Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland
Gedeputeerde Staten van Zeeland
Projectinitiatiefnemers en begunstigden die bijdragen aan doelstellingen van het PMJP voor landelijk gebied in Zeeland
Ook bekend als PMJP, Inrichting Landelijk Gebied Zeeland
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening van de provincie Zeeland voor subsidieverstrekking aan activiteiten gericht op inrichting van het landelijk gebied, onder meer via het Provinciaal Meerjarenprogramma 2007-2013 en het Europese plattelandsontwikkelingsprogramma POP-2.
Voor wie is het bedoeld?
Projectinitiatiefnemers en begunstigden die bijdragen aan doelstellingen van het PMJP voor landelijk gebied in Zeeland
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor landschapsinrichting in Zeeland
- Financiering van plattelandsontwikkelingprojecten via POP-2
- Steun voor gebiedsgerichte programma's in het landelijk gebied
Voorwaarden
- Project moet bijdragen aan doelstellingen van het PMJP vastgesteld door provinciale staten op 8 december 2006
- Project moet passen binnen de PMJP subsidieverordening en subsidiecriteria
- Subsidie slechts voor kosten rechtstreeks toe te rekenen aan totstandkoming van activiteit
- Geen strijd met bestaand of toekomstig relevant overheidsbeleid
- Uitvoering moet kostenefficiënt geschieden
- Voor POP-2 gefinancieerde activiteiten gelden Europese regelgeving (Verordening EG 1698/2005 en aanverwante verordeningen)
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Tender
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Subsidieverstrekking Artikel 3 Niet subsidiabele kosten Aanvraag en subsidieverlening Artikel 4 Aanvraag Artikel 5 Gegevens bij de aanvraag Artikel 6 Beslistermijn verlening Voorschotten Artikel 7 Bevoorschotting Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 8 Uitvoering activiteiten Artikel 9 Opdrachten aan derden Artikel 10 Boekhouding Artikel 11 Voortgang uitvoering Artikel 12 Publiciteit Artikel 13 Informatieverstrekking Vaststelling Artikel 14 Aanvraag subsidievaststelling Artikel 15 Beslistermijn vaststelling Verplichtingen subsidieontvanger na subsidievaststelling Artikel 16 Instandhouding Artikel 17 Terugbetaling vergoeding Bijzondere en slotbepalingen Artikel 18 Intrekking en terugvordering Artikel 19 Afwijkingsbevoegdheid Artikel 20 Toezicht Artikel 21 Inwerkingtreding Artikel 22 Citeertitel Toelichting algemeen Het gebiedsgericht werken en subsidie Systeem: verwijzing naar Provinciaal Meerjarenprogramma (PMJP) en Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) Staatssteun en steunmodules Versterking van de voortgang in de uitvoering Toelichting artikelsgewijs Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 12 Artikel 17 Artikel 18 DEEL 2 PMJP Subsidiecriteria behorende bij de subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland (algemeen en thematisch) Algemeen 1. Thema Natuur 2. Thema Landbouw 3. Thema Recreatie 4. Thema landschap 5. Thema Bodem 6. Thema water 7. Thema sociaal-economische vitaliteit Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR63788 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR63788/3 sluiten Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland Geldend van 12-10-2011 t/m heden Intitulé Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland Gedeputeerde staten van Zeeland, - overwegende dat in verband met artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied regeling nodig is van de subsidies die de provincie zal verstrekken uit het Investeringsbudget landelijk gebied; - gelet op artikel 11, derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied juncto het besluit van provinciale staten van 8 december 2006 en het besluit van provinciale staten van 9 november 2007 ex artikel 11, vierde lid van de Wet inrichting landelijk gebied; - gelet op artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; besluiten vast te stellen de navolgende Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Zeeland: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet inrichting landelijk gebied (Staatsblad 2006, nr. 666); b. meerjarenprogramma: provinciaal meerjarenprogramma voor het gebiedsgerichte beleid als bedoeld in artikel 4 van de wet; c. plattelandsontwikkelingsprogramma: het Nederlandse programma voor plattelandsontwikkeling 2007 tot en met 2013 als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) 1698/2005 (PbEU L 277); d. aanbestedende dienst: een publiekrechtelijke rechtspersoon of publiekrechtelijke instelling als bedoeld in artikel 1, negende lid, van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, d.d. 31 maart 2004, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134/114); e. steunmodule: een regeling voor de verstrekking van een subsidie die als steunmaatregel als bedoeld in artikel 11 van de wet wordt beschouwd. Artikel 2 Subsidieverstrekking 1. Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarop de Subsidieregeling natuurbeheer Zeeland of de subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Zeeland van toepassing is. 2. Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in het meerjarenprogramma of de maatregelen als bedoeld in het plattelandsontwikkelingsprogramma. De criteria voor het verstrekken van subsidie zijn neergelegd in deel 2 van het Provinciaal Meerjarenprogramma Inrichting Landelijke Gebied 2007-2013. 3. Indien de in het tweede lid genoemde subsidie kwalificeert als een steunmaatregel als bedoeld in artikel 11 van de wet, kan deze slechts worden verstrekt wanneer is voldaan aan de relevante voorwaarden die voortvloeien uit Verordening (EG) 1698/2005, (PbEU L 277); Verordening (EG) nr. 1974/2006 (PbEU L 368); Verordening (EG) nr. 1975/2006 (PbEU L 368); Verordening (EG) nr. 1857/2006, (PbEU L 358); Verordening (EG) nr. 70/2001, (PbEG L 10/33); Verordening (EG) nr. 1535/2007 (PbEU L 337); dan wel Verordening (EG) nr. 1998/2006 (PbEU L 379/5); 4. Subsidie wordt slechts verstrekt: a. voor kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de totstandkoming van een activiteit; b. indien er geen strijd is met bestaand of reeds bekend toekomstig relevant overheidsbeleid; c. indien de uitvoering van de prestaties kostenefficiënt geschiedt. 5. Gedeputeerde staten kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 6. Gedeputeerde staten kunnen bij afzonderlijk besluit bepalen in welke delen van de provincie deze verordening of onderdelen van deze verordening van toepassing is. 7. Gedeputeerde staten kunnen steunmodules vaststellen. 8. Gedeputeerde staten kunnen jaarlijks per onderdeel van het Provinciaal Meerjarenprogramma Inrichting Landelijk Gebied 2007-2013 subsidieplafonds vaststellen per operationeel doel. 9. Gedeputeerde staten kunnen voor verschillende subsidies een subsidiedrempel vaststellen. Artikel 3 Niet subsidiabele kosten 1. Er wordt geen subsidie verstrekt voor: a. kosten die uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd; b. kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de subsidieverlening; c. kosten van bodemsanering voor zover verhaal op de vervuiler of een beroep op fondsen mogelijk is. d. kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes of sancties; e. kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de inkomsten die met deze activiteiten verband houden; f. kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen; g. kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, zoals onderhoud of herstelwerkzaamheden; h. exploitatiekosten die niet verband houden met de aanloopfase van een activiteit. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan wel subsidie worden verstrekt voor kosten van voorbereiding, planvorming, onderzoek of voorlichting voor zover: a. die kosten zijn gemaakt vóór subsidieverlening en na ontvangstbevestiging van de subsidieaanvraag en b. de subsidie niet kan worden aangemerkt als staatssteun als bedoeld in artikel 87 van het EG-verdrag 3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan wel subsidie worden verstrekt voor kosten die zijn gemaakt vóór subsidieverlening en na ontvangstbevestiging van de subsidieaanvraag voor zover: a. de Europese voorschriften inzake de verlening van staatssteun vergoeding van dergelijke kosten expliciet toestaan, of b. het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2) 2007-2013 voor Nederland zoals goedgekeurd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking C(2007) 3464 def. van 20 juli 2007 inclusief de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurde wijzigingen van dit programmadocument, vergoeding van dergelijke kosten toestaat. Aanvraag en subsidieverlening Artikel 4 Aanvraag 1. Gedeputeerde staten kunnen tijdstippen of periodes voor het indienen van een aanvraag vaststellen, al dan niet voor afzonderlijke operationele doelen danwel categorieën van activiteiten. 2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij gedeputeerde staten op een daartoe vastgesteld formulier. Artikel 5 Gegevens bij de aanvraag 1. De aanvraag bevat tenminste: a. een concrete beschrijving van de activiteit, b. een uiteenzetting van de wijze waarop de activiteit bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de provincie Zeeland, c. duur van de activiteit, d. het geografisch bereik waarop de activiteit betrekking heeft, e. een concrete beschrijving van het verwachte resultaat en het na te streven kwaliteitsniveau, f. een plan van aanpak, g. een sluitende begroting waarin wordt vermeld of en bij welke instanties en tot welke bedragen voorts subsidies, sponsorgelden of andere bijdragen worden aangevraagd, en welke inmiddels zijn verleend en indien gevraagd wordt om een subsidie uit het plattelandsontwikkelingsprogramma de financiële planning in perioden van drie maanden, h. documenten waaruit blijkt dat de bekostiging door medefinanciers zeker is; i. een overzicht van alle andere subsidies die de aanvrager in de drie jaren die aan de aanvraag voorafgaan heeft verkregen of aangevraagd. 2. Als subsidie ten behoeve van een samenwerkingsverband wordt aangevraagd, verstrekt de aanvrager de informatie of de verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder i, voor iedere deelnemer in het samenwerkingsverband en tevens een exemplaar van de samenwerkingsovereenkomst. Artikel 6 Beslistermijn verlening 1. Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen 13 weken na ontvangst of, in voorkomend geval, binnen 13 weken na afloop van een termijn als bedoeld in artikel 4, eerste lid. 2. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste 13 weken verdagen. 3. Voor beschikkingen waarbij sprake is van een tendersystematiek is het einde van de tender de aanvangsdatum van de beslistermijn voor de beschikkingverlening (13 of 26 weken). Voorschotten Artikel 7 Bevoorschotting 1. Na subsidieverlening kunnen gedeputeerde staten op aanvraag een voorschot verstrekken. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen geen voorschotten worden verstrekt voor subsidies in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma. 3. Het voorschot bedraagt minimaal € 1.000,- en wordt berekend naar rato van gemaakte en betaalde kosten, voorzover deze nog niet eerder bij een verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. 4. In totaal is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 75 % van het maximaal te verlenen subsidiebedrag. 5. Een verzoek om een voorschot wordt ingediend bij gedeputeerde staten op een daartoe vastgesteld formulier. 6. Gedeputeerde staten kunnen in afwijking van het tweede lid, voordat kosten zijn gemaakt en betaald, een voorschot verstrekken aan een natuurlijke of privaatrechtelijke rechtspersoon als deze naar genoegen van gedeputeerde staten de financieringsbehoefte heeft aangetoond. Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 8 Uitvoering activiteiten 1. De activiteiten starten uiterlijk binnen twee maanden na subsidieverlening, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is bepaald. 2. De activiteiten worden afgerond binnen twee jaren na de subsidieverlening, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald. Artikel 9 Opdrachten aan derden 1. Indien de subsidieontvanger een aanbestedende dienst is, geldt de volgende verplichting: a. als de aanbestedende dienst een publiekrechtelijke rechtspersoon is, dient deze voor de uitvoering van de activiteiten het eigen beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden toe te passen of, bij afwezigheid daarvan, het provinciale beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden; b. als de aanbestedende dienst geen publiekrechtelijke rechtspersoon is, dient deze het provinciale beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden toe te passen. Hiervan kan […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.