Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Teylingen 2025
Gemeente Teylingen
Voor kinderopvangvoorzieningen (niet zijnde gastouderopvang of buitenschoolse opvang) in de gemeente Teylingen die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kinderopvangvoorzieningen in Teylingen die peuteropvang en voorschoolse educatie aanbieden. Inkomensafhankelijke subsidie voor peuteropvang (max. 320 uur/jaar) en kwaliteitssubsidie voor doelgroeppeuters (€2.621,50/jaar). Geen subsidieplafond; alle doelgroeppeuters moeten een kwalitatief aanbod krijgen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvangvoorzieningen (niet zijnde gastouderopvang of buitenschoolse opvang) in de gemeente Teylingen die peuteropvang en/of voorschoolse educatie aanbieden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar
- Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar
- Kwaliteitssubsidie aanvragen voor erkende VE-programma's
Voorwaarden
- Kinderopvangvoorziening moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Voor peuteropvang: maximaal 320 gesubsidieerde uren per jaar per kind, verdeeld over minimaal 2 dagdelen
- Voor voorschoolse educatie: peuter moet VE-indicatie van CJG hebben (doelgroeppeuter)
- Voor voorschoolse educatie: peuter tussen 2,5 en 4 jaar oud
- Voor voorschoolse educatie: ouders betalen geen ouderbijdrage voor extra uren (3e en 4e dagdeel)
- Kinderopvangvoorziening moet gevestigd zijn in gemeente Teylingen
- Voor doelgroeppeuters: minimaal 960 uur voorschoolse educatie gedurende 1,5 jaar
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Zo vraagt u aan
Zoals beschreven door de verstrekker. Onvolledig? Controleer altijd het officiële loket.
Benodigde documenten
- Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag
- Inkomensverklaring
Gemeente kan steekproefsgewijs aanvullende gegevens opvragen via beveiligde e-mail.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2025
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“Lager dan €32.341 | € 11,23”
Toon brontekst
Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Teylingen 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; Gelet op - titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht, - de Wet kinderopvang, - de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, - de Wet op het primair onderwijs, - artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Teylingen 2017, - Regeling Wet Kinderopvang, - Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, - de Herijkte Maatschappelijke Agenda gemeente Teylingen; Overwegende dat het voor subsidieverlening aan een aanbieder van peuteropvang en voorschoolse educatie noodzakelijk is om nadere regels vast te stellen; Besluit tot het vaststellen van de Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Teylingen 2025. Hoofdstuk 1 ALGEMEEN Artikel 1 Begripsomschrijving In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: - Aanvrager: kinderopvangvoorziening die een aanvraag indient voor een subsidie op grond van deze subsidieregeling; - CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin. Het CJG geeft de indicatie voor een VE-programma af; - College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Teylingen; - Doelgroeppeuter: een peuter die in aanmerking komt voor deelname aan een VE-programma, op indicatie van het CJG; - Inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar; - Kinderopvangtoeslag (KOT): tegemoetkoming van het Rijk voor ouders in de kosten van de kinderopvang op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag; - Kinderopvangvoorziening: voorziening waar peuteropvang en/of voorschoolse educatie wordt aangeboden, niet zijnde gastouderopvang of buitenschoolse opvang; - Kwaliteitssubsidie: een vaste subsidie per doelgroeppeuter per jaar, bedoeld om een kwalitatief VE-programma aan te kunnen bieden; - Landelijk Register Kinderopvang (LRK): register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang; - Ouder: ouder in de zin van de Wet kinderopvang; - Ouderbijdrage: financiële bijdrage die ouders moeten betalen voor de afname van peuteropvang; - Ouderverklaring: een document waarop de ouder verklaart geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag. Als bewijsstuk moet hierbij een inkomensverklaring gevoegd worden; - Peutermonitor: een digitaal instrument om inzicht te krijgen in het aanbod, het bereik en de financiering van peuteropvang en voorschoolse educatie in Teylingen; - Peuteropvang: opvang voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar voor maximaal 320 gesubsidieerde uren per jaar per kind, verdeeld over minimaal 2 dagdelen; - Tarievenblad: een overzicht met alle subsidietarieven voor deze subsidieregeling, waaronder de subsidiebijdrage peuteropvang, voorschoolse educatie en kwaliteitssubsidie. Het Tarievenblad is een bijlage bij deze subsidieregeling en kan bij de gemeente worden opgevraagd; - VE-programma: een erkend programma voor voorschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi); - Voorschoolse educatie (VE): aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met als doel om doelgroeppeuters beter voor te bereiden op het basisonderwijs en onderwijsachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen en in te lopen; - VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten; - VNG Adviestabel: de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang wordt gebruikt om de inkomensafhankelijke subsidiebijdrage peuteropvang te bepalen. Artikel 2 Doel Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidies voor het uitvoeren van peuteropvang en voorschoolse educatie in Teylingen en heeft als doel: - Het faciliteren van deelname aan peuteropvang van kinderen in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar. - Het faciliteren van deelname van kinderen met een VE-indicatie aan een VE-programma van 2,5 jaar tot 4 jaar. - Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van voorschoolse educatie op de kinderopvangvoorziening. Hoofdstuk 2 VOORWAARDEN EN SUBSIDIEBEDRAGEN Artikel 3 Voorwaarden Artikel 3.1 Voorwaarden Algemeen - De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een kinderopvangvoorziening conform artikel 1 van de Wet Kinderopvang. - De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een kinderopvangvoorziening die voldoet aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werkt conform de eisen van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang. - De aanvrager neemt deel aan overleggen met de gemeente rondom voorschoolse educatie. - De subsidie kan worden geweigerd of ingetrokken als er een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure bij de kinderopvangvoorziening loopt. - De gemeente kan steekproefsgewijs een kinderopvangvoorziening verzoeken om aanvullende gegevens aan te leveren via beveiligde e-mail om te controleren of de subsidie op de juiste manier wordt ingezet. De aanvullende gegevens die de gemeente kan opvragen zijn bijvoorbeeld:Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslagInkomensverklaringAanwezigheid van een VE-indicatie Artikel 3.2 Voorwaarden subsidie peuteropvang - Een kinderopvangvoorziening kan de subsidie peuteropvang aanvragen voor peuteropvang als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden: De ouder(s) hebben geen recht op kinderopvangtoeslag;De ouder(s) betalen een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van deze subsidieregeling;Om aan te tonen dat ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag gebruikt de kinderopvangvoorziening een ouderverklaring waarin ouders aangeven dat ze geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Als bewijsstuk moet hierbij een inkomensverklaring gevoegd worden; De peuter staat ingeschreven in de gemeente Teylingen; De peuter is tussen de 2 en 4 jaar;De kinderopvangvoorziening is als kinderdagverblijf geregistreerd in het LRK; De kinderopvangvoorziening is gevestigd in de gemeente Teylingen. - Op lid 1, sub e kan een uitzondering worden gemaakt. De peuteropvang kan na het 3e jaar tijdelijk worden doorgezet voor maximaal 6 weken. Als blijkt dat de peuteropvang langer nodig is, dan overlegt de kinderopvangvoorziening met de gemeente. Artikel 3.3 Voorwaarden subsidie voorschoolse educatie - Een kinderopvangvoorziening kan de subsidie voorschoolse educatie aanvragen voor voorschoolse educatie voor een peuter als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden:De peuter heeft een VE-indicatie van het CJG gekregen (doelgroeppeuter);De ouder(s) betalen voor de extra uren (3e en 4e dagdeel) voorschoolse educatie geen ouderbijdrage; De peuter staat ingeschreven in de gemeente Teylingen; De peuter is tussen de 2,5 en 4 jaar;De kinderopvangvoorziening is als aanbieder van voorschoolse educatie geregistreerd in het LRK; De kinderopvangvoorziening is gevestigd in de gemeente Teylingen;Voor doelgroeppeuters realiseert de kinderopvangvoorziening een aanbod van minimaal 960 uur gedurende 1,5 jaar. - Op lid 1, sub d kan een uitzondering worden gemaakt. De voorschoolse educatie kan na het 3e jaar tijdelijk worden doorgezet voor maximaal 6 weken. Als blijkt dat de voorschoolse educatie langer nodig is, dan overlegt de kinderopvangvoorzieningen met de gemeente. Artikel 3.4 Voorwaarden kwaliteitssubsidie - Een kinderopvangvoorziening kan de kwaliteitssubsidie voorschoolse educatie aanvragen als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden: De kinderopvangvoorziening voldoet aan de basisvoorwaarden voor de kwaliteit van kinderopvang en de basisvoorwaarden voor de kwaliteit van voorschoolse educatie zoals opgenomen in de Wet Kinderopvang en het (wijzigings-)besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;De kinderopvangvoorziening werkt samen met basisscholen, gericht op een doorgaande leer- en ontwikkellijn;Alle doelgroeppeuters worden warm overgedragen aan de basisschool;De aanbieder voert een actief ouderbetrokkenheidsbeleid uit. - De kwaliteitssubsidie kan alleen worden aangevraagd voor het aanbieden van een kwalitatief VE-programma. De subsidie kan worden ingezet worden voor scholingskosten, ouderbetrokkenheid, warme overdracht, pedagogisch beleidsmedewerker, individuele begeleiding voor een doelgroeppeuter en materialen en inrichting. Artikel 4 Subsidiebedragen Artikel 4.1 Subsidiebedragen peuteropvang - De subsidie peuteropvang zoals bedoeld in artikel 3.2 is inkomensafhankelijk en beschikbaar voor maximaal 320 uur per jaar per peuter, verdeeld over minimaal 2 dagdelen per week. - De subsidiebijdrage per uur wordt toegekend volgens de tabel in het Tarievenblad. - De hoogte van de subsidiebijdragen per uur in het Tarievenblad worden jaarlijks aangepast aan de hand van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang, waarbij de eerste inkomenscategorie wordt aangepast naar 120% sociaal minimum. Artikel 4.2 Subsidiebedragen voorschoolse educatie - Doelgroeppeuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag:Ontvangen de subsidie zoals bedoeld in artikel 4.1 lid 1 (1e en 2e dagdeel);Ontvangen daarnaast subsidie voor maximaal 320 uur per jaar extra (3e en 4e dagdeel), verdeeld over minimaal 2 dagdelen per week. Voor deze 320 uur per jaar wordt de maximum subsidiebijdrage uit de tabel in het Tarievenblad vergoed. - Doelgroeppeuters van ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag:Ontvangen subsidie voor maximaal 320 uur per jaar (3e en 4e dagdeel), verdeeld over minimaal 2 dagdelen per week. Voor deze 320 uur per jaar wordt de maximum subsidiebijdrage uit de tabel in het Tarievenblad vergoed. Voor de overige 320 uur per jaar (1e en 2e dagdeel) kan de ouder kinderopvangtoeslag aanvragen. Artikel 4.3 Subsidiebedragen kwaliteitssubsidie voorschoolse educatie - Ieder jaar stelt de gemeente een kwaliteitssubsidie per doelgroeppeuter vast. De hoogte van de kwaliteitssubsidie per doelgroeppeuter op de kinderopvangvoorziening is maximaal het bedrag dat in het Tarievenblad staat. - Het aantal doelgroeppeuters voor het betreffende subsidiejaar wordt bepaald door het aantal doelgroeppeuters op 1 oktober van het voorgaande jaar. In overleg met de gemeente en met goede onderbouwing kan hiervan worden afgeweken. - De hoogte van de kwaliteitssubsidie per doelgroeppeuter zoals vermeld in lid 1 wordt jaarlijks geïndexeerd met het percentage waarmee het maximumuurtarief van de kinderopvangtoeslag stijgt. - Bij een aanvraag van de kwaliteitssubsidie door een nieuwe aanbieder van voorschoolse educatie wordt de hoogte van de subsidie in dat jaar berekend naar rato van het aantal maanden dat voorschoolse educatie wordt aangeboden. Het aantal doelgroeppeuters wordt gebaseerd op een reële aanname en wordt in overleg met de gemeente bepaald. Hoofdstuk 3 AANVRAAG EN VERANTWOORDING Artikel 5 Aanvraag Artikel 5.1 Subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie - De aanvraag voor de subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie zoals bedoeld in artikel 3.2 en 3.3 geschiedt door een upload in de Peutermonitor. - Na afloop van ieder kwartaal levert de aanvrager gegevens aan in de Peutermonitor. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie, LRK-nummer, BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders (bij niet-KOT), VE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren VE-aanbod. - De gegevens zoals benoemd in lid 2 worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang hebben bij de aanvrager. Artikel 5.2 Kwaliteitssubsidie - Aanvragen voor de kwaliteitssubsidie zoals bedoeld in artikel 3.4 moeten uiterlijk 31 oktober worden ingediend voor het daaropvolgende jaar. - Aangezien deze subsidieregeling later in werking treedt dan de genoemde datum in lid 1, worden er afwijkende afspraken gemaakt over de aanvraagtermijn voor het jaar 2025. - De aanvraag wordt per mail ingediend en gaat vergezeld van:Een inhoudelijk plan van aanpak volgens het door de gemeente aangeleverde form […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.