Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020
Gemeente Ooststellingwerf
Voor ouders van peuters (2,5 tot 4 jaar) in gemeente Ooststellingwerf die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, en voor aanbieders van peuterspeelgroepen.
Ook bekend als Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor peuterspeelgroepen in gemeente Ooststellingwerf. Richt zich op peuters van 2,5 tot 4 jaar, met extra ondersteuning voor doelgroeppeuters. Gemeentelijke financiële bijdrage van €1.000 per doelgroeppeuter per kalenderjaar voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).
Voor wie is het bedoeld?
Voor ouders van peuters (2,5 tot 4 jaar) in gemeente Ooststellingwerf die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, en voor aanbieders van peuterspeelgroepen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuterspeelgroep voor mijn peuter
- Financiering voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor doelgroeppeuters
- Inschaling in ouderbijdrage op basis van inkomensgegevens
Voorwaarden
- Peuter moet minimaal 2 dagen (11 uur) per week de peuterspeelgroep bezoeken
- Ouder mag niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag
- Ouder moet een inkomensverklaring van de Belastingdienst overleggen
- Aanbieder moet geregistreerd zijn in het LRKP (Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen)
- Aanbieder moet voldoen aan kwaliteitseisen van gemeente Ooststellingwerf
- Voor VVE-bijdrage: aanbod moet minimaal 11 uur per week voor doelgroeppeuter mogelijk maken
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 aug 2020
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
“komt de aanbieder in aanmerking voor een gemeentelijke financiële bijdrage van € 1.000,- per gerealiseerde doelgroepplaats per kalenderjaar.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsomschrijvingen Artikel 2. Voorwaarden voor de Subsidie peuterspeelgroepen Artikel 3. Extra dag voor doelgroeppeuters Artikel 4. Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie peuterspeelgroepen Artikel 5. Meldingsplicht en tussentijdse wijzigingen Artikel 6. Berekening van de Subsidie peuterspeelgroepen: verdeelcriteria en regels Artikel 7. Subsidie peuterspeelgroepen via uitbetaling aan aanbieder Artikel 8. Subsidiëring extra dag doelgroeppeuter Artikel 9. Gemeentelijke financiële bijdrage VVE Artikel 10. Kwaliteitseisen aan aanbieders Artikel 11. Dossiervorming en controle Artikel 12. Hardheidsclausule Artikel 13. Citeertitel en Inwerkingtreding Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR653990 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR653990/1 sluiten Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf houdende regels omtrent de subsidie op peuterspeelgroepen (Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020) Geldend van 11-02-2021 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-08-2020 Intitulé Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf houdende regels omtrent de subsidie op peuterspeelgroepen (Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf, gelet op artikel 3, van de Algemene subsidieverordening gemeente Ooststellingwerf 2018, Besluit: Vast te stellen de Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2020 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanbieder: de in het LRKP geregistreerde aanbieder van gesubsidieerde peuterspeelgroepen in de gemeente Ooststellingwerf. b. doelgroeppeuter: een peuter van 2,5 tot 4 jaar die voldoet aan de wegingscriteria primair onderwijs1 of die niet aan de weging voldoet maar wel extra zorg behoeft. Deze zorgbehoefte wordt bepaald op basis van indicering door: - het consultatiebureau bij de reguliere screeningsmomenten. - de Stapmedewerkers. - de toetsing van alle driejarigen die een peuterspeelgroep of kinderdagverblijf bezoeken. Ook in latere leeftijdsfasen kunnen ontwikkelingsachterstanden worden geconstateerd. De pedagogische medewerkers van de kinderopvang en de peuterspeelgroepen zijn dan ook mogelijke signaleerders en verwijzers naar het VVE-aanbod. Dit geldt ook voor logopedisten. c. kinderopvangtoeslag: de toeslag die tweeverdienende ouders en alleenstaande éénverdieners, studerende ouders en ouders die een re-integratietraject volgen kunnen aanvragen bij de Belastingdienst voor kinderopvang dan wel peuterspeelgroepen. d. LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) waarin aanbieders kinderopvang en peuterspeelzalen zijn opgenomen die voldoen aan de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp). e. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een peuter als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. f. ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die door ouders betaald wordt aan de aanbieder. g. peuter: in de gemeente Ooststellingwerf ingeschreven kind van twee tot vier jaar. h. peuterspeelgroep: het aanbod voor peuters door de aanbieder van peuterspeelgroepen. Het aanbod omvat minimaal 2 en maximaal 3 dagen van 5,5 uren gedurende maximaal 40 weken per kalenderjaar2. i. subsidie peuterspeelgroepen: de subsidie die het college op basis van deze subsidieregeling beschikbaar stelt voor de peuterspeelgroepen (exclusief de inkomensafhankelijke ouderbijdrage) en die aan de aanbieder uitbetaald wordt. j. VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie, gericht op het verminderen van onderwijsachterstanden van doelgroeppeuters. k. inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. Artikel 2. Voorwaarden voor de Subsidie peuterspeelgroepen Een ouder komt, via de aanbieder, in aanmerking voor de Subsidie peuterspeelgroepen als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. De peuter bezoekt in principe minimaal 2 dagen (in totaal minimaal 11 uur) per week de peuter-speelgroep. Hiervan kan afgeweken worden tijdens een gewenningsperiode of als de peuter ook nog andere kinderopvang bezoekt. 2. De ouder heeft een overeenkomst met een aanbieder die voldoet aan de kwaliteitseisen van de gemeente Ooststellingwerf zoals beschreven in Artikel 11. Onder een overeenkomst met een aanbieder wordt verstaan een door de ouder ondertekende overeenkomst waarin tenminste aangegeven is: a. De startdatum van de peuterspeelgroep. b. Het aantal dagdelen waarop gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelgroep. c. Het LRKP nummer van de aanbieder. d. Het Burgerservicenummer (BSN) van de peuter. e. Het BSN van de ouder(s). Een overeenkomst waarin de bovengenoemde gegevens niet vermeld zijn, wordt niet gezien als een overeenkomst in de zin van deze subsidieregeling. 3. De ouder komt niet in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag. Deze voorwaarde geldt niet voor het extra dagdeel voor doelgroeppeuters, zoals omschreven in artikel 3. 4. De ouder heeft een inkomensverklaring3 overlegd aan de aanbieder van de peuterspeelgroepen. Een ouder die zelfstandig ondernemer is overlegt, in plaats van een inkomensverklaring, een kopie van de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar. Een ouder die een uitkering ontvangt, overlegt een recent afschrift van de uitkeringsinstantie. Artikel 3. Extra dag voor doelgroeppeuters Een doelgroeppeuter die minimaal 2 dagen per week gebruik maakt van een peuterspeelgroep, komt in aanmerking voor een extra dag peuterspeelgroep per week. Het college betaalt aan de aanbieder de kostprijs voor deze extra dag op de wijze zoals omschreven in artikel 8. Artikel 4. Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie peuterspeelgroepen 1. Het college betaalt de Subsidie peuterspeelgroepen rechtstreeks aan de aanbieder. De aanbieder int de inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij de ouder. 2. Een ouder waarvan de peuter tussen 1 januari en 30 juni geplaatst wordt, overlegt de laatst beschikbare Inkomensverklaring (twee jaar oud) aan de aanbieder. De ouder waarvan de peuter tussen 1 juli en 31 december geplaatst wordt, overlegt de inkomensverklaring van het voorgaande jaar. 3. In september van ieder jaar worden de inkomens getoetst en moeten de ouders de inkomensverklaring van het voorgaande jaar inleveren. 4. Indien een ouder die ondernemer is (hieronder mede begrepen een zzp-er) niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kan of wil overleggen, moet hij door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel aantonen startend ondernemer te zijn. Hij wordt dan in de laagste categorie ingeschaald. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. 5. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat de ouder in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de Subsidie peuterspeelgroepen na drie maanden nadat het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. De ouder is verplicht dit te melden aan de aanbieder. 6. Als het inkomen van een ouder in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er sprake is van een lager inkomen, dan kan een her-inschaling aangevraagd worden bij de aanbieder. De inkomensgegevens kunnen in dat geval overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of, indien er sprake is van uitkering(en), de meest recente uitkeringsbeschikking(en). 7. Indien sprake is van inkomenswijziging door werkloosheid, kunnen tweeverdienende ouders nog gedurende een half jaar aanspraak maken op de kinderopvangtoeslag. Nadat deze termijn verstreken is, kunnen zij in aanmerking komen voor de Subsidie peuterspeelgroepen. 8. De Subsidie peuterspeelgroepen wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in Artikel 5, daartoe aanleiding geeft. 9. Indien de aanbieder aangeeft dat een ouder die gebruik maakt van de Subsidie peuterspeelgroepen voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de ouderbijdrage niet betaalt aan de aanbieder, dan vervalt het recht op deze Subsidie. 10. Een ouder die geen inkomensverklaring of andere relevante documenten wil overleggen komt niet in aanmerking voor de Subsidie peuterspeelgroepen. Artikel 5. Meldingsplicht en tussentijdse wijzigingen 1. Na aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag vervalt het recht op de Subsidie peuterspeelgroepen. De ouder moet de aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag onverwijld melden bij de aanbieder. Indien bij de jaarlijkse inkomenstoets blijkt dat toch recht op kinderopvangtoeslag bestaat en deze wijziging niet is doorgegeven, dan vordert het college de Subsidie peuterspeelgroepen terug vanaf de vierde maand nadat het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. 2. Wanneer de verlaging van het inkomen zodanig is dat de ouder in een lagere inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage valt, kan een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage worden gedaan op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of op basis van de meest recente inkomensverklaring. 3. Een wijziging in het inkomen van de ouder die geen gevolgen heeft voor de hoogte van de ouderbijdrage hoeft niet te worden doorgegeven. Artikel 6. Berekening van de Subsidie peuterspeelgroepen: verdeelcriteria en regels 1. De berekening van de Subsidie peuterspeelgroepen vindt plaats op basis van het volledig ingevulde aanmeldingsformulier met daarin opgenomen de voorwaarden zoals omschreven in Artikel 2. 2. De Subsidie peuterspeelgroepen voor de 2 reguliere dagen wordt met een maximum van 11 uren per week en met een maximum van 40 weken per kalenderjaar verleend. 3. De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats op basis van de Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG4. 4. In september van ieder jaar vindt een toetsing plaats van het niet-recht op kinderopvangtoeslag en wordt de inschaling op basis van de inkomensverklaring (van het voorgaande jaar) vastgesteld. Of ingeval van ondernemers op basis van de meest recente aanslag inkomstenbelasting. Artikel 7. Subsidie peuterspeelgroepen via uitbetaling aan aanbieder 1. De Subsidie peuterspeelgroepen is gelijk aan het verschil inkomensafhankelijke ouderbijdrage en maximum uurtarief op basis van de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk en wordt rechtstreeks uitbetaald aan de aanbieder. 2. De Subsidie peuterspeelgroepen wordt op basis van een voorschot aan de aanbieder uitbetaald eens per kwartaal. 3. Het voorschot wordt enerzijds bepaald op basis van het aantal gerealiseerde plaatsen peuterspeelgroepen van voorgaand jaar, anderzijds op basis van het maandtarief dat is vastgesteld in de zin van Artikel 6, lid 3 verminderd met de gemiddelde ouderbijdrage per maand. 4. Bij de vaststelling van de Subsidie peuterspeelgroepen vindt de verrekening plaats op basis van de registratie van het werkelijk gebruik per peuter per maand/per jaar en de vastgestelde ouderbijdrage per peuter. Artikel 8. Subsidiëring extra dag doelgroeppeuter 1. Voor elke geplaatste doelgroeppeuter vanaf 2,5 jaar ontvangt de aanbieder subsidie voor 1 extra dag per week, mits de aanbieder kan aantonen (overeenkomst) dat de peuter ook gebruik maakt […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.