Deelverordening subsidies onderwijs en opvang
Gemeente Nunspeet
Kinderopvangorganisaties, basisscholen en gastouders die voorschoolse educatie, peuterwerk en taalinterventies aanbieden voor kinderen van 2 tot 8 jaar met taalachterstand in Nunspeet.
Ook bekend als VVE-subsidie Nunspeet, Peuterwerk Nunspeet, VoorleesExpress
Waar is deze subsidie voor?
Gemeentelijke subsidieregeling voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), peuterwerk en taalinterventies in Nunspeet. Subsidies voor kinderopvangorganisaties en basisscholen voor doelgroeppeuters en kinderen met taalachterstand, met vaste uurtarieven en jaarlijkse toeslagen.
Voor wie is het bedoeld?
Kinderopvangorganisaties, basisscholen en gastouders die voorschoolse educatie, peuterwerk en taalinterventies aanbieden voor kinderen van 2 tot 8 jaar met taalachterstand in Nunspeet.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie en peuterwerk
- Financiering van taalinterventies voor kinderen met Nederlands-taalachterstand
- Ondersteuning van ouderbetrokkenheid en oudereducatie programma's
Voorwaarden
- Kinderopvangorganisatie moet in het LRK (Landelijk Register Kinderopvang) geregistreerd staan
- Voor VVE-toeslag moet een borgingsdocument aanwezig zijn met samenwerking tussen voor- en vroegschool
- Voorschoolse educatie moet conform de Nunspeetse standaard worden aangeboden
- Voor SMI kan aanvrager een in het LRK geregistreerde gastouder of gastouderbureau zijn
- Eindrapportage met toetsresultaten of deelnemerlijst vereist
- Voor subsidies van €50.000 en hoger: controleverklaring van accountant
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Deelverordening subsidies onderwijs en opvang 2019 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet; Overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het realiseren van de afgesproken maatschappelijke effecten uit de Onderwijsagenda 2017-2021; gelet op artikel 4 van de Algemene subsidieverordening gemeente Nunspeet 2019, artikel 6 van de Wet op het primair onderwijs en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. besluit: vast te stellen de navolgende deelverordening subsidies onderwijs en opvang 2019 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Nunspeet; b. borgingsdocument: een door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld format waaruit de samenwerking tussen voor- en vroegschool in het bieden van passende peuter- en kleuterondersteuning blijkt; c. brede voorschoolse voorziening:een voorschoolse voorziening waar houder en tenminste één basisschool verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de doorgaande lijn; d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet; e. CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin; f. doelgroeppeuters: peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die volgens het consultatiebureau baat hebben bij voorschoolse educatie; g. format tussenrapportage/format eindrapportage: door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde formats voor het verrekenen van de kosten van gesubsidieerde peuterplaatsen; h. formele opvang: peuteropvang en gastouderopvang dat in het LRK geregistreerd staat; i. houder: een houder als bedoeld in artikel 1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; j. indicatie VVE: een door het consultatiebureau afgegeven verklaring dat een peuter VVE geïndiceerd is; k. kortdurend: maximaal 1 maand; l. LRK: Landelijk Register Kinderopvang; m. Nunspeetse standaard: een beschrijving van de lokale kwaliteitseisen voor VVE en de afspraken die gelden voor de samenwerking met het onderwijs; n. ouderbetrokkenheid: elke vorm van betrokkenheid van ouders bij de begeleiding van hun kind thuis, op (voor- en vroeg-) school en in een taalinterventie met als doel om ouders (meer) in positie te brengen als partner in de schoolloopbaan van hun kind; o. oudereducatie: gecombineerd aanbod van Nederlandse taal- en opvoedondersteuning voor ouders, dat als doel heeft om ouders te ondersteunen bij hun rol als partner in de schoolloopbaan van hun kind; p. SMI: Sociaal-medische indicatie; q. taalinterventies: elke vorm van extra leertijd of intensieve leertijd, bestemd voor leerlingen op basisscholen die aantoonbaar onder hun cognitieve niveau presteren omdat ze een grote achterstand in de Nederlandse taal hebben; r. thuisprogramma: een erkend Stapprogramma of VVE-Thuisprogramma van het Nederlands Jeugdinstituut dat dient als toeleiding of als instrument om de ouderbetrokkenheid in de doorgaande lijn van opvang en onderwijs te vergroten; s. voorschool: een voorziening voor peuteropvang waar voorschoolse educatie wordt aangeboden conform de Nunspeetse standaard behorende bij deze regeling; t. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; u. vroegschoolse educatie: vroegschoolse educatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; v. VVE of vve: voor- en vroegschoolse educatie; w. vve-toeslag: één gebundelde geldstroom voor het verzorgen van extra peuterstimulering, scholing en het regisseren en coördineren van de afspraken in het borgingsdocument; x. wederdienst: een activiteit verricht door de ouder/verzorger in ruil voor het gebruik maken van een thuisprogramma. Artikel 2 Doel van de regeling Alle kinderen woonachtig in Nunspeet verdienen gelijke kansen in het opstarten en vervolgen van hun schoolloopbaan. Om dit beoogde maatschappelijk effect uit de gemeentelijke Onderwijsagenda 2017-2021 te realiseren, stimuleert de gemeente activiteiten die het sociaal emotioneel leren van kinderen en het versterken van de Nederlandse taal bevorderen. Hoofdstuk 2 Te verstrekken subsidies Artikel 3 Subsidiabele activiteiten Subsidie op grond van deze deelverordening wordt verstrekt voor de navolgende activiteiten: Deelname aan peuteropvang en VVE; Deelname aan kinderopvang vanwege SMI Deelname aan thuisprogramma’s; Het aanbieden van taalinterventies in het basisonderwijs. Paragraaf 1 Toeslagen peuteropvang, VVE en SMI Artikel 4 Indienen van de aanvraag 1. De aanvraag voor subsidie wordt door de organisatie voor kinderopvang, waar de ouders/wettelijk verzorgers hun kind hebben aangemeld, bij het college ingediend. In geval van een SMI kan de aanvrager ook een in het LRK geregistreerde gastouder of gastouderbureau zijn. Voor een VVE-opslag is de aanvrager een organisatie voor kinderopvang of een basisschool die blijkens het borgingsdocument penvoerder is voor de te ontvangen subsidie. 2. De termijn om een aanvraag in te dienen volgt uit de ASV. Artikel 5 Doelgroep peuteropvang, VVE en SMI 1. De subsidie, die via de houder aan ouders/wettelijk verzorgers wordt verstrekt, is bedoeld voor: Peuters woonachtig in Nunspeet waarvan de ouders/wettelijk verzorgers een contract hebben met een LRK-houder voor peuterwerk en aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; Doelgroeppeuters woonachtig in Nunspeet waarvan de ouders/wettelijk verzorgers een contract hebben met een LRK-houder voor peuterwerk en voorschoolse educatie en aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; Doelgroeppeuters woonachtig in Nunspeet waarvan de ouders/wettelijk verzorgers een contract hebben met een LRK-houder voor peuterwerk en voorschoolse educatie en recht hebben op kinderopvangtoeslag; Peuters van ouders/wettelijk verzorgers met lichamelijke, psychische en/of sociale problematiek, waarbij is vastgesteld dat een of meer van deze problematieken kinderopvang noodzakelijk maken voor een goede ontwikkeling van het kind en waarvan de ouders/wettelijk verzorgers geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. 2. Doelgroeppeuters, zoals bedoeld onder b. en c. worden geïndiceerd door jeugdverpleegkundigen van het consultatiebureau (onderdeel van het Centrum voor Jeugd en Gezin). 3. De doelgroep SMI wordt geïndiceerd door medewerkers van sociaal netwerk Nunspeet in samenspraak met jeugdverpleegkundigen van het consultatiebureau (onderdeel van het Centrum voor Jeugd en Gezin). Artikel 6 Hoogte van de subsidie 1. Het college subsidieert een bedrag van € 8,78 per uur als tarief voor peuterwerk en indexeert dit bedrag jaarlijks conform de index van de minister voor het bepalen van de wettelijke uurnorm voor kinderopvang. 2. Het college subsidieert per maand per bezette peuterplek. Voor de in artikel 5 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: a. voor de in artikel 5 lid 1 onder a genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand: 7 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken / 12 maanden minus de geldende maandelijkse ouderbijdrage op basis van de tabel behorende bij deze regeling. b. voor de in artikel 5 lid 1 onder b genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand maximaal: 17,5 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken/ 12 maanden minus de geldende maandelijkse ouderbijdrage op basis van de tabel behorende bij deze regeling. De peuter dient minimaal 10,5 uur aanwezig te zijn bij de voorschoolse educatie met een inspanningsverplichting voor de kinderopvangorganisatie om dit uit te breiden naar het volledige programma voorschoolse educatie van 17,5 uur per week. c. voor de in artikel 5 lid 1 onder c genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek per maand maximaal: 10,5 uur per week x € 8,78 per uur x 40 weken/ 12 maanden. De peuter dient minimaal 10,5 uur aanwezig te zijn bij de voorschoolse educatie met een inspanningsverplichting voor de kinderopvangorganisatie om dit uit te breiden naar het volledige programma voorschoolse educatie van 17,5 uur per week. 3. Naast de in het tweede lid genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-toeslag beschikbaar voor doelgroepkinderen tot het moment waarop zij naar groep 1 van de basisschool gaan. De VVE-toeslag bedraagt per doelgroepkind € 621,00 per jaar. 4. Voor organisaties voor peuteropvang en VVE is het toegestaan om de invulling van peuterplek-ken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders/wettelijk verzorgers en de daaruit voortvloeiende mutaties op te nemen in het format tussenrapportage zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, van deze regeling. Artikel 7 Verdeling van het subsidieplafond Voor peuterwerk en VVE stelt de gemeenteraad in de begroting jaarlijks een subsidieplafond vast. Subsidieaanvragen voor peuterwerk worden in zijn geheel gehonoreerd. Aanvragen voor toeslagen VVE worden geprioriteerd op basis van het aantal gewichtenleerlingen op de basisschool of basisscholen waarmee wordt samengewerkt blijkens het borgingsdocument. Het percentage gewichtenleerlingen wordt vastgesteld op basis van de meest actuele beschikbare gegevens van Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarbij geldt: hoe hoger het percentage gewichtenleerlingen, hoe hoger de prioriteit. De subsidie wordt toegekend op volgorde van prioriteit tot het subsidieplafond is bereikt. Artikel 8 Voorwaarden subsidie peuteropvang en VVE 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan houders die voldoen aan de wettelijke basisvereisten, de Nunspeetse standaard naleven dat onderdeel uitmaakt van deze regeling en bij de aanvraag een door partijen ondertekend borgingsdocument overleggen; 2. De subsidieontvanger houdt een administratie bij van documenten aan de hand waarvan toetsing plaatsvindt van recht op kinderopvangtoeslag, aanwezigheid van geldige indicaties en van de bevindingen van deze toetsing. 3. De subsidie voor peuteropvang wordt geweigerd als voor de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt, of als het uurtarief voor ouders/wettelijk verzorgers die een beroep doen op kinderopvangtoeslag lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuterplekken. 4. De subsidie voor VVE wordt geweigerd als de houder op het moment van beoordelen van de aanvraag geen VVE-registratie heeft in het LRK. Artikel 9 Voorwaarden subsidie SMI De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om in aanmerking te komen voor subsidie voor SMI worden door het college uitgewerkt in een beleidsregel. Artikel 10 Verantwoording en vaststelling subsidie 1. In afwijking van het gestelde in de ASV levert de houder jaarlijks uiterlijk op 1 juni een tussenrapportage over de gecontracteerde peuterplaatsen per 1 mei van het betreffende kalenderjaar aan het college aan en op 1 november de actuele stand per 1 oktober van dat jaar, middels het format tussenrapportage. Deze rapportage kan leiden tot een tussentijdse aanpassing van de subsidie middels een aanvullende aanvraag op voorwaarde dat het subsidieplafond nog niet is bereikt. 2. De houder levert op uiterlijk 1 mei een eindrapportage aan over het voorafgaande subsidiejaar middels het format eindrapportage en een inhoudelijk verslag over naleving van de Nunspeetse standaard en de daaraan gekoppelde inzet van de opslag voor- en vroegschoolse educatie. 3. Het definitieve subsidiebedrag voor peuterwerk en VVE wordt vastgesteld op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder en de rekenregels in deze regeling. De vaststelling kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarvoor de subsidie is verleend. 4. Het definitieve subsidiebedrag voor SMI wordt op declaratiebasis vastgesteld en is nooit hoger dan is aangevraagd. 5. Voor subsidies van € 50.000 en hoger dient de eindrapportage voorzien te zijn van een […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.