Status onbekendGemeente · Regio Zuid-Limburg · Subsidie

Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Zuid-Limburg 2023

Gemeente Maastricht

Voor gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren voor jeugdigen met kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclasseringsmaatregelen, inclusief jongeren met verstandelijke beperkingen en jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren in de regio Zuid-Limburg. Gericht op jeugdigen waarvoor de gemeente Maastricht voorzieningen moet treffen onder de Jeugdwet. Bedragen en budgetten niet in de tekst vermeld.

Voor wie is het bedoeld?

Voor gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren voor jeugdigen met kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclasseringsmaatregelen, inclusief jongeren met verstandelijke beperkingen en jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats.

Gecertificeerde_instelling

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor uitvoering van jeugdbescherming
  • Subsidie aanvragen voor jeugdreclassering
  • Financiering van jeugdhulp voor kwetsbare jongeren
  • Ondersteuning van caseloadverlaging in jeugdbescherming

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een gecertificeerde instelling zijn onder de Jeugdwet
  • Activiteiten moeten voldoen aan het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering
  • Professionals moeten bijzondere expertise hebben voor de betreffende doelgroep
  • Geen wachttijden van meer dan 5 werkdagen tussen beschikking en eerste contact
  • Vaste medewerker voor jeugdige en gezin waar mogelijk
  • Toekomstplan moet uiterlijk twee jaar voor meerderjarigheid zijn opgesteld
  • Deelname aan structurele overleggen en samenwerkingsafspraken
  • Warme overdracht bij beëindiging van maatregel

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent actief in Regio Zuid-Limburg
Regionale regeling.
U bent een gecertificeerde_instelling
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Maastricht.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Zuid-Limburg 2023
    Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maastricht;
    Gelet op de Algemene Subsidieverordening 2020 Maastricht;
    besluit vast te stellen de Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Zuid-Limburg 2023.
    
    Artikel 1. Definities
    1..
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - Gecertificeerde instelling;
    - Jeugdhulp;
    - Jeugdhulpverlener;
    - Jeugdige;
    - Jeugdreclassering;
    - Kinderbeschermingsmaatregel;
    .
    Dat wat daaronder wordt verstaan in de Jeugdwet.
    2..
    In deze regeling wordt verder verstaan onder:
    - Actieplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij zich wapent tegen omstandigheden, waaronder capaciteitsproblematiek, die de organisatie kwetsbaar maken voor discontinuïteit in de dienstverlening, en hoe de continuïteit van de dienstverlening wordt geborgd en de wendbaarheid van de organisatie wordt versterkt;
    - ASV: Algemene Subsidieverordening 2020 Maastricht;
    - Awb: Algemene wet bestuursrecht;
    - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;
    - Exitplan: plan waarin de gecertificeerde instelling uiteenzet op welke wijze zij in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten, dan wel vanwege een andere oorzaak, zoals surseance van betaling of faillissement, deze activiteiten zal overdragen aan een andere gecertificeerde instelling, waarbij de uitvoering van de wettelijke taken tot aan de overdracht wordt geborgd;
    - Onderaannemer: een gecertificeerde instelling die gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling werkzaamheden te verrichten met betrekking tot de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
    - Subsidie: Een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 lid 1 Algemene wet bestuursrecht;
    - Toekomstplan: een concrete beschrijving van de toekomst/vervolg van de jeugdige bij het bereiken van het 18de levensjaar. Dit kán een separaat individueel plan/document zijn, maar mag ook onderdeel uitmaken van het individuele plan van aanpak. Bij het opstellen van dit toekomstplan wordt bewust aandacht geschonken aan de tijdige afstemming met gemeente (en andere benodigde ketenpartners);
    - Wachttijd: van een wachttijd in de zin van het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering is sprake als er meer dan 5 werkdagen verstrijken tussen de datum van de beschikking van de Rechtbank en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of de ouders.
    
    Artikel 2. Doelgroep en subsidiabele activiteiten
    1..
    Deze regeling is van toepassing op het verlenen van subsidie aan Gecertificeerde instellingen voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in het derde lid, ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie het college gehouden is voorzieningen op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet te treffen en voor de realisatie van de caseloadverlaging, zoals bedoeld in artikel 3 en 4 lid 3 sub c onder ii en bijlage 1.
    2..
    Deze doelgroep wordt voor de uitvoering verdeeld in drie subgroepen, te weten:
    - Generale uitvoering jeugdbescherming en jeugdreclassering;
    - Jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking;
    - Jongeren zonder vaste woon- of verblijfplaats, met een bepaalde culturele en/of godsdienstige achtergrond en complexe gezinssystemen.
    3..
    Subsidie kan uitsluitend worden verleend voor het uitvoeren van activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1, voor zover het maatregelen betreft die reeds van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, of die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze regeling of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze regeling is overgenomen van een andere gecertificeerde instelling.
    4..
    De subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd binnen de volgende kaders:
    - Internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK);
    - Jeugdwet;
    - Normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
    - Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming;
    - De geldende, van toepassing zijnde beroepscode(s).
    
    Artikel 3. Subsidietijdvak en evaluatie
    1..
    De subsidie wordt per kalenderjaar verleend en vastgesteld.
    2..
    Periodiek wordt gezamenlijk geëvalueerd.
    
    Artikel 4. Indieningsvereisten aanvraag
    1..
    Een aanvraag om subsidie kan, in afwijking van het gestelde in artikel 7 van de ASV, enkel worden ingediend vóór 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
    2..
    In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat aanvragen gericht op de subsidiëring voor het jaar 2023 vóór 1 januari 2023 moeten worden ingediend.
    3..
    De aanvraag bevat onverminderd het gestelde in artikel 6 van de ASV in ieder geval:
    - Een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval aangeven voor welke subgroep (zoals bedoeld in artikel 2, lid 2) subsidie wordt aangevraagd;
    - Een prognose, per subgroep, (gebaseerd op het gemiddelde van de verrichte activiteiten in de afgelopen 3 jaar) gericht op het aantal te verrichten activiteiten als bedoeld in artikel 2, derde lid van deze regeling. Deze prognose sluit in eenheden aan op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden.
    - Een plan van aanpak waarin ten minste aandacht wordt besteed aan de volgende inhoudelijke thema’s:Werving, selectie en behoud personeel (arbeidsmarktproblematiek);Hoe de afgesproken caseloadverlaging wordt gerealiseerd;Hoe ingezet wordt op het gedachtegoed 1G1P1R;Hoe aangesloten wordt op het jeugdhulpstelsel van de jeugdzorgregio Zuid-Limburg;Hoe samen met de ketenpartners gewerkt wordt aan het verkorten van de doorlooptijden;Hoe de samenwerking met de lokale toegang verder gestalte krijgt.
    4..
    De gecertificeerde instelling die voor de eerste maal op basis van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt, legt aanvullend over:
    - Een exemplaar van de oprichtingsakte of statuten;
    - Jaarstukken betreffende het laatst beschikbare verslagjaar;
    - Een actieplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling);
    - Een exitplan (als bedoeld in artikel 1 van deze regeling) waarin uiteen gezet is op welke wijze de gecertificeerde instelling zich zal inspannen ten behoeve van:Het kunnen blijven uitvoeren van deze activiteiten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren;Het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze activiteiten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;De overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling die ná haar in opdracht van het college deze activiteiten zal uitvoeren;Het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de gecertificeerde instelling en jeugdigen of hun ouders.
    5..
    Indien de gecertificeerde instelling documenten genoemd in lid 4 van dit artikel wijzigt, worden de gewijzigde documenten overlegd aan het college.
    
    Artikel 5. Hoogte subsidie
    1..
    De omvang van de subsidie 2023 wordt bepaald naar rato van de werkelijke duur van de uitvoering door de in bijlage 1 vastgestelde tarieven (p) per activiteit te vermenigvuldigen met het aantal eenheden per activiteit die zijn geleverd (q).
    2..
    De in bijlage 1 genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2023. De tarieven worden jaarlijks voor aanvang van een nieuw subsidiejaar geïndexeerd met de definitieve OVA van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar (t-1).
    3..
    In afwijking van het voorgaande geldt dat, indien er landelijke tarieven zijn vastgesteld, deze worden gevolgd per 2024, inclusief de indexering die de landelijke overheid hierop toepast. Dit onder de voorwaarde dat de GI voldoet aan de landelijke voorwaarden die hiervoor gelden.
    
    Artikel 6. Inhoudelijke vereisten subsidie
    1..
    De gecertificeerde instelling die, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, een aanvraag doet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voor de subdoelgroep zoals beschreven in artikel 2 lid 2 sub b of sub c van deze regeling, beschikt over professionals met bijzondere expertise ten aanzien van de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit de betreffende subgroep.
    2..
    Aanvullend op het voldoen aan de gestelde eisen voor certificering uit het Normenkader (artikel 3.4 lid 4 Jeugdwet), verwacht het college in aanvulling op onderdeel:
    - C.1.2 – Inzet gecontracteerd aanbod – dat bij het verlenen van toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp (zoals bedoeld in artikel 3.5 lid 1 Jeugdwet) wordt ingezet op door de gemeente gecontracteerd aanbod. Alleen in uitzonderlijk geval dat er geen adequate voorziening is ingekocht door de gemeente(n), wordt het regionale proces gevolgd voor de inzet van niet-gecontracteerd aanbod. Hierover vindt altijd overleg plaats met de gemeentelijke toegang.
    - D.5.1 – Gecertificeerde instelling moet in het kader van (zijn eigen) werkstroombeheer en/of wachtlijsten werkwijzen bepalen en hebben vastgelegd - waardoor:Er bij de uitvoering van maatregelen géén sprake is van wachttijden en actief actie wordt ondernomen om wachttijden te voorkomen.Bij het voornemen tot een besluit tot een instroomstop hiervan uiterlijk 2 weken voor ingang van de instroomstop melding wordt gemaakt bij het college.
    - D.5.3 – De processen gericht op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering – dat er zo veel mogelijk sprake is van een vaste medewerker voor de jeugdige en diens gezin.
    - D.5.4 – Prestatie-indicatoren (PI’s) – dat aanvullend hierop de volgende monitoringsinformatie per kwartaal wordt aangeleverd:Realisatie (aantal maatregelen = Q), die in eenheden aansluit op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden;Trends en realisatie (aantal maatregelen = Q) over de jaren heen en over de PI’s uit het Normenkader;
    - E.1.2 – Ketensamenwerking: Deelname aan (structurele) overleggen passend bij de uitvoering van deze subsidieregeling;Het gezamenlijk opstellen, uitvoeren, opvolgen en evalueren van samenwerkingsafspraken. Deze samenwerkingsafspraken maken onderdeel uit van deze subsidieregeling. Naast de voor gecertificeerde instellingen verplichte elementen n.a.v. het Normenkader bevatten deze samenwerkingsafspraken minimaal afspraken over:Wederzijdse stimulering van samenwerking tussen de gemeenten en gecertificeerde instellingen;Gezamenlijke definitiebepalingen (o.a. systeemgericht werken, regie, veiligheid);Een warme overdracht gericht op zorgcontinuïteit bij verhuizing van jeugdigen van/naar een andere gemeente, regio of het buitenland;De invulling van de wettelijk verplichte afstemming met de gemeente voor het inzetten van Jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Jeugdwet. Dit geeft tevens uitvoering aan de uitwerking van eis C.1.2);Uitvoering geven aan de afspraken:Omtrent de uitgaven van bijzondere kosten conform de “Inhoudelijke regeling bijzondere kosten Limburg 2022”;Omtrent de nazorg jeugdige ex-gedetineerden conform “Samenwerkingsconvenant tussen ketenpartners Nazorg Jeugd” van augustus 2020.E.1.2. – doorlooptijden – dat de gecertificeerde instelling zich samen met ketenpartners inspant om de doorlooptijden van de jeugdbeschermingsmaatregelen te verkorten, zonder vergroting van het terugvalrisico;E.1.2 – warme overdracht en nazorg – dat er sprake is van een doorgaande lijn zowel bij opschaling (warme overdracht na beschermingsplein/-tafel) naar de jeugdbescherming, als bij afschaling na einde van de jeugdbeschermingsmaatregel. Bij beëindiging van de jeugdbeschermingsmaatregel maakt de gecertificeerde instelling gebruik van het toetsingsoverleg/schakeloverleg dat daarvoor regionaal is ingericht.E.1.2 – Anticiperen op meerderjarigheid/gerichtheid op langere termijn toekomstperspectief – dat in de werkwijze is geborgd
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.