuurlijk behandelvoorstel met kenmerk 4760,
    besluit:
    De Subsidieregeling Samen redzaam Leidschendam-Voorburg 2026 wordt als volgt gewijzigd:
    Artikel I
    A
    Artikel 2:1 lid 2 onder b wordt gewijzigd als volgt:
    Bestaande tekst
    Nieuwe tekst
    1.
    Activiteiten op het gebied van inclusie: activiteiten gericht op het vergroten van inclusie in de samenleving door het versterken van de basis voor iedereen uit de gemeenschap, het vergroten van de zichtbaarheid en het verbreden van kennis. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 24 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:
    I.
    Ondersteuning aan Gender Sexuality Alliances;
    II.
    Activiteiten, zowel lokaal als in de regio;
    III.
    Gespecialiseerd maatschappelijk werk;
    IV.
    Voorlichting, waaronder gastlessen op het primair en voortgezet onderwijs.
    1.
    Activiteiten op het gebied van inclusie: activiteiten gericht op het vergroten van inclusie in de samenleving door het versterken van de basis voor iedereen uit de gemeenschap, het vergroten van de zichtbaarheid en het verbreden van kennis. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:
    I.
    Ondersteuning aan Gender Sexuality Alliances;
    II.
    Activiteiten, zowel lokaal als in de regio;
    III.
    Gespecialiseerd maatschappelijk werk;
    IV.
    Voorlichting, waaronder gastlessen op het primair en voortgezet onderwijs.
    B
    Artikel 2:1 lid 2 onder c wordt gewijzigd als volgt:
    Bestaande tekst
    Nieuwe tekst
    c.
    Activiteiten in het kader van maatjesprojecten: gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners (zoals kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, inwoners met schuldenproblematiek, inwoners met GGZ-problematiek, inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en inwoners die eenzaam zijn) door het bieden van vrijwillige ondersteuning in de vorm van een maatje. De inzet van een maatje moet bijdragen aan het voorkomen van de inzet van geïndiceerde ondersteuning. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 12 aaneengesloten maanden, onder aansturing van 1 penvoerder per doelgroep.
    c.
    Activiteiten in het kader van maatjesprojecten: gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners (zoals kwetsbare jongeren, kwetsbare ouderen, inwoners met schuldenproblematiek, inwoners met GGZ-problematiek, inwoners met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en inwoners die eenzaam zijn) door het bieden van vrijwillige ondersteuning in de vorm van een maatje. De inzet van een maatje moet bijdragen aan het voorkomen van de inzet van geïndiceerde ondersteuning. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd onder aansturing van 1 penvoerder per doelgroep.
    C
    Artikel 2:1 lid 2 onder e wordt gewijzigd als volgt:
    Bestaande tekst
    Nieuwe tekst
    e.
    Activiteiten in het kader van samenlevingsopbouw: ambulante samenlevingsopbouw gericht op het op collectief niveau versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten, en daarmee de onderlinge verbondenheid tussen inwoners, om zo de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is te verstevigen en bestendigen. Activiteiten dienen eraan bij te dragen dat de zelf- en samenredzaamheid van inwoners vergroot wordt en dat zij daardoor minder beroep doen op geïndiceerde ondersteuning, met in verhouding meer aandacht voor de gebieden/wijken Leidschendam-Noord, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-Zuid ten opzichte van andere gebieden/wijken in de gemeente. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 24 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:
    i.
    Het voorkomen en aanpakken van eenzaamheid, met een focus op jongeren, ouderen en inwoners die moeite hebben met rondkomen.
    e.
    Activiteiten in het kader van samenlevingsopbouw: ambulante samenlevingsopbouw gericht op het op collectief niveau versterken van de sociale cohesie in wijken en buurten, en daarmee de onderlinge verbondenheid tussen inwoners, om zo de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is te verstevigen en bestendigen. Activiteiten dienen eraan bij te dragen dat de zelf- en samenredzaamheid van inwoners vergroot wordt en dat zij daardoor minder beroep doen op geïndiceerde ondersteuning, met in verhouding meer aandacht voor de gebieden/wijken Leidschendam-Noord, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-Zuid ten opzichte van andere gebieden/wijken in de gemeente. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:
    i.
    Het voorkomen en aanpakken van eenzaamheid, met een focus op jongeren, ouderen en inwoners die moeite hebben met rondkomen.
    D
    Artikel 2:2 wordt gewijzigd als volgt:
    Bestaande tekst
    Nieuwe tekst
    1.
    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.
    2.
    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:
    a.
    De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;
    b.
    De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;
    c.
    De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.
    3.
    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.
    1.
    Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.
    2.
    Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:
    a.
    De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;
    b.
    De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;
    c.
    De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.
    3.
    In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.
    4.
    Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd door het college worden, ongeacht de looptijd toegekend onder een thema, geëvalueerd na 24 maanden door het college. Naar aanleiding van deze evaluatie kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd. De evaluatie geschiedt aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording.
    5.
    Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
    E
    Artikel 5:2 wordt gewijzigd als volgt:
    Bestaande tekst
    Nieuwe tekst
    1.
    In aanvulling op artikel 17 van de Asv, verplicht het college subsidieontvangers die een subsidie van € 50.000 of meer en/of uitvoering geven aan een activiteit met een looptijd van meer dan 12 maanden, een tussentijdse rapportage te overleggen.
    2.
    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage op eigen initiatief en binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.
    3.
    De tussentijdse rapportage bevat dezelfde informatie als opgenomen in artikel 5:1, eerste lid van deze subsidieregeling.
    4.
    Van bovenstaande leden kan worden afgeweken wanneer hier naar oordeel van het college dringende redenen voor zijn.
    1.
    Het college kan subsidieontvangers die een eenjarige of meerjarige subsidie ontvangen verplichten bij verleningsbeschikking om een tussentijdse rapportage te overleggen.
    2.
    De subsidieontvanger doet de tussentijdse rapportage binnen 2 maanden na afloop van de eerste 6 maanden van een kalenderjaar toekomen aan het college. De subsidieontvanger doet dit ieder kalenderjaar gedurende de looptijd van de subsidie.
    3.
    Vervallen
    4.
    Vervallen
    Artikel II
    Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 19 mei 2026.
    R.J. den Haan
    secretaris
    M.W. Vroom
    burgemeester
    Inhoudsopgave
    Aanhef
    Lichaam
    Artikel I
    Artikel II
    Ondertekening
    Acties
    Authentieke versie downloaden (pdf)
    Odt-formaat downloaden
    Xml-formaat downloaden
    Technische informatie
    Permanente link
    E-overheid bouwt mee aan betere dienstverlening met minder regeldruk
    Overheid.nl werkt samen met: Antwoord
    voor Bedrijven | Rijksoverheid.nl
    SnelzoekenInfo
    Snelzoeken
    U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
    –een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
    –een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
    U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
    U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten.
    ('appellabele toezeggingen').
    Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.