Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Openstellingsbesluit GLB kennis en informatie provincie Utrecht 2025

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Kennisaanbieders en samenwerkingsverbanden van kennisaanbieders die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwers.

Ook bekend als GLB kennis en informatie Utrecht 2025, Kennisoverdracht provincie Utrecht 2025

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026 · via provincie-utrecht.nl
Max. bedrag
€ 300k
per aanvraag
Percentage
57%
van de kosten
Deadline
Doorlopend
aan te vragen
Budget
€ 668k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kennisoverdracht aan groepen landbouwers via trainingen, workshops, coaching en demonstratieactiviteiten. Gericht op kennisaanbieders en samenwerkingsverbanden. Budget €668.000 (43% ELFPO, 57% provinciale cofinanciering).

Voor wie is het bedoeld?

Kennisaanbieders en samenwerkingsverbanden van kennisaanbieders die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwers.

KennisaanbiederSamenwerkingsverband

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor kennisoverdracht en trainingen aan landbouwers
  • Financiering van workshops en demonstratieactiviteiten in de landbouw
  • Ondersteuning van kennisuitwisseling in de agrarische sector

Voorwaarden

  • Activiteit moet bijdragen aan minimaal één van de doelen genoemd in artikel 2.10.1, tweede lid sub d, e en f van de Verordening
  • Subsidiabele kosten conform artikel 1.8 onder a, b, d en e van de Verordening
  • Minimaal 33 punten (60% van maximaal 55 punten) nodig voor toekenning
  • Selectie op basis van effectiviteit (weging 4), haalbaarheid (weging 4) en efficiëntie (weging 3)
  • Verantwoording op basis van prestatie voor subsidies <€125.000; inhoudelijk en financieel verslag voor subsidies ≥€125.000

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kennisaanbieder of samenwerkingsverband
Uw sector/SBI valt onder: landbouw
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 300.000.
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 17 juni 2025 nr. UTSP- 4437239-5174 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit Kennisoverdracht provincie Utrecht 2025
  • Toon brontekst
    Overslaan en naar de inhoud gaan Zoeken Menu Subsidie kennis en informatie aan landbouwers 2025 Status: Aanvraagperiode gesloten Aanvraagperiode: 15 juli 2025 09:00 - 30 september 2025 16:59 De subsidie 'Kennisoverdracht' is in 2025 beschikbaar voor het aanbieden van trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties en demonstratieactiviteiten aan groepen van landbouwers. Deze openstelling is bedoeld voor kennisaanbieders, eventueel in samenwerking met andere partijen. Aanvullende informatie De subsidie draagt bij aan een duurzame, natuurinclusieve en economisch rendabele landbouw. Een duidelijke ontwikkeling richting kringlooplandbouw en biodiversiteit is nodig om doelen op het gebied van natuur, water en klimaat te behalen. Hiervoor is het belangrijk dat agrariërs beschikken over goede informatie en praktische handvatten. De focus van deze openstelling ligt op de thema's bodem en biodiversiteit. Binnen grondgebonden landbouw, zoals melkvee, vleesvee, akkerbouw en fruitteelt, is goed bodembeheer essentieel. Activiteiten die bijdragen aan een actief bodemleven, minder emissies en een betere weerbaarheid tegen droogte en wateroverlast komen in aanmerking. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van biodiversiteit, onder andere via agrarisch natuurbeheer en groenblauwe dooradering, zoals slootkantenbeheer. Veel agrariërs hebben behoefte aan ondersteuning bij het inpassen van deze maatregelen in hun bedrijfsvoering. Met deze subsidie wordt ruimte geboden voor voorlichting en begeleiding, zodat meer agrariërs stappen kunnen zetten richting een toekomstbestendige landbouw. Voorwaarden Aanvragers moeten beschikken over voldoende gekwalificeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders. Daarnaast moet het bereik van het project goed worden onderbouwd. Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteit bijdraagt aan ten minste één van de volgende doelen: Ontwikkelen van duurzame verdienmodellen voor een rendable inkomen voor landbouwers. Vergroten van marktgerichtheid en concurrentievermogen via onderzoek, technologie of digitalisering. Ontwikkelen van marktrijpe ketenconcepten die de positie van landbouwers versterken. Verminderen van broeikasgasuitstoot, verbeteren van koolstofvastlegging of bevorderen van duurzame energie. Duurzaam en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen (water, bodem, lucht) met minder chemische middelen. Versterken van biodiversiteit, ecosysteemdiensten, habitats en landschappen. Aantrekken en behouden van (jonge) landbouwers en stimuleren van duurzame bedrijfsontwikkeling op het platteland. Bevorderen van werkgelegenheid, groei, gelijkheid, inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden. Inspelen op maatschappelijke wensen rondom voedsel, gezondheid, dierenwelzijn, voedselverspilling en antibioticaresistentie. Doelgroepen Subsidie kan worden aangevraagd door een kennisaanbieder of een samenwerkingsverband van kennisaanbieders. Onder een kennisaanbieder wordt verstaan: een partij die verantwoordelijk is voor het overdragen en faciliteren van kennis aan landbouwers. Hoeveel bedraagt de maximale subsidie? Voor deze openstellingsronde is een subsidieplafond vastgesteld van € 668.000. Hiervan is 43% (€ 287.240) afkomstig uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en 57% (€ 380.760) uit provinciale cofinancieringsmiddelen. Het subsidiepercentage bedraagt 80% van de subsidiabele kosten. De maximale subsidie per project is € 300.000,-. Subsidiabele activiteiten De regeling is bedoeld om het concurrentievermogen van de landbouwsector te versterken en tegelijkertijd de negatieve effecten op klimaat, biodiversiteit, mestkwaliteit en bodem te verminderen. De subsidie richt zich op het toepassen van bestaande, gevalideerde kennis en innovaties die bijdragen aan een duurzamere landbouw. Alleen kosten die direct bijdragen aan de toepassing van deze kennis zijn subsidiabel. Het project moet duidelijk ten goede komen aan de verduurzaming van de Utrechtse landbouwsector. De subsidie is bestemd voor activiteiten met een collectief karakter, gericht op groepen agrariërs. Het gaat om kennisoverdracht en uitwisseling rond een concreet thema. Voorbeelden van mogelijke activiteiten zijn: Trainingen Workshops Ondernemerscoaching Voorlichtingsacties Demonstratieprojecten Binnen een project kunnen ook individuele activiteiten worden opgenomen, mits deze onderdeel zijn van het bredere geheel en gericht zijn op meerdere agrariërs tegelijk. Goed om te weten Woensdagavond 16 juli is een informatiebijeenkomst gepland waarin de provincie Utrecht en RVO Nederland (Rijksoverheid voor Ondernemers) de openstelling toelichten. Na afloop is er ruimte voor vragen en een netwerkborrel. Tijd: woensdag 16 juli 2025, 19.30 tot 21.30 uur Locatie: Cultuur en congrescentrum Antropia, Driebergen-Rijsenburg (route) Aanmelden: u kunt zich aanmelden via: Aanmeldformulier informatiebijeenkomst GLB-subsidie Kennisoverdracht Vragen of hulp nodig? Voor vragen kunt u contact opnemen via: glb@provincie-utrecht.nl. Wet- en regelgeving Openstellingsbesluit Kennisoverdracht provincie Utrecht 2025 Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (AsvpU 2022) Deel deze pagina Deel op Bluesky Deel op Facebook Deel op LinkedIn Deel op WhatsApp Deel op X Link kopiëren Link gekopieerd naar klembord. Zoeken: doorzoek de website Zoek
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 17 juni 2025 nr. UTSP- 4437239-5174 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit Kennisoverdracht provincie Utrecht 2025
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Gelet op hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 paragraaf 10 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: de Verordening);
    Overwegende dat:
    - Gedeputeerde Staten in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 (GLB) en het Nationaal Strategisch Plan (NSP) een subsidieregeling kunnen openstellen ter stimulering van het delen van kennis en informatie onder groepen van landbouwers;
    - de openstelling plaatsvindt door de vaststelling van het Openstellingsbesluit Kennis en Informatie provincie Utrecht 2025 (hierna: het Openstellingsbesluit), zoals hieronder nader weergegeven;
    - met het Openstellingsbesluit wordt beoogd om bij te dragen aan het behalen van de gestelde doelen uit het GLB en het NSP;
    - met het Openstellingsbesluit mede wordt bijgedragen aan de ambities van het streefbeeld ‘Toekomst landbouw en voedsel provincie Utrecht 2050’; en
    - het wenselijk is om landbouwers te voorzien van informatie over kennis en innovaties in de landbouw die leidt tot toepassing ervan en bijdraagt aan de verduurzaming van deze sector;
    Besluiten:
    - het Openstellingsbesluit Kennis en Informatie provincie Utrecht 2025 als bedoeld in paragraaf 10 van hoofdstuk 2 van de Verordening vast te stellen;
    - het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 668.000, waarvan 43% uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en 57% uit de provinciale cofinancieringsmiddelen;
    - dat aanvragen kunnen worden ingediend van 15 juli 2025 09.00 uur tot en met 30 september 2025 vóór 17.00 uur;
    - de volgende nadere regels vast te stellen:
    
    Artikel 1. Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor kennisoverdracht in de vorm van trainingen, workshops, coaching, voorlichtingsacties en demonstratieactiviteiten aan groepen van landbouwers, zoals bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid, onder a van de Verordening.
    2..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als de activiteit bijdraagt aan minimaal één van de doelen genoemd in artikel 2.10.1, tweede lid sub d, e en f van de Verordening.
    
    Artikel 2. Aanvrager
    Overeenkomstig artikel 2.10.2, eerste lid, van de Verordening wordt de subsidie als bedoeld in artikel 1 van dit besluit, verstrekt aan een kennisaanbieder of een samenwerkingsverband van kennisaanbieders.
    
    Artikel 3. Aanvraagvereisten
    In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening zijn de aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.10.3 van de Verordening op de aanvraag van toepassing.
    
    Artikel 4. Subsidiabele kosten
    1..
    In afwijking van artikel 1.8 van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder a, b, d en e van de Verordening in aanmerking voor subsidie, voor zover deze toezien op het uitvoeren van de subsidiabele activiteit zoals bedoeld in artikel 1 van dit besluit.
    2..
    De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9 tot en met artikel 1.9d van de Verordening.
    3..
    Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a, is artikel 1.9a, eerste lid, onder b niet van toepassing.
    4..
    Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9c, is artikel 1.9c, eerste lid, onder b niet van toepassing.
    5..
    Kennisinstellingen mogen gebruik maken van de integrale kostensystematiek conform artikel 1.9d.
    6..
    Indien een kennisinstelling gebruik maakt van de integrale kostensystematiek, zijn artikel 12, derde lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, van overeenkomstige toepassing.
    
    Artikel 5. Niet subsidiabele kosten
    De kosten genoemd in artikelen 1.10 en 2.10.4 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking.
    
    Artikel 6. Subsidiepercentage en -hoogte
    1..
    Het subsidiepercentage voor een activiteit als bedoeld in artikel 1 van dit besluit, bedraagt 80% van de subsidiabele kosten.
    2..
    De subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 300.000.
    
    Artikel 7. Selectie en rangschikking
    1..
    Voor selectie en rangschikking van aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden de volgende selectiecriteria gehanteerd:
    - mate van effectiviteit;
    - de haalbaarheid van de activiteit;
    - de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit;
    2..
    De weging van de in het eerste lid opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    3..
    Aanvragen voor subsidie worden voorgelegd aan een adviescommissie.
    .
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    a. | Effectiviteit | 4 | 0-5 | 20
    b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 4 | 0-5 | 20
    c. | Efficiëntie | 3 | 0-5 | 15
    Maximumaantal te behalen punten | 55
    4..
    De selectie en rangschikking door de adviescommissie gebeurt op de wijze als vastgelegd in bijlage 1 bij dit besluit.
    5..
    Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
    
    Artikel 8. Voorschot en deelbetaling
    1..
    Overeenkomstig artikel 2.10.7 van de Verordening wordt geen voorschot verstrekt.
    2..
    Eenmaal per jaar kan een aanvraag tot deelbetaling worden ingediend.
    
    Artikel 9. Verplichtingen
    1..
    In aanvulling op de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening bevat een jaarlijks voortgangsverslag en deelbetalingsverzoek het totaal aantal deelnemers tot dan toe.
    2..
    In aanvulling op de artikelen 1.20 en 1.21 van Verordening is de subsidieontvanger verplicht in de aanvraag tot vaststelling van de subsidie te rapporteren over het totaal aantal deelnemers.
    3..
    De projectperiode loopt tot en met 30 juni 2028. Activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, dienen uiterlijk op die datum afgerond te zijn.
    
    Artikel 10. Subsidie-arrangement
    1..
    In geval de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing.
    2..
    In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing.
    
    Artikel 11. Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 12. Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB kennis en informatie provincie Utrecht 2025.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 17 juni 2025.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    mr. J.H. Oosters
    Secretaris,
    mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
    
    Bijlage 1. Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
    Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn in artikel 8 van dit openstellingsbesluit drie selectiecriteria benoemd. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld:
    - Effectiviteit (maximaal 5 punten, de weging is 4, totaal te behalen punten is 20)
    De mate van de effectiviteit van de activiteit gaat om de bijdrage die de kennisaanbieder of het samenwerkingsverband van kennisaanbieders levert aan de doelstellingen d, e of f, zoals genoemd in artikel 2.10.1, tweede lid, van de Verordening:
    d. | bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen;
    e. | bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen;
    f. | bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten of de instandhouding van habitats of landschappen.
    De mate van effectiviteit wordt bepaald op basis van de samenhang van de volgende aspecten:
    - De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van het openstellingsbesluit. De openstelling richt zich op GLB doelen d, e of f. Het gaat met name om de concreetheid (kwantitatief) van de bijdrage aan de doelstellingen. Hiervoor kunnen ook de kritische prestatie-indicatoren uit de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw worden gebruikt, maar gebruik van andere indicatoren is ook mogelijk.
    - Het bereik van de activiteit: Bij bereik gaat het om de omvang van de beoogde doelgroep die potentieel kan mee doen en welke acties ondernomen worden om deze groep te laten mee doen. Dit kan via mond-op-mond, e-mail, sociale media, vakbladen etc. Hierbij wordt gekeken naar het aantal bijeenkomsten, aantal vervolgbijeenkomsten per individuele deelnemer, aantal deelnemers, breedte van de doelgroep van de specifieke actie of acties, aantal contacturen per deelnemer.
    - De wijze waarop en de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd; onder borging verstaan we dat wordt zeker gesteld dat de overgedragen kennis niet vluchtig is, maar beklijft bij deelnemers. Dit kan door evaluatie en gesprekken met deelnemers. Ook kan het gebruik van kritische prestatie-indicatoren uit de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw worden gestimuleerd binnen de voorgestelde activiteiten.
    - Haalbaarheid/ kans op succes (maximaal 5 punten, de weging is 4, totaal te behalen punten is 20)
    De mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt. Haalbaarheid wordt beoordeeld aan de hand van de samenhang van de volgende aspecten:
    - De kwaliteit van het projectplan: de kwaliteit van een projectplan wordt bepaald door een heldere beschrijving van het probleem en motivatie van de aanpak van activiteiten. Daarnaast bevat een projectplan ook de beheersmatige aspecten zoals tijdsplanning, kosten, menskracht, organisatie, en risico's. Hierbij wordt gekeken naar hoe realistisch het plan is en of relevante partijen bij de ontwikkeling van de kennisoverdrachtsessie betrokken zijn.
    - De kwaliteit van het project: onder de kwaliteit van de aanbieder wordt hier verstaan het kennisniveau, waarbij wordt gelet in hoeverre de aanbieder aantoonbaar gekwalificeerd (bijvoorbeeld door een uiteenzetting van kennis en ervaring) is voor het werk. Daarnaast wordt gekeken naar de mate waarin de aanbieder – gelet op kennis, ervaring en netwerk van de docenten – kennis en ervaring inbrengt om de specifieke kennisoverdracht bedoeld in de openstelling te kunnen verzorgen.
    - Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd en getraind worden om de geleerde kennis daadwerkelijk en vakbekwaam in de praktijk toe te gaan en blijven toepassen.
    - Efficiëntie (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15)
    Ten aanzien van efficiëntie wordt gekeken naar de verhouding tussen de kosten en de geplande resultaten of prestatie(s) van de kennisoverdracht. Efficiëntie wordt beoordeeld aan de hand van de verhouding tussen de begrote kosten en de beoogde projectresultaten (prestaties); hiermee wordt beoordeeld in hoeverre de begrote kosten redelijk/marktconform te noemen zijn. Ook het aandeel overhead in relatie tot de andere projectactiviteiten wordt bezien en die afgezet tegen de prestatie(s) van het project. Mate van efficiënt gebruik van (bestaande) kennis en arbeid;
    Op basis van de selectiecriteria worden de aanvragen in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium plaats als volgt:
    - 0 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer gering is;
    - 1 punt wordt toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, gering is;
    - 2 punten worden
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.