Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Voor waterschappen, gemeenten en andere organisaties die niet-productieve investeringen uitvoeren in het watersysteem van provincie Utrecht.
Ook bekend als POP3 Niet-productieve investeringen water, Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021, Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022, Niet-productieve investeringen water POP3 2014-2020 Provincie Utrecht
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor niet-productieve investeringen in het watersysteem van provincie Utrecht gericht op waterkwaliteit, waterrobuustheid en klimaatadaptatie. Voor projecten met minimaal €500.000 investeringsomvang in het landelijk gebied. Totaal budget €4.680.000 (€3.530.000 EU-middelen, €1.150.000 cofinanciering waterschappen).
Voor wie is het bedoeld?
Voor waterschappen, gemeenten en andere organisaties die niet-productieve investeringen uitvoeren in het watersysteem van provincie Utrecht.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor waterlichaamherstel en KRW-doelrealisatie
- Financiering van klimaatadaptatie en waterrobuustheid in het landelijk gebied
- Cofinanciering van waterkwaliteitsmaatregelen en waterbeheer
- Subsidie aanvragen voor waterlichaambeheer en -verbetering
- Financiering van klimaatadaptatie en waterkwantiteitsmaatregelen
- Ondersteuning van Kaderrichtlijn Water (KRW) doelrealisatie
Voorwaarden
- Minimale projectomvang €500.000
- Niet-productieve investeringen in het watersysteem
- Betrekking op (her)inrichting, transformatie en beheer van watersysteem voor water- of klimaatdoelen
- Geen subsidie voor activiteiten gericht op landbouwdoelen
- Geen subsidie voor activiteiten ter voldoening aan wettelijke verplichtingen
- Activiteiten in kernen met meer dan 30.000 inwoners zijn uitgesloten
- Bovenwettelijk karakter vereist
- Minimaal 30 punten op selectiecriteria nodig voor toewijzing
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
Er is op dit moment geen open ronde.
Bronnen en actualiteit
“Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 4.680.000 (€ 3.530.000 afkomstig uit het ELFPO en € 1.150.000 cofinanciering door de waterschappen)”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Subsidiabele kosten Artikel 4 Aanvrager Artikel 5 Minimale hoogte subsidie Artikel 6 Rangschikking op basis van de selectiecriteria Artikel 7 Adviescommissie Artikel 8 Bevoorschotting Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding Artikel 10 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR674269 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR674269/1 sluiten Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 8 maart 2022 nr. UTSP-1557500171-12039, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022 (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022) Geldend van 16-03-2022 t/m heden Intitulé Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 8 maart 2022 nr. UTSP-1557500171-12039, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022 (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (hierna: de Verordening); Overwegende: - Dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen; - Dat met deze subsidieregeling mede bijgedragen wordt aan het Bodem en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027, het Programma klimaatadaptatie 2020-2023 en het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling provincie Utrecht 2020-2023, alsmede het Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 als uitwerking van de Omgevingsvisie voor het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’; - Dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor: - Het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) blijvend robuust en toekomstbestendig wordt; - De ecologische doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen) worden gehaald; - Het landelijk gebied klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht met het oog op grote hoeveelheden neerslag en langdurige droogte, zoals in de afgelopen jaren en die zich naar verwachting in de toekomst vaker zullen voordoen. Besluiten: I. Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 1.440.000,- (€ 1.160.000,- afkomstig uit het ELFPO en € 280.000,- cofinanciering door de waterschappen); II. Het subsidieplafond als volgt onder te verdelen in deelplafonds per beheergebied: i. Beheergebied Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) € 560.000,- (€ 280.000,- EU-middelen en € 280.000,- cofinanciering HDSR); ii. Beheergebied Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht € 880.000,- (100% EU-middelen); iii. Beheergebied Waterschap Vallei en Veluwe € 0; iv. Beheergebied waterschap Rivierenland € 0; III. De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 4 april 2022 09:00 uur tot en met 13 mei 2022 17:00 uur; IV. De volgende regels vast te stellen: Artikel 1 Definities In aanvulling op de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Verordening wordt in dit besluit verstaan onder: a. Verordening subsidies POP3 Provincie Utrecht: besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) inclusief het wijzigingsbesluit van 6 april 2021 (nr. 8222AA8A) (hierna: de Verordening) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, en alle bij besluit genomen en gepubliceerde wijzigingen hierop; b. Een waterlichaam: een KRW-oppervlaktewaterlichaam dat is begrensd in en een KRW-doel heeft toegewezen gekregen in het Bodem en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027; c. Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1); d. KRW-factsheet(s): de factsheets voor de waterlichamen zoals gepubliceerd op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van provincie Utrecht die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor water- of klimaatdoelen. 2. In afwijking van artikel 2.6.1 van de Verordening wordt geen subsidie verstrekt voor niet productieve investeringen die betrekking hebben op landbouwdoelen. 3. Activiteiten gericht op het kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 3 Subsidiabele kosten 1. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie voor de kosten die zijn vermeld in artikel 2.6.3, eerste en tweede lid van de Verordening. 2. In afwijking van artikel 1.12, eerste lid, van de Verordening kunnen subsidiabele kosten slechts bestaan uit de volgende kostentypen: a. personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening; b. kosten derden voor zover een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; c. afschrijvingskosten. 3. Bij de berekening van alle overige totale kosten (totale kosten minus personeelskosten) kan gekozen worden voor de vereenvoudigde kostenoptie zoals bepaald in artikel 1.12b van de Verordening. Artikel 4 Aanvrager In afwijking van artikel 2.6.2 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt aan waterschappen of aan samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwer(s), grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties. Artikel 5 Minimale hoogte subsidie Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 150.000,-. Artikel 6 Rangschikking op basis van de selectiecriteria 1. Gedeputeerde Staten verdelen het beschikbare subsidiebedrag op basis van rangschikking van aanvragen op basis van selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, onderdeel a en artikel 1.15a van de Verordening. 2. De weging van de in artikel 2.6.5, derde lid van de Verordening opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium a. Effectiviteit 3 0-5 15 b. Haalbaarheid/ kans op succes 4 0-5 20 c. Urgentie 2 0-5 10 d. Efficiëntie 1 0-5 5 Maximumaantal toe te kennen punten 50 3. Overeenkomstig artikel 1.15a, vijfde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien aan de aanvraag minder dan 30 punten zijn toegekend. Artikel 7 Adviescommissie 1. Gedeputeerde Staten stellen voor de rangschikking van de subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 6 een adviescommissie in als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening. 2. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.14, 1.15 en 1.15a van de Verordening. Artikel 8 Bevoorschotting 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie. 2. Gedeputeerde Staten verlenen geen voorschotten vooruitlopend op de realisatie. Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 10 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2022. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 8 maart 2022. Gedeputeerde Staten van Utrecht Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen Toelichting Inleiding De waterkwaliteit voldoet in grote delen van de provincie nog niet aan de vereisten van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), zoals deze zijn vastgelegd in het Bodem-, Water-, en Milieuplan 2016-2021. De KRW stelt doelen voor de ecologische toestand van oppervlaktewaterlichamen ten aanzien van een aantal biologische groepen (algen, vissen, waterplanten, macrofyten, macrofauna en fytoplankton). Daarnaast is het beperken van de hoeveelheid voedingsstoffen (nutriënten) en andere verontreinigende stoffen in het water van belang om deze doelen te halen. Naast een waterkwaliteitsopgave is er ook een opgave om de hoeveelheid water en de watervoorziening op orde te houden. Klimaatverandering veroorzaakt drogere perioden en tegelijkertijd kunnen zware regenbuien het watersysteem belasten. Het watersysteem moet ‘robuust en klimaatbestendig’ blijven. Ook als het klimaat verder verandert. Vandaar dat waterkwantiteitsmaatregelen onderdeel zijn van de doelstelling van deze openstelling. Verschillende soorten niet productieve maatregelen kunnen bijdragen aan het bereiken van de KRW-doelen. Dit kunnen maatregelen zijn in de waterlichamen zelf of in het gebied wat verbonden is met het waterlichaam, zoals een afwateringsgebied. Omdat de komende 5 jaar in principe de laatste planperiode voor de KRW is hechten we bij de beoordeling van de aanvragen veel waarde aan de haalbaarheid en de effectiviteit van de aangevraagde projecten. Dit openstellingsbesluit richt zich primair op de uitvoering van projecten, activiteiten en maatregelen die bijdragen aan de realisatie van water- en klimaatdoelen, respectievelijk waterkwaliteit en -kwantiteit. Als de subsidiabele activiteiten bijdragen aan realisatie van de KRW-doelen, dan kunnen ze om die reden bij de selectie extra punten krijgen. Projecten moeten een bovenwettelijk karakter hebben dat inhoudt dat het in een project om meer moet gaan dan om activiteiten die een aanvrager toch al verplicht is uit te voeren op grond van geldende wet- of regelgeving. Het openstellingsbesluit is gericht op investeringen waarvan de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan het platteland of de agrarische sector. Activiteiten in kernen met meer dan 30.000 inwoners zijn uitgesloten (artikel 1.2 Verordening). Voor niet-stedelijke gebieden heeft Nederland aan de hand van een zestal fictieve voorbeeldprojecten de “bandbreedte” voor de relatie met de landbouw aangegeven. Hier is volgens Europa de relatie met de landbouw voldoende sterk. Van de zes voorbeeldprojecten zijn er vier genoemd in verband met de openstellingen niet-productief water, namelijk: 1. Het aanleggen van een nieuwe stuw of dam met voorzieningen waardoor vissen kunnen passeren; 2. Het aanleggen bij een bestaande stuw van voorzieningen waardoor vissen kunnen passeren; 3. Het geven van een meer natuurlijke vorm aan waterlopen (o.m. verminderen van stroomsnelheid en waterhoeveelheid, ondieper maken, zodoende meer water in het gebied houden, meer ruimte voor vegetatie in het water en op de oevers en zodoende meer biodiversiteit); 4. Waterevenwicht verbeteren ten behoeve van landbouw en natuurbehoud (bijvoorbeeld in gebied met zowel natuur en landbouw, verminderen van stroomsnelheid en waterhoeveelheid, ondieper maken, zodoende meer water in het gebied houden, meer ruimte voor vegetatie in het water en op de oevers en zodoende meer biodiversiteit). Vooral d […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Weigeringsgrond Artikel 4 Subsidiabele kosten Artikel 5 Hoogte subsidie Artikel 6 Selectiecriteria en rangschikking Artikel 7 Bevoorschotting Artikel 8 Publicatie en inwerkingtreding Artikel 9 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR626742 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR626742/1 sluiten Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 16 juli 2019 nr. 81F45824, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2019) Geldend van 30-07-2019 t/m heden Intitulé Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 16 juli 2019 nr. 81F45824, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2019) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht; Overwegende: - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder de doelen uit het Europese Kaderrichtlijn Water (KRW); - dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor de waterkwaliteit verbeterd wordt en die een bijdrage leveren aan het behalen van de KRW-doelen. Besluiten: I. Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 1.060.000, volledig afkomstig uit het ELFPO en betreffen tevens middelen die aan het ELFPO zijn overgedragen op grond van artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 (modulatiemiddelen). II. Het subsidieplafond als volgt onder te verdelen in deelplafonds per beheergebied: i. het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden € 0; ii. het Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht (modulatiemiddelen) € 1.060.000 bestaande uit 100% ELFPO-middelen; iii. het Waterschap Vallei en Veluwe € 0; iv. het waterschap Rivierenland € 0; III. De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 22 juli 2019 09:00 uur t/m 30 september 2019 17:00 uur; IV. De volgende regels vast te stellen: Artikel 1 Definities In aanvulling op de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht wordt in dit besluit verstaan onder: a. Verordening subsidies POP3 Provincie Utrecht: besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) (hierna: de Verordening) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 provincie Utrecht, en alle bij besluit genomen en gepubliceerde wijzigingen hierop; b. Een waterlichaam: een KRW-oppervlaktewater dat is begrensd in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 en een KRW-doel heeft toegewezen gekregen. c. KRW-factsheet(s): de factsheets voor de waterlichamen zoals gepubliceerd op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/; d. End of pipe maatregel: maatregelen die genomen worden om de waterkwaliteit van een bepaald waterlichaam te verbeteren, door middel van het wegnemen van de nutriënten en andere chemische elementen die zich al in het waterlichaam of andere waterlichamen bevinden. e. Effectgerichte maatregel: maatregelen die genomen worden om de waterkwaliteit van een bepaald waterlichaam te verbeteren, doormiddel van het toevoegen van waterkwaliteitsverbeterende elementen in het watersysteem, zoals bijvoorbeeld wijzigingen in de hydromorfologie waardoor een betere vestigingsplaats voor waterplanten ontstaat, zonder wijzigingen aan de te brengen in of aan de bronnen van emissie. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten In afwijking van artikel 2.6.1 het eerste lid van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem, die gericht zijn op een verbeterde waterkwaliteit van waterlichamen. Artikel 3 Weigeringsgrond In aanvulling op artikel 1.8 van de Verordening wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit wordt uitgevoerd om te kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Subsidiabele kosten kunnen slechts bestaan uit de volgende kostentypen: a. personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 van de Verordening; b. kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; c. bijdragen in natura voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1.11 van de Verordening; d. afschrijvingskosten. 2. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kostensoorten, voor zover de kosten direct samenhangen met de investering: a. de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken; b. de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken; c. de kosten van aankoop van grond; d. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa; e. de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; f. de kosten voor verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken; g. de kosten van koop van tweedehands installaties en machines tot maximaal de marktwaarde van de activa; h. algemene kosten ten behoeve van investeringen als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening kunnen slechts bestaan uit: a. kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs; b. kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied; c. kosten van haalbaarheidsstudies; i. de kosten van projectmanagement en projectadministratie; j. voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening; k. niet verrekenbare of niet compensabele BTW. Artikel 5 Hoogte subsidie In afwijking op artikel 2.6.4 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten en dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening per project minimaal € 100.000 te bedragen. Artikel 6 Selectiecriteria en rangschikking 1. De rangschikking van aanvragen zoals bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening vindt plaats aan de hand van de in artikel 2.6.5 van de Verordening bepaalde selectiecriteria: a. mate van effectiviteit, hetgeen blijkt uit het effect van de niet-productieve investering op de te bereiken activiteiten zoals bedoeld in artikel 2; b. mate van efficiëntie, hetgeen blijkt uit de verhouding tussen de kosten zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid onder h tot en met j (proceskosten) ten opzichte van de totale kosten; c. mate van haalbaarheid, hetgeen blijkt uit de slagingskans van de niet-productieve investering waarbij de volgende aspecten in samenhang worden bezien: i. in het projectplan opgenomen vereisten aan de kwaliteit (deskundigheid, ervaring) van de projectleider; ii. realiteitsgehalte van het projectplan; iii. betrokkenheid van voor de uitvoering relevante partijen; iv. realiteitsgehalte van de projectplanning, -opzet en -begroting; v. mate waarin het project al is voorbereid of snel in uitvoering kan worden genomen, waarbij wordt gekeken naar het al dan niet reeds verworven zijn van benodigde gronden, het draagvlak voor het plan en de mate waarin vergunningen reeds zijn verkregen. d. mate van urgentie van de activiteit, hetgeen blijkt uit de noodzaak van de uitvoering van de activiteit binnen een bepaalde termijn. 2. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder a bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten indien de maatregel niet gericht is op een van de maatregelen zoals opgenomen in de KRW-factsheets; - 1 punt indien het een end-of-pipe maatregel is die de waterkwaliteit verbetert, maar niet in de KRW-factsheets is opgenomen; - 2 punten indien het een effectgerichte maatregel is die de waterkwaliteit verbetert, maar niet in de KRW-factsheets is opgenomen; - 3 punten indien het een maatregel is uit de KRW-factsheets voor het waterlichaam; - 4 punten indien het een maatregel is uit de KRW-factsheets voor het waterlichaam en met het project de opgave voor minstens 50% wordt gerealiseerd; - 5 punten indien het project alle maatregelen uit de KRW-factsheets uitvoert. 3. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder b bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten meer dan 40% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 1 punt wordt behaald indien de opgevoerde proceskosten 30 tot en met 40% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 2 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 20 en 30% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 3 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 10 en 20% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 4 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 5 en 10% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 5 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten minder dan 5% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen. 4. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder c bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten worden toegekend indien de score op de genoemde aspecten in samenhang bezien zeer gering is; - 1 punt wordt toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien gering is; - 2 punt worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien matig is; - 3 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien voldoende is; - 4 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien goed is; - 5 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien zeer goed is. 5. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder d bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project niet in de KRW-factsheets zijn opgenomen én de maatregel geen effect op het KRW-waterlichaam lijkt te hebben; - 1 punt worden verkregen indien de maatregelen van het project niet in de KRW-factsheets zijn opgenomen, maar er wel een te verwachten effect is op een KRW-waterlichaam; - 2 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2022-2027; - 3 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2016-2021; - 4 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2010-2015; - 5 punten indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2010-2015 en het project volgens planning in 2020 wordt afgerond. 6. De weging van de in het eerste lid bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats: a. De punten voor a worden vermenigvuldigd met factor 3; b. De punten voor b worden vermenigvuldigd met factor 2; c. De punten voor c worden vermenigvuldigd met factor 1; d. De punten voor d worden vermenigvuldigd met factor 2. 7. Het maxim […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Subsidiabele kosten Artikel 4 Aanvrager Artikel 5 Minimale hoogte subsidie Artikel 6 Rangschikking Artikel 7 Adviescommissie Artikel 8 Bevoorschotting Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding Artikel 10 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660200 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR660200/1 sluiten Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 6 juli 2021 nr. 8227A9EB, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021 (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021) Geldend van 13-07-2021 t/m heden Intitulé Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 6 juli 2021 nr. 8227A9EB, tot openstelling van de regeling Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021 (Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (hierna: de Verordening); Overwegende: - Dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen; - Dat met deze subsidieregeling mede bijgedragen wordt aan het Bodem- water- en milieuplan 2016-2021, het Programma klimaatadaptatie 2020-2023 en het Uitvoeringsprogramma Bodemdaling provincie Utrecht 2020-2023, alsmede het Ontwerp Bodem- en waterprogramma 2022-2027 als uitwerking van de Omgevingsvisie voor het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’; - Dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor: - Het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) blijvend robuust en toekomstbestendig wordt; - De ecologische doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen) worden gehaald; - Het landelijk gebied klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht met het oog op grote hoeveelheden neerslag en langdurige droogte, zoals in de afgelopen jaren en die zich naar verwachting in de toekomst vaker zullen voordoen. Besluiten: I. Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 4.680.000 (€ 3.530.000 afkomstig uit het ELFPO en € 1.150.000 cofinanciering door de waterschappen); II. Het subsidieplafond als volgt onder te verdelen in deelplafonds per beheergebied: i. Beheergebied Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) € 2.960.000 (€ 2.230.000 EU-middelen en € 730.000 cofinanciering HDSR); ii. Beheergebied Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht € 880.000 (100% EU-middelen); iii. Beheergebied Waterschap Vallei en Veluwe € 0; iv. Beheergebied waterschap Rivierenland € 840.000 (€ 420.000 EU-middelen en € 420.000 cofinanciering waterschap Rivierenland); III. De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 12 juli 09:00 uur tot en met 15 oktober 2021 17:00 uur; IV. De volgende regels vast te stellen: Artikel 1 Definities In aanvulling op de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Verordening wordt in dit besluit verstaan onder: a. Verordening subsidies POP3 Provincie Utrecht: besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) inclusief het wijzigingsbesluit van 6 april 2021 (nr. 8222AA8A) (hierna: de Verordening) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, en alle bij besluit genomen en gepubliceerde wijzigingen hierop; b. Een waterlichaam: een KRW-oppervlaktewaterlichaam dat is begrensd in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 en een KRW-doel heeft toegewezen gekregen; c. Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1); d. KRW-factsheet(s): de factsheets voor de waterlichamen zoals gepubliceerd op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van provincie Utrecht die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor water- of klimaatdoelen. 2. In afwijking van artikel 2.6.1 van de Verordening wordt geen subsidie verstrekt voor niet productieve investeringen die betrekking hebben op landbouwdoelen. 3. Activiteiten gericht op het kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 3 Subsidiabele kosten 1. Gedeputeerde Staten verstrekken naast de kostensoorten zoals bepaald in artikel 2.6.3, eerste lid van de Verordening ook subsidie voor de kostensoorten zoals bepaald in het tweede lid van artikel 2.6.3. 2. Overeenkomstig en in aanvulling op artikel 1.12 van de Verordening kunnen subsidiabele kosten slechts bestaan uit de volgende kostentypen: a. personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening; b. kosten derden voor zover een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; c. bijdragen in natura voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1.11 van de Verordening; d. onbetaalde eigen arbeid; e. afschrijvingskosten. 3. Bij de berekening van alle overige totale kosten (totale kosten minus personeelskosten) kan gekozen worden voor de vereenvoudigde kostenoptie zoals bepaald in artikel 1.12b van de Verordening. Artikel 4 Aanvrager In afwijking van artikel 2.6.2 van de Verordening wordt subsidie uitsluitend verstrekt aan waterschappen of aan samenwerkingsverbanden van een waterschap met een of meer van de volgende partijen: waterschappen, gemeenten, landbouwer(s), grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuurorganisaties of landschapsorganisaties. Artikel 5 Minimale hoogte subsidie In aanvulling op artikel 2.6.4 van de Verordening dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening per project minimaal € 500.000 te bedragen. Artikel 6 Rangschikking 1. Gedeputeerde Staten rangschikken aanvragen op basis van selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, onderdeel a en artikel 1.15a van de Verordening. 2. De weging van de in artikel 2.6.5, derde lid van de Verordening opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium a. Effectiviteit 3 0-5 15 b. Haalbaarheid/ kans op succes 4 0-5 20 c. Urgentie 2 0-5 10 d. Efficiëntie 1 0-5 5 Maximumaantal te behalen punten 50 3. Overeenkomstig artikel 1.15a, vijfde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 30 punten heeft behaald. Artikel 7 Adviescommissie 1. Gedeputeerde Staten stellen voor de rangschikking van de subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 6 een adviescommissie in als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening. 2. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.14, 1.15 en 1.15a van de Verordening. Artikel 8 Bevoorschotting 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie; 2. Gedeputeerde Staten verlenen geen voorschotten vooruitlopend op de realisatie. Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 10 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 Niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2021. Ondertekening Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 6 juli 2021. Gedeputeerde Staten van Utrecht Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen Toelichting Inleiding De waterkwaliteit voldoet in grote delen van de provincie nog niet aan de vereisten van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), zoals deze zijn vastgelegd in het Bodem-, Water-, en Milieuplan 2016-2021. De KRW stelt doelen voor de ecologische toestand van oppervlaktewaterlichamen ten aanzien van een aantal biologische groepen (algen, vissen, waterplanten, macrofyten, macrofauna en fytoplankton). Daarnaast is het beperken van de hoeveelheid voedingsstoffen (nutriënten) en andere verontreinigende stoffen in het water van belang om deze doelen te halen. Naast een waterkwaliteitsopgave is er ook een opgave om de hoeveelheid water en de watervoorziening op orde te houden. Klimaatverandering veroorzaakt drogere perioden en tegelijkertijd kunnen zware regenbuien het watersysteem belasten. Het watersysteem moet ‘robuust en klimaatbestendig’ blijven. Ook als het klimaat verder verandert. Vandaar dat waterkwaliteitsmaatregelen onderdeel zijn van de doelstelling van deze openstelling. Verschillende soorten niet productieve maatregelen kunnen bijdragen aan het bereiken van de KRW-doelen. Dit kunnen maatregelen zijn in de waterlichamen zelf of in het gebied wat verbonden is met het waterlichaam, zoals een afwateringsgebied. Omdat de komende 6 jaar in principe de laatste planperiode voor de KRW is hechten we bij de beoordeling van de aanvragen veel waarde aan de haalbaarheid en de effectiviteit van de aangevraagde projecten. Dit openstellingsbesluit richt zich primair op de uitvoering van projecten, activiteiten en maatregelen die bijdragen aan de realisatie van water- en klimaatdoelen, respectievelijk waterkwaliteit en -kwantiteit. Als de subsidiabele activiteiten bijdragen aan realisatie van de KRW-doelen, dan kunnen ze om die reden bij de selectie extra punten krijgen. Projecten moeten een bovenwettelijk karakter hebben dat inhoudt dat het in een project om meer moet gaan dan om activiteiten die een aanvrager toch al verplicht is uit te voeren op grond van geldende wet- of regelgeving. Het openstellingsbesluit is gericht op investeringen waarvan de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan het platteland of de agrarische sector. Activiteiten in kernen met meer dan 30.000 inwoners zijn uitgesloten (artikel 1.2 Verordening). Voor niet-stedelijke gebieden heeft Nederland aan de hand van een zestal fictieve voorbeeldprojecten de “bandbreedte” voor de relatie met de landbouw aangegeven. Hier is volgens Europa de relatie met de landbouw voldoende sterk. Van de zes voorbeeldprojecten zijn er vier genoemd in verband met de openstellingen niet-productief water, namelijk: 1. Het aanleggen van een nieuwe stuw of dam met voorzieningen waardoor vissen kunnen passeren; 2. Het aanleggen bij een bestaande stuw van voorzieningen waardoor vissen kunnen passeren; 3. Het geven van een meer natuurlijke vorm aan waterlopen (o.m. verminderen van stroomsnelheid en waterhoeveelheid, ondieper maken, zodoende meer water in het gebied houden, meer ruimte voor vegetatie in het water en op de oevers en zodoende meer biodiversiteit); 4. Waterevenwicht verbeteren ten behoeve van landbouw en natuurbehoud (bijvoorbeeld in gebied met zowel natuur en landbouw, verminderen van stroomsnelheid en waterhoeveelheid, ondiep […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Definities Artikel 2 Subsidiabele activiteiten Artikel 3 Weigeringsgrond Artikel 4 Subsidiabele kosten Artikel 5 Hoogte subsidie Artikel 6 Selectiecriteria en rangschikking Artikel 7 Bevoorschotting Artikel 8 Publicatie en inwerkingtreding Artikel 9 Citeertitel Ondertekening Toelichting Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR614251 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR614251/2 sluiten Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 6 november 2018 nr. 81DD8F50, tot openstelling van de regeling niet-productieve investeringen water POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2018) Geldend van 07-08-2019 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 27-09-2017 Intitulé Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 6 november 2018 nr. 81DD8F50, tot openstelling van de regeling niet-productieve investeringen water POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 niet-productieve investeringen water provincie Utrecht 2018) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op artikel 1.3 en paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht; Overwegende: - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder de doelen uit het Europese Kaderrichtlijn Water (KRW); - dat het wenselijk is om niet-productieve investeringen te subsidiëren waardoor de waterkwaliteit verbeterd wordt en die een bijdrage leveren aan het behalen van de KRW-doelen, Besluiten: I. Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 3.740.620 waarvan € 2.680.620 uit het ELFPO inclusief € 1.440.000 vanuit middelen die aan het ELFPO zijn overgedragen op grond van artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 (modulatiemiddelen). II. Het subsidieplafond als volgt onder te verdelen in deelplafonds per beheergebied: i. het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (modulatiemiddelen): € 920.620 bestaande uit 100% ELFPO-middelen; ii. het Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht (modulatiemiddelen) € 700.000 bestaande uit 100% ELFPO-middelen; iii. het Waterschap Vallei en Veluwe € 2.120.000 bestaande uit 50% ELFPO-middelen en 50% cofinanciering Waterschap Vallei en Veluwe; iv. het waterschap Rivierenland € 0; III. De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 3 december 2018 09:00 uur t/m 15 februari 2019 17:00 uur; IV. De volgende regels vast te stellen: Artikel 1 Definities In aanvulling op de definities zoals genoemd in artikel 1.1 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht wordt in dit besluit verstaan onder: a. Verordening subsidies POP3 Provincie Utrecht: besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 21 september 2015 (nr. 815F72D7) (hierna: de Verordening) houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014 – 2020 provincie Utrecht, en alle bij besluit genomen en gepubliceerde wijzigingen hierop; b. Een waterlichaam: een KRW-oppervlaktewater dat is begrensd in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 en een KRW-doel heeft toegewezen gekregen. c. KRW-factsheet(s): de factsheets voor de waterlichamen zoals gepubliceerd op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/; d. End of pipe maatregel: maatregelen die genomen worden om de waterkwaliteit van een bepaald waterlichaam te verbeteren, door middel van het wegnemen van de nutriënten en andere chemische elementen die zich al in het waterlichaam of andere waterlichamen bevinden. e. Effectgerichte maatregel: maatregelen die genomen worden om de waterkwaliteit van een bepaald waterlichaam te verbeteren, doormiddel van het toevoegen van waterkwaliteitsverbeterende elementen in het watersysteem, zoals bijvoorbeeld wijzigingen in de hydromorfologie waardoor een betere vestigingsplaats voor waterplanten ontstaat, zonder wijzigingen aan de te brengen in of aan de bronnen van emissie. Artikel 2 Subsidiabele activiteiten In afwijking van artikel 2.6.1 het eerste lid van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem, die gericht zijn op een verbeterde waterkwaliteit van waterlichamen. Artikel 3 Weigeringsgrond In aanvulling op artikel 1.8 van de Verordening wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit wordt uitgevoerd om te kunnen voldoen aan een wettelijke verplichting. Artikel 4 Subsidiabele kosten 1. Subsidiabele kosten kunnen slechts bestaan uit de volgende kostentypen: a. personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 van de Verordening; b. kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd; c. bijdragen in natura voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 1.11 van de Verordening; d. afschrijvingskosten. 2. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kostensoorten, voor zover de kosten direct samenhangen met de investering: a. de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken; b. de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken; c. de kosten van aankoop van grond; d. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa; e. de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; f. de kosten voor verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken; g. de kosten van koop van tweedehands installaties en machines tot maximaal de marktwaarde van de activa; h. algemene kosten ten behoeve van investeringen als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening kunnen slechts bestaan uit: a. kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs; b. kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied; c. kosten van haalbaarheidsstudies; i. de kosten van projectmanagement en projectadministratie; j. voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening; k. niet verrekenbare of niet compensabele BTW. Artikel 5 Hoogte subsidie In afwijking op artikel 2.6.4 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten en dient de subsidie op het moment van de subsidieverlening per project minimaal € 100.000 te bedragen. Artikel 6 Selectiecriteria en rangschikking 1. De rangschikking van aanvragen zoals bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening vindt plaats aan de hand van de in artikel 2.6.5 van de Verordening bepaalde selectiecriteria: a. mate van effectiviteit, hetgeen blijkt uit het effect van de niet-productieve investering op de te bereiken activiteiten zoals bedoeld in artikel 2; b. mate van efficiëntie, hetgeen blijkt uit de verhouding tussen de kosten zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid onder h tot en met j (proceskosten) ten opzichte van de totale kosten; c. mate van haalbaarheid, hetgeen blijkt uit de slagingskans van de niet-productieve investering waarbij de volgende aspecten in samenhang worden bezien: i. in het projectplan opgenomen vereisten aan de kwaliteit (deskundigheid, ervaring) van de projectleider; ii. realiteitsgehalte van het projectplan; iii. betrokkenheid van voor de uitvoering relevante partijen; iv. realiteitsgehalte van de projectplanning, -opzet en -begroting; v. mate waarin het project al is voorbereid of snel in uitvoering kan worden genomen, waarbij wordt gekeken naar het al dan niet reeds verworven zijn van benodigde gronden, het draagvlak voor het plan en de mate waarin vergunningen reeds zijn verkregen. d. mate van urgentie van de activiteit, hetgeen blijkt uit de noodzaak van de uitvoering van de activiteit binnen een bepaalde termijn. 2. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder a bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten indien de maatregel niet gericht is op een van de maatregelen zoals opgenomen in de KRW-factsheets; - 1 punt indien het een end-of-pipe maatregel is die de waterkwaliteit verbetert, maar niet in de KRW-factsheets is opgenomen; - 2 punten indien het een effectgerichte maatregel is die de waterkwaliteit verbetert, maar niet in de KRW-factsheets is opgenomen; - 3 punten indien het een maatregel is uit de KRW-factsheets voor het waterlichaam; - 4 punten indien het een maatregel is uit de KRW-factsheets voor het waterlichaam en met het project de opgave voor minstens 50% wordt gerealiseerd; - 5 punten indien het project alle maatregelen uit de KRW-factsheets uitvoert. 3. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder b bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten meer dan 40% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 1 punt wordt behaald indien de opgevoerde proceskosten 30 tot en met 40% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 2 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 20 en 30% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 3 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 10 en 20% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 4 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten tussen de 5 en 10% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen; - 5 punten worden behaald indien de opgevoerde proceskosten minder dan 5% van de totale subsidiabele projectkosten bedragen. 4. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder c bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats: - 0 punten worden toegekend indien de score op de genoemde aspecten in samenhang bezien zeer gering is; - 1 punt wordt toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien gering is; - 2 punt worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien matig is; - 3 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien voldoende is; - 4 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien goed is; - 5 punten worden toegekend indien de score op genoemde aspecten in samenhang bezien zeer goed is. 5. Het bepalen van de scores van de in het eerste lid onder d bedoelde selectiecriterium vindt als volgt plaats - 0 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project niet in de KRW-factsheets zijn opgenomen én de maatregel geen effect op het KRW-waterlichaam lijkt te hebben; - 1 punt worden verkregen indien de maatregelen van het project niet in de KRW-factsheets zijn opgenomen, maar er wel een te verwachten effect is op een KRW-waterlichaam; - 2 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2022-2027; - 3 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2016-2021; - 4 punten worden verkregen indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2010-2015; - 5 punten indien de maatregelen van het project in de KRW-factsheets zijn opgenomen voor de periode 2010-2015 en het project volgens planning in 2020 wordt afgerond. 6. De weging van de in het eerste lid bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats: a. De punten voor a worden ver […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.