Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing
Gemeente Landgraaf
Voor particulieren, bedrijven, woningcorporaties en het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Landgraaf die projecten uitvoeren gericht op stedelijke vernieuwing.
Ook bekend als Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing, ISV
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening van gemeente Landgraaf voor stedelijke vernieuwing, gericht op verbetering van leefbaarheid, veiligheid en duurzame ontwikkeling in stedelijk gebied. Regelt subsidies voor projecten uit het ISV-programma en andere stedelijke vernieuwingsprojecten, met verschillende subsidiemogelijkheden afhankelijk van projecttype.
Voor wie is het bedoeld?
Voor particulieren, bedrijven, woningcorporaties en het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Landgraaf die projecten uitvoeren gericht op stedelijke vernieuwing.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor woningverbetering in Landgraaf
- Financiering van stedelijke vernieuwingsprojecten
- Ondersteuning van bodemonderzoek en sanering voor woningbouwlocaties
- Herstructureringsprojecten in stedelijk gebied
Voorwaarden
- Project moet voortvloeien uit het ISV-programma of voldoen aan criteria voor stedelijke vernieuwing
- Project moet fysieke aanvang nemen in de ISV-periode waarbinnen subsidie wordt aangevraagd
- Gereedmelding moet plaatsvinden uiterlijk binnen twee jaar na verlening van subsidie
- Voor woningverbetering: minimale kosten van €680,00
- Pand moet geschikt zijn om het gehele jaar door te worden bewoond
- Pand mag niet bestemd zijn om binnen 10 jaar te worden afgebroken
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule DEEL 1 ALGEMEEN Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en toepassing Algemene wet bestuursrecht Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Artikel 1.2 Algemene wet bestuursrecht DEEL 2 Provinciale Subsidie Stedelijke Vernieuwing Hoofdstuk 2 Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (tSV) Artikel 2.1 Begripsomschrijving Artikel 2.2 Investeringsbudget Artikel 2.3 Subsidieplafond Artikel 2.4 De aanvraag Artikel 2.5 Verlening van subsidie Artikel 2.6 Verplichtingen Artikel 2.7 De gereedmelding Artikel 2.8 Vaststelling subsidie Artikel 2.9 Voorschotten Artikel 2.10 Uitbetaling subsidie Artikel 2.11 Hardheidsclausule DEEL 3 Gemeentelijke Subsidie Stedelijke Vernieuwing Hoofdstuk 3 Algemeen Artikel 3.1 Subsidieplafond Artikel 3.2 Beperken werkingssfeer Artikel 3.3 Beperking toekennen steun Artikel 3.4 Aanvraag Artikel 3.6 Verplichtingen Artikel 3.7 De gereedmelding Artikel 3.8 Vaststelling subsidie Artikel 3.9 Voorschotten Artikel 3.10 Uitbetaling subsidie Artikel 3.11 Afwijkingsclausule Artikel 3.12 Hardheidsclausule Hoofdstuk 4 Midden- en Kleinbedrijf I Algemene bepalingen Artikel 4.1 Begripsomschrijvingen Artikel 4.2 Beperken werkingssfeer Artikel 4.3 Subsidiabele kosten Artikel 4.4 Voorwaarden Artikel 4.5 Maximale bijdrage II Verbouwing van een (niet)winkelpand tot winkelpand Artikel 4.6 Subsidiabele kosten Artikel 4.7 Verstrekkingsvoorwaarde III Nieuwe vestiging Artikel 4.8 Subsidiabele kosten IV Sloop gevolgd door nieuwbouw van winkelpanden Artikel 4.9 Subsidiabele kosten Artikel 4.10 Maximale bijdrage HOOFDSTUK 5 Verbouwen winkel tot woning Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen Artikel 5.2 Bijdrage verbouwen winkel tot woning Artikel 5.3 Eisen voor het verstrekken van een bijdrage Artikel 5.4 Voorwaarden voor toekenning bijdrage Artikel 5.5 Maximale bijdrage Hoofdstuk 6 Sanering milieuhinderlijke bedrijven I Algemene bepalingen Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen Artikel 6.2 Sanering Artikel 6.3 Voorwaarden Artikel 6.4 Betaling II Sanering door verplaatsing Artikel 6.5 Subsidiabele kosten Artikel 6.6 Uitkeringsvoorwaarden III Sanering door liquidatie Artikel 6.7 Subsidiabele kosten Hoofdstuk 7 Opknappen leegstaande bedrijfspanden en herverkavelen grote bedrijfslocaties Artikel 7.1 Begripsomschrijvingen Artikel 7.2 Subsidiabele kosten Artikel 7.3 Toekenningseisen Artikel 7.4 Verplichtingen HOOFDSTUK 8 SANERING AANDACHTSLOCATIES Artikel 8.1 Begripsbepaling Artikel 8.2 Subsidieverstrekking Artikel 8.3 Voorwaarden Artikel 8.4 Hoogte subsidie Hoofdstuk 9 Monumenten Artikel 9.1 Begripsomschrijvingen Artikel 9.2 Subsidiabele kosten monumenten Artikel 9.3 Subsidiabele kosten mijnwerkerskolonie Artikel 9.4 Subsidiabele kosten niet-beeldbepalende en beeldverstorende panden Artikel 9.5 Omschrijving van de kosten van voorzieningen Artikel 9.6 Voorwaarden Artikel 9.7 Beslissingsfactoren Artikel 9.8 Verplichtingen Artikel 9.9 Weigering bijdrage Hoofdstuk 10 Inwerkingtreding Artikel 10.1 Citeertitel Artikel 10.3 Inwerkingtredingsdatum Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR59116 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR59116/1 sluiten Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing Geldend van 10-12-2003 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-10-2003 Intitulé Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing De raad der gemeente Landgraaf; gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders d.d. 29 juli 2003; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, de Wet op de Stedelijke Vernieuwing en de Algemene wet bestuursrecht; besluit: In te stemmen met het intrekken van de oude uit 1985 daterende stadoverordening. Ter inzage gelegde concept-Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing vast te stellen met als ingangsdatum 1 oktober 2003. DEEL 1 ALGEMEEN Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en toepassing Algemene wet bestuursrecht Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder. a) Stedelijke vernieuwing: op stedelijk gebied gerichte inspanningen die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid. bevordering van een duurzame ontwikkeling en verbetering van de woon- en milieukwaliteit, versterking van het economisch draagvlak, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van dat stedelijk gebied; b) Stedelijk gebied: gebied gelegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening; c) Het college: het College van Burgemeester en Wethouders. Artikel 1.2 Algemene wet bestuursrecht Op deze verordening is de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. DEEL 2 Provinciale Subsidie Stedelijke Vernieuwing Hoofdstuk 2 Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (tSV) Artikel 2.1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a) ISV: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing; b) ISV-programma: het door de gemeenteraad vastgestelde en door de Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg met in acht neming van de subsidieverordening Provincie Limburg (paragraaf 6.8 Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) goedgekeurde ISV-ontwikkelingsprogramma; c) ISV-tijdvak: tijdvak van 5 kalende~aren, waarvoor een investeringsbudget wordt verleend; d) Investeringsbudget: subsidie uit het Provinciale Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing, ter tegemoetkoming in de kosten van de uitvoering van het ISV-programma; e) Budgethouder: Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg; f) Subsidie: subsidie in het kader van het ISV; g) Aanvrager: een particulier, bedrijf of woningcorporatie of het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Landgraaf. Artikel 2.2 Investeringsbudget 1. De gemeente krijgt een per ISV-periode vastgesteld investeringsbudget van de budgethouder, welke in jaarlijkse termijnen wordt uitbetaald. 2. Het investeringsbudget dient te worden besteed aan de in het ISV-programma aangegeven projecten c.q. beleidsdoelen. 3. De gemeente dient voor de gedane uitgaven aan het einde van een ISV-tijdvak verantwoording af te leggen bij de budgethouder. 4. De budgethouder kan naar aanleiding van de afgelegde verantwoording beslissen dat de verleende subsidie (geheel of gedeeltelijk) niet op de juiste wijze is ingezet. Dit kan leiden tot een vermindering van de subsidie. De gemeente zal dan de in mindering gebrachte subsidie aan de budgethouder moeten terugbetalen. 5. Afwijking van lid 2 is enkel mogelijk bij raadsbesluit en met goedkeuring van de budgethouder. Artikel 2.3 Subsidieplafond Het subsidieplafond vloeit voort uit het door de gemeenteraad vastgestelde ISV-programma en het uitbetalingsritme van de Provincie. Artikel 2.4 De aanvraag 1. Om in aanmerking te komen voor ISV-subsidie dient een schriftelijke aanvraag bij het college te worden ingediend. 2. De aanvraag dient uiterlijk 6 maanden voor het einde van het ISV-tijdvak te worden ingediend. 3. De aanvraag dient tenminste vergezeld te gaan van: a. een tekening van de bestaande en de nieuwe situatie; b. een omschrijving van de werkzaamheden; c. een kostenbegroting van de uit te voeren werkzaamheden; d. onderliggende offertes. e. en indien voor handen een exploitatie-overeenkomst Artikel 2.5 Verlening van subsidie 1. Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag. 2. Het college besluit op de aanvraag binnen 12 weken na ontvangst daarvan. 3. Het college weigert de subsidie in ieder geval indien: a) het project niet voortvloeit uit het ISV-programma; b) het project geen fysieke aanvang neemt in de ISV-periode waarbinnen de subsidie wordt aangevraagd; c) indien het project in fases wordt uitgevoerd, kan alleen subsidie worden aangevraagd voor de fase welke fysiek wordt aangevangen binnen de ISV-periode waarbinnen de subsidie wordt aangevraagd. 4. De hoogte van de te verlenen ISV-subsidie wordt bepaald door het ISV-programma en de kosten van het project. 5. Indien het een historisch/verkennend/nader bodemonderzoek, een stortplaats-onderzoek, een saneringsplan, een saneringsevaluatie dan wel de feitelijke sanering betreft voor een potentiële woningbouwlocatie bedraagt de ISV-subsidie 25% van de onderzoekskosten, tenzij het ISV-programma een ander bedrag aangeeft. Indien een locatie buiten het ISV-programma valt, dit zijn de zgn. statische locaties Landsdekkend beeldtabel, waarbij geen ontwikkeling van de locatie en geen cofinanciering vanuit de markt plaatsvindt, worden de onderzoekskosten voor een historisch/verkennend/nader bodem- en stortplaats-onderzoek 100% gesubsidieerd. Als na uitvoering van het nader onderzoek blijkt dat er vervolgonderzoek en/of sanering noodzakelijk is, wordt door middel van een juridische toets ex Wet Bodembescherming nagegaan of subsidiëring van deze vervolgstappen nog rechtmatig is. De prioritering van de aan te pakken locaties ligt vast in het ISV-programma. 6. Indien de ingediende aanvragen om subsidieverlening het subsidieplafond overschrijden, dan gaat de eerder ingediende aanvraag voor. Artikel 2.6 Verplichtingen Het college kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening andere dan de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Artikel 2.7 De gereedmelding 1. De aanvrager meldt het project zo spoedig mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie schriftelijk gereed bij het college. 2. Het college kan op aanvraag de in het eerste lid genoemde termijn met maximaal 1 jaar verlengen. 3. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de subsidie. 4. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat tenminste vergezeld van: a. een opgave van de dag waarop het project is gereedgekomen; b. een tekening van de nieuwe situatie; c. een gespecificeerde opgave van de kosten van het project met daarop betrekking hebbende rekeningen en betaalwijzen of een accountantsverklaring; d. het nummer van de bank- of girorekening van de aanvrager. 5. Het college bevestigt binnen 2 weken schriftelijk de ontvangst van de gereedmelding. Artikel 2.8 Vaststelling subsidie 1. Binnen 12 weken na ontvangst van de gereedmelding als bedoelt in artikel 2.7 neemt het college een besluit tot vaststelling van de subsidie. 2. Het college kan de subsidie in ieder geval lager vaststellen dan het bedrag uit de subsidieverlening indien de aanvrager het bij of krachtens deze verordening gestelde niet heeft nageleefd. 3. Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde werkelijke kosten met als maximum het bij de subsidieverlening toegekende bedrag. 4. Het college kan de subsidie in ieder geval lager vaststellen dan het bedrag uit de subsidieverlening indien de uiteindelijke kosten van het project lager zijn dan aangegeven bij de aanvraag als bedoeld in artikel 2.4. Artikel 2.9 Voorschotten 1. Het college is bevoegd een voorschot te verlenen; 2. Het voorschot bedraagt maximaal 75 % de toegekende bijdrage en kan afhankelijk worden gesteld van de voortgang van het project; 3. Het voorschot kan maximaal 100% bedragen van de toegekende bijdrage indien het project een herstructureringslocatie betreft, die gefaseerd wordt uitgevoerd en waarvan minimaal 1 fase al gereedgemeld is. De bijdrage kan afhankelijk worden gesteld van de voor […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.