Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik 2023-2024
Gemeente Bunnik
Voor kindercentra in gemeente Bunnik die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden aan peuters (2-4 jaar), waaronder doelgroeppeuters met taalachterstanden.
Ook bekend als ve-subsidie Bunnik, peuteropvang-subsidie Bunnik
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindercentra in Bunnik die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden aan doelgroeppeuters en reguliere peuters. Subsidiebedragen worden berekend op basis van uren per week en vastgestelde uurtarieven, verminderd met inkomensafhankelijke ouderbijdragen. Totaal subsidieplafond voor 2023 bedraagt €146.079.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra in gemeente Bunnik die voorschoolse educatie en peuteropvang aanbieden aan peuters (2-4 jaar), waaronder doelgroeppeuters met taalachterstanden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang aan reguliere peuters
- Subsidie voor pedagogisch beleidsmedewerker in voorschoolse educatie
- Locatiesubsidie voor gecertificeerde ve-locaties
Voorwaarden
- Kindercentrum moet gevestigd zijn in gemeente Bunnik en gecertificeerd voor ve
- Kindercentrum moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- (Doelgroep)peuter moet ingezetene zijn van gemeente Bunnik volgens basisadministratie
- Voor ve: maximaal 640 uur per jaar per peuter, verdeeld over minimaal 3 dagen per week
- Voor reguliere peuteropvang: minimaal 6 uur en maximaal 12 uur per week, maximaal 320 uur per jaar, verdeeld over minimaal 2 dagen per week
- Aanvraag moet uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar worden ingediend
- Vaststelling moet uiterlijk 1 mei in het jaar volgend op het subsidiejaar worden ingediend
- Accountantsverklaring vereist bij vaststelling
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2026
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond voor 2023 voor ve en peuteropvang bedraagt € 146.079,00”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Doelgroep Artikel 4 Subsidiabele kosten Artikel 5 Berekening subsidiebedrag en tarieven Artikel 6 Subsidieplafond Artikel 7 Ouderbijdrage Artikel 8 Aanvraag en vaststelling subsidie Artikel 9 Aanvullende weigeringsgrond Artikel 10 Verplichtingen van gesubsidieerde kindercentra Artikel 11 Slotbepalingen Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR691614 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR691614/1 sluiten Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik 2023-2024 Geldend van 31-01-2023 t/m heden Intitulé Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik 2023-2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik; Gelet op artikel 3, tweede lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunnik; artikel 163 van de Wet op het primair onderwijs en het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van 1 april 2022; overwegende: dat investeren in de eerste levensjaren van kinderen een positieve invloed heeft op de start in het basisonderwijs en latere schoolprestaties; dat de gemeente jaarlijks een specifieke uitkering voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van het rijk ontvangt, ter subsidiëring van rechtspersonen die zorgdragen voor voorschoolse educatie; dat deze subsidieregeling als doel heeft het beschikbaar stellen van de genoemde specifieke uitkering als subsidie voor de houders van kindercentra die voorschoolse educatie aan peuters aanbieden, ten behoeve van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie in de gemeente Bunnik. Besluiten vast te stellen: De Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik 2023-2024 Artikel 1 Begripsbepalingen a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik; b. doelgroeppeuter: kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar dat woont in de gemeente Bunnik met een risico op (taal)achterstand, waarvoor de Jeugdgezondheidszorg een ve-indicatie heeft afgegeven en die in aanmerking komt voor een ve-peuterplaats; c. fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (peuteropvang); d. gemengde peutergroep: voorschoolse educatie peutergroep die bestaat uit doelgroeppeuters en reguliere peuters; e. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; f. kindercentrum: kindercentrum, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang, dat gevestigd is in de gemeente Bunnik en dat is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang; g. kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang of peuteropvang; h. Landelijk Register Kinderopvang (LRK): het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang; i. ve-locatiesubsidie: bijdrage per gecertificeerde voorschoolse educatie locatie in de gemeente Bunnik; j. ouder/verzorger: de bloed- of aanverwanten in opgaande lijn tot en met de 1e graad, de adoptief- of pleegouder van een kind dat opgevangen wordt in een peuterplaats of ve-peuterplaats; k. ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder/verzorger betaalt voor de deelname van hun kind aan een peuterplaats of ve-peuterplaats; l. peuter: kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; m. peuteropvang: kortdurende opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool; n. peuterplaats: een aanbod aan peuteropvang voor reguliere peuters; o. reguliere peuter: een peuter die woont in de gemeente Bunnik en die gebruik maakt van peuteropvang; p. subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager; q. subsidieuurtarief: het uurtarief dat de gemeente hanteert bij het berekenen van de subsidie; r. subsidieverantwoording: inzichtelijk maken welke prestatieafspraken zijn gerealiseerd inclusief de daaraan verbonden kosten; s. toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de wet kinderopvang; t. verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen van ouders/verzorgers uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het gezin; u. ve: voorschoolse educatie, zijnde kortdurende opvang met een aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling; v. ve-peuterplaats: een aanbod van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3 Doelgroep 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de houder van een kindercentrum dat peuteropvang of ve aanbiedt in de gemeente Bunnik: a. waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; b. waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; c. waar peuteropvang wordt geboden aan een reguliere peuter, waarvan de ouders/verzorgers niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; 2. Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub a en b dient het kindercentrum maximaal 640 uur ve per jaar per peuter aan te bieden, verdeeld over ten minste 3 dagen per week. 3. Voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub c dient het kindercentrum minimaal 6 uur per week en maximaal 12 uur per week peuteropvang aan te bieden tot een maximum van 320 uur op jaarbasis, verdeeld over minimaal 2 dagen per week. 4. Een subsidieaanvraag wordt alleen in behandeling genomen indien: a. de (doelgroep)peuter volgens de gemeentelijke basisadministratie ingezetene is van de gemeente Bunnik; b. het kindercentrum is gevestigd in gemeente Bunnik en is gecertificeerd voor ve en als zodanig is geregistreerd in het LRK. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Het college kan voor de volgende kosten een subsidie toekennen: a. de kosten per uur van een gecontracteerde (ve-)peuterplaats; b. de locatiesubsidie; c. de kosten van een hbo geschoold pedagogisch beleidsmedewerker. 2. Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub a vallen onder meer: extra taakuren om het ve programma uit te voeren (extra tutoring peuter, monitoring ontwikkeling kinderen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van onderdelen van het ve-programma), stimuleren ouderbetrokkenheid, coördinatie en managementuren, taakuren voor (warme)overdracht, participeren in ve-overleg, proactief samenwerken met samenwerkingspartners, signalering en oudergesprekken en scholing. 3. Onder de subsidie als bedoeld in het eerste lid sub b vallen onder meer: het voldoen aan alle wettelijke eisen, het waarborgen van een ve-locatie in alle kernen van gemeente Bunnik, de uitvoering van (ve-)activiteiten, huisvesting. 4. Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub c vallen de loonkosten van de hbo geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker voor de taken ter uitvoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Artikel 5 Berekening subsidiebedrag en tarieven 1. Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep wordt berekend als volgt: aantal uren per week x aantal weken x subsidie-uurtarief voor ve, verminderd met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7. 2. Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep wordt berekend als volgt: aantal uren per week x aantal weken x het subsidie uurtarief voor peuteropvang, verminderd met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7. 3. Het subsidie uurtarief voor 2023 voor ve bedraagt € 11,08. 4. Het subsidie uurtarief voor 2023 voor peuteropvang bedraagt € 8,97. 5. De ve-locatiesubsidie voor 2023 bedraagt per ve locatie € 6.000, deze blijft gelijk en wordt niet geïndexeerd. 6. De subsidie voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de ve bedraagt € 422 per ve-doelgroepkind (peildatum 1 januari van het subsidiejaar). 7. Het college stelt jaarlijks de subsidie tarieven vast. 8. Het college behoudt zich het recht voor om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief. Artikel 6 Subsidieplafond 1. De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting het subsidieplafond vast gebaseerd op de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en de beschikbare gemeentelijke middelen voor voorschoolse voorzieningen (peuteropvang). 2. Het subsidieplafond voor 2023 voor ve en peuteropvang bedraagt € 146.079,00 3. De verdeling van de subsidie geschiedt, totdat het subsidieplafond is bereikt, in de volgende volgorde: a. Aanvragen voor (ve-)peuteropvanglocaties waarvoor in het jaar voorafgaand aan de aanvraag gemeentelijke subsidie peuteropvang en/ of voorschoolse educatie is verleend. b. Aanvragen voor nieuwe (ve-)peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag geen gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie hebben ontvangen. Artikel 7 Ouderbijdrage 1. De houder brengt voor deelname van de peuter aan het ve-programma peuteropvang dan wel aan de reguliere peuteropvang een ouderbijdrage in rekening bij de ouder/verzorger. 2. De ouderbijdrage als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a is inkomensafhankelijk tot aan het fiscaal uurtarief en is beperkt tot 50% van de ve-uren per maand. 3. De ouderbijdrage voor ve als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b is gelijk aan het fiscaal uurtarief en is beperkt tot 50% van de ve-uren per maand. 4. De ouderbijdrage voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub c is inkomensafhankelijk tot aan het fiscaal uurtarief. 5. De hoogte van de in lid 2 en 4 genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. 6. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage leveren de ouders/verzorgers een inkomensverklaring van de Belastingdienst aan bij de houder en ondertekenen een verklaring dat zij niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag zodat de houder kan vaststellen dat de ouders/verzorgers geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Artikel 8 Aanvraag en vaststelling subsidie 1. Indien- en behandeltermijnen: a. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd ingediend. Het college kan in individuele gevallen wegens bijzondere omstandigheden een andere datum vaststellen. Bij een niet tijdige indiening van de aanvraag kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. b. De aanvraag voor de subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 mei in het jaar volgend op het subsidiejaar ingediend. c. De beslistermijn is tien weken […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 3 Doelgroep Artikel 4 Subsidiabele kosten Artikel 5 Berekening subsidiebedrag en tarieven Artikel 6 Subsidieplafond Artikel 7 Ouderbijdrage Artikel 8 Aanvraag en vaststelling subsidie Artikel 9 Aanvullende weigeringsgrond Artikel 10 Verplichtingen van gesubsidieerde kindercentra Artikel 11 Slotbepalingen Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748416 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748416/1 sluiten Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik Geldend van 01-01-2026 t/m heden Intitulé Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik; gelet op artikel 3, tweede lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunnik, artikel 163 van de Wet op het primair onderwijs en het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van 1 april 2022; OVERWEGENDE DAT: • investeren in de eerste levensjaren van kinderen een positieve invloed heeft op de start in het basisonderwijs en latere schoolprestaties; • de gemeente jaarlijks een specifieke uitkering voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van het rijk ontvangt, ter subsidiëring van rechtspersonen die zorgdragen voor voorschoolse educatie; • deze subsidieregeling als doel heeft het beschikbaar stellen van de genoemde specifieke uitkering als subsidie voor de houders van kindercentra die voorschoolse educatie aan peuters aanbieden, ten behoeve van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie in de gemeente Bunnik. BESLUIT VAST TE STELLEN: De Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik Artikel 1 Begripsbepalingen a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik; b. doelgroeppeuter: een kind dat: 1. een achterstand heeft in het ontwikkelingsgebied Nederlandse taal vanaf de leeftijd van twee jaar (onder andere te zien aan de negatieve score op Van Wiechenonderzoek item 41 en 42); of 2. Nederlands niet als thuistaal heeft en weinig taalaanbod thuis heeft, waardoor de taalontwikkeling tussen tweeënhalf en vierjarige jarige leeftijd een goede start in het basisonderwijs in de weg staat; of 3. een sociaal-emotionele achterstand heeft, waardoor er een verhoogd risico is op een Nederlandse taalachterstand. c. fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (peuteropvang); d. gemengde peutergroep: voorschoolse educatie peutergroep die bestaat uit doelgroeppeuters en reguliere peuters; e. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; f. kindercentrum: kindercentrum, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang, dat gevestigd is in de gemeente Bunnik en dat is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang; g. kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang of peuteropvang; h. LRK: het Landelijk Register Kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang; i. ve-locatiesubsidie: bijdrage per gecertificeerde voorschoolse educatie locatie in de gemeente Bunnik; j. ouder/verzorger: de bloed- of aanverwanten in opgaande lijn tot en met de 1e graad, de adoptief- of pleegouder van een kind dat opgevangen wordt in een peuterplaats of vepeuterplaats; k. ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder/verzorger betaalt voor de deelname van hun kind aan een peuterplaats of ve-peuterplaats; l. peuter: kind in de leeftijd van twee tot vier jaar; m. peuteropvang: kortdurende opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool; n. peuterplaats: een aanbod aan peuteropvang voor reguliere peuters; o. reguliere peuter: een peuter die woont in de gemeente Bunnik en die gebruik maakt van peuteropvang; p. subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager; q. subsidieuurtarief: het uurtarief dat de gemeente hanteert bij het berekenen van de subsidie; r. subsidieverantwoording: inzichtelijk maken welke prestatieafspraken zijn gerealiseerd inclusief de daaraan verbonden kosten; s. toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de Wet kinderopvang; t. verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen van ouders/verzorgers uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het jaarinkomen van het gezin; u. Ve: voorschoolse educatie, zijnde kortdurende opvang met een aanbod voor kinderen van tweeënhalf tot vier jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling; v. ve-peuterplaats: een aanbod van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters. w. Pilot ve geïntegreerd in dagopvang: voorschoolse educatie wordt aangeboden in een reguliere kinderdagopvangsetting. Per dag van elf uur opvang wordt zes uur ve geboden en vijf uur reguliere kinderdagopvang welke ouders/verzorgers bekostigen, dit is in 2025 gestart als pilot, in 2026 wordt de pilot verlengt; x. kinderdagopvang: reguliere kinderdagopvang, opvang van jonge kinderen gedurende de dag. Een hele dag bestaat uit elf uur opvang. Artikel 2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3 Doelgroep 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de houder van een kindercentrum dat peuteropvang of ve aanbiedt in de gemeente Bunnik: a. waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; b. waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; c. waar peuteropvang wordt geboden aan een reguliere peuter, waarvan de ouders/verzorgers niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; 2. Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub a en b dient het kindercentrum maximaal 640 uur ve per jaar per peuter aan te bieden, verdeeld over drie dagen per week. Dit komt neer op zestien uur per week, 640 uur ve : 40 weken (52 weken min de twaalf vakantieweken gedurende het jaar). 3. In afwijking van lid 2 komt eveneens voor subsidieverlening in aanmerking de omstandigheid waarin een peuter twaalf uur per week ve volgt op een locatie waar ve is geïntegreerd in de dagopvang (pilot die is gestart in 2025 en wordt gecontinueerd in 2026), wanneer ouders/verzorgers van de peuter daaraan behoefte hebben. 4. Onverminderd het bepaalde in lid 3 blijft het aanbod van zestien uur per week, verdeeld over drie dagen beschikbaar, mochten ouders/verzorgers van de peuter op een later moment toch zestien uur ve willen afnemen. 5. Voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub c dient het kindercentrum minimaal zes uur per week en maximaal 12 uur per week peuteropvang aan te bieden tot een maximum van 320 uur op jaarbasis, verdeeld over minimaal 2 dagen per week. 6. Een subsidieaanvraag wordt alleen in behandeling genomen indien: a. de (doelgroep)peuter volgens de gemeentelijke basisadministratie ingezetene is van de gemeente Bunnik; b. het kindercentrum is gevestigd in gemeente Bunnik en is gecertificeerd voor ve en als zodanig is geregistreerd in het LRK. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Het college kan voor de volgende kosten een subsidie toekennen: a. de kosten per uur van een gecontracteerde (ve-)peuterplaats; b. de locatiesubsidie; c. de kosten van een hbo geschoold pedagogisch beleidsmedewerker. 2. Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub a vallen onder meer: extra taakuren om het ve programma uit te voeren (extra tutoring peuter, monitoring ontwikkeling kinderen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van onderdelen van het ve-programma), stimuleren ouderbetrokkenheid, coördinatie en managementuren, taakuren voor (warme)overdracht, participeren in ve-overleg, proactief samenwerken met samenwerkingspartners, signalering en oudergesprekken en scholing. 3. Onder de subsidie als bedoeld in het eerste lid sub b vallen onder meer: het voldoen aan alle wettelijke eisen, het waarborgen van een ve-locatie in alle kernen van gemeente Bunnik, de uitvoering van (ve-)activiteiten en huisvesting. 4. Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub c vallen de loonkosten van de hbo geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker voor de taken ter uitvoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. Artikel 5 Berekening subsidiebedrag en tarieven 1. Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep wordt berekend als volgt: aantal uren per week x aantal weken x subsidie-uurtarief voor ve, verminderd met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7. 2. Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep wordt berekend als volgt: aantal uren per week x aantal weken x het subsidie uurtarief voor peuteropvang, verminderd met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7. 3. Het subsidie uurtarief voor 2026 voor ve bedraagt € 12,57. 4. Het subsidie uurtarief voor 2026 voor peuteropvang bedraagt € 12,47. 5. De ve-locatiesubsidie voor 2026 bedraagt per ve locatie € 6.464,- 6. De subsidie voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de ve bedraagt € 590,- per ve-doelgroepkind (peildatum 1 februari van het subsidiejaar). 7. Het college stelt jaarlijks de subsidie tarieven vast. Artikel 6 Subsidieplafond 1. De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting het subsidieplafond vast gebaseerd op de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en de beschikbare gemeentelijke middelen voor voorschoolse voorzieningen (peuteropvang). 2. De verdeling van de subsidie geschiedt, totdat het subsidieplafond is bereikt, in de volgende volgorde: a. Aanvragen voor (ve-)peuteropvanglocaties waarvoor in het jaar voorafgaand aan de aanvraag gemeentelijke subsidie peuteropvang en/ of voorschoolse educatie is verleend. b. Aanvragen voor nieuwe (ve-)peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag geen gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie hebben ontvangen. Artikel 7 Ouderbijdrage 1. De houder brengt voor deelname van de peuter aan het ve-programma peuteropvang dan wel aan de reguliere peuteropvang een ouderbijdrage in rekening bij de ouder/verzorger. 2. De ouderbijdrage voor ve als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a is inkomensafhankelijk tot aan het fiscaal uurtarief en is beperkt tot 50% van de ve-uren per maand. 3. De ouderbijdrage voor ve als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b is gelijk aan het fiscaal uurtarief en is beperkt tot 50% van de ve-uren per maand. 4. De ouderbijdrage voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub c is inkomensafhankelijk tot aan het fiscaal uurtarief. 5. De hoogte van de in lid 2 en 4 […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.