Status onbekendPWVGemeente · Subsidie

Subsidieverordening Particuliere Woningverbetering (PWV) 2000

Gemeente Rotterdam

Eigenaren en huurders van particuliere woningen gebouwd vóór 1 januari 1946 in door Rotterdam aangewezen gebieden

Ook bekend als PWV 2000, PWV, Particuliere Woningverbetering

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 17,6k
per aanvraag
Percentage
45%
van de kosten

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieverordening van Rotterdam voor verbetering van particuliere woningen gebouwd vóór 1 januari 1946 in aangewezen gebieden. Subsidie bedraagt 55% van goedgekeurde kosten met een maximum van €17.600. Gericht op eigenaren en huurders van particuliere woningen.

Voor wie is het bedoeld?

Eigenaren en huurders van particuliere woningen gebouwd vóór 1 januari 1946 in door Rotterdam aangewezen gebieden

Natuurlijk_persoon

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor woningverbetering in Rotterdam
  • Financiering van bouwkundige maatregelen aan oude woningen
  • Restschuldsubsidie bij verkoop van verbeterde woning
  • Technische gebreken en woongerief verbeteren met financiële steun
  • Woningverbeteringscontract afsluiten met verhuurder

Voorwaarden

  • Woning moet gebouwd zijn vóór 1 januari 1946
  • Woning moet gelegen zijn in door gemeenteraad aangewezen gebieden
  • Geraamde kosten van voorzieningen moeten minimaal €4.500 per woning bedragen (eigenaren) of €23.000 per woning (huurders)
  • Woning mag niet binnen 15 jaar voorafgaand aan aanvraag reeds met subsidie verbeterd zijn
  • Voorzieningen mogen niet zijn begonnen voordat verlening van subsidie is ontvangen
  • Voor huurwoningen: vastgestelde kosten moeten meer dan €23.000 per woning bedragen
  • Aanvragen worden afgehandeld naar volgorde van indiening (first-come-first-served)

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een natuurlijk_persoon
Uw rechtsvorm is: Particulier
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Rotterdam.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
De subsidie ineens bedraagt 55% van de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen met een maximum van € 17.600,-
Subsidieverordening Particuliere Woningverbetering (PWV) 2000
  • Toon brontekst
    Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000
    De Raad van de gemeente Rotterdam,
    Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 2000, 99SOB5947; raadsstuk 2000-68;
    gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, het wetsontwerp Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing en de Algemene wet bestuursrecht;
    Besluit:
    tot vaststelling van de hierna volgende Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000.
    
    HOOFDSTUK 1 Algemeen Deel.
    
    Artikel 1.1
    1..
    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder wijkaanpak verstaan de samenhangende inspanning op stedenbouwkundig, sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op het versterken van de leefbaarheid van wijken en buurten.
    2..
    De door de gemeenteraad aangewezen strategische wijkaanpakgebieden zijn gebieden waar een samenhangend beleid op fysiek, sociaal en economisch terrein nodig wordt geacht om de in die gebieden bestaande leefbaarheidsproblemen op te lossen.
    3..
    Daarnaast is het mogelijk dat de raad overige wijkaanpakgebieden aanwijst waar een krachtig wijkaanpakbeleid mogelijk wordt geacht zonder dat hiervoor een geheel eigen bestuurlijk organisatiemodel wordt ingesteld.
    
    Artikel 1.2
    1..
    De gemeenteraadraad stelt het budget, tevens subsidieplafond, voor de wijkaanpak vast.
    2..
    Bovengenoemd budget kan door de gemeenteraad in deelbudgetten verdeeld worden.
    3..
    De deelbudgetten kunnen worden onderscheiden in stedelijk in te zetten budgetten en gebiedsgebonden budgetten.
    4..
    Vaststelling van het budget kan betrekking hebben op één of meer budgetjaren.
    5..
    De gemeenteraad kan delen van stedelijke en gebiedsgebonden budgetten, overeenkomstig artikel 2.1.4, aanwijzen voor particuliere woningverbetering.
    6..
    Overeenkomstig het vijfde lid aangewezen budgetten gelden voor de uitvoering van deze verordening als deelbudgetten, tevens subsidieplafonds.
    7..
    Het budget en de deelbudgetten worden bekend gemaakt in één of meer dag- of weekbladen.
    
    Artikel 1.3
    1..
    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van de wijkaanpak en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening subsidies te verlenen en vast te stellen.
    2..
    Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met andere subsidie die op grond van deze verordening of enige andere regeling is of kan worden verleend.
    3..
    Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van subsidie verplichtingen verbinden.
    
    Artikel 1.4
    Burgemeester en wethouders weigeren subsidie indien verlening zou leiden tot overschrijding van het betreffende subsidiebudget of subsidiedeelbudget.
    
    Artikel 1.5
    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de wijkaanpak afwijken van de bepalingen van deze verordening met uitzondering van artikel 1.4.
    
    Artikel 1.6
    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de behandeling van aanvragen om subsidie.
    
    HOOFDSTUK 2 Woningvoorraadbeheer
    
    § 2.1 Begripsbepalingen
    
    Artikel 2.1.1
    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
    - aanwijzingsbesluit: raadsbesluit tot het aanwijzen van panden voor particuliere woningverbetering met een daaraan gekoppeld subsidieplafond;
    - begunstigde: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een verzoek doet om vaststelling en uitbetaling van de door de gemeente verleende subsidie;
    - bouwplan: de beschrijving van de te treffen voorzieningen zoals deze op het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier door de aanvrager is gedaan, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens, zoals vereist op grond van deze verordening;
    - subsidieplafond: bedrag aan subsidie (budget) dat door de gemeenteraad voor één of meer jaren beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van de uitvoering van deze verordening;
    - initiatiefnemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanvraag indient voor de verlening van subsidie;
    - kosten van de voorzieningen: de door burgemeester en wethouders vast te stellen kosten die direct samenhangen met het treffen van voorzieningen;
    - onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, om het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, minimaal te handhaven dan wel te verbeteren;
    - particuliere huurwoning: huurwoning die niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling;
    - plan: de opsomming van alle voorzieningen, zoals die op het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier door de aanvrager zijn vermeld, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens zoals vereist op grond van deze verordening;
    - splitsingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet;
    - uitvoeringsschema: overzicht van een nauwkeurige planning van de uit te voeren werkzaamheden en een daaraan gekoppelde termijnbetalingsregeling voor de aannemer, conform het 1000-puntensysteem, een en ander overeenkomstig Model PWV-BB-X van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting;
    - vaststellen van de subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld en de gemeente zich verplicht tot uitbetaling, mits aan de verplichtingen als opgenomen in deze verordening is voldaan;
    - vereniging van eigenaren: een vereniging zoals bedoeld in artikel 125 en verder van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
    - verenigingbesluit: een besluit van de ledenvergadering van de vereniging van eigenaren, overeenkomstig het reglement van splitsing van de betreffende vereniging;
    - verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op subsidie verschaft;
    - voorzieningen: bouwkundige maatregelen aan een woning die strekt tot opheffing van technische gebreken, verbetering van de indeling of het woongerief;
    - woningverbeteringscontract: overeenkomst tussen huurder en verhuurder inhoudende een samenstel van afspraken betreffende de uitvoering van de werkzaamheden, de eventuele huurverhoging en mogelijke andere gevolgen van het treffen van de voorzieningen, een en ander overeenkomstig Model PWV/JURX, van de dienst Stedebouw + Volkshuisvesting.
    
    Artikel 2.1.2
    In hoofdstuk 2 van deze verordening wordt verstaan onder:
    - eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;
    - eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning.
    
    Artikel 2.1.3
    1..
    Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie/een bijdrage verlenen:
    - voor het treffen van voorzieningen aan door eigenaren zelf te bewonen woningen (§ 2-2);
    - voor het treffen van voorzieningen aan particuliere huurwoningen (§2-3);
    - voor het geheel of gedeeltelijk compenseren van de Stadsregio Rotterdam terzake van een door de Stadsregio Rotterdam, op grond van de Verordening Woninggebonden Subsidies 1995, verleende bijdrage ten behoeve van het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een particuliere huurwoning, ter voorkoming van het overschrijden van de normbedragen dan wel het gereserveerde budget als bedoeld in artikel 8 tweede en vierde lid Verordening Woninggebonden Subsidies 1995 (§ 2-3a);
    - aan bewoners van particuliere huurwoningen bij verhuizing en herinrichting als gevolg van het treffen van voorzieningen (§ 2-4);
    - voor het stimuleren van de voortgang van projecten particuliere woningverbetering (processubsidies).
    
    Artikel 2.1.4
    1..
    Subsidie wordt slechts verleend voor woningen, waarvan de bouw is voltooid vóór 1 januari 1946, gelegen in door de gemeenteraad voor particuliere woningverbetering aangewezen gebieden.
    2..
    De aanwijzing van gebieden als bedoeld in het eerste lid is gekoppeld aan een stedelijk dan wel gebiedsgebonden subsidieplafond.
    3..
    Het aanwijzingsbesluit maakt melding van het tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt.
    4..
    De aanwijzing en het hieraan gekoppelde subsidieplafond kan betrekking hebben op meer budgetjaren.
    5..
    Het aanwijzingsbesluit en het hieraan gekoppelde subsidieplafond worden bekendgemaakt in een of meer dag- of weekbladen.
    
    Artikel 2.1.5
    1..
    Burgemeester en wethouders kunnen op een aanvraag van de subsidieaanvragen ontheffing verlenen van een in deze verordening genoemde termijn met uitzondering van de in artikel 2.2.5, zesde en achtste lid en 2.3.5, zesde en zevende lid genoemde termijnen. Een dergelijke aanvraag wordt voor het verstrijken van de betreffende termijn bij burgemeester en wethouders ingediend.
    2..
    Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in het eerste lid honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan.
    3..
    Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
    
    Artikel 2.1.6
    1..
    Een aanvraag om subsidie wordt gedaan voor 1 november van het jaar waarin het besluit wordt gevraagd.
    2..
    Indien een aanvraag om subsidie na de in het eerste lid genoemde datum ontvangen wordt, kan de aanvraag aangehouden worden tot het volgende jaar.
    3..
    Een beslissing tot aanhouding van een plan kan voor datzelfde plan slechts eenmaal genomen worden.
    
    Artikel 2.1.7
    1..
    Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:
    - met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of niet in voldoende mate wordt gediend;
    - de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
    - de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;
    - met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van subsidie heeft ontvangen;
    - de geraamde kosten van voorzieningen minder bedragen dan 4.500 euro per woning;
    - de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met subsidie ingevolge deze verordening is verbeterd;
    - de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, zou leiden tot een onredelijk resultaat en hiervan niet wordt, of kan worden afgeweken;
    - bij het niet-voldaan zijn aan de onder artikel 2.2.9 tot en met 2.2.14 gesteldeverplichtingen;
    - de voorzieningen niet op het gehele pand betrekking hebben.
    2..
    Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt rekening gehouden met de functie en de gebruiksoppervlakte van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn.
    3..
    Plannen met betrekking tot woningen waaraan voor de laatste maal voorzieningen zijn getroffen op voet van een andere regeling, kunnen voor verstrekking van subsidie in de kosten van het treffen van voorzieningen in aanmerking worden gebracht op of na 1 januari 2015, tenzij de op het voor het laatste maal treffen van de voorzieningen aan de desbetreffende woning van toepassing zijnde regeling een eerder tijdstip mogelijk maakt, in welk geval dat eerdere tijdstip van toepassing blijft.
    4..
    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder d, e, f, en g.
    
    Artikel 2.1.8
    1..
    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot:
    - de normering van de in artikel 2.1.1, sub f. bedoelde kosten;
    - de wijze van specificatie van elk van die kostensoorten;
    - de wijze waarop, bij een gemeenschappelijke aanpak, de uitvoering van de werkzaamheden juridisch en financieel wordt georganiseerd.
    2..
    Burgemeester en wetho
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Subsidieverordening Particuliere Woningverbetering (PWV) 2000
    Gemeenteblad 2000
    Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000
    De Raad van de gemeente Rotterdam,
    Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 2000, 99SOB5947; raadsstuk 2000-68;
    gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, het wetsontwerp Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing en de Algemene wet bestuursrecht;
    Besluit:
    tot vaststelling van de hierna volgende Subsidieverordening particuliere woningverbetering 2000.
    Artikel I
    HOOFDSTUK 1
    Algemeen Deel.
    Artikel 1.1
    1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder wijkaanpak verstaan de samenhangende inspanning op stedenbouwkundig, sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op het versterken van de leefbaarheid van wijken en buurten.
    2. De door de gemeenteraad aangewezen strategische wijkaanpakgebieden zijn gebieden waar een samenhangend beleid op fysiek, sociaal en economisch terrein nodig wordt geacht om de in die gebieden bestaande leefbaarheidsproblemen op te lossen.
    3. Daarnaast is het mogelijk dat de raad overige wijkaanpakgebieden aanwijst waar een krachtig wijkaanpakbeleid mogelijk wordt geacht zonder dat hiervoor een geheel eigen bestuurlijk organisatiemodel wordt ingesteld.
    Artikel 1.2
    1. De gemeenteraadraad stelt het budget, tevens subsidieplafond, voor de wijkaanpak vast.
    2. Bovengenoemd budget kan door de gemeenteraad in deelbudgetten verdeeld worden.
    3. De deelbudgetten kunnen worden onderscheiden in stedelijk in te zetten budgetten en gebiedsgebonden budgetten.
    4. Vaststelling van het budget kan betrekking hebben op één of meer budgetjaren.
    5. De gemeenteraad kan delen van stedelijke en gebiedsgebonden budgetten, overeenkomstig artikel 2.1.4, aanwijzen voor particuliere woningverbetering.
    6. Overeenkomstig het vijfde lid aangewezen budgetten gelden voor de uitvoering van deze verordening als deelbudgetten, tevens subsidieplafonds.
    7. Het budget en de deelbudgetten worden bekend gemaakt in één of meer dag- of weekbladen.
    Artikel 1.3
    1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van de wijkaanpak en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening subsidies te verlenen en vast te stellen.
    2. Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met andere subsidie die op grond van deze verordening of enige andere regeling is of kan worden verleend.
    3. Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van subsidie verplichtingen verbinden.
    Artikel 1.4
    Burgemeester en wethouders weigeren subsidie indien verlening zou leiden tot overschrijding van het betreffende subsidiebudget of subsidiedeelbudget.
    Artikel 1.5
    In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de wijkaanpak afwijken van de bepalingen van deze verordening met uitzondering van artikel 1.4.
    Artikel 1.6
    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de behandeling van aanvragen om subsidie.
    HOOFDSTUK 2
    Woningvoorraadbeheer
    § 2.1 Begripsbepalingen
    Artikel 2.1.1
    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
    a. aanwijzingsbesluit: raadsbesluit tot het aanwijzen van panden voor particuliere woningverbetering met een daaraan gekoppeld subsidieplafond;
    b. begunstigde: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een verzoek doet om vaststelling en uitbetaling van de door de gemeente verleende subsidie;
    c. bouwplan: de beschrijving van de te treffen voorzieningen zoals deze op het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier door de aanvrager is gedaan, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens, zoals vereist op grond van deze verordening;
    d. subsidieplafond: bedrag aan subsidie (budget) dat door de gemeenteraad voor één of meer jaren beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van de uitvoering van deze verordening;
    e. initiatiefnemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanvraag indient voor de verlening van subsidie;
    f. kosten van de voorzieningen: de door burgemeester en wethouders vast te stellen kosten die direct samenhangen met het treffen van voorzieningen;
    g. onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, om het bouwtechnische kwaliteitsniveau dat met de voorzieningen is of zal worden bereikt, minimaal te handhaven dan wel te verbeteren;
    h. particuliere huurwoning: huurwoning die niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling;
    i. plan: de opsomming van alle voorzieningen, zoals die op het door burgemeester en wethouders voorgeschreven formulier door de aanvrager zijn vermeld, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens zoals vereist op grond van deze verordening;
    j. splitsingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet;
    k. uitvoeringsschema: overzicht van een nauwkeurige planning van de uit te voeren werkzaamheden en een daaraan gekoppelde termijnbetalingsregeling voor de aannemer, conform het 1000-puntensysteem, een en ander overeenkomstig Model PWV-BB-X van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting;
    l. vaststellen van de subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld en de gemeente zich verplicht tot uitbetaling, mits aan de verplichtingen als opgenomen in deze verordening is voldaan;
    m. vereniging van eigenaren: een vereniging zoals bedoeld in artikel 125 en verder van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
    n. verenigingbesluit: een besluit van de ledenvergadering van de vereniging van eigenaren, overeenkomstig het reglement van splitsing van de betreffende vereniging;
    o. verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat een opschortend voorwaardelijke aanspraak op subsidie verschaft;
    p. voorzieningen: bouwkundige maatregelen aan een woning die strekt tot opheffing van technische gebreken, verbetering van de indeling of het woongerief;
    q. woningverbeteringscontract: overeenkomst tussen huurder en verhuurder inhoudende een samenstel van afspraken betreffende de uitvoering van de werkzaamheden, de eventuele huurverhoging en mogelijke andere gevolgen van het treffen van de voorzieningen, een en ander overeenkomstig Model PWV/JURX, van de dienst Stedebouw + Volkshuisvesting.
    Artikel 2.1.2
    In hoofdstuk 2 van deze verordening wordt verstaan onder:
    1. eigenaar: opstaller, erfpachter, gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;
    2. eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning.
    Artikel 2.1.3
    1. Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie/een bijdrage verlenen:
    a. voor het treffen van voorzieningen aan door eigenaren zelf te bewonen woningen (§ 2-2);
    b. voor het treffen van voorzieningen aan particuliere huurwoningen (§2-3);
    c. voor het geheel of gedeeltelijk compenseren van de Stadsregio Rotterdam terzake van een door de Stadsregio Rotterdam, op grond van de Verordening Woninggebonden Subsidies 1995, verleende bijdrage ten behoeve van het treffen van ingrijpende voorzieningen aan een particuliere huurwoning, ter voorkoming van het overschrijden van de normbedragen dan wel het gereserveerde budget als bedoeld in artikel 8 tweede en vierde lid Verordening Woninggebonden Subsidies 1995 (§ 2-3a);
    d. aan bewoners van particuliere huurwoningen bij verhuizing en herinrichting als gevolg van het treffen van voorzieningen (§ 2-4);
    e. voor het stimuleren van de voortgang van projecten
    particuliere woningverbetering (processubsidies).
    Artikel 2.1.4
    1. Subsidie wordt slechts verleend voor woningen, waarvan de bouw is voltooid vóór 1 januari 1946, gelegen in door de gemeenteraad voor particuliere woningverbetering aangewezen gebieden.
    2. De aanwijzing van gebieden als bedoeld in het eerste lid is gekoppeld aan een stedelijk dan wel gebiedsgebonden subsidieplafond.
    3. Het aanwijzingsbesluit maakt melding van het tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt.
    4. De aanwijzing en het hieraan gekoppelde subsidieplafond kan betrekking hebben op meer budgetjaren.
    5. Het aanwijzingsbesluit en het hieraan gekoppelde subsidieplafond worden bekendgemaakt in een of meer dag- of weekbladen.
    6. Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid eerder dan aan het einde van het in het derde lid bedoelde tijdvak beëindigen indien met betrekking tot het bezit van eenzelfde eigenaar dan wel onderneming naar Europees recht de de-minimis grens als bedoeld in de Europese de-minimis verordening d.d. 15 december 2006 Nr. 1998/2006 is bereikt dan wel dreigt te worden overschreden.
    Artikel 2.1.5
    1. Burgemeester en wethouders kunnen op een aanvraag van de subsidieaanvragen ontheffing verlenen van een in deze verordening genoemde termijn met uitzondering van de in artikel 2.2.5, zesde en achtste lid en 2.3.5, zesde en zevende lid genoemde termijnen. Een dergelijke aanvraag wordt voor het verstrijken van de betreffende termijn bij burgemeester en wethouders ingediend.
    2. Indien burgemeester en wethouders een aanvraag als bedoeld in het eerste lid honoreren, geven zij een nieuwe termijn aan.
    3. Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
    Artikel 2.1.6
    1. Een aanvraag om subsidie wordt gedaan voor 1 november van het jaar waarin het besluit wordt gevraagd.
    2. Indien een aanvraag om subsidie na de in het eerste lid genoemde datum ontvangen wordt, kan de aanvraag aangehouden worden tot het volgende jaar.
    3. Een beslissing tot aanhouding van een plan kan voor datzelfde plan slechts eenmaal genomen worden.
    Artikel 2.1.7
    1. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:
    a. met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of niet in voldoende mate wordt gediend;
    b. de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
    c. de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;
    d. met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van subsidie heeft ontvangen;
    e. de geraamde kosten van voorzieningen minder bedragen dan 4.500 euro per woning;
    f. de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de indiening van de aanvraag met subsidie ingevolge deze verordening is verbeterd;
    g. de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, zou leiden tot een onredelijk resultaat en hiervan niet wordt, of kan worden afgeweken;
    h. bij het niet-voldaan zijn aan de onder artikel 2.2.9 tot en met 2.2.14 gesteldeverplichtingen;
    i. de voorzieningen niet op het gehele pand betrekking hebben.
    2. Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt rekening gehouden met de functie en de gebruiksoppervlakte van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn.
    3. Plannen met betrekking tot woningen waaraan voor de laatste maal voorzieningen zijn getroffen op voet van een andere regeling, kunnen voor verstrekking van subsidie in de kosten van het treffen van voorzieningen in aanmerking worden gebracht op of na 1 januari 2015, tenzij de op het voor het laatste maal treffen van de voorzieningen aan de desbetreffende woning van toepassing zijnde regeling een eerder tijdstip mogelijk maakt, in welk geval dat eerdere tijdstip van toepassing blijft.
    4. Burgemeester en we
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.