GeslotenProvincie · Subsidie

Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties (POP3 kennisoverdracht)

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Voor aanbieders van trainingen, workshops, coaching en demonstraties die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwondernemers over innovatie en modernisering in de agrosector.

Ook bekend als POP3 kennisoverdracht, Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht provincie Utrecht 2019, Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties (POP3 2014-2020), Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 350k
per aanvraag
Percentage
20%
van de kosten
Budget
€ 838k
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties gericht op kennisoverdracht over innovatie in de landbouw. Voor aanbieders van kennisoverdracht aan groepen landbouwondernemers in provincie Utrecht. Subsidieplafond € 838.000 (€ 419.000 ELFPO, € 419.000 provinciaal).

Voor wie is het bedoeld?

Voor aanbieders van trainingen, workshops, coaching en demonstraties die kennisoverdracht verzorgen aan groepen landbouwondernemers over innovatie en modernisering in de agrosector.

KennisinstellingAdviesbureauSamenwerkingsverband

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie voor het geven van trainingen over innovatie in de landbouw
  • Ik wil financiering voor workshops over duurzaamheid en circulaire landbouw
  • Ik wil geld voor demonstraties op het boerenerf over klimaatadaptatie

Voorwaarden

  • Subsidie bedraagt 80% van subsidiabele kosten
  • Minimale subsidie € 75.000 per project
  • Maximale subsidie € 350.000 per aanvraag
  • Deelnemers kunnen bijdragen tot maximaal 20% van subsidiabele kosten
  • Activiteiten gericht op één of meer van de 7 thema's (meerwaardestrategie, productrisico's, grondstofgebruik, klimaatmitigatie, klimaatadaptie, dierenwelzijn, biodiversiteit)
  • Aanvrager moet opleiding of kennisoverdracht leveren
  • Aanvragen via POP3-webportal met volledig ingevuld projectplan

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kennisinstelling of adviesbureau of samenwerkingsverband
Uw sector/SBI valt onder: 01, 02, 03, 0111, 0112, 0113
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het maximum subsidiebedrag per aanvraag is € 350.000.
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 14 mei 2019, nr. 81EE78CB, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening Subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht 2019 provincie Utrecht)
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 30-05-2017, nr. 81B24426, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht)
    Gedeputeerde staten van Utrecht;
    Gelet op de artikelen 1.3 en paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende dat kennisoverdracht- en voorlichtingsacties over innovaties in de landbouw essentieel zijn voor een verdere verduurzaming en versterking van de sector;
    Overwegende dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP), zoals het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving, te behalen;
    Overwegende dat in de afgelopen jaren veel kennis is ontwikkeld over de effecten van landbouw op het milieu, de gevolgen van klimaatverandering en het nut van verstandig omgaan met grondstoffen, maar deze kennis nog niet in de volle breedte wordt toegepast, stellen wij een subsidieregeling open met als doel deze kennis te verspreiden. De onderwerpen die we van belang achtten zijn:
    - Het beperken van bodemdaling in veenweidegebieden;
    - Verminderen van emissie nutriënten;
    - Verminderen van emissie gewasbeschermingsmiddelen;
    Besluiten:
    - Open te stellen: De regeling trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2017 provincie Utrecht als bedoeld in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3.
    - De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 12 juni tot en met 11 augustus 2017.
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 200.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 200.000 uit Agenda Vitaal Platteland (AVP).
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties aan een groep van landbouwondernemers die bijdragen aan een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen.
    
    Artikel 2 Hoogte subsidie
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.5 van de Verordening subsidies POP3 bedraagt de subsidie 80 % van de subsidiabele kosten en dient op het moment van de subsidieverlening de subsidie per project minimaal € 50.000,- te bedragen en maximaal € 200.000,-;
    2..
    Bijdragen van deelnemers kunnen dienen als dekking tot maximaal 20% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.2 van de Verordening subsidies POP3 wordt de subsidie verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert waarbij:
    - de aanvrager aantoonbaar over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel beschikt om de activiteit uit te voeren waarbij minimaal de aanvrager zelf of een medewerker bij de aanvrager in loondienst de kennisoverdrachtdiensten en voorlichtingsdiensten aan gaat bieden;
    - het onder a bedoelde personeel beschikt over een afgeronde opleiding op ten minste MBO-niveau en drie jaar relevante werkervaring, waaronder relevante werkervaring binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag en een relevante training of opleiding genoten te hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag.
    2..
    De subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband waarbij ten minste één partij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
    
    Artikel 4 Aanvullende stukken voor bij de aanvraag
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie
    - een Curriculum Vitae van het personeel dat wordt ingezet voor de te subsidiëren activiteiten;
    - een overzicht van het begrote aantal deelnemers, de bijdrage per deelnemer en de totale bijdrage van de deelnemers.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:
    - personeelskosten van bij de uitvoering van de activiteit betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt;
    - kosten derden en reiskosten van procesbegeleiders en adviseurs;
    - materiaalkosten;
    - huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;
    - kosten van drukwerk, mailings en de inrichting van websites gekoppeld aan de activiteit;
    - kosten van afschrijving, huur of lease voor fysieke investeringen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een demonstratieactiviteit;
    - bijdragen in natura, bestaande uit eigen arbeid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de projectactiviteiten;
    - niet verrekenbare of niet compensabele BTW;
    - voorbereidingskosten.
    2..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Verordening subsidies POP3 zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:
    - kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;
    - kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het reguliere onderwijs;
    - inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen.
    
    Artikel 6 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.1.7 van de Verordening worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:
    - Mate van de effectiviteit van de activiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling:Het bereik van de activiteit;de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd:
    - Mate van innovativiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de aard van de innovatieve kennis;het vernieuwende karakter van de innovatieve kennis;
    - Mate van kosteneffectiviteit, hetgeen wordt bepaald door de totaal aangevraagde subsidiabele kosten te relateren aan het effect op of de mate waarin de doelstelling(en) zoals beschreven in de openstelling worden behaald.
    - Haalbaarheid; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de kwaliteit van de aanbieder van de kennis.de kwaliteit van het projectplan.Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen .
    2..
    De beoordeling van de selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    - Het aantal punten voor de mate van effectiviteit wordt als volgt bepaald:1 punt: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten matig.2 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten voldoende.3 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten goed.4 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten zeer goed.
    - Het aantal punten voor de mate van innovativiteit wordt als volgt bepaald:1 punt: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten matig.2 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten voldoende.3 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten goed.4 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten zeer goed.
    - Het aantal punten voor de mate van kosteneffectiviteit wordt als volgt bepaald:1 punt: de totale subsidiabele kosten zijn zeer hoog ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.2 punten: de totale subsidiabele kosten zijn hoog ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.3 punten: de totale subsidiabele kosten zijn redelijk ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.4 punten: de totale subsidiabele kosten zijn zeer redelijk ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.
    - Het aantal punten voor haalbaarheid wordt als volgt bepaald:1 punt: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten matig.2 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten voldoende.3 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten goed.4 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer goed.
    
    Artikel 7 Puntensystematiek
    1..
    Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3. Op basis van de onder artikel 6 bepaalde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis deze methodiek.
    2..
    Het toekennen van punten op basis van de in artikel 6 bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    a. | Mate van effectiviteit | 3 | 1 - 4 | 12
    b. | Innovativiteit | 1 | 1 - 4 | 4
    c. | Kosteneffectiviteit | 2 | 1 - 4 | 8
    d. | Haalbaarheid | 2 | 1 - 4 | 8
    3..
    Het maximum aantal punten is 32
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 18 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.
    6..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
    7..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    8..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
    9..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
    10..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
    
    Artikel 8 Verplichtingen aanvrager
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3 bevat het voortgangsverslag het aantal deelnemers, het aantal gegeven workshops, trainingen, het aantal contacturen tijdens een coaching of het aantal demonstraties.
    
    Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 10 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 30 mei 2017.
    Gedeputeerde staten van Utrecht
    Voorzitter
    Secretaris
    
    Toelichting
    Inleiding
    Uit de sterkte en- zwakteanalyse van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) blijkt dat de Nederlandse agrosector – het geheel van toelevering, verwerking en distributie van agrarische goederen – zich heeft ontwik
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 augustus 2016, nr. 818A26AA, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht 2016 provincie Utrecht)
    Gedeputeerde staten van Utrecht;
    Gelet op de artikelen 1.3 en paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende:
    - dat kennisoverdracht- en voorlichtingsacties over innovaties in de landbouw essentieel zijn voor een verdere verduurzaming en versterking van de sector;
    - dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen, waaronder het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving;
    - dat in de afgelopen jaren veel kennis is ontwikkeld over de effecten van landbouw op het milieu, de gevolgen van klimaatverandering en het nut van verstandig omgaan met grondstoffen, maar deze kennis nog niet in de volle breedte wordt toegepast, stellen wij een subsidieregeling open met als doel deze kennis te verpreiden. De onderwerpen die we van belang achtten zijn:Beperken van bodemdaling in veenweidegebieden;Verminderen van emissie nutriënten;Verminderen van emissie gewasbeschermingsmiddelen;Verminderen of voorkomen van zoetwatertekorten;Klimaatadaptatie;Klimaatmitigatie/energieneutrale melkveehouderij.
    Besluiten:
    - Open te stellen: De regeling trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2016 provincie Utrecht als bedoeld in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht – verder te noemen de Verordening subsidies POP3 – voor de periode van 1 september 2016 tot en met 28 oktober 2016.
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 200.000,– uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 200.000,– uit Agenda Vitaal Platteland (AVP).
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties aan een groep van landbouwondernemers die bijdragen aan een of meer van de volgende thema’s:
    - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;
    - een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van van de emissie van van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;
    - klimaatadaptatie;
    - klimaatmitigatie.
    
    Artikel 2 Hoogte subsidie
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.5 van de Verordening subsidies POP3 dient op moment van de subsidieverlening de subsidie per project minimaal € 50.000,– te bedragen en en indien meer dan € 200.000,– wordt aangevraagd, bedraagt de subsidie maximaal € 200.000,–.
    
    Artikel 3 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.1.7 van de Verordening worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:
    - Mate van de effectiviteit van de activiteit, hetgeen blijkt uit een beschrijving van vier factoren, waaraan scores zullen worden toegekend:de inpasbaarheid van de kennis op bedrijfsniveau:bij onvoldoende inpasbaarheid: 1 punt;bij voldoende inpasbaarheid: 2 punten;bij goede inpasbaarheid: 3 punten;bij zeer goede inpasbaarheid: 4 punten.de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling:bij onvoldoende bijdrage: 1 punt;bij voldoende bijdrage: 2 punten;bij een goede bijdrage: 3 punten;bij een zeer goede bijdrage: 4 punten.het bereik van de activiteit:bij onvoldoende bereik: 1 punt;bij voldoende bereik: 2 punten;bij goed bereik: 3 punten;bij zeer goed bereik: 4 punten.de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd:bij onvoldoende borging: 1 punt;bij voldoende borging: 2 punten;bij goede borging: 3 punten;bij zeer goede borging: 4 punten.De scores op de in i t/m iv genoemde factoren worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door vier.De score heeft een gewicht van 3.
    - Mate van innovativiteit, hetgeen blijkt uit de toepassing van nieuwe kennis op landbouwbedrijven:Hiervoor worden als volgt de punten toegekend:kennis wordt al toegepast op een meerderheid van soortgelijke bedrijven in de provincie: 1 punt;kennis wordt toegepast op een relatief groot aantal soortgelijke bedrijven in de provincie: 2 punten;kennis wordt toegepast op een relatief klein aantal soortgelijke bedrijven in de provincie: 3 punten;kennis wordt nog niet of vrijwel niet toegepast op soortgelijke bedrijven in de provincie: 4 punten.de score heeft een gewicht van 1.
    - Kosteneffectiviteit, hetgeen blijkt uit de kostprijs per deelnemer:Hiervoor wordt als volgt de punten toegekend:bij een meer dan gemiddelde kostprijs: 1 punt;bij een gemiddelde kostprijs: 2 punten;bij een kostprijs die lager is dan gemiddeld: 3 punten;bij een kostprijs die aanzienlijk lager is dan gemiddeld: 4 punten;De score heeft een gewicht van 2.
    - Haalbaarheid, de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen blijkt uit de volgende drie factoren, waaraan scores zullen worden toegekend:de kwaliteit van de aanbieder van de kennis:bij goed gekwalificeerde aanbieder: 2 punten;bij een zeer goed gekwalificeerde aanbieder: 3 punten;bij een zeer uitmuntend gekwalificeerde aanbieder: 4 punten;de kwaliteit van het projectplan:bij een onvoldoende uitgewerkt en realistisch plan: 1 punt;bij een voldoende uitgewerkt en realistisch plan: 2 punten;bij een goed uitgewerkt en realistisch plan: 3 punten;bij zeer goed uitgewerkt en realistisch plan: 4 punten;de aansluiting van de aangeboden kennis bij de behoefte en ontwikkelingen in de praktijk:bij een onvoldoende aansluiting: 1 punt;bij een voldoende aansluiting: 2 punten;bij een goede aansluiting: 3 punten;bij een zeer goede aansluiting: 4 punten.De scores op de in i t/m iii genoemde factoren worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie.De score heeft een gewicht van 2.
    2..
    Het maximum aantal punten is 32.
    3..
    Indien een aanvraag minder dan 18 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    4..
    Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.
    5..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
    6..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het vijfde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    7..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
    8..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zevende lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
    9..
    Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een toetsingscommissie zoals bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3.
    
    Artikel 4 Bevoorschotting
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorshot verleend op basis van realisatie.
    2..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    
    Artikel 5 Verplichtingen aanvrager
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie een curicula vitae van het personeel dat wordt ingezet voor de te subsidiëren activiteiten.
    2..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3 bevat het voortgangsverslag het aantal deelnemers, het aantal gegeven workshops en trainingen en het aantal contacturen tijdens een coaching of het aantal demonstraties.
    
    Artikel 6 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    
    Artikel 7 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht 2016 provincie Utrecht.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 augustus 2016.
    Gedeputeerde staten van Utrecht
    Voorzitter
    Secretaris
    
    Toelichting
    Inleiding
    Uit de sterkte en- zwakteanalyse van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) blijkt dat de Nederlandse agrosector – het geheel van toelevering, verwerking en distributie van agrarische goederen – zich heeft ontwikkeld tot een speler van wereldformaat, getuige de sterke exportpositie. Deze exportpositie kon mede ontstaan door sterk geïntegreerde agrarische ketens, een goed samenspel tussen onderwijs, onderzoek en voorlichting én een intensieve productiewijze. De keerzijde is dat dit gepaard gaat met een verlies aan biodiversiteit, een toenemende druk op het milieu en een groeiende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen. De grootschalige en intensieve productiewijze van de Nederlandse landbouw leidt tot ongewenste externe effecten op milieu, landschap en samenleving. Sinds de jaren negentig is welliswaar duidelijk sprake van een verlaging van de milieudruk. Toch zal het halen van verschillende milieudoelstellingen de komende jaren nog vragen om vele inspanningen.
    De strategie van POP3 richt zich daarom op een realistische, ambitieuze groene groeistrategie. Deze strategie combineert het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie met het verbeteren van het milieu. Kennisoverdracht en innovatie zijn hierbij essentieel en tevens een prioriteit vanuit het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) van de Europese Unie, waar het POP3 onderdeel van uit maakt.
    De regeling1Paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3. Zie: https://www.provincie-utrecht.nl/loket/regelgeving-0/regeling/1130/verordening_subsidies_pop3/#regeling voor de POP3 maatregel ‘Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties’ draagt hier aan bij. De maatregel richt zich op kennisoverdracht aan grote groepen (c.q. het peloton) van ondernemers in de agrosector met als doel toepassing van gevalideerde kennis en innovaties in de praktijk. Deze maatregel positioneert zich vooral aan het eind van de innovatiecyclus, waar innovaties op grote schaal in de praktijk moeten worden geïmplementeerd. Ondersteuning van voorlichting en andere kennisoverdrachtacties is nodig omdat reeds ontwikkelde (veelal technische) innovaties vaak moeilijk voorbij de eindfase van de innovatiecyclus komen. Zonder deze maatregel blijft de grootschalige implementatie van de noodzakelijke innovaties uit of wordt deze vertraagd. Met het stimuleren van innovatie en kennisoverdracht wordt ook beoogd bij te dragen aan andere prioriteiten en aandachtsgebieden van het GLB op het gebied van het verbeteren van de concurrentiekracht, ecosystemen en milieu.
    Het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP)2Het Meerjarenprogramma Agenda Vitaal P
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 14 mei 2019, nr. 81EE78CB, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening Subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht 2019 provincie Utrecht)
    Gedeputeerde Staten van Utrecht;
    Gelet op de artikelen 1.3, 1.4 en paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende dat:
    - Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), de Landbouwvisie Provincie Utrecht 2018 (Landbouw met perspectief) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP) te behalen;
    - Kennisoverdracht en voorlichtingsacties over innovatie in de landbouw essentieel zijn voor een verdere verduurzaming en versterking van de sector.
    Besluiten:
    - Open te stellen: De regeling trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties, als bedoeld in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3 - voor de periode van 27 mei 2019 tot en met 5 juli 2019;
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 838.000 waarvan € 419.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 419.000 uit provinciale middelen;
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor demonstraties en/of het verzorgen van trainingen, workshops en coaching aan een groep van landbouwondernemers.
    2..
    De activiteiten hebben als doel het informeren over innovaties en modernisering en de toepassing ervan te bevorderen rond één of meerdere van de volgende thema’s:
    - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;
    - beter beheer van productrisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstofgebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;
    - klimaatmitigatie;
    - klimaatadaptie;
    - verbetering van dierenwelzijn en dierengezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;
    - behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit.
    
    Artikel 2 Aanvrager
    1..
    Subsidie wordt verstrekt aan degene(n) die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert.
    2..
    De subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband, waarbij ten minste één partij voldoet aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden.
    
    Artikel 3 Aanvraag
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 en artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie een omschrijving van de organisatie, waaruit blijkt dat de organisatie beschikt over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel om de activiteit uit te voeren. Een Curriculum Vitae van het personeel dat wordt ingezet voor de te subsidiëren activiteiten dient onderdeel te zijn van de aanvraag;
    2..
    Indien het voornemen is om voor deelname aan een kennisoverdrachtactiviteit bij de deelnemers een bijdrage in rekening te brengen, dan dient dit inzichtelijk gemaakt te worden bij de subsidieaanvraag. Een overzicht van het begrote aantal deelnemers, de bijdrage per deelnemer en de totale bijdrage van de deelnemers dient onderdeel te zijn van de aanvraag.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    1..
    In afwijking van artikel 2.1.4 van de Verordening subsidies POP3 wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
    - Kosten voor de inzet van procesbegeleiders en adviseurs;
    - Materiaalkosten;
    - Kosten voor ruimten en bijbehorende faciliteiten;
    - Kosten voor drukwerk, mailingen en de inrichting van website(s);
    - Kosten voor koop of huurkoop van fysieke investeringen, die noodzakelijk zijn bij demonstratieactiviteiten;
    - Kosten voor koop van tweedehands machines en installaties, die noodzakelijk zijn bij demonstratieactiviteiten, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - Kosten voor projectmanagement en projectadministratie;
    - Algemene kosten, als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening subsidies POP3;
    - Voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening subsidies POP3;
    - Niet verrekenbare of niet compensabele BTW.
    2..
    In afwijking van artikel 1.12 lid 1 van de Verordening subsidies POP3 kunnen de subsidiabele kosten genoemd in lid 1 slechts bestaan uit de volgende kostentypen:
    - Personeelskosten;
    - Kosten derden;
    - Bijdragen in natura, zijnde onbetaalde eigen arbeid.
    3..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Verordening subsidies POP3 zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:
    - Kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;
    - Kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het reguliere onderwijs;
    - Inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdracht deel te nemen.
    
    Artikel 5 Hoogte subsidie
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.6 van de Verordening subsidies POP3 gelden de volgende voorwaarden:
    - De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten en dient op het moment van de subsidieverlening per project minimaal € 75.000 te bedragen. Het maximum subsidiebedrag per aanvraag is € 350.000.
    - Bijdragen van deelnemers kunnen dienen als dekking tot maximaal 20% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 6 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en artikel 2.1.7 van de Verordening subsidies Pop3 worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:
    - Effectiviteit van de activiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling;het bereik van de activiteit;de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd.
    - Haalbaarheid/ kans op succes; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de kwaliteit van de aanbieder van de kennis;de kwaliteit van het projectplan;mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen.
    - Efficiëntie, hetgeen wordt bepaald door een goede onderbouwing van de voorziene kosten en uren en het benutten van bestaande kennis en kunde. De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:redelijkheid van kosten: de verhouding tussen de begroting (uren en tarieven) en de geplande resultaten;efficiënt gebruik van bestaande bronnen: kennis, kunde en middelen.
    2..
    De beoordeling van de selectiecriteria voor de mate van effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie wordt als volgt bepaald:
    - 0 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten zeer gering;
    - 1 punt: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten gering;
    - 2 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten matig;
    - 3 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten voldoende;
    - 4 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten goed;
    - 5 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten zeer goed.
    
    Artikel 7 Puntensystematiek
    1..
    Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3. Op basis van de onder artikel 6 van dit Openstellingsbesluit bepaalde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis deze methodiek.
    2..
    Het toekennen van punten op basis van de in artikel 6 bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalenpunten | Maximum per criterium
    a. | Effectiviteit | 4 | 0-5 | 20
    b. | Haalbaarheid/ kans op succes | 3 | 0-5 | 15
    c. | Efficiëntie | 2 | 0-5 | 10
    3..
    Het maximum aantal punten is 45.
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 27 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.
    6..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. effectiviteit, 2. haalbaarheid/ kans op succes en3. efficiëntie.
    7..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
    
    Artikel 8 Verplichtingen aanvrager
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.17 lid 2 van de Verordening subsidies POP3 bevat het voortgangsverslag het aantal deelnemers, het aantal gegeven workshops, trainingen, het aantal contacturen tijdens een coaching of het aantal demonstraties.
    
    Artikel 9 Bevoorschotting
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie;
    2..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    
    Artikel 10 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
    Voor alle relevante informatie verwijzen wij naar de website https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/pop-3/procedure-aanvraag/.
    
    Artikel 11 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP3 kennisoverdracht provincie Utrecht 2019.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van, 14 mei 2019.
    Gedeputeerde staten van Utrecht,
    Voorzitter,
    Secretaris,
    
    Toelichting
    Inleiding
    Uit de sterkte en- zwakteanalyse van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) blijkt dat de Nederlandse agrosector — het geheel van toelevering, verwerking en distributie van agrarische goederen — zich heeft ontwikkeld tot een speler van wereldformaat, getuige de sterke exportpositie. Deze exportpositie kon mede ontstaan door sterk geïntegreerde agrarische ketens, een goed samenspel tussen onderwijs, onderzoek en voorlichting én een intensieve productiewijze. De keerzijde is dat dit gepaard gaat met een verlies aan biodiversiteit, een toenemende druk op het milieu en een groeiende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen. De grootschalige en intensieve productiewijze van de Nederlandse landbouw leidt tot ongewenste externe effecten voor milieu, landschap en samenleving. Sinds de jaren negentig is duidelijk sprake van een verlaging van de milieudruk. Toch zal het halen van verschillende milieudoelstellingen de komende jaren vragen om vele inspanningen.
    De strategie van POP3 richt zich daarom op een realistische, ambitieuze groene groeistrategie. Deze strategie combineert het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie met het verbeteren van het milieu. Kennisoverdracht en innovatie zijn hierbij essentieel en tevens een prioriteit vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie, waar het POP3 onderdeel van uit maakt.
    POP3 kent de volgende 7 thema’s:
    - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdie
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 juni 2018, nummer 81CF3072, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht
    Gedeputeerde staten van Utrecht;
    Gelet op de artikelen 1.3 en paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;
    Overwegende dat kennisoverdracht- en voorlichtingsacties over innovaties in de landbouw essentieel zijn voor een verdere verduurzaming en versterking van de sector;
    Overwegende dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP), zoals het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, het versterken van de duurzaamheid, het behalen van de waterkwaliteitsdoelen (kaderrichtlijn water), en een aantrekkelijke leefomgeving, te behalen;
    Besluiten:
    - Open te stellen: De regeling trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2017 provincie Utrecht als bedoeld in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3.
    - De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 19 juni tot en met 24 augustus 2018 17:00 uur.
    - Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 900.000 waarvan € 450.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 450.000 uit Agenda Vitaal Platteland (AVP).
    - De volgende regels vast te stellen:
    
    Artikel 1 Subsidiabele activiteiten
    1..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor demonstraties en/of het verzorgen van trainingen, workshops en coaching aan een groep van landbouwondernemers.
    2..
    De activiteiten hebben als doel het informeren over innovaties en modernisering, en de toepassing ervan te bevorderen rond één of meerdere van de volgende thema’s:
    - verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaardestrategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;
    - beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;
    - maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;
    - klimaatmitigatie;
    - klimaatadaptatie;
    - verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;
    - behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit.
    
    Artikel 2 Hoogte subsidie
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.6 van de Verordening subsidies POP3 bedraagt de subsidie 80 % van de subsidiabele kosten en dient op het moment van de subsidieverlening de subsidie per project minimaal € 75.000,- te bedragen en maximaal € 350.000,-;
    2..
    Bijdragen van deelnemers kunnen dienen als dekking tot maximaal 20% van de subsidiabele kosten.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 wordt de subsidie verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert waarbij:
    - de aanvrager aantoonbaar over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel beschikt om de activiteit uit te voeren waarbij minimaal de aanvrager zelf of een medewerker bij de aanvrager in loondienst de kennisoverdrachtdiensten en voorlichtingsdiensten aan gaat bieden;
    - het onder a bedoelde personeel beschikt over een afgeronde opleiding op ten minste MBO-niveau en drie jaar relevante werkervaring, waaronder relevante werkervaring binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag en een relevante training of opleiding genoten te hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag.
    2..
    De subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband waarbij ten minste één partij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
    
    Artikel 4 Aanvullende stukken voor bij de aanvraag
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie
    - een Curriculum Vitae van het personeel dat wordt ingezet voor de te subsidiëren activiteiten;
    - een overzicht van het begrote aantal deelnemers, de bijdrage per deelnemer en de totale bijdrage van de deelnemers.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    1..
    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten voor de inzet van procesbegeleiders en adviseurs;
    - materiaalkosten;
    - kosten voor ruimten en bijbehorende faciliteiten;
    - kosten voor drukwerk, mailings en de inrichting van website(s);
    - kosten van koop of huurkoop van fysieke investeringen die noodzakelijk zijn bij demonstratieactiviteiten;
    - kosten voor projectmanagement en projectadministratie;
    - algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening subsidies POP3.
    - voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening subsidies POP3.;
    - kosten van koop van tweedehands machines en installaties noodzakelijk voor demonstratieactiviteiten, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
    - niet verrekenbare of niet compensabele BTW.
    2..
    In afwijking van artikel 1.12 lid 1 van de Verordening subsidies POP3 kunnen de subsidiabele kosten genoemd in lid 1 slechts bestaan uit de volgende kostentypen:
    - personeelskosten;
    - kosten derden;
    - bijdrage in natura, zijnde onbetaalde eigen arbeid;
    3..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Verordening subsidies POP3 zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:
    - kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;
    - kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het reguliere onderwijs;
    - inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen.
    
    Artikel 6 Selectiecriteria
    1..
    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.1.7 van de Verordening worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:
    - Mate van de effectiviteit van de activiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling:het bereik van de activiteit;de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd:
    - Haalbaarheid; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de kwaliteit van de aanbieder van de kennis. de kwaliteit van het projectplan. mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen.
    - Mate van innovativiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:de aard van de innovatieve kennis;het vernieuwende karakter van de innovatieve kennis;
    - Efficiëntie, hetgeen wordt bepaald door een goede onderbouwing van de voorziene kosten en uren en het benutten van bestaande kennis en kunde. De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:redelijkheid van kosten: de verhouding tussen de begroting (uren en tarieven) en de geplande resultaten.efficiënt gebruik van bestaande bronnen: kennis, kunde en middelen.
    2..
    De beoordeling van de selectiecriteria voor de mate van effectiviteit, haalbaarheid en innovativiteit wordt als volgt bepaald:
    - 0 punten: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten zeer gering;
    - 1 punt: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten gering.
    - 2 punten: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten matig.
    - 3 punten: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten voldoende.
    - 4 punten: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten goed.
    - 5 punten: de effectiviteit/haalbaarheid/innovativiteit/efficiëncy is gelet op genoemde aspecten zeer goed
    
    Artikel 7 Puntensystematiek
    1..
    Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3. Op basis van de onder artikel 6 van dit Openstellingsbesluit bepaalde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis deze methodiek.
    2..
    Het toekennen van punten op basis van de in artikel 6 bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats:
    Selectiecriterium | Weging | Te behalen punten | Maximum per criterium
    a. | Mate van effectiviteit | 3 | 0 - 5 | 15
    b. | Haalbaarheid | 3 | 0 - 5 | 15
    c. | Innovativiteit | 4 | 0 - 5 | 20
    d. | Efficiëntie | 3 | 0 - 5 | 15
    3..
    Het maximum aantal punten is 65
    4..
    Indien een aanvraag minder dan 39 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.
    5..
    Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.
    6..
    Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
    7..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
    8..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
    9..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
    10..
    Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.
    
    Artikel 8 Verplichtingen aanvrager
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3 bevat het voortgangsverslag het aantal deelnemers, het aantal gegeven workshops, trainingen, het aantal contacturen tijdens een coaching of het aantal demonstraties.
    
    Artikel 9 Bevoorschotting
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 1 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie;
    2..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    
    Artikel 10 Publicatie en inwerkingtreding
    Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 19 juni 2018.
    
    Artikel 11 Citeertitel
    Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2018 provincie Utrecht.
    Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 juni 2018.
    Gedeputeerde Staten van Utrecht
    Voorzitter
    Secretaris
    
    Toelichting
    Inleiding
    Uit de ster
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.