GeslotenGemeente · Subsidie

Uitvoeringsregeling subsidies Bedrijvenregeling Rotterdam

Gemeente Rotterdam

Voor ondernemingen (inclusief MKB-bedrijven) die een bedrijfsterrein in Rotterdam bezitten of erfpacht hebben en dit willen saneren van bodemverontreiniging.

Ook bekend als Bedrijvenregeling Rotterdam, Bodemsanering bedrijfsterreinen Rotterdam

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor medefinanciering van bodemsaneringskosten op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen in Rotterdam. Gericht op ondernemingen die hun bedrijfsterrein saneren van bodemverontreiniging. Regeling is gebaseerd op het Convenant Bodemsanering van 11 juni 2001.

Voor wie is het bedoeld?

Voor ondernemingen (inclusief MKB-bedrijven) die een bedrijfsterrein in Rotterdam bezitten of erfpacht hebben en dit willen saneren van bodemverontreiniging.

Ondernemingen

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor bodemsanering van bedrijfsterrein
  • Medefinanciering van saneringskosten verkrijgen
  • Bodemverontreiniging op bedrijfsterrein opheffen

Voorwaarden

  • Bedrijfsterrein moet zich in Rotterdam bevinden
  • Verontreiniging moet ouder zijn dan bepaalde datum (volgens Circulaire Ouderdomsbepaling)
  • Saneringsplan moet zijn goedgekeurd conform artikel 39 lid 2 Wbb
  • Nader Onderzoek moet zijn uitgevoerd
  • Kosten van opdrachtgever: max 10% van netto-saneringskosten (>€50.000) of max 20% (<€50.000)
  • Aanvraag moet compleet zijn met alle vereiste documenten (eigendomsbewijzen, saneringsplan, begroting)

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een onderneming
U bent een mkb-onderneming
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Rotterdam.

Openstellingen en rondes

OpenstellingGesloten
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Uitvoeringsregeling subsidies Bedrijvenregeling Rotterdam
    Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
    Gelezen het voorstel van de directeur Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (SOB) van de Bestuursdienst van 14 mei 2003;
    gelet op de Algemene wet bestuursrecht;
    gelet op artikel 12 van de Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002;
    gelet op artikel 5 van de Verordening Algemene Subsidievoorwaarden 2001;
    overwegende, dat het ter uitwerking van het op 11 juni 2001 in werking getreden Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende Bedrijfsterreinen wenselijk is door middel van interim-beleid uitvoering te geven aan de totstandkoming van een medefinancieringsregeling ten behoeve van de sanering van de bodem van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen, op basis van de hoofdlijnen die zijn neergelegd in de Notitie Bodemsanering Bedrijfsterreinen, welke Notitie als Bijlage 1 aan vorenbedoeld Convenant is gehecht, en nader toegelicht in de brieven die de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Directeur-Generaal Milieubeheer van zijn ministerie op respectievelijk 30 juli 2001 (met kenmerk LMV/2001065757) en 5 februari 2002 (met kenmerk LMV 2001137247) zonden aan de bevoegde gezagsorganen in de zin van de Wet bodembescherming, een en ander vooruitlopend op de vastlegging van deze medefinancieringsregeling in de Wet bodembescherming en/of op deze wet gebaseerde regelgeving;
    Besluiten:
    vast te stellen de hierna volgende Uitvoeringsregeling subsidies Bedrijvenregeling Rotterdam (hierna te noemen: Uitvoeringsregeling).
    
    HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    In deze Uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:
    - de Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
    - de Wbb: de Wet bodembescherming;
    - de subsidie: de subsidie op grond van deze regeling;
    - het Convenant: het op 11 juni 2001 in werking getreden Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende Bedrijfsterreinen;
    - de Notitie: de Notitie Bodemsanering Bedrijfsterreinen, die als Bijlage 1 aan het Convenant is gehecht;
    - de Circulaire Ouderdomsbepaling: de Circulaire ouderdomsbepaling bij bodemverontreiniging op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen, Staatscourant 2002, 86;
    - een onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1991, zaak C-41/90 (Höfner), Jurisprudentie 1991, blz. I-1979, met uitzondering van de onderneming die behoort tot de landbouwsector zoals bedoeld in de Communautaire richtsnoeren voor Staatssteun in de landbouwsector, Publicatieblad EG 2000, C 028 van 1 februari 2000, blz. 2;
    - een MKB-bedrijf: een kleine en/of middelgrote onderneming zoals bedoeld in Aanbeveling 96/280/EG van de Europese Commissie van 30 april 1996, Publicatieblad EG 1996, L 107 van 30 april 1996, blz. 4;
    - een bedrijfsterrein: het perceel waarop een onderneming al dan niet in hoofdzaak haar bedrijfsactiviteiten verricht;
    - de verwerving: de verkrijging van een bedrijfsterrein in de hoedanigheid van eigenaar overeenkomstig de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek, of in de hoedanigheid van erfpachter overeenkomstig artikel 3:98 juncto de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek;
    - de saneringskosten: de kosten van voorbereiding van de sanering, voorzover na de verlening van de subsidie in de zin van afdeling 4.2.3 Awb gemaakt, zoals: opstellen saneringsbestek, besteksraming en -gunning, draaiboek, advisering en aanschaffen, niet-duurzame kapitaalgoederen of de reële huurprijs daarvan, aanbesteding, advies keuze adviesbureau en budgetbewaking;van uitvoering van de sanering, zoals: boringen, monsterneming, analyses, landmeten, pompen, graafwerk, damwanden, opvullen met schone grond, laden/lossen, transport, sloop/herstel, en bemaling;van toezicht, technisch overleg, (eind)rapportage en evaluatie;van tijdelijke beveiligingsmaatregelen en nazorg;van opslag en reiniging van de verontreinigde grond, en stort alleen indien het ServiceCentrum Grondreiniging een ‘niet-reinigbaarverklaring’ heeft afgegeven. Het oordeel van het ServiceCentrum Grondreiniging is niet vereist indien artikel 3 van de Regeling Beoordeling Reinigbaarheid Grond Bodemsanering (Staatscourant 2000, 121) van toepassing is;die in verband met sanering verschuldigd zijn op grond van andere verplichtingen (zuiveringslasten, stortingsrechten, nutsbedrijven, verzekeringen, vergunningen/ontheffingen, leges, niet terugvorderbare BTW, kadastrale rechten);
    - de netto-saneringskosten: de saneringskosten verminderd met de omzetbelasting (BTW) indien en voorzover deze in vooraftrek kan worden genomen, alsmede verminderd met de kosten die samenhangen met andere werkzaamheden dan het onderzoek of de sanering (samenlopende kosten) diein ander verband reeds waren voorgenomen of verplicht, zoals het bouwrijp maken, het graven van een bouwput, het slopen van opstallen, de taken voor waterleidingmaatschappijen voortvloeiende uit de Waterleidingwet,met een ander oogmerk extra worden verricht, bijvoorbeeld het verbeteren van de infrastructuur na sanering,in een ander kader uit praktische overwegingen gelijktijdig worden uitgevoerd, zoals het vernieuwen van de riolering, en voorts verminderd met het concrete bedrag dat bij de verwerving op de koopsom in mindering is gebracht met het oog op de aanwezigheid van een verontreiniging van het bedrijfsterrein, indien en voorzover de verwerving heeft plaatsgevonden op of ná 1 januari 1983 en de bedoelde vermindering met het concrete bedrag blijkt uit de schriftelijke stukken die aan de verwerving ten grondslag liggen;
    - het schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering: het verslag waarin voor wat betreft de sanering dan wel, in het geval van een gefaseerde sanering in de zin van artikel 38 lid 4 Wbb, voor wat betreft een fase of meerdere fasen van een sanering is opgenomeneen beschrijving van de getroffen saneringsmaatregelen;een beschrijving van de kwaliteit van de bodem na het uitvoeren van (de fase(n) van) de sanering, waaronder mede begrepen een beschrijving van de aard en de omvang van de verontreiniging indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig is gebleven;indien de verontreinigde grond is afgegraven of het verontreinigde grondwater aan de bodem is onttrokken, de hoeveelheid, de kwaliteit en de bestemming van die grond onderscheidenlijk dat grondwater;indien ten behoeve van de sanering grond wordt aangevoerd de hoeveelheid, de kwaliteit en de herkomst van de aangevoerde grond;een evaluatie van de mate waarin de effecten van de getroffen saneringsmaatregelen overeenstemmen met de beoogde effecten;indien na de sanering nog verontreiniging in de bodem aanwezig is: een aanduiding dat de verontreiniging beperkingen in het gebruik met zich brengt, dan wel maatregelen noodzakelijk maakt;de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond.
    
    Artikel 2 Doel van de regeling
    Deze regeling heeft ten doel het verstrekken van de subsidie ten behoeve van de sanering van de bodem van een in gebruik zijnd en blijvend bedrijfsterrein.
    
    HOOFDSTUK II DE AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE
    
    Artikel 3 Wijze van indienen van de aanvraag
    De aanvrager vraagt de subsidie aan met behulp van een door het College vastgesteld en ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
    
    Artikel 4 De inhoud van de aanvraag
    De aanvraag bevat in ieder geval:
    - de naam en het adres van de aanvrager, alsmede van de eigenaar of de erfpachter van het bedrijfsterrein indien dat niet dezelfde persoon is als de aanvrager;
    - de dagtekening;
    - een aanduiding van de beschikking die gevraagd wordt;
    - gegevens omtrent de ernst van de verontreiniging ter plaatse van het bedrijfsterrein in de zin van artikel 6.1, onder d., zoals blijkend uit de resultaten van een Nader Onderzoek in de zin van artikel 1 Wbb;
    - gegevens omtrent de urgentie van de sanering van de verontreiniging ter plaatse van het bedrijfsterrein, zoals bedoeld in artikel 6.1, onder f;
    - gegevens omtrent de voorgenomen sanering van de verontreiniging, zoals blijkend uit een saneringsplan waarmee overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb bij beschikking is ingestemd dan wel op de datum van dagtekening van de aanvraag zoals bedoeld onder b. nog dient te worden ingestemd;
    - een begroting van de met de sanering verbonden saneringskosten en netto-saneringskosten, op basis van het onder f. bedoelde saneringsplan, waarbij heeft te gelden dat deze begroting dient te worden opgemaakt volgens een goede werkomschrijving, waarvan de kosten worden opgesteld in de vorm van een voldoende gedetailleerde inschrijfstaat en waarin een duidelijk inzicht wordt geboden in de omvang en de eenheidsprijzen van werkzaamheden, en waarbij voorts heeft te gelden dat de kosten van de opdrachtgever (zoals met betrekking tot aanbesteding, directievoering en milieukundige begeleiding) in het geval de netto-saneringskosten meer dan € 50.000,- bedragen maximaal 10% van deze netto-saneringskosten mogen zijn, in het geval deze kosten gelijk zijn aan of minder dan € 50.000,- een bedrag ter grootte van maximaal 20% van de netto-saneringskosten;
    - gegevens omtrent de eigendom van en indien van toepassing de erfpachtsituatie ter plaatse van het bedrijfsterrein en de juridische relatie van de onder a. bedoelde aanvrager tot het bedrijfsterrein, zoals blijkend uit een kopie van de koopovereenkomst, een kopie van de akte van eigendomsoverdracht en, indien van toepassing, een kopie van de akte tot vestiging van het erfpachtsrecht en de akte tot overdracht van het erfpachtsrecht;
    - gegevens omtrent de onderneming;
    - gegevens omtrent de ouderdom van de verontreiniging zoals bedoeld in de invulformulieren die zijn gehecht aan de Circulaire Ouderdomsbepaling, zie Bijlage D.
    
    Artikel 5 De ontvangst van de aanvraag
    Het College bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag.
    
    HOOFDSTUK III DE VERLENING VAN DE SUBSIDIE
    
    Artikel 6 De voorwaarden voor de subsidie
    6.1.
    De subsidie wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 9.2, 9.3, 9.4 en 9.5, verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    - de subsidieaanvraag wordt ingediend door of namens de eigenaar of de erfpachter
    - van een in gebruik zijnd bedrijfsterrein
    - waarvan de verwerving door de onder a. bedoelde eigenaar of erfpachter vóór 1 januari 1995 heeft plaatsgevonden
    - welk bedrijfsterrein op het tijdstip van het indienen van een aanvraag om subsidie ernstig verontreinigd is in de zin van artikel 29 Wbb
    - welke ernstige verontreiniging voor wat betreft een percentage van 80% of meer vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt, hetgeen wordt bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling,
    - van welk bedrijfsterrein de sanering van de verontreinigingofwel milieuhygiënisch urgent is in de zin van artikel 37 Wbb, en de in de beschikking ernst en urgentie in de zin van de artikelen 29 en 37 Wbb op grond van de Circulaire bepaling saneringstijdstip voor gevallen van ernstige verontreiniging waarvoor sanering urgent is, Staatscourant 1997, 47, dan wel de voor deze Circulaire in de plaats komende wet- en/of regelgeving, opgenomen urgentietermijn op de dagtekening van de aanvraag voor de subsidie, zoals bedoeld in artikel 4, onder b., wordt ingediend nog niet is verstreken;ofwel verplicht is als gevolg van de activiteiten die ter plaatse van het bedrijfsterrein worden verricht,
    - van welk bedrijfsterrein de ernst van de verontreiniging zoals bedoeld onder d. en e. en (het ontbreken van) de urgentie van de sanering zoals bedoeld onder f. blijkt uit een beschikking van het College,
    - voor welk bedrijfsterrein de aanvraag voor de subsidie is ingediend vóórdat met de sanering van het bedrijfsterrein een aanvang is gemaakt overeenkomstig een saneringsplan waarmee ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb bij beschikking is ingestemd en deze beschikking in werking is getreden in de zin van het b
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.