Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieverordening stadsvernieuwing

Gemeente Leiden

Voor eigenaren van woningen, woonschepen en appartementencomplexen in de gemeente Leiden die verbeteringswerken willen uitvoeren.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Verordening van de gemeente Leiden voor subsidies op stadsvernieuwing, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten. Regelt onder meer verbetering van eigen woningen en collectieve projecten.

Voor wie is het bedoeld?

Voor eigenaren van woningen, woonschepen en appartementencomplexen in de gemeente Leiden die verbeteringswerken willen uitvoeren.

Particulier

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor verbetering van eigen woning
  • Collectief project voor stadsvernieuwing indienen
  • Planwijziging voor goedgekeurd verbeterplan aanvragen

Voorwaarden

  • Aanvraag moet op voorgeschreven formulier worden ingediend
  • Aanvrager moet eigenaar en bewoner van de woning zijn
  • Voor appartementencomplexen met vijf of meer woningen is een schouwrapport vereist
  • Uitvoering moet aanvangen binnen dertien weken na toekenning
  • Gereedmelding moet plaatsvinden binnen twee jaren na toekenning
  • Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, met inachtneming van prioriteiten
  • Aanvragen die het budget overschrijden worden afgewezen

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een particulier
Uw rechtsvorm is: Particulier
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Leiden.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent subsidie Subsidieverordening stadsvernieuwing
    
    HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN DEEL
    
    Artikel 1.1
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder stads en dorpsvernieuwing, verder te noemen stadsvernieuwing, de stelselmatige inspanning, zowel op stedebouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied.
    
    Artikel 1.2
    De gemeenteraad neemt jaarlijks een besluit, waarin wordt aangegeven welk bedrag voor een bepaald jaar aan natuurlijke of rechtspersonen beschikbaar wordt gesteld in het belang van de stadsvernieuwing ten behoeve van de verschillende sectoren van de samenleving, waaronder in elk geval de bewoners van huur en eigen woningen, het bedrijfsleven en sociale en culturele instellingen. Dit besluit geeft tevens de verdeling van het beschikbare bedrag over de diverse categorieën van stadsvernieuwingsactiviteiten aan, zulks in de vorm van deelbudgetten.
    
    Artikel 1.3
    1..
    De gemeenteraad kan een deelbudget, als bedoeld in artikel 1.2, tussentijds verhogen.
    2..
    De gemeenteraad kan een deelbudget als bedoeld in artikel 1.2 tussentijds verlagen wanneer, mede gelet op het totaal van de in het betreffende jaar reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat voor de desbetreffende categorie van stadsvernieuwingsactiviteiten aan het einde van dat jaar gelden zullen resteren.
    3..
    Bij daarvoor door de gemeenteraad aangewezen deelbudgetten kunnen burgemeester en wethouders, onder gelijktijdige verhoging van een of meer andere deelbudgetten, een deelbudget verlagen wanneer, mede gelet op het totaal van de in het desbetreffende jaar reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat voor de desbetreffende categorie van stadsvernieuwingsactiviteiten aan het einde van dat jaar gelden zullen resteren.
    
    Artikel 1.4
    De gemeenteraad kan de werkingssfeer van deze verordening of onderdelen daarvan naar tijd en plaats beperken.
    
    Artikel 1.4A
    De gemeenteraad kan voor bepaalde categorieën van stadsvernieuwingsactiviteiten een programma vaststellen voor de besteding van het beschikbaar gestelde deelbudget en een voorlopig programma voor daarop volgende jaren. Dit programma kan de gehele stad betreffen of een bepaald gedeelte ervan.
    
    Artikel 1.5
    1..
    Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de stadsvernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening bijdragen toekennen.
    2..
    Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met bijdragen die op grond van deze verordening of enige andere regeling zijn of kunnen worden toegekend.
    3..
    Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van bijdragen voorwaarden verbinden.
    
    Artikel 1.6
    1..
    Burgemeester en wethouders kennen slechts bijdragen toe voor zover deze passen in de op grond van artikel 1.2 vastgestelde deelbudgetten.
    2..
    Een bijdrage wordt slechts toegekend voorzover dit niet in strijd is met het in artikel 1.4A bedoelde programma.
    
    Artikel 1.7
    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, gehoord de betrokken raadscommissie(s), in het belang van de stadsvernieuwing afwijken van de bepalingen van deze verordening.
    
    Artikel 1.8
    Op subsidiëring ingevolge hoofdstuk 5, paragraaf 1, van deze verordening is de Algemene subsidieverordening, voor zover mogelijk en nodig, van toepassing. Voor het overige is de Algemene subsidieverordening niet van toepassing.
    
    HOOFDSTUK 2 VERBETERING EIGEN WONINGEN
    
    AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN
    
    Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
    - eigenaarbewoner: de eigenaar, tevens bewoner van een woning of woonschip; of, indien het gebouwde onroerend goed waaraan voorzieningen als bedoeld in dit hoofdstuk worden getroffen is gebouwd op grond waarop een erfpachtsrecht rust, degene die het recht van erfpacht op die grond heeft, tevens bewoner; of, indien het recht op het gebouwde onroerend goed waaraan voorzieningen als bedoeld in dit hoofdstuk worden getroffen is gesplitst in appartementsrechten, de appartementseigenaar, tevens bewoner;
    - appartementseigenaar: de rechthebbende op een appartemenstrecht als bedoeld in artikel 875a van het Derde Boek van het Burgelijk Wetboek;
    - vereniging van eigenaars: de vereniging als bedoeld in artikel 875f, lid 1, onder e, van het Derde Boek van het Burgerlijk Wetboek;
    - woning: een woning, dat wil zeggen: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat volgens de bouw of verbouw blijvend bestemd is tot en niet wederrechtelijk gebezigd wordt als woonruimte voor de permanente afzonderlijke huisvesting van één huishouden, inclusief een zich op het erf bevindend gebouw dat bestemd is voor en wordt gebezigd als bij de woonruimte behorende bergruimte, een garage daaronder niet begrepen, die zelfstandig is, dat wil zeggen: beschikt over een eigen afsluitbare toegang en zodanig is ingedeeld dat, afgezien van de bergruimte, alle tot afzonderlijk gebruik bestemde ruimten onderling bereikbaar zijn buiten eventuele gemeenschappelijke ruimten om;
    - woonschip: een schip dat: uitsluitend is bestemd tot woonruimte voor de permanente afzonderlijke huisvesting van één huishouden en dienovereenkomstig met een vergunning ingevolge het bepaalde in de Wet op Woonwagens en Woonschepen vergunning wordt gebruikt en overeenkomstig de ter plaatse geldende voorschriften en voorwaarden voor onbepaalde tijd een ligplaats heeft;
    - gemeenschappelijke gedeelten en zaken: alle gedeelten en zaken van een in appartementsrechten gesplitst gebouw die niet blijkens de splitsingsakte zijn bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
    - verbeterplan: de opsomming van de voorzieningen die blijkens de aanvraag getroffen zullen worden aan een woning, woonschip, appartementencomplex of gebouw, inclusief alle verdere bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden, een eventuele planwijziging daarbij mede in aanmerking genomen;
    - planwijziging: een opsomming van de voorzieningen voor zover die blijkens een desbetreffend schriftelijk verzoek om goedkeuring in afwijking van het verbeterplan getroffen zullen worden, inclusief alle bij dit verzoek ingediende gegevens en bescheiden;
    - fasenplan: een verbeterplan, waarbij volgens een globale omschrijving in de aanvraag een deel van de voorzieningen in een tweede fase zal worden uitgevoerd op basis van een nog uit te werken plan dat via een aanvraag of ander schriftelijk verzoek nader ter goedkeuring zal worden ingediend, inclusief een tijdschema waarin ten minste staan aangegeven de uiterste datum van gereedmelding van de eerste fase en de datum van indiening van het verzoek dat betrekking heeft op het plan voor de tweede fase;
    - voorzieningen: 1e het treffen van voorzieningen tot opheffing van de bouwtechnische gebreken van een woning; 2e het treffen van voorzieningen aan een woning, welke als grootonderhoud dienen tot het herstel van gebreken die van belang zijn met het oog op of verlenging van de levensduur, of verhoging van de brandveiligheid. 3e het treffen van voorzieningen tot verbetering van de indeling of het woongerief van een woning; 4e het tot stand brengen van een rechtstreekse, individuele aansluiting van de huisriolering van een woning op het gemeenteriool; 5e het treffen van voorzieningen als bedoeld onder respectievelijk 1e, 2e, 3e en 4e aan een in appartementsrechten gesplitst gebouw ter verbetering van gemeenschappelijke gedeelten en zaken; 6e het treffen van voorzieningen als bedoeld onder respectievelijk 1e, 2e, 3e en 4e aan een woning in een in appartementsrechten gesplitst gebouw, niet zijnde voorzieningen als bedoeld onder 5e; 7e het treffen van voorzieningen als bedoeld onder respectievelijk 1e, 2e, 3e en 4e aan woonschepen; 8e het maken van een eigen zelfstandige opgang naar een bovenwoning indien daardoor een zelfstandige woning tot stand wordt gebracht; 9e het maken van een of meer woningen van een gebouw of een gedeelte van een gebouw, niet zijnde een woning, door middel van verbouwing; 10e het splitsen van een woning in twee of meer woningen door middel van verbouwing; 11e het samenvoegen van een aantal woningen tot één of meer woningen door middel van verbouwing; 12e het treffen van voorzieningen die ten doel hebben een woning tijdelijk in stand te houden;
    - bijdrage: de in artikel 1.5, lid 1, bedoelde bijdrage, welke dient ter tegemoetkoming in de kosten van een verbeterplan dan wel, als bijzondere bijdrage, ter tegemoetkoming in de kosten van voorbereiding van een projectaanvraag;
    - kosten: de aan de woning van de aanvrager toe te rekenen kosten voor zover deze betrekking hebben op: 1e de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden dan wel, voor zover betrekking hebbend op zelfwerkzaamheid, de materiaalkosten; 2e de risicoverrekening van loon en materiaalprijsstijgingen, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woningbouw 1964; 3e het architectenhonorarium, indien en voor zover dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in de SR 1988 van de Bond van Nederlandse architecten; 4e het toezicht op de uitvoering; 5e de aansluiting op de nutsvoorzieningen; 6e de leges voor de bouwvergunning of de precariorechten; 7e de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting; 8e renteverlies voorzover dit verband houdt met het treffen van voorzieningen; 9e technisch onderzoek aan de woning; 10e adviezen van deskundigen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied; 11e kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de onder 1e tot en met 10e genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren; 12e de planontwikkeling ten behoeve van een collectief project;
    - geraamde kosten: de door de aanvrager geraamde kosten van het treffen van de door hem volgens het verbeterplan voorgenomen voorzieningen;
    - subsidiabele kosten: de geraamde kosten, voor zover deze bij de toekenning: als plankosten worden goedgekeurd (op grond van de onderdelen j en l en artikel 2.3, lid 1) en vervolgens subsidiabel worden geacht (op grond van artikel 2.4, de leden 3, onder b, 4 en 7, artikel 2.5, de leden 2, 4 en 9, artikel 2.6, de leden 2 en 3, artikel 2.7, lid 2 en artikel 2.16);
    - aanvraag: een verzoek om een tegemoetkoming in de kosten van een verbeterplan, dat voldoet aan het in artikel 2.24 daaromtrent bepaalde;
    - toekenning: een beschikking waarbij een bijdrage in het vooruitzicht wordt gesteld;
    - gereedmelding: een schriftelijke verklaring waarbij: 1e de aanvrager mededeelt dat het verbeterplan waarop hem een bijdrage is toegekend, is uitgevoerd overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende en, voor zover van toepassing, met toestemming gewijzigde verbeterplan, zulks met inachtneming van de bij de toekenning gestelde voorwaarden en 2e de op de getroffen voorzieningen betrekking hebbende gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd, waaronder de rekeningen en, voor zover van toepassing, betaalbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden, een totale kostenopstelling die op dezelfde wijze is gerangschikt als de bij de bij de aanvraag ingediende begroting alsmede indien de getroffen voorzieningen mede betrekking hebben op de gas en/of electrische installatie: een rapport waaruit blijkt dat de installatie is goedgekeurd;
    - collectief project: een samenstel van in samenhang met elkaar uit te voeren verbeterplannen dat op grond van artikel 2.32, lid 1 als zodanig is goedgekeurd;
    - projectaanvraag: een verzoek om goedkeuring van een aantal verbeterplannen als collectief project, dat voldoet aan het in artikel 2.33 daaromtrent bepaalde;
    - oppervlakte van de woning: de totale oppervlakte van alle ruimten in de woning, zoals die wordt gemeten volgens punt 3.4.1 van de norm NEN 2320 (Oppervlakte en inhouden van tot bewoning bestemde gebouwen, 2e druk, april 1988) opgesteld door het Nederlandse Normalisatie Instituut, met dien verst
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.