Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Regio's, gemeenten, bedrijven en organisaties in Noord-Brabant die projecten uitvoeren op het gebied van openbaar vervoer, regiotaxi, snelfietsroutes, goederenvervoer en verkeersdoorstroming.
Ook bekend als SVV Noord-Brabant 2016
Waar is deze subsidie voor?
Provinciale subsidieregeling voor verkeer- en vervoersprojecten in Noord-Brabant, gericht op openbaar vervoer, regiotaxi, snelfietsroutes, goederenvervoer en doorstroming. Subsidies tot maximaal €124.995 voor infrastructuur, marketing en innovatieve mobiliteitsoplossingen.
Voor wie is het bedoeld?
Regio's, gemeenten, bedrijven en organisaties in Noord-Brabant die projecten uitvoeren op het gebied van openbaar vervoer, regiotaxi, snelfietsroutes, goederenvervoer en verkeersdoorstroming.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor openbaar vervoer en regiotaxi in Noord-Brabant
- Financiering voor snelfietsroutes en fietsinfrastructuur
- Steun voor goederenvervoer over water, spoor of buisleidingen
- Subsidie voor verkeersdoorstroming en innovatieve mobiliteitsprojecten
Voorwaarden
- Project moet starten binnen drie maanden na subsidieverlening
- Project moet uiterlijk 1 januari 2024 worden afgerond
- Subsidieontvanger moet data en resultaten ter beschikking stellen voor analyse en evaluatie
- Voor bepaalde projecten geldt de-minimissteun volgens Verordening (EU) nr. 1407/2013
- Geen dubbele subsidie: aanvrager mag niet reeds gemeentelijke, provinciale of nationale subsidie hebben ontvangen voor vergelijkbare projecten
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 125k
- Verdeling
- -
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
“Artikel 5.11: De hoogte van de subsidie bedraagt 45 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van €42.500.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule § 1 Regiotaxi Artikel 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.2 Doelgroep Artikel 1.3 Subsidievorm Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 1.5 Weigeringsgronden Artikel 1.6 Subsidievereisten Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Artikel 1.8 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 1.9 Subsidieplafond Artikel 1.10 Subsidiehoogte Artikel 1.11 Verdeelcriteria Artikel 1.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 1.13 Verantwoording Artikel 1.14 Bevoorschotting en betaling Artikel 1.15 Evaluatie § 2 Snelfietsroutes Artikel 2.1 Begripsbepalingen Artikel 2.2 Doelgroep Artikel 2.3 Subsidievorm Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 2.5 Weigeringsgronden Artikel 2.6 Subsidievereisten Artikel 2.7 Subsidiabele kosten Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 2.10 Subsidieplafond Artikel 2.11 Subsidiehoogte Artikel 2.12 Verdeelcriteria Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 2.14 Prestatieverantwoording Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling Artikel 2.16 Evaluatie § 3 Pilotprojecten Mobility Lab Artikel 3.1 Begripsbepalingen Artikel 3.2 Doelgroep Artikel 3.3 Subsidievorm Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 3.5 Weigeringsgronden Artikel 3.6 Subsidievereisten Artikel 3.7 Subsidiabele kosten Artikel 3.8 Aanvraagtijdvak Artikel 3.9 Subsidieplafond Artikel 3.10 Subsidiehoogte Artikel 3.11 Verdelingswijze Artikel 3.12 Subsidieverlening Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 3.14 Verantwoording Artikel 3.15 Evaluatie § 4 verkeers- en vervoersprojecten GGA Artikel 4.1 Begripsbepalingen Artikel 4.2 Doelgroep Artikel 4.3 Subsidievorm Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 4.5 Weigeringsgronden Artikel 4.6 Subsidievereisten Artikel 4.7 Subsidiabele kosten Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 4.10 Subsidieplafond Artikel 4.11 Subsidiehoogte Artikel 4.12 Verdeelcriteria Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 4.14 Prestatieverantwoording Artikel 4.15 Bevoorschotting en betaling § 5 Logistieke verbeterprocessen Artikel 5.1 Begripsbepalingen Artikel 5.2 Doelgroep Artikel 5.3 Subsidievorm Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 5.5 Weigeringsgronden Artikel 5.6 Subsidievereisten Artikel 5.7 Subsidiabele kosten Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 5.10 Subsidieplafond Artikel 5.11 Subsidiehoogte Artikel 5.12 Verdeelcriteria Artikel 5.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 5.14 Prestatieverantwoording Artikel 5.15 Bevoorschotting en betaling § 6 Spoor, hoogwaardig openbaar vervoer en knooppunten Artikel 6.1 Begripsbepalingen Artikel 6.2 Doelgroep Artikel 6.3 Subsidievorm Artikel 6.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 6.5 Weigeringsgronden Artikel 6.6 Subsidievereisten Artikel 6.7 Subsidiabele kosten Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 6.10 Subsidieplafond Artikel 6.11 Subsidiehoogte Artikel 6.12 Verdeelcriteria Artikel 6.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 6.14 Prestatieverantwoording Artikel 6.15 Bevoorschotting en betaling Artikel 6.16 Evaluatie § 7 Kleinschalige mobiliteitsoplossingen Artikel 7.1 Begripsbepalingen Artikel 7.2 Doelgroep Artikel 7.3 Subsidievorm Artikel 7.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 7.5 Weigeringsgronden Artikel 7.6 Subsidievereisten Artikel 7.7 Subsidiabele kosten Artikel 7.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 7.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 7.10 Subsidieplafond Artikel 7.11 Subsidiehoogte Artikel 7.12 Verdeelcriteria Artikel 7.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 7.14 Prestatieverantwoording Artikel 7.15 Bevoorschotting en betaling § 8 Landelijk verbeterprogramma overwegen Artikel 8.1 Begripsbepalingen Artikel 8.2 Doelgroep Artikel 8.3 Subsidievorm Artikel 8.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 8.5 Weigeringsgronden Artikel 8.6 Subsidievereisten Artikel 8.7 Subsidiabele kosten Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 8.10 Subsidieplafond Artikel 8.11 Subsidiehoogte Artikel 8.12 Verdeelcriteria Artikel 8.13 Subsidieverlening Artikel 8.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 8.15 Prestatieverantwoording Artikel 8.16 Bevoorschotting en betaling § 9 Goederenvervoer Artikel 9.1 Begripsbepalingen Artikel 9.2 Doelgroep Artikel 9.3 Subsidievorm Artikel 9.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 9.5 Weigeringsgronden Artikel 9.6 Subsidievereisten Artikel 9.7 Subsidiabele kosten Artikel 9.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 9.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 9.10 Subsidieplafond Artikel 9.11 Subsidiehoogte Artikel 9.12 Verdeelcriteria Artikel 9.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 9.14 Prestatieverantwoording Artikel 9.15 Bevoorschotting en betaling Paragraaf 10. Veerdiensten in het Fietsnetwerk Noord-Brabant Artikel 10.1 Begripsbepalingen Artikel 10.2 Doelgroep Artikel 10.3 Subsidievorm Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 10.5 Weigeringsgronden Artikel 10.6 Subsidievereisten Artikel 10.7 Subsidiabele kosten Artikel 10.8 Niet subsidiabele kosten Artikel 10.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 10.10 Subsidieplafond Artikel 10.11 Subsidiehoogte Artikel 10.12 Verdeelcriteria Artikel 10.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 10.14 Prestatieverantwoording Artikel 10.15 Bevoorschotting en betaling Artikel 10.16 Evaluatie § 11 Recreatieve fietsroutes voor utilitair medegebruik Artikel 11.1 Begripsbepalingen Artikel 11.2 Doelgroep Artikel 11.3 Subsidievorm Artikel 11.4 Subsidiabele activiteiten Artikel 11.5 Weigeringsgronden Artikel 11.6 Subsidievereisten Artikel 11.7 Subsidiabele kosten Artikel 11.8 Artikel 11.9 Vereisten subsidieaanvraag Artikel 11.10 Subsidieplafond Artikel 11.11 Subsidiehoogte Artikel 11.12 Verdeelcriteria Artikel 11.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 11.14 Prestatieverantwoording Artikel 11.15 Bevoorschotting en betaling Artikel 11.16 Evaluatie § 12 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12.1 Evaluatie Artikel 12.2 Intrekking Artikel 11.3 Overgangsrecht Artikel 11.4 Inwerkingtreding Artikel 10.5 Citeertitel Ondertekening Bijlage 1 bij Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Bijlage 2 bij de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Bijlage 3 bij Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Bijlage 4 bij Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Bijlage 5 behorende bij artikel 2.6 van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Bijlage 6 behorende bij artikel 10.6 van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016. Bijlage 7 behorende bij artikel 3.6, onderdeel d, onder 5º, van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR384424 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR384424/27 sluiten Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Geldend van 10-12-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 03-05-2018 Intitulé Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2016 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat Gedeputeerde Staten uitvoering willen geven aan de Wet BDU verkeer en vervoer en aan de essentiële onderdelen van het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan; Overwegende dat Gedeputeerde Staten tevens de doorstroming van het openbaar vervoer in Noord-Brabant wensen te stimuleren; Overwegende dat Gedeputeerde Staten vanuit de doelstelling van de OV-visie streven naar meer reizigers in het openbaar vervoer en daarom het wenselijk achten om bij te dragen aan projecten op het gebied van marketing; Overwegende dat Gedeputeerde Staten de inhoudelijke sturing en de kwaliteitsborging van de totstandkoming van de uitvoeringsprogramma’s van de GGA-regio’s willen waarborgen om zodoende een effectievere aanpak van de mobiliteitsproblematiek te bewerkstelligen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten streven naar betrouwbaar, comfortabel en snel openbaar vervoer en dit willen bevorderen door het stimuleren van de realisering van specifieke infrastructuur voor het openbaar vervoer en tevens met goede parkeer- en reisvoorzieningen de bereikbaarheid van een stad of regio beogen te verbeteren; Overwegende dat Gedeputeerde Staten kleinschalige mobiliteitsoplossingen willen stimuleren om te kunnen voorzien in een mobiliteitsbehoefte van reizigers voor wie geen openbaar vervoer beschikbaar is; Overwegende dat Gedeputeerde Staten in samenwerking met het Rijk projecten willen stimuleren die een vlotte en veilige doorstroming op overwegen bevorderen; Overwegende dat Gedeputeerde Staten projecten willen stimuleren die een verschuiving bewerkstelligen van het goederenvervoer over de weg naar goederenvervoer over water, spoor en door buisleidingen; Overwegende dat aanpassing van de Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2013 vanwege de nieuwe situatie, dat vanaf 1 januari BDU-gelden worden gestort in het provinciefonds met de daaraan gekoppelde verantwoording op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, leidt tot een groot aantal noodzakelijke wijzigingen en Gedeputeerde Staten het derhalve wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te stellen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: § 1 Regiotaxi Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; doelgroepenvervoer: vervoer georganiseerd in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet, Participatiewet, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Wet langdurige zorg en Wet overige OCW-subsidies; OV: openbaar vervoer; OV-advies: advies over welke bus of trein een reiziger in plaats van de regiotaxi kan nemen; OV-ritten: voor de vrije reiziger openstaande ritten met de regiotaxi, niet bestaande uit doelgroepenvervoer; regio: regio Noordoost Brabant, regio ’s-Hertogenbosch, regio Midden-Brabant, regio West-Brabant of regio Zuidoost-Brabant, zijnde een samenwerkingsverband van gemeenten gericht op regiotaxi; regiotaxi: voor eenieder openstaand personenvervoer per auto als bedoeld in artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000, dat niet plaatsvindt volgens een dienstregeling en aanvullend of vervangend is ten opzichte van het openbaar vervoer; samenwerkingsovereenkomst: op 22 oktober 2015 tussen de provincie Noord-Brabant en de regio’s Noordoost Brabant,’s-Hertogenbosch, Midden-Brabant en West-Brabant afgesloten Samenwerkingsovereenkomst Regiotaxi Noord-Brabant 2016-2020; tariefeenheid: instaptarief, kilometertarief of zone-tarief. Artikel 1.2 Doelgroep 1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een regio. 2. Indien een regio geen rechtspersoonlijkheid bezit: a. wordt subsidie aangevraagd door een gemeente uit de regio; en b. draagt het project de instemming van alle deelnemers van de regio, blijkend uit een samenwerkingsverklaring. Artikel 1.3 Subsidievorm 1 Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies. 2 Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het aanbieden van regiotaxi in de provincie Noord-Brabant, in de vorm van: a. het uitvoeren v […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.