Subsidieregeling MKB innovatiestimulering regio en topsectoren Noord-Nederland
Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)
Voor MKB-ondernemingen (micro, kleine en middelgrote ondernemingen) gevestigd in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen die innovatieprojecten uitvoeren.
Ook bekend als MI(R)T Noord-Nederland, MIRT Noord-Nederland
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor MKB-ondernemingen in Noord-Nederland voor innovatie-adviesprojecten, haalbaarheidsprojecten en R&D-samenwerkingsprojecten. Subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. Regeling van toepassing op ondernemingen gevestigd in Drenthe, Fryslân en Groningen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor MKB-ondernemingen (micro, kleine en middelgrote ondernemingen) gevestigd in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen die innovatieprojecten uitvoeren.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Financiering van innovatie-adviesprojecten voor MKB
- Ondersteuning van haalbaarheidsonderzoeken voor innovatieve projecten
- Cofinanciering van R&D-samenwerkingsprojecten tussen MKB-ondernemingen
Voorwaarden
- Werkzaamheden mogen niet zijn aangevangen vóór ontvangst van de aanvraag
- Project moet voldoen aan bepalingen van de regeling
- Project moet in overeenstemming zijn met het doel van de regeling
- Aanvrager mag in hetzelfde kalenderjaar niet al subsidie hebben ontvangen op grond van deze verordening of andere MI(R)T-verordeningen
- Voor R&D-samenwerkingsprojecten: minimaal 40% van subsidiabele kosten moet gemaakt worden door deelnemer gevestigd in Drenthe, Fryslân of Groningen
- Elke deelnemer aan R&D-samenwerkingsverband neemt niet meer dan 70% van subsidiabele kosten voor zijn rekening
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Staatssteun en de-minimis
Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.
Bronnen en actualiteit
“De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.”
Toon brontekst
Subsidieregeling MKB innovatiestimulering regio en topsectoren Noord-Nederland Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 2 juni 2015, nr. ProMiszaaknummer, afd. ECP, tot bekendmaking van het besluit van Provinciale Staten van 27 mei 2015, nr. 4.b, tot vaststelling van de MI(R)T Noord-Nederland. Gedeputeerde Staten der provincie Groningen; maken bekend dat door Provinciale Staten in hun vergadering van 27 mei 2015, nr. 4.b, is vastgesteld hetgeen volgt: Provinciale Staten van Groningen: Gelezen de voordracht van Gedeputeerde Staten van 7 april 2015, corr.nr. 2015-14.576, ECP; gelet op artikel 145 van de Provinciewet; gelet op artikel 25 van de Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187); gelet op Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352); gelet op de Kaderverordening subsidies Samenwerkingsverband Noord-Nederland 2000; besluiten vast te stellen de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering regio en topsectoren Noord-Nederland als volgt: Paragraaf 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - groep: een economische eenheid waarin één of meer natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen of ondernemingen organisatorisch zijn verbonden met één of meer andere natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen of ondernemingen; - adviesorganisatie: een organisatie die deskundigheid heeft op het gebied van het in deze regeling te subsidiëren innovatie-adviesproject; - algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187); - de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352); - haalbaarheidsproject: onderzoek naar en de analyse van het potentieel van een project, inclusief trial and error onderzoek, met als doel de besluitvorming om tot onderzoek of ontwikkeling over te gaan te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn; - innovatie-adviesproject: een activiteit gericht op de totstandkoming van innovaties bij de MKB-onderneming door het omzetten van kennis in een nieuw product, productieproces of dienst of de vernieuwing daarvan; - Innovatieprogramma’s topsectoren: De thema’s zoals omschreven in de innovatieprogramma’s voor de topsectoren water, agri&food, tuinbouw & uitgangsmaterialen, hightech systemen & materialen (incl. ICT), chemie (waaronder bio based economy), life science & health, energie, logistiek en creatieve industrie en zoals deze ter inzage liggen bij het SNN en de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen (en www.rvo.nl); - kennisinstelling: onder a, b, c, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder j van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis en Nyenrode Business Universiteit; andere dan de hiervoor sub i bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde: openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als hiervoor bedoeld onder h sub i, onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden; rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als hiervoor bedoeld onder h sub i, ii en iii direct of indirect: meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft, volledig aansprakelijk vennoot is, of overwegende zeggenschap heeft; onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als hiervoor bedoeld onder h sub i, ii, iii en iv; - MKB-onderneming: kleine onderneming, middelgrote of micro onderneming in de zin van bijlage I van de algemene groepsvrijstellingsverordening; - R&D-samenwerkingsproject: project, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, in daadwerkelijke samenwerking en voor gezamenlijke rekening en risico uitgevoerd door een R&D-samenwerkingsverband; - R&D-samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden MKB-ondernemingen, welk verband is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een R&D-samenwerkingsproject; - De-minimisverklaring: een verklaring als bedoeld in bijlage I bij deze regeling; - SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Artikel 2 Doel van de regeling De subsidieregeling heeft als doel innovatie bij het midden- en kleinbedrijf in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen te stimuleren. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie kan worden verstrekt aan een MKB-onderneming, die volgens het handelsregister een vestiging heeft in de provincies Drenthe, Fryslân of Groningen en daar ondernemingsactiviteiten uitvoert. 2. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die passen binnen: - Research and Innovation Strategy for Smart Specialization (RIS3) Noord-Nederland en de Noordelijke Innovatie Agenda (NIA) en - De innovatieprogramma’s topsectoren. Artikel 4 Weigeringsgronden De subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, in ieder geval geweigerd indien: - werkzaamheden in het project zijn aangevangen vóór de ontvangst van de aanvraag; - het project niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling; - het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling; - tegen het project anderszins overwegende bezwaren bestaan; - de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag op de uiterste datum van indiening in het geval van verdeling als bedoeld in artikel 5 vierde en vijfde lid; - de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; - de onderneming de subsidie wil aanwenden voor een project waarvoor reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt of dat deel uitmaakt van een dergelijk project. - aan de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar al subsidie is verstrekt op grond van deze verordening of op grond van titel 3.3 of titel 3.4 van de Regeling nationale EZ-subsidies of een andere regionale MI(R)T-verordening. Artikel 5 Subsidieplafonds 1. Het Dagelijks Bestuur SNN stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidie op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen voor de subsidiabele activiteiten innovatie-adviesproject en haalbaarheidsproject als genoemd in artikel 10 en 19. 2. Het Dagelijks Bestuur SNN verdeelt het in het vorige lid bedoelde bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, als datum van ontvangst geldt de dag waarop de aanvulling is ontvangen. 3. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen als bedoeld in het vorige lid, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. 4. Het Dagelijks Bestuur SNN stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidie op in een bepaalde periode ontvangen aanvragen voor de subsidiabele activiteiten R&D samenwerkingsprojecten als genoemd in artikel 27. 5. Het Dagelijks Bestuur SNN verdeelt het in het vorige lid bedoelde bedrag op volgorde van rangschikking conform artikel 30. Indien het subsidieplafond zou worden overschreden bij subsidieverlening aan meerdere aanvragen die gelijk zijn gerangschikt, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 6 Algemene bepalingen omtrent subsidiabele kosten Niet subsidiabel zijn: - omzetbelasting in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 en vergelijkbare belasting van andere staten; - buitenlandse reis- en verblijfkosten; - boetes en sancties. Artikel 7 Algemene bepaling omtrent de hoogte van de subsidie Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd indien de normen van de Europese Commissie daartoe nopen. Artikel 8 Aanvraagformulier 1. Subsidie wordt aangevraagd middels een door het Dagelijks Bestuur SNN vastgesteld aanvraagformulier. Het formulier vermeldt welk bijlagen bij de aanvraag worden overgelegd. 2. De aanvrager voegt bij de aanvraag in ieder geval een beknopte samenvatting van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd die kan worden gebruikt in voor een ieder toegankelijke publicaties. Artikel 9 Bevoorschotting 1. Subsidies tot € 25.000 worden binnen 3 weken na de verleningsbeschikking voor 100% bevoorschot. 2. Subsidies vanaf € 25.000 kunnen op verzoek worden bevoorschot: - nadat het SNN van de subsidieontvanger een schriftelijke verklaring dat met de uitvoering van het project is begonnen heeft ontvangen kan een eerste voorschot van 50% worden verleend; - nadat het SNN van de subsidieontvanger een schriftelijke verklaring heeft ontvangen dat het project voor meer dan 50% is uitgevoerd kan een tweede voorschot van 30% worden verleend. Paragraaf 2 Innovatie-adviesproject De bepalingen in deze paragraaf gelden alleen voor een innovatie-adviesproject. Artikel 10 Innovatie-adviesproject 1. Voor subsidie komt in aanmerking een innovatie-adviesproject ten behoeve van een MKB-onderneming. 2. Als subsidiabele kosten komen hierbij in aanmerking de in redelijkheid te maken kosten van het inschakelen van een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie voor advies al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek. Het advies kan technisch, organisatorisch of economisch van aard zijn. Artikel 11 Subsidiepercentage De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. Artikel 12 Subsidiehoogte Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste € 10.000,-. Artikel 13 Verplichting aanvraag 1. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een beknopt projectplan, waarin in ieder geval de adviesvraag en de doelstelling van het innovatie-adviesproject zijn opgenomen, de kennisinstelling of adviesorganisatie worden genoemd waarmee de aanvrager het innovatie-adviesproject gaat uitvoeren, alsmede een offerte. 2. Bij de aanvraag wordt door de aanvrager een de-minimisverklaring overgelegd. Artikel 14 Subsidieverplichtingen 1. Met de uitvoering van het innovatie-adviesproject wordt gestart binnen 4 maanden na de subsidieverlening. 2. Een innovatie-adviesproject wordt binnen 12 maanden na de start van het innovatie-adviesproject afgerond. Artikel 15 Meldingsplicht en desgevraagd verantwoorden De subsidieaanvrager is verplicht: - onverwijld een schriftelijke melding te […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.