Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026

Gemeente Leidschendam-Voorburg

Voor inwoners van Leidschendam-Voorburg die deelnemen aan activiteiten gericht op fysieke en mentale gezondheid, in het bijzonder kwetsbare groepen.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg voor activiteiten gericht op fysieke en mentale gezondheid van inwoners. De regeling ondersteunt eenjarige en meerjarige activiteiten met een maximale duur van 48 maanden. Het subsidieplafond is gelijk aan het in de gemeentebegroting opgenomen bedrag voor bemoeizorg.

Voor wie is het bedoeld?

Voor inwoners van Leidschendam-Voorburg die deelnemen aan activiteiten gericht op fysieke en mentale gezondheid, in het bijzonder kwetsbare groepen.

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie aanvragen voor een activiteit gericht op fysieke gezondheid van inwoners
  • Ik wil subsidie aanvragen voor een activiteit gericht op mentale gezondheid van inwoners
  • Ik wil weten welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten bijdragen aan beleidsdoelen van de regeling
  • Eenjarige activiteiten hebben een maximale looptijd van 12 maanden
  • Meerjarige activiteiten hebben een looptijd van minimaal 12 maanden en maximaal 48 maanden
  • Incidentele subsidies zijn beperkt tot activiteiten met een maximale duur van 48 aaneengesloten maanden
  • Subsidieontvanger moet deelnemen aan netwerkbijeenkomsten
  • Subsidieontvanger moet meewerken aan kennisdeling
  • Activiteiten moeten toegankelijk, betrouwbaar en op maat zijn
  • Waar van toepassing moet de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling worden gehanteerd

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026
    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg;
    Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026;
    Besluit vast te stellen de navolgende: Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026
    
    Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN
    
    Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
    - De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 zijn ook op deze subsidieregeling van toepassing.
    - Aanvullend op het eerste lid betekent in deze subsidieregeling:Asv: de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026;beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep;beleidskader: een door de gemeenteraad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten plaats dienen te vinden;College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg.
    
    Artikel 1:2 Reikwijdte subsidieregeling
    - Het in deze subsidieregeling bepaalde is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de activiteiten genoemd in hoofdstuk 2.
    - De Asv is, tenzij daar in deze subsidieregeling nadrukkelijk van wordt afgeweken, van toepassing.
    
    Artikel 1:3 Algemene bepalingen
    - Een subsidieaanvraag die naar oordeel van het college niet of niet in voldoende mate voldoet aan 1 of meerdere criteria van deze subsidieregeling, komt niet voor subsidie in aanmerking.
    - De verhouding tussen de verwachte resultaten van een activiteit en de subsidie die hiervoor wordt gevraagd, moet realistisch zijn.
    
    Hoofdstuk 2: ALGEMENE ACTIVITEITEN SUBSIDIEREGELING EN WIJZE VAN SUBSIDIËREN
    
    Artikel 2:1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    - Het college verstrekt uitsluitend subsidies voor activiteiten die onderbouwd bijdragen aan de in deze subsidieregeling opgenomen beleidsdoelen. Deze doelen dienen in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde geldende beleidskaders, ambities, beleidsdoelen, uitgangspunten et cetera te worden bezien. De voor deze subsidieregeling relevante beleidskaders betreffen in ieder geval:Sociaal Kompas 2017-2020 (1821889)Aanscherping Sociaal Kompas (2217)Visie op de sociale basis (3898)Koersbrief Wmo (3121)Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (3482)Sportakkoord 2.0 Leidschendam-Voorburg 2026 (3482)
    - Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor:Activiteiten op het gebied van GGZ-preventie: het bieden van informatie, advies en laagdrempelige ondersteuning aan inwoners van alle leeftijden die vragen hebben over of uitdagingen ervaren op het gebied van geestelijke gezondheid. Coördinatie en goede afstemming op dit gebied zijn dan ook een vereiste. Tevens moet de activiteiten waar mogelijk alternatieven op geïndiceerde ondersteuning bieden en/of bijdragen aan het verlagen van het beroep op geïndiceerde ondersteuning. Inzet van ervaringsdeskundigheid is hierbij belangrijk. Er moet zowel groeps- als individueel aanbod zijn, gericht op preventie en herstel. Ook suïcidepreventie moet onderdeel zijn van het aanbod. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Onder aansturing van 1 penvoerder, waarbij subsidie kan worden verleend voor maximaal 24 aaneengesloten maanden:GGZ-(jeugd)preventie;Ondersteuning van kinderen met ouders die kampen met GGZ-problematiek.Dagbesteding voor volwassenen met GGZ-problematiek, waarbij een programma gericht op uitstroom en begeleiding naar andere vormen van werk een pré is. Subsidie kan worden verleend voor maximaal 12 aaneengesloten maanden.Activiteiten gericht op een domeinoverstijgende samenwerking eerste lijn – sociaal domein: in ieder geval het versterken van samenwerking met de eerstelijnszorg en het sociaal domein voor alle inwoners. De samenwerking moet gericht zijn op het ondersteunen van inwoners, met als doel instroom in geïndiceerde ondersteuning voorkomen of, als dit wel nodig is, gerichter te laten plaatsvinden. Subsidieontvangers dienen dan ook goed met elkaar af te stemmen en deel te nemen aan relevante netwerken c.q. netwerkoverleggen. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten op het gebied van middelenpreventie: volwassenen en jeugdigen en hun ouders voorlichten over alcohol- en middelengebruik, met als doel het gebruik ervan onder jeugdigen te voorkomen. Binnen de uitvoering van de activiteiten dient tevens het onderwijs te worden betrokken. Dit onderdeel moet voldoen aan de doelstellingen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord 2023-2026: terugdringen van overmatig middelengebruik onder jongeren en volwassenen. Activiteiten binnen dit thema kunnen worden gesubsidieerd voor maximaal 48 aaneengesloten maanden.Activiteiten op het gebied van sport, bewegen en gezondheidsvaardigheden: regelmatig sporten en bewegen is belangrijk voor een goede lichamelijke en mentale gezondheid. Activiteiten staan in het teken van het sportiever maken van de gemeente en het in beweging krijgen van nog meer inwoners, met in het bijzonder aandacht voor inclusief sporten en een focus op jeugdigen en ouderen. Dit onderdeel moet voldoen aan de doelstellingen Sportakkoord 2.0 en het Gezond en Actief Leven Akkoord 2023-2026. Per 2027 moeten deze activiteiten voldoen aan het vervolg op het Gezond en Actief Leven akkoord, namelijk het Aanvullende Zorg en Welzijnsakkoord. Het college kan, overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Asv, binnen deze subsidieregeling een eenjarige of meerjarige subsidie verstrekken voor maximaal 48 aaneengesloten maanden. Activiteiten die in ieder geval in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring, zijn:Combinatiefunctionarissen (sport en cultuur)
    - Incidentele subsidies worden alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de in het tweede lid genoemde beleidsdoelen.
    - In navolging op het tweede en derde lid kunnen ook andere, niet nader gespecificeerde activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de beleidsdoelen, in aanmerking komen voor een subsidie. Dit kan in de volgende gevallen:In een situatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Asv, waarbij op het subsidieplafond aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld, zoals bij een vervolg op het Gezond en Actief Leven Akkoord en/of het Sportakkoord;In het geval dat er naar oordeel van het college een gegronde reden is waarom de betreffende activiteit niet eerder is benoemd in het overzicht zoals opgenomen in het eerste lid.
    - In gevallen zoals bedoeld in het vierde lid kan het college bij subsidiebeschikking afwijken van de in deze subsidieregeling opgenomen bepalingen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering of verantwoording van de betreffende activiteit.
    
    Artikel 2:2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot activiteiten
    - Het college geeft uitvoering dan wel kan uitvoering (laten) geven aan voorzieningen als programma’s, pilots, proeftuinen en overige initiatieven, die inzet (kunnen) vragen van subsidieontvangers.
    - Bij het uitvoeren van een activiteit uit hoofde van deze subsidieregeling wordt, mits de activiteit geheel of deels in een buurt, wijk of gebied waarin een voorziening zoals bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, wordt uitgevoerd, verwacht dat:De subsidieontvanger aandacht heeft voor en, voor zover hier een beroep op wordt gedaan, een bijdrage levert aan de uitvoering van de voorziening (of activiteiten die hieruit voorkomen) zoals bedoeld in het eerste lid, tot een maximum van 5% (uitgedrukt in euro’s) van de voor 1 of meerdere activiteiten verleende subsidie zoals bedoeld in artikel 2:1;De subsidieontvanger een actieve bijdrage levert in het signaleren van kansen en knelpunten die (mogelijk) effect hebben op de realisatie van de doelen en resultaten van de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid;De bijdrage van de subsidieontvanger, zoals bedoeld onder a en onder b, vorm krijgt binnen de voor de voorziening geldende beleidskaders.
    - In het geval dat de voor de voorziening benodigde inzet het maximum zoals omschreven in het tweede lid onder a overstijgt, gaat aan verdere inzet eerst overleg tussen de subsidieontvanger en het college vooraf.
    - Nieuwe activiteiten die niet eerder zijn gesubsidieerd worden door het college geëvalueerd aan de hand van de tussentijdse- en eindverantwoording. Op basis van de uitkomst kan de subsidie voor de activiteit (omlaag) worden bijgesteld of worden beëindigd.
    - Subsidie voor de in artikel 2:1, tweede lid, genoemde activiteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
    
    Hoofdstuk 3: AANVRAAG
    
    Artikel 3:1 Uitgangspunten bij subsidieverstrekking
    De subsidieaanvrager committeert zich door het indienen van een aanvraag aan de uitgangspunten opgenomen in bijlage I.
    
    Artikel 3:2 Aanvraagtermijn
    - Conform artikel 9 van de Asv kan een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie vanaf 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar dan wel de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend.
    - Een aanvraag voor een incidentele subsidie kan het gehele jaar door worden ingediend, doch uiterlijk 10 weken voorafgaand aan de aanvang van de activiteit.
    - Indien een situatie zoals omschreven in artikel 10 van de Asv zich voordoet en (aanvullende) middelen beschikbaar worden gesteld, kan het college in afwijking van het eerste lid een nieuwe aanvraagtermijn openstellen. Daarbij geldt dat:Het college activiteiten kan benoemen waarvoor de (aanvullende) middelen die beschikbaar komen, zijn bestemd;Het college een andere dan in het eerste lid genoemde termijn kan benoemen waarbinnen de (aanvullende) subsidieaanvraag moet zijn ingediend;De beslistermijnen zoals opgenomen in artikel 11 van de Asv onverminderd van kracht blijven.
    
    Artikel 3:3 Indienen van aanvragen voor meerdere activiteiten
    Partijen die voor een bepaalde activiteit een gezamenlijke aanvraag hebben ingediend, zoals bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Asv, zijn niet uitgesloten van het indienen van een aanvraag voor 1 of meerdere andere activiteiten waar zij zelfstandig of als onderdeel van een ander samenwerkingsverband uitvoering aan willen geven. Dit kan echter alleen als er voor de beoogde activiteit(en) nog geen subsidie of subsidies aan 1 of meerdere andere partijen zijn verleend die volledig voorzien in de te realiseren beleidsdoelstelling(en).
    
    Hoofdstuk 4: VERLENING
    
    Artikel 4:1 Beoordeling subsidieaanvraag
    - Subsidieaanvragen voor de activiteiten opgenomen in artikel 2:1 van deze subsidieregeling worden beoordeeld op basis van de verdelingsregels zoals opgenomen in artikel 6, vierde lid van de Asv. Daarbij worden aanvragen gescoord, gerangschikt en, mits de aanvraag aan de eisen gesteld in de Asv en in deze subsidieregeling voldoet, toegekend in volgorde van hoogst tot laagst scorend, tot het voor de activiteit(en) beschikbaar bestelde budget zoals opgenomen in artikel 4:2, vierde lid van deze subsidieregeling, besteed is.
    - In aanvulling op deze verdelingsregels worden subsidieaanvragen tevens beoordeeld op:De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een beweging van symptoombestrijding naar een versterking van de sociale basis;De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het realiseren van een gezonde generatie in 2040 met aandacht voor kwetsbare doelgroepen;Financiële gezondheid: De mate waarin de begroting naar oordeel van het college realistisch lijkt;De mate waarin de subsidieaanvrager naar oordeel van het college aan heeft getoond een solide organisatie te
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.