Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord-Limburg

Gemeente Gennep

Gecertificeerde instellingen die jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren voor jeugdigen in de regio Noord-Limburg, waaronder jeugdigen met licht verstandelijke beperkingen, zonder vaste woon- of verblijfplaats, en jeugdigen met complexe gezinssystemen.

Ook bekend als Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Noord-Limburg, Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Noord-Limburg 2023 en verder, Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2025 Regio Noord-Limburg

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor gecertificeerde instellingen in Gennep voor de uitvoering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. Subsidie wordt verstrekt op basis van rangschikking van aanvragers volgens criteria rond uitvoering, samenwerking en organisatie. Tarieven per activiteit variëren van €4,95 tot €1.824,60 per eenheid.

Voor wie is het bedoeld?

Gecertificeerde instellingen die jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen uitvoeren voor jeugdigen in de regio Noord-Limburg, waaronder jeugdigen met licht verstandelijke beperkingen, zonder vaste woon- of verblijfplaats, en jeugdigen met complexe gezinssystemen.

Gecertificeerde instelling

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor uitvoering van ondertoezichtstelling
  • Subsidie aanvragen voor jeugdreclassering
  • Subsidie aanvragen voor voogdij
  • Subsidie aanvragen voor intensieve trajectbegeleiding

Voorwaarden

  • Gecertificeerde instelling moet in staat zijn alle subsidiabele activiteiten uit te voeren volgens geldende normen
  • Professionals moeten beschikken over bijzondere expertise voor de betreffende doelgroep
  • Actieplan en exitplan moeten worden opgesteld
  • Geen wachttijden van meer dan 5 werkdagen tussen beschikking en eerste contact
  • Rangschikking op basis van criteria rond uitvoering, samenwerking en organisatie (maximaal 100 punten)

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een gecertificeerde instelling
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Gennep.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Gesloten
Start
1 nov 2022
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2019-2020Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Tender
Ronde 2025Open
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2023 en verderOpen
Start
1 jan 2023
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Artikel 3. Looptijd Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag Artikel 5. Hoogte subsidie Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie Artikel 7. Beslistermijn Artikel 8. Bevoorschotting Artikel 9. Aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden Artikel 10. Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger Artikel 11. Subsidievaststelling Artikel 12. Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1: Tarieven uitvoeren subsidiabele activiteiten Bijlage 2: Artikelsgewijze toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740109 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740109/1 sluiten Regeling vervalt per 01-01-2027 Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2025 Regio Noord-Limburg Geldend van 06-06-2025 t/m 31-12-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025 Intitulé Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2025 Regio Noord-Limburg Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel; - gezien het voorstel van 20 mei 2025; - gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel 2025; b e s l u i t 1. vast te stellen de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Regio Noord-Limburg; [De titel van deze regeling bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: vast te stellen de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2025 Regio Noord-Limburg;.] 2. in te trekken de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord- Limburg 2023, vastgesteld op 24 oktober 2023. Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: - gecertificeerde instelling; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel; dat wat daaronder wordt verstaan in de Jeugdwet. 2. In deze regeling wordt verder verstaan onder: a. actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt; b. college: het college van burgemeester en wethouders c. exitplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten, dan wel vanwege een andere oorzaak, zoals surseance van betaling of faillissement, deze activiteiten zal overdragen aan een andere gecertificeerde instelling, waarbij de uitvoering van de wettelijke taken tot aan de overdracht wordt geborgd; d. onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; e. subsidie: Een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. f. toekomstplan: een concrete beschrijving van de toekomst/vervolg van de jeugdige bij het bereiken van het 18de levensjaar. Dit kán een separaat individueel plan/document zijn, maar mag ook onderdeel uitmaken van het individuele plan van aanpak. Bij het opstellen van dit toekomstplan wordt bewust aandacht geschonken aan de tijdige afstemming met gemeente (en andere benodigde ketenpartners). g. wachttijd: van een wachttijd in de zin van het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering is sprake als er meer dan 5 werkdagen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of de ouders. Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1. Deze regeling is van toepassing op het verlenen van subsidie aan gecertificeerde instellingen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet te treffen. 2. Deze doelgroep wordt voor de uitvoering verdeeld in drie subgroepen, te weten: a. Generale uitvoering jeugdbescherming en jeugdreclassering; b. Jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; c. Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 3. Subsidie kan worden verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, voor zover het maatregelen betreft die reeds van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, of die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze regeling of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze regeling is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling. 4. De subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd binnen de volgende kaders: a. Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK); b. Jeugdwet; c. Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; d. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; e. De geldende, van toepassing zijnde beroepscode(s). Artikel 3. Looptijd 1. De subsidieregeling geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid. 2. De subsidie wordt per kalenderjaar verleend en vastgesteld. 3. Periodiek wordt gezamenlijk geëvalueerd. 4. De looptijd van deze subsidieregeling kan worden heroverwogen op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving of beleidswijzigingen. Dit gebeurt altijd in overleg tussen de partijen. Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van het gestelde in de Asv, enkel worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 december 2022 moeten worden ingediend. 3. De aanvraag bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd; b. een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichtte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden. c. een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s: i. Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek); ii. Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd; iii. Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R; iv. Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel per regio; v. Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden; vi. Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt. 4. De gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt, legt aanvullend over: a. een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten; b. jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar; c. een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling); d. een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van: i. het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; ii. het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning; iii. de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; iv. het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders. 5. Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college. Artikel 5. Hoogte subsidie 1. De omvang van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke duur van de uitvoering door de in bijlage 1 vastgestelde tarieven (p) per activiteit te vermenigvuldigen met het aantal eenheden per activiteit die zijn geleverd (q). 2. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023. De tarieven worden jaarlijks voor aanvang van een nieuw subsidiejaar geïndexeerd met de definitieve OVA1 van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar (t-1). 3. Bij het besluit als bedoeld in artikel 7 lid 1 worden de op grond van het tweede lid van dit artikel geïndexeerde tarieven vastgesteld voor het desbetreffende jaar en draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de vastgestelde tarieven. Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie 1. De gecertificeerde instelling die, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, een aanvraag doet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voor de subdoelgroep zoals beschreven in artikel 2 lid 2 sub b of sub c van deze regeling, beschikt over professionals met bijzondere expertise ten aanzien van de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit de betreffende subgroep. 2. Aanvullend op het voldoen aan de gestelde eisen voor certificering uit het Normenkader (artikel 3.4, lid 4 Jeugdwet), verwacht het college in aanvulling op onderdeel: a. C.1.2 – Inzet gecontracteerd aanbod – dat bij het verlenen van toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp (zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1 Jeugdwet) wordt ingezet op door de gemeente gecontracteerd aanbod. Alleen in uitzonderlijk geval dat er geen adequate voorziening is ingekocht door de gemeente(n), wordt het regionale proces gevolgd voor de inzet van niet-gecontracteerd aanbod. Hierover vindt altijd overleg plaats met de gemeentelijke toegang. b. D.5.1 – Gecertificeerde instelling moet in het kader van (zijn eigen) werkstroombeheer en/of wachtlijsten werkwijzen bepalen en hebben vastgelegd - waardoor: i. Er bij de uitvoering van maatregelen géén sprake is van wachttijden en actief actie wordt ondernomen om wachttijden te voorkomen. ii. Bij het voornemen tot een besluit tot een instroomstop hiervan uiterlijk 2 weken voor ingang van de instroomstop melding wordt gemaakt bij het college. c. D.5. 3 – De processen gericht op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering – dat er zo veel mogelijk sprake is van een vaste medewerker voor de jeugdige en diens gezin. d. D.5.4 – Prestatie-indicatoren (PI’s) – dat aanvullend hierop de volgende monitoringsinformatie per kwartaal wordt aangeleverd: i. Realisatie (aantal maatregelen = Q), die in eenheden aansluit op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden; ii. Trends en realisatie (aantal maatregelen = Q) over de jaren heen en over de PI’s uit het Normenkader; e. E.1.2 – Ketensamenwerking: i. Deelname aan (structurele) ove
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Artikel 3. Looptijd Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag Artikel 5. Hoogte subsidie Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie Artikel 7. Beslistermijn Artikel 8. Bevoorschotting Artikel 9. Aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden Artikel 10. Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger Artikel 11. Subsidievaststelling Artikel 12. Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1: Tarieven uitvoeren subsidiabele activiteiten Artikelsgewijze toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR683495 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR683495/1 sluiten Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Noord-Limburg Geldend van 12-11-2022 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-11-2022 Intitulé Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Noord-Limburg Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray houdende regels omtrent jeugdbescherming en jeugdreclassering Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Venray Gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Venray 2020, hieronder verder te noemen ‘de ASV’. Besluit vast te stellen de ‘Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering 2023 Regio Noord-Limburg’ op 25 oktober 2022 Datum inwerkingtreding 1 november 2022 Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: - gecertificeerde instelling; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel; dat wat daaronder wordt verstaan in de Jeugdwet. 2. In deze regeling wordt verder verstaan onder: a. actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt; b. college: het college van burgemeester en wethouders c. exitplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten, dan wel vanwege een andere oorzaak, zoals surseance van betaling of faillissement, deze activiteiten zal overdragen aan een andere gecertificeerde instelling, waarbij de uitvoering van de wettelijke taken tot aan de overdracht wordt geborgd; d. onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; e. subsidie: Een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. f. toekomstplan: een concrete beschrijving van de toekomst/vervolg van de jeugdige bij het bereiken van het 18de levensjaar. Dit kán een separaat individueel plan/document zijn, maar mag ook onderdeel uitmaken van het individuele plan van aanpak. Bij het opstellen van dit toekomstplan wordt bewust aandacht geschonken aan de tijdige afstemming met gemeente (en andere benodigde ketenpartners). g. wachttijd: van een wachttijd in de zin van het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering is sprake als er meer dan 5 werkdagen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of de ouders. Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1. Deze regeling is van toepassing op het verlenen van subsidie aan gecertificeerde instellingen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet te treffen. 2. Deze doelgroep wordt voor de uitvoering verdeeld in drie subgroepen, te weten: a. Generale uitvoering jeugdbescherming en jeugdreclassering; b. Jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; c. Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 3. Subsidie kan worden verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, voor zover het maatregelen betreft die reeds van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, of die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze regeling of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze regeling is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling. 4. De subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd binnen de volgende kaders: a. Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK); b. Jeugdwet; c. Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; d. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; e. De geldende, van toepassing zijnde beroepscode(s). Artikel 3. Looptijd 1. De subsidieregeling geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid. 2. De subsidie wordt per kalenderjaar verleend en vastgesteld. 3. Periodiek wordt gezamenlijk geëvalueerd. 4. De looptijd van deze subsidieregeling kan worden heroverwogen op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving of beleidswijzigingen. Dit gebeurt altijd in overleg tussen de partijen. Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van het gestelde in artikel 9 van de Asv, enkel worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 december 2022 moeten worden ingediend. 3. De aanvraag bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd; b. een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichtte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden. c. een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s: i. Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek); ii. Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd; iii. Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R; iv. Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel per regio; v. Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden; vi. Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt. 4. De gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt, legt aanvullend over: a. een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten; b. jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar; c. een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling); d. een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van: i. het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; ii. het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning; iii. de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; iv. het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders. 5. Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college. Artikel 5. Hoogte subsidie 1. De omvang van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke duur van de uitvoering door de in bijlage 1 vastgestelde tarieven (p) per activiteit te vermenigvuldigen met het aantal eenheden per activiteit die zijn geleverd (q). 2. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023. De tarieven worden jaarlijks voor aanvang van een nieuw subsidiejaar geïndexeerd met de definitieve OVA 1 van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar (t-1). 3. Bij het besluit als bedoeld in artikel 7 lid 1 worden de op grond van het tweede lid van dit artikel geïndexeerde tarieven vastgesteld voor het desbetreffende jaar en draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de vastgestelde tarieven. Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie 1. De gecertificeerde instelling die, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, een aanvraag doet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voor de subdoelgroep zoals beschreven in artikel 2 lid 2 sub b of sub c van deze regeling, beschikt over professionals met bijzondere expertise ten aanzien van de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit de betreffende subgroep. 2. Aanvullend op het voldoen aan de gestelde eisen voor certificering uit het Normenkader (artikel 3.4, lid 4 Jeugdwet), verwacht het college in aanvulling op onderdeel: a. C.1.2 – Inzet gecontracteerd aanbod – dat bij het verlenen van toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp (zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1 Jeugdwet) wordt ingezet op door de gemeente gecontracteerd aanbod. Alleen in uitzonderlijk geval dat er geen adequate voorziening is ingekocht door de gemeente(n), wordt het regionale proces gevolgd voor de inzet van niet-gecontracteerd aanbod. Hierover vindt altijd overleg plaats met de gemeentelijke toegang. b. D.5.1 – Gecertificeerde instelling moet in het kader van (zijn eigen) werkstroombeheer en/of wachtlijsten werkwijzen bepalen en hebben vastgelegd - waardoor: i. Er bij de uitvoering van maatregelen géén sprake is van wachttijden en actief actie wordt ondernomen om wachttijden te voorkomen. ii. Bij het voornemen tot een besluit tot een instroomstop hiervan uiterlijk 2 weken voor ingang van de instroomstop melding wordt gemaakt bij het college. c. D.5. 3 – De processen gericht op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering – dat er zo veel mogelijk sprake is van een vaste medewerker voor de jeugdige en diens gezin. d. D.5.4 – Prestatie-indicatoren (PI’s) – dat aanvullend hierop de volgende monitoringsinformatie per kwartaal wordt aangeleverd: i. Realisatie (aantal maatregelen = Q), die in eenheden aansluit op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden; ii. Trends en realisatie (aantal maatregelen = Q) over de jaren heen en over de PI’s uit het Normenkader; e. E.1.2 – Ketensamenwerking: i. Deelname aan (structurele) overleggen passend bij de uitvoering van deze subsidieregeling; ii. Het gezamenlijk opstellen, uitvoeren, opvolgen en evalueren van samenwerkingsafspraken. Deze samenwerkingsafspraken maken onderdeel ui
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Artikel 3. Looptijd Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag Artikel 5. Hoogte subsidie Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie Artikel 7. Beslistermijn Artikel 8. Bevoorschotting Artikel 9. Aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden Artikel 10. Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger Artikel 11. Subsidievaststelling Artikel 12. Slotbepalingen Ondertekening Artikelsgewijze toelichting Bijlage 1: Tarieven uitvoeren subsidiabele activiteiten Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR683515 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR683515/1 sluiten Regeling vervalt per 01-01-2027 Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Noord-Limburg 2023 en verder Geldend van 12-11-2022 t/m 31-12-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-11-2022 Intitulé Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Noord-Limburg 2023 en verder Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels omtrent jeugdbescherming en jeugdreclassering Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas; gelet op artikel 2, derde lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas, (verder te noemen ‘de Asv’) en het delegatiebesluit van de gemeenteraad van Horst aan de Maas van 3 juli 2018; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Noord-Limburg 2023 en verder Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: - gecertificeerde instelling; - jeugdhulp; - jeugdhulpverlener; - jeugdige; - jeugdreclassering; - kinderbeschermingsmaatregel; dat wat daaronder wordt verstaan in de Jeugdwet. 2. In deze regeling wordt verder verstaan onder: a. actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt; b. college: het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; c. exitplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten, dan wel vanwege een andere oorzaak, zoals surseance van betaling of faillissement, deze activiteiten zal overdragen aan een andere gecertificeerde instelling, waarbij de uitvoering van de wettelijke taken tot aan de overdracht wordt geborgd; d. onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; e. subsidie: een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht; f. toekomstplan: een concrete beschrijving van de toekomst/vervolg van de jeugdige bij het bereiken van het 18de levensjaar. Dit kán een separaat individueel plan/document zijn, maar mag ook onderdeel uitmaken van het individuele plan van aanpak. Bij het opstellen van dit toekomstplan wordt bewust aandacht geschonken aan de tijdige afstemming met gemeente (en andere benodigde ketenpartners); g. wachttijd: van een wachttijd in de zin van het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering is sprake als er meer dan 5 werkdagen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of de ouders. Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1. Deze regeling is van toepassing op het verlenen van subsidie aan gecertificeerde instellingen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet te treffen. 2. Deze doelgroep wordt voor de uitvoering verdeeld in drie subgroepen, te weten: a. Generale uitvoering jeugdbescherming en jeugdreclassering; b. Jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking; c. Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen. 3. Subsidie kan worden verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, voor zover het maatregelen betreft die reeds van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, of die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze regeling of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze regeling is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling. 4. De subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd binnen de volgende kaders: a. Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK); b. Jeugdwet; c. Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; d. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming; e. De geldende, van toepassing zijnde beroepscode(s). Artikel 3. Looptijd 1. De subsidieregeling geldt voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid. 2. De subsidie wordt per kalenderjaar verleend en vastgesteld. 3. Periodiek wordt gezamenlijk geëvalueerd. 4. De looptijd van deze subsidieregeling kan worden heroverwogen op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving of beleidswijzigingen. Dit gebeurt altijd in overleg tussen de partijen. Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 december 2022 moeten worden ingediend. 3. De aanvraag bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd; b. een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichtte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden. c. een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s: i. Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek); ii. Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd; iii. Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R; iv. Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel per regio; v. Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden; vi. Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt. 4. De gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt, legt aanvullend over: a. een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten; b. jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar; c. een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling); d. een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van: i. het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; ii. het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning; iii. de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren; iv. het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders. 5. Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college. Artikel 5. Hoogte subsidie 1. De omvang van de subsidie wordt bepaald naar rato van de werkelijke duur van de uitvoering door de in bijlage 1 vastgestelde tarieven (p) per activiteit te vermenigvuldigen met het aantal eenheden per activiteit die zijn geleverd (q). 2. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023. De tarieven worden jaarlijks voor aanvang van een nieuw subsidiejaar geïndexeerd met de definitieve OVA1 van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar (t-1). 3. Bij het besluit als bedoeld in artikel 7 lid 1 worden de op grond van het tweede lid van dit artikel geïndexeerde tarieven vastgesteld voor het desbetreffende jaar en draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de vastgestelde tarieven. Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie 1. De gecertificeerde instelling die, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, een aanvraag doet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voor de subdoelgroep zoals beschreven in artikel 2 lid 2 sub b of sub c van deze regeling, beschikt over professionals met bijzondere expertise ten aanzien van de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit de betreffende subgroep. 2. Aanvullend op het voldoen aan de gestelde eisen voor certificering uit het Normenkader (artikel 3.4, lid 4 Jeugdwet), verwacht het college in aanvulling op onderdeel: a. C.1.2 – Inzet gecontracteerd aanbod – dat bij het verlenen van toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp (zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1 Jeugdwet) wordt ingezet op door de gemeente gecontracteerd aanbod. Alleen in uitzonderlijk geval dat er geen adequate voorziening is ingekocht door de gemeente(n), wordt het regionale proces gevolgd voor de inzet van niet-gecontracteerd aanbod. Hierover vindt altijd overleg plaats met de gemeentelijke toegang. b. D.5.1 – Gecertificeerde instelling moet in het kader van (zijn eigen) werkstroombeheer en/of wachtlijsten werkwijzen bepalen en hebben vastgelegd - waardoor: i. Er bij de uitvoering van maatregelen géén sprake is van wachttijden en actief actie wordt ondernomen om wachttijden te voorkomen. ii. Bij het voornemen tot een besluit tot een instroomstop hiervan uiterlijk 2 weken voor ingang van de instroomstop melding wordt gemaakt bij het college. c. D.5. 3 – De processen gericht op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering – dat er zo veel mogelijk sprake is van een vaste medewerker voor de jeugdige en diens gezin. d. D.5.4 – Prestatie-indicatoren (PI’s) – dat aanvullend hierop de volgende monitoringsinformatie per kwartaal wordt aangeleverd: i. Realisatie (aantal maatregelen = Q), die in eenheden aansluit op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden; ii. Trends en realisatie (aantal maatregelen = Q) over de jaren heen en over de PI’s uit het Normenkader; e. E.1.2 – Ketensamenwerking: i. Deelname aan (structurele) overleggen passend bij de uitvoering van deze subsidieregeling; ii. Het gezamenlijk opstellen, uitvoeren, opvolgen en eval
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten Artikel 3. Looptijd subsidie Artikel 4. Hoogte subsidie Artikel 5. Kennisgeving prognose en tarief Artikel 6. Rangschikking aanvragers t.b.v. de generale uitvoering JB/JR Artikel 7. Rangschikking aanvragers t.b.v. uitvoering JB/JR t.b.v. jeugdigen met (L)VB Artikel 8. Rangschikking aanvragers t.b.v. uitvoering JB/JR t.b.v. jeugdigen zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen Artikel 9. Subsidievereisten Artikel 10. Indieningstermijn aanvraag Artikel 11. Indieningsvereisten Artikel 12. Beslistermijn Artikel 13. Bevoorschotting Artikel 14. Aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden Artikel 15. Aanvullende verplichtingen van subsidieontvanger Artikel 16. Egalisatiereserve Artikel 17. Subsidievaststelling Artikel 18. Afwijkingen in het kader van het zorgdragen voor toereikend aanbod Artikel 19. Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1 - tarieven en prognose uitvoeren subsidiabele activiteiten 2019 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR611429 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR611429/1 sluiten Besluit van het collegevan Gennep houdende de subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord-Limburg [Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord-Limburg] Geldend van 01-07-2018 t/m heden Intitulé Besluit van het collegevan Gennep houdende de subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord-Limburg [Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Noord-Limburg] Het college van burgemeester en wethouders van Gennep; gelet op artikel 1, aanhef, onder 6., van de Algemene Subsidieverordening Gennep, hieronder verder te noemen ‘de ASV Gennep’; besluit vast te stellen de Subsidieregeling gecertificeerde instellingen Regio Noord-Limburg. Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: • gecertificeerde instelling • jeugdhulp • jeugdhulpverlener • jeugdige • jeugdreclassering • kinderbeschermingsmaatregel dat wat daaronder wordt verstaan in de Jeugdwet. 2. In deze regeling wordt verder verstaan onder: • actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt; • exitplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten, dan wel vanwege een andere oorzaak zoals surseance van betaling of faillissement, deze activiteiten zal overdragen aan een andere gecertificeerde instelling, waarbij de uitvoering van de wettelijke taken tot aan de overdracht wordt geborgd; • onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten; • wachttijd: van een wachttijd in de zin van het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering is sprake als er meer dan 5 werkdagen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of de ouders. Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten 1. Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van subsidie aan gecertificeerde instellingen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in het tweede lid ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van de Jeugdwet te treffen. 2. Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten opgenomen in bijlage 1, voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze regeling of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze regeling is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling. 3. Voor zover het betreft een gecertificeerde instelling die direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling door middel van bekostiging door het college activiteiten als bedoeld in het tweede lid uitvoerde, kan, met ingang van de datum waarop de daarvoor gesloten rechtsgeldige overeenkomst of verleende subsidie van rechtswege of met wederzijdse instemming is beëindigd, ook subsidie worden verstrekt voor het uitvoeren van dergelijke activiteiten die zijn opgelegd, respectievelijk waarmee is aangevangen voor inwerkingtreding van deze regeling. Artikel 3. Looptijd subsidie 1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt verstrekt voor een periode van twee jaar, ingaande 1 januari 2019, met dien verstande dat de periode twee maal met telkens een jaar kan worden verlengd. Indien het college of de gecertificeerde instelling geen gebruik wil maken van de mogelijkheid tot verlenging van de subsidieperiode geeft het/hij dat te kennen vóór 1 juli van het daaraan voorafgaande jaar. 2. De gecertificeerde instelling dient voor de subsidieperiode 2019 en 2020 één prognose gericht op de bevoorschotting als bedoeld in artikel 5 van deze regeling in, en één aanvraag subsidie als bedoeld in artikel 10 van deze regeling. Voor elk jaar dat de subsidie wordt verlengd ingevolge het bepaalde in lid 1 wordt vervolgens een prognose gericht op de bevoorschotting als bedoeld in artikel 5 van deze regeling, en een aanvraag subsidie als bedoeld in artikel 10 van deze regeling ingediend. De subsidie wordt per kalenderjaar vastgesteld. 3. Uiterlijk 6 maanden voor het verloop van de periode waarvoor subsidie is verstrekt zal een gezamenlijke evaluatie van het verloop van de subsidieverlening plaatsvinden. Artikel 4. Hoogte subsidie 1. De omvang van de subsidie wordt bepaald door de in bijlage 1 vastgestelde tarieven per product (p) naar rato van de werkelijke duur van de uitvoering te vermenigvuldigen met het aantal eenheden per activiteit die zijn geleverd (q). 2. De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2019. Het college bepaalt gedurende de looptijd van deze regeling of en op welke wijze indexatie van de tarieven zal plaatsvinden. 3. Telkens wanneer toepassing is gegeven aan het vorige lid draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde tarieven. 4. Ingeval de situatie ontstaat dat een exitplan in uitvoering moet worden genomen vindt tussen het college en de gecertificeerde instelling goed onderling overleg plaats en wordt over de procedure en eventuele kosten verbonden aan het exitplan op dat moment door het college in redelijkheid beslist. Artikel 5. Kennisgeving prognose en tarief 1. Vóór 1 juni van het kalenderjaar voorafgaand aan dat waarmee een subsidieperiode aanvangt publiceert het college: a. een prognose van de omvang van de gedurende de subsidieperiode uit te voeren subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 2 lid 2 van deze regeling; b. de inhoudelijke of rekenkundige uitgangspunten die zij voor ogen hebben met betrekking tot de vaststelling welke gecertificeerde instelling wordt belast met de uitvoering van een subsidiabele activiteit; c. het tarief dat voor de verschillende subsidiabele activiteiten gehanteerd zal worden. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat de gegevens onder lid 1 sub a. en b. gericht op de subsidiering voor de periode 2019-2020, uiterlijk 16 juli 2018 worden bekend gemaakt. Artikel 6. Rangschikking aanvragers t.b.v. de generale uitvoering JB/JR 1. Verstrekking van subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 voor zover niet uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking of jeugdigen zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen, vindt plaats aan de aanvrager die bovenaan eindigt in de door het college overeenkomstig het tweede lid aangebrachte rangschikking. 2. Bij de rangschikking houdt het college rekening met de mate waarin en wijze waarop voldaan wordt aan de onderstaande vereisten (onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze regeling). Bij de aanvraag wordt op de geformuleerde vereisten door de aanvrager specifiek ingegaan. Per cluster vereisten is een maximaal aantal punten te behalen, ten aanzien van de mate waarin en de wijze waarop op de vereisten wordt ingegaan, tot een totaal maximum van 100 te behalen punten. Cluster uitvoering en transformatie (totaal maximaal 50 punten te behalen): a. bij de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering wordt aangesloten bij de in de gemeente gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp; b. bij de uitvoering van de maatregelen wordt geborgd dat er geen sprake is van wachttijden; ook in het actieplan wordt aangegeven hoe de gecertificeerde instelling zich wapent tegen onvoorziene omstandigheden teneinde de start en continuïteit van de dienstverlening niet in gevaar te brengen; c. tijdens de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel wordt gewerkt volgens het gedachtegoed 1Gezin,1Plan,1Regisseur, en er is sprake van een doorgaande lijn zowel bij opschaling naar de jeugdbescherming als bij afschaling na einde van de jeugdbeschermingsmaatregel; d. bij de uitvoering van de maatregelen wordt aangesloten bij de specifieke leefwereld van de jeugdige en diens sociale systeem, én wordt gericht ingezet op het vergroten van de zelfredzaamheid van jeugdige, ouders en sociale systeem; e. in de werkwijze is geborgd dat uiterlijk een half jaar voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige waarop de jeugdbeschermingsmaatregel betrekking heeft, c.q. een half jaar voor het aflopen van de jeugdreclasseringsmaatregel een toekomstplan wordt opgesteld in overleg met alle relevante betrokkenen; f. door de organisatie is voorzien in de aanwezigheid van specifieke kennis en kunde inzake complexe echtscheidingsproblematiek; Cluster samenwerking (totaal maximaal 30 punten te behalen): g. de gecertificeerde instelling heeft kennis van en ervaring met samenwerking in de regio en de samenwerking in regionale netwerken; h. er is sprake van een goede overdracht gericht op zorgcontinuïteit bij verhuizing van jeugdigen naar een andere regio of het buitenland; i. de gecertificeerde instelling neemt concrete maatregelen waarmee de doorlooptijden van de jeugdbeschermingsmaatregelen worden verkort, zonder vergroting van het terugvalrisico; j. de gecertificeerde instelling neemt concrete maatregelen om de continuïteit van de personele inzet in de casus te waarborgen ; k. de resultaten van het transformatieplan 2018 worden ook voor de verdere looptijd van deze regeling geborgd; Cluster organisatie (totaal maximaal 20 punten te behalen): l. de gecertificeerde instelling draagt zorg voor de structurele verdere professionalisering van de instelling en de medewerkers; m. de implementatie van het exitplan is geborgd, er is rekenschap gegeven van de met het plan beoogde doelen en er is voorzien in een effectieve werkwijze om, indien noodzakelijk, 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.