Samenwerking voor innovaties (POP3)
Gedeputeerde Staten van Limburg
Voor landbouwers, bedrijven, ketens, ngo's, bosbeheerders, plattelandsgemeenschappen en adviesdiensten in Limburg die samen willen innoveren.
Ook bekend als POP3, Paragraaf 7, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, POP3 Paragraaf 7
Waar is deze subsidie voor?
Subsidiering van projectgerichte samenwerkingsverbanden in de land- en tuinbouw die gericht zijn op innovatie en kennisuitwisseling. Doelgroep: landbouwers, bedrijven, ketens, ngo's, bosbeheerders en adviesdiensten in Limburg. Openstellingsperiode: 14 mei tot 22 juni 2018.
Voor wie is het bedoeld?
Voor landbouwers, bedrijven, ketens, ngo's, bosbeheerders, plattelandsgemeenschappen en adviesdiensten in Limburg die samen willen innoveren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Samenwerkingsverband opzetten voor innovatie in landbouw
- Kennisuitwisseling en onderzoek in agrarische sector
- Duurzaamheid en productiviteit in landbouw verbeteren
- Innovatieprojecten rond klimaat, biodiversiteit en grondstofgebruik
Voorwaarden
- Projectmatig samenwerkingsverband moet worden opgericht
- Innovatie moet betrekking hebben op één of meer thema's: meerwaardestrategie, risicobeheer, grondstofgebruik, klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, dierenwelzijn, biodiversiteit
- Projectplan verplicht
- Begroting met onderbouwing en bewijsstukken verplicht
- Samenwerkingsovereenkomst verplicht (artikel 1.6 Subsidieverordening)
- Verklaring géén financiële moeilijkheden met jaarrekening verplicht
- Minimale score 60% van maximaal te behalen punten (27 van 45 punten)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 7 Samenwerking voor innovaties 2021’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) op 30 maart 2021 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 7 Samenwerking voor innovaties 2021’ Subsidieverordening Plattelands-ontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3). Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten “Samenwerking voor innovaties 2021” Paragraaf 7 van Hoofdstuk 2 van deze Verordening als volgt open te stellen. - Het subsidieplafond bedraagt € 600.000 waarvan € 300.000 bestaat uit ELFPO-middelen en € 300.000 uit provinciale middelen. - Aanvragen om subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 30 april 2021 09:00 uur tot en met 11 juni 2021 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 11 juni 2021 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. - In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden. - Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Samenwerking voor Innovaties 2021”. - Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 30 april 2021 en vervalt einde POP3-periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode. Bijlage: Nadere regels ‘Samenwerking voor Innovaties 2021’ Artikel 1 Begripsomschrijving Met “Verordening” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3). Artikel 2 Subsidiabele activiteiten - Op grond van artikel 2.7.1, eerste lid van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor:de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid van de Verordening, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie, en/of;de uitvoering van een innovatieproject. - Op grond van artikel 2.7.1, tweede lid van de Verordening zijn de activiteiten gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie alsmede op één of meerdere van de volgende zes thema’s:verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;klimaatmitigatie;verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit. Thema (e) klimaatadaptatie’ in artikel 2.7.1, tweede lid van de Verordening wordt buiten beschouwing gelaten. Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen. Artikel 3 Subsidiehoogte Op grond van artikel 1.3, vierde lid, aanhef en onder g van de Verordening bedraagt de subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 minimaal € 50.000 en maximaal € 120.000 per aanvraag. Artikel 4 Subsidiabele kosten - Op grond van artikel 2.7.6, eerste lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan subsidie worden verstrekt voor:kosten voor het werven van deelnemers;kosten voor het netwerken om het project goed te definiëren;kosten voor het opstellen van een projectplan en de samenwerkingsovereenkomst;kosten voor het projectmanagement en projectadministratie;niet verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, tweede lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voor de uitvoering van een innovatieproject subsidie worden verstrekt voor:coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject;kosten voor projectmanagement en projectadministratie;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, derde lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan, als voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, subsidie worden verstrekt voor:kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;kosten voor aankoop van grond;kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, derde lid, artikel 1.12a en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan, als voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, subsidie worden verstrekt voor:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, vierde lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voorzover verband houdend met een fysieke investering in het kader van het project subsidie worden verstrekt voor:kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;kosten van de koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;voorbereidingskosten, als bedoeld in artikel 1.12, derde en vierde lid van de Verordening;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - In aanvulling op artikel 1.12, eerste lid van de Verordening kunnen personeelskosten berekend worden overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening. Artikel 5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6 en artikel 2.7.2 van de Verordening of aan de initiatiefnemer van het samenwerkingsverband in wording. Artikel 6 Selectiecriteria, weging en selectie - Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 2.7.9 en artikel 1.15a van de Verordening de selectiecriteria:effectiviteit;haalbaarheid/kans op succes;innovativiteit;efficiëntie. - Per selectiecriterium kunnen nul tot en met vijf punten worden behaald. - De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:effectiviteit heeft een wegingsfactor van 2;haalbaarheid/kans op succes heeft een wegingsfactor van 2;innovativiteit heeft een wegingsfactor van 3;efficiëntie heeft een wegingsfactor van 2; - Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten minstens 27 punten behaald zijn. - Op grond van artikel 1.15, vierde lid, van de Verordening bepalen Gedeputeerde Staten dat, indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt zal worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris. Artikel 7 Adviescommissie Als uitwerking van artikel 1.14, tweede lid van de Verordening worden aanvragen, die voor subsidie in aanmerking komen, voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie. Artikel 8 Verplichting aanvrager Conform artikel 2.7.10 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de resultaten van de activiteit/project openbaar te maken via het EIP-netwerk als bedoeld in artikel 57, derde lid van Vo (EU) 1305/2013 en andere geëigende netwerken. Artikel 9 Bevoorschotting - Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening wordt maximaal 1 keer per projectjaar een voorschot verleend op basis van realisatie; - In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie. TOELICHTING bij de Nadere regels ‘Samenwerking voor Innovaties 2021’ I ALGEMEEN DEEL Kader Op 31 december 2020 liep de oorspronkelijke programmaperiode van POP3 2014-2020 af. Vanwege vertraging in de Brusselse besluitvorming kon het nieuwe GLB nog niet van start gaan op 1 januari 2021. Om de continuïteit in de financiering en uitvoering van POP3 te waarborgen heeft de Europese Commissie de mogelijkheid geboden om het huidige Plattelandsontwikkelingsprogramma te verlengen. De Provincie Limburg heeft besloten om van deze mogelijkheid gebruik te maken ter overbrugging tussen het huidige POP3 en het nieuwe GLB. Deze overbruggings-/transitieperiode beslaat de jaren 2021 en 2022. De financiering van de transitiejaren komt uit het nieuwe GLB. Inhoudelijk wordt het principe van ‘oude regels, nieuw geld’ gehanteerd. Nederland heeft ervoor gekozen om in deze transitieperiode een accentverschuiving aan te brengen, waarbij de inhoudelijke focus meer dan voorheen komt te liggen op de actuele maatschappelijke onderwerpen: biodiversiteit/bodem, kringlooplandbouw (inclusief stikstof) en klimaat. Verordening Dit openstellingbesluit betreft een nadere uitwerking van de Verordening. Voor zaken die niet specifiek benoemd zijn in dit openstellingsbesluit is de Verordening van toepassing. Het gaat daarbij met name om hoofdstuk 1 en paragraaf 7 van hoofdstuk 2. Bijvoorbeeld artikel 1.7 (wijze van indienen van een aanvraag), artikel 1.17 (verplichtingen), artikel 2.7.4 (aanvraag) en artikel 2.7.5 (weigeringsgronden) van de Verordening zijn onverkort van toepassing al worden ze in dit openstellingsbesluit niet herhaald. Tendersystematiek Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Als de aanvraag minimaal tien werkdagen voor de sluitingsdatum wordt ontvangen, wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid van verplichte bijlagen. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. Een onafhankelijke adviescommissie gaat vervolgens de aanvragen beoordelen aan de hand van de beschikbare informatie. Met behulp van selectiecriteria worden de projecten gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle projecten gehonoreerd kunnen worden. De projecten met de meeste punten worden als eerste gehonoreerd. De criteria waarop de aanvragen worden beoordeeld, staan beschreven in artikel 6 van de Nadere regels en de toelichting bij dat artikel. Beginnen met een project Kosten zijn alleen subsidiabel als zij zijn gemaakt nadat de subsidieaanvraag is ingediend. Kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Uitdrukkelijk zij vermeld dat het ondertekenen van een offerte - voor de datum van indiening van de aanvraag – zonder dat daarin een voorbeho […tekst ingekort]
Toon brontekst
Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 7 Samenwerking voor innovaties 2022’ Subsidieverordening Plattelands-ontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) op 1 februari 2022 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 7 Samenwerking voor innovaties 2022’ Subsidieverordening Plattelands-ontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3). Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten “Samenwerking voor innovaties 2022” Paragraaf 7 van Hoofdstuk 2 van deze Verordening als volgt open te stellen. - Het subsidieplafond bedraagt € 2.050.000 waarvan € 1.025.000 bestaat uit ELFPO-middelen en € 1.025.000 uit provinciale middelen. - Aanvragen om subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 2 mei 2022 09:00 uur tot en met 13 juni 2022 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 13 juni 2022 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. - In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden. - Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Samenwerking voor Innovaties 2022”. - Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 2 mei 2022 en vervalt einde POP3-periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode. Bijlage 1: Nadere regels ‘Samenwerking voor Innovaties 2022’ Artikel 1 Begripsomschrijving Met “Verordening” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3). Artikel 2 Subsidiabele activiteiten - Op grond van artikel 2.7.1, eerste lid van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor: de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid van de Verordening, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie, en/of;de uitvoering van een innovatieproject. - Op grond van artikel 2.7.1, tweede lid van de Verordening zijn de activiteiten gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie alsmede op één of meerdere van de volgende zes thema’s: verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen; maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;klimaatmitigatie;klimaatadaptatie;verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit. - Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen. Artikel 3 Subsidiehoogte Op grond van artikel 1.3, vierde lid, aanhef en onder g van de Verordening bedraagt de subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 minimaal € 50.000 en maximaal € 160.000 per aanvraag. Artikel 4 Subsidiabele kosten - Op grond van artikel 2.7.6, eerste lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan subsidie worden verstrekt voor:kosten voor het werven van deelnemers;kosten voor het netwerken om het project goed te definiëren;kosten voor het opstellen van een projectplan en de samenwerkingsovereenkomst;kosten voor het projectmanagement en projectadministratie;niet verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, tweede lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voor de uitvoering van een innovatieproject subsidie worden verstrekt voor:coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject;kosten voor projectmanagement en projectadministratie;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, derde lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan, als voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, subsidie worden verstrekt voor:kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;kosten voor aankoop van grond;kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, derde lid, artikel 1.12a en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan, als voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, subsidie worden verstrekt voor:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies;niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - Op grond van artikel 2.7.6, vierde lid en in aanvulling op artikel 1.13, eerste lid onder h van de Verordening kan voorzover verband houdend met een fysieke investering in het kader van het project subsidie worden verstrekt voor:kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken; kosten van de koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;voorbereidingskosten, als bedoeld in artikel 1.12, derde en vierde lid van de Verordening; niet-verrekenbare of niet compensabele btw. - In aanvulling op artikel 1.12, eerste lid, van de Verordening kunnen personeelskosten berekend worden overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening. - Advieskosten waarvoor op grond van de Nadere subsidieregels ondersteuning subsidieaanvragen Plattelandsontwikkelingsprogramma Limburg (POP3) 2022 subsidie is verleend, zijn niet subsidiabel. Artikel 5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6 en artikel 2.7.2 van de Verordening of aan de initiatiefnemer van het samenwerkingsverband in wording. Artikel 6 Selectiecriteria, weging en selectie - Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 2.7.9 en artikel 1.15a van de Verordening de selectiecriteria:effectiviteit;haalbaarheid/kans op succes;innovativiteit;efficiëntie. - Per selectiecriterium kunnen nul tot en met vijf punten worden behaald. - De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:effectiviteit heeft een wegingsfactor van 2;haalbaarheid/kans op succes heeft een wegingsfactor van 2;innovativiteit heeft een wegingsfactor van 3;efficiëntie heeft een wegingsfactor van 2; - Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten minstens 27 punten behaald zijn. - Op grond van artikel 1.15, vierde lid, van de Verordening bepalen Gedeputeerde Staten dat, indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt zal worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris. Artikel 7 Adviescommissie Als uitwerking van artikel 1.14, tweede lid van de Verordening worden aanvragen, die voor subsidie in aanmerking komen, voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie. Artikel 8Verplichting aanvrager Conform artikel 2.7.10 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om de resultaten van de activiteit/project openbaar te maken via het EIP-netwerk als bedoeld in artikel 57, derde lid van Vo (EU) 1305/2013 en andere geëigende netwerken. Artikel 9 Bevoorschotting - Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening wordt maximaal 1 keer per projectjaar een voorschot verleend op basis van realisatie; - In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie. TOELICHTING bij de Nadere regels ‘Samenwerking voor Innovaties 2022’ IALGEMEEN DEEL Kader Op 31 december 2020 liep de oorspronkelijke programmaperiode van POP3 2014-2020 af. Vanwege vertraging in de Brusselse besluitvorming kon het nieuwe GLB nog niet van start gaan op 1 januari 2021. Om de continuïteit in de financiering en uitvoering van POP3 te waarborgen heeft de Europese Commissie de mogelijkheid geboden om het huidige Plattelandsontwikkelingsprogramma te verlengen. De Provincie Limburg heeft besloten om van deze mogelijkheid gebruik te maken ter overbrugging tussen het huidige POP3 en het nieuwe GLB. Deze overbruggings-/transitieperiode beslaat de jaren 2021 en 2022. De financiering van de transitiejaren komt uit het nieuwe GLB. Inhoudelijk wordt het principe van ‘oude regels, nieuw geld’ gehanteerd. Nederland heeft ervoor gekozen om in deze transitieperiode een accentverschuiving aan te brengen, waarbij de inhoudelijke focus meer dan voorheen komt te liggen op de actuele maatschappelijke onderwerpen: biodiversiteit/bodem, kringlooplandbouw (inclusief stikstof) en klimaat. Verordening Dit openstellingbesluit betreft een nadere uitwerking van de Verordening. Voor zaken die niet specifiek benoemd zijn in dit openstellingsbesluit is de Verordening van toepassing. Het gaat daarbij met name om hoofdstuk 1 en paragraaf 7 van hoofdstuk 2. Bijvoorbeeld artikel 1.7 (wijze van indienen van een aanvraag), artikel 1.17 (verplichtingen), artikel 2.7.4 (aanvraag) en artikel 2.7.5 (weigeringsgronden) van de Verordening zijn onverkort van toepassing al worden ze in dit openstellingsbesluit niet herhaald. Tendersystematiek Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Als de aanvraag minimaal tien werkdagen voor de sluitingsdatum wordt ontvangen, wordt de aanvraag gecontroleerd op volledigheid van verplichte bijlagen. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. Een onafhankelijke adviescommissie gaat vervolgens de aanvragen beoordelen aan de hand van de beschikbare informatie. Met behulp van selectiecriteria worden de projecten gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle projecten gehonoreerd kunnen worden. De projecten met de meeste punten worden als eerste gehonoreerd. De criteria waarop de aanvragen worden beoordeeld, staan beschreven in artikel 6 van de Nadere regels en de toelichting bij dat artikel. Beginnen met een project Kosten zijn alleen subsidiabel als zij zijn gemaakt nadat de subsidieaanvraag is ingediend. Kosten die vóór de aanvraag zijn gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Uitdrukkelijk zij vermeld dat […tekst ingekort]
Toon brontekst
Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 7 ‘Samenwerking voor innovaties’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3) Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 3 april 2018 het volgende besluit vast: Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 7 ‘Samenwerking voor innovaties’ subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3). Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 7 “Samenwerking voor innovaties” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 7”) van deze Verordening onder volgende nadere regels open te stellen. Artikel 1 Openstellingsperiode Paragraaf 7 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 14 mei 2018 (9:00 uur) tot en met 22 juni 2018 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 22 juni 2018 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend. Artikel 2 Subsidieplafond Het subsidieplafond is voor 2018 voor Paragraaf 7 vastgesteld op € 1.000.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten Conform artikel 2.7.1. van de Verordening zijn volgende activiteiten subsidiabel: - Subsidie kan worden verstrekt voor:de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, van de Verordening, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie en/ofde uitvoering van een innovatieproject. - Activiteiten dienen gericht te zijn op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie alsmede op één of meerdere van de volgende thema’s:verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;klimaatmitigatie;klimaatadaptatie;verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en/of verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;behoud en versterking van de biodiversiteit en/of de omgevingskwaliteit. Deze thema’s zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2) en de Notitie “Limburg agro voor de wereld van morgen (vier accenten voor een duurzame agenda)”. Ook het Aanvalsplan Asbest en Energie biedt net als het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014) aanknopingspunten. Een aanvraag zal duidelijk moeten beschrijven en beargumenteren hoe bij te dragen aan provinciaal beleid. Betreffende beleidsdocumenten zijn beschikbaar op www.limburg.nl. Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen. - In aanvulling op artikel 1.3, vierde lid, onderdeel l van de Verordening, bedraagt de looptijd van het project maximaal 2 jaar na verzenddatum van de subsidiebeschikking. Artikel 4 Samenwerkingsverband In aanvulling op artikel 2.7.1, derde lid, onder b, en artikel 2.7.2 van de Verordening bevat het samenwerkingsverband tenminste drie landbouwers en/of organisaties die hun vertegenwoordigen. Artikel 5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers van een samenwerkingsverband of de initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in wording. Deelnemers dienen voor de aanvraag een penvoerder te benoemen. Artikel 6 Aanvraag - Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 en conform artikel 2.7.4 van de Verordening bevat de aanvraag:een beschrijving van het uit te voeren innovatieve project, inclusief een beschrijving van het te ontwikkelen, te testen of aan te passen product, proces of procedé;een beschrijving van de verwachte resultaten en – indien relevant - van de bijdrage aan de doelstelling om de productiviteit en het duurzame beheer van hulpbronnen te verbeteren;een uitwerking van de beoogde activiteiten voor kennisverspreiding van de resultaten met gebruik van de hiertoe geëigende netwerken;een beschrijving van de interne procedures van het samenwerkingsverband waarmee transparante werking en besluitvorming gegarandeerd wordt en waarmee belangenconflicten worden voorkomen. - Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel h, van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening het op de website www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele subsidies/subsidieregelingen/natuur/subsidieverordening plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (pop3) Limburg beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden. - In aanvulling op artikel 6.2 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting). Artikel 7 Subsidiabele kosten Conform Artikel 2.7.6 van de Verordening zijn de volgende kosten subsidiabel: - Voor de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband en het gezamenlijk formuleren van een projectplan, wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:kosten voor het werven van deelnemers;kosten voor het netwerken om het project goed te definiëren;kosten voor het opstellen van een projectplan en de samenwerkingsovereenkomstkosten voor projectmanagement en projectadministratie. - Voor de uitvoering van een innovatieproject, wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:coördinatiekosten van het samenwerkingsverband;kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;operationele kosten direct verbonden aan de uitvoering van het innovatieproject;kosten voor projectmanagement en projectadministratie. - Indien voor de uitvoering van een innovatieproject een fysieke investering wordt gedaan, wordt subsidie verstrekt voor:kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken;kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;kosten voor aankoop van grond;kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a. - In aanvulling op artikel 7.3 en voor zover verband houdend met een fysieke investering in het kader van het project zijn ook de volgende kosten subsidiabel:kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken; kosten van de koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa.voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12, derde en vierde lid van de Verordening Artikel 8 Hoogte subsidie - Indien de activiteit betrekking heeft op de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten bedraagt de hoogte van subsidie:voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, eerste lid, van de Verordening: 100% van de subsidiabele kosten; voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, tweede lid, van de Verordening: 70% van de kosten; voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, derde en vierde lid van de Verordening:40% van de subsidiabele kosten voor productieve investeringen;100% van de subsidiabele kosten voor niet-productieve investeringen. - Indien de activiteit geen betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouw producten bedraagt de hoogte van subsidie: 25% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een grote onderneming is;35% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een middel grote onderneming is;45% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is. - De percentages genoemd in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met c kunnen worden verhoogd met 15% indien:het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste één kleine- of middelgrote onderneming als omschreven in bijlage 1 bij Vo (EU) 651/2014 en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt, ofeen onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt. - Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel g, van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 120.000,00 en minimaal € 50.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 50.000,00 bedraagt. Artikel 9 Rangschikking - Gedeputeerde Staten verdelen conform artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening het beschikbare subsidieplafond door middel van rangschikking op basis van selectiecriteria. - Voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15a van de Verordening vindt een afweging plaats tussen de volledig ingediende (ontvankelijk verklaarde) aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.7.9 van de Verordening en hieronder nader weergegeven. - De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:Effectiviteit;Haalbaarheid/Kans op succes;Innovativiteit; Efficiëntie.EffectiviteitEffectiviteit wordt bepaald door de bijdrage die het project levert aan de genoemde thema(s)/beleidsdoelstellingen (de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen). Bij de bepaling van deze bijdrage worden tevens de volgende aspecten in samenhang bezien:– meerwaarde beoogde innovatie voor het beleid c.q. betreffende thema(s);– bijdrage aan duurzame nieuwe samenwerkingsverbanden; – geschiktheid beoogde innovatie voor brede toepasbaarheid/uitrol;– kwaliteit communicatieplan.Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:5 punten indien de effectiviteit zeer goed is;4 punten indien de effectiviteit goed is;3 punten indien de effectiviteit voldoende is;2 punten indien de effectiviteit matig is;1 punt indien de effectiviteit gering is;0 punten indien de effectiviteit zeer gering/nihil is;Haalbaarheid/Kans op succesDe haalbaarheid/kans op succes wordt door verschillende aspecten beïnvloed.Indien de aanvraag betrekking heeft op artikel 3.1 onderdeel (a: de oprichting van een projectmatig samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, van de Verordening, en het gezamenlijk formuleren van een projectplan gericht op een innovatie) dan worden (in relatie tot de beoogde innovatie) volgende aspecten in onderlinge samenhang bezien:– relevantie samenwerkende partijen (aantal, kwaliteit en diversiteit van (keten-)partners);– duidelijkheid inzake taakverdeling en verantwoordelijkheid;– technische en organisatorische haalbaarheid;– zicht op marktmogelijkheden van de beoogde innovatie (behoefte);Indien de aanvraag betrekking heeft op artikel 3.1 onderdeel (b: de uitvoering van een innovatieproject)dan worden volgende aspecten in onderlinge samenhang bezien:– kwaliteit procesplan voor samenwerking en/of ontwikkeling innovatie (randvoorwaarden, risicomanagement e.d.);– blijk van oriëntatie op haalbaarheid en voor handen kennis; – blijk van oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel; – kwaliteit versus breedte, samenstelling, kennisniveau en werkafspraken samenwerkingsverband. Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:5 punten indien haalbaarheid/kans op succes zeer goed is;4 punten indien haalbaarheid/kans op succes goed is;3 punten indien haalbaarheid/kans op succes voldoende is2 punten indien de haalbaarheid/kans op succes matig is.1 punt indien de haalbaarheid/kans op succes gering is.0 punten indien de haalbaarheid/kans op succes zeer gering/nih […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.