GeslotenPOP3Provincie · Subsidie

Trainingen, Workshops, Ondernemerscoaching en Demonstraties (POP3)

Gedeputeerde Staten van Limburg

Voor kennisaanbieders (trainers, coaches, adviseurs) die trainingen, workshops, coaching of demonstraties organiseren voor groepen landbouwers in Limburg.

Ook bekend als POP3, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020, LLTL2, Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidiering van trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties gericht op kennisuitrol in de land- en tuinbouw voor groepen van minimaal 30 landbouwers. Activiteiten moeten bijdragen aan duurzaamheid, innovatie en versterking van de sector in Limburg.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kennisaanbieders (trainers, coaches, adviseurs) die trainingen, workshops, coaching of demonstraties organiseren voor groepen landbouwers in Limburg.

KennisinstellingAdviesbureauTrainer

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil een trainingsreeks organiseren voor mijn groep boeren over duurzame teelttechnieken
  • Ik ben adviseur en wil workshops geven over innovatieve stalconcepten
  • Ik wil een demonstratieveld opzetten waar collega-ondernemers nieuwe apparatuur kunnen zien

Voorwaarden

  • Minimaal 30 unieke deelnemers (beroepsmatig participerende landbouwers)
  • Activiteiten moeten bijdragen aan provinciaal beleid (meerwaardestrategie, productierisico's, duurzaamheid, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn)
  • Aanvrager moet eigen kennisinbreng nadrukkelijk aantonen en beschrijven
  • Projectplan, CV, begroting met bewijsstukken en jaarrekening verplicht
  • Selectie via tender op basis van effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en innovativiteit

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kennisinstelling of adviesbureau of trainer
Uw sector/SBI valt onder: 01, 02
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 1 “Trainingen, Workshops, Ondernemerscoaching en Demonstraties” Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), op 3 april 2018 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit 2018 paragraaf 1 ‘Trainingen, Workshops, Ondernemerscoaching en Demonstraties’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3)
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 1 ’Trainingen, Workshops, Ondernemerscoaching en Demonstraties’ van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 1”) van deze Verordening onder volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 1 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 14 mei 2018 (9:00 uur) tot en met 22 juni 2018 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 22 juni 2018 te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond wordt voor 2018 voor Paragraaf 1 vastgesteld op € 715.000,00 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
    Conform artikel 2.1.1. van de Verordening zijn de volgende activiteiten subsidiabel:
    - Subsidie kan worden verstrekt voor (i) demonstraties en/of het verzorgen van (ii) trainingen, (iii) workshops en/of (iv) coaching aan een groep van landbouwondernemers.
    - De activiteiten hebben als doel het informeren over innovaties en modernisering, en de toepassing ervan te bevorderen rond één of meerdere van de volgende thema’s:verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik of een meer gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;klimaatmitigatie;klimaatadaptatie;verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en/of verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;behoud en versterking van de biodiversiteit en/of de omgevingskwaliteit.
    - Deze thema’s zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)” en de Notitie “Limburg agro voor de wereld van morgen (vier accenten voor een duurzame agenda)”. Ook het Aanvalsplan Asbest en Energie biedt net als het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014) aanknopingspunten. Een aanvraag zal duidelijk moeten beschrijven en beargumenteren hoe bij te dragen aan provinciaal beleid. Betreffende beleidsdocumenten zijn beschikbaar op www.limburg.nl.Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen.
    - In aanvulling op artikel 1.3, vierde lid, onderdeel (l) van de Verordening bedraagt de looptijd van het project maximaal 2 jaar na verzenddatum van de subsidiebeschikking.
    
    Artikel 4 Doelgroep en aantal deelnemers
    Aanvullend aan artikel 2.1.1, derde lid, van de Verordening zijn de volgende zaken van toepassing:
    - De doelgroep bestaat uit een groep van landbouwondernemers.
    - Aan de subsidiabele activiteiten (i tot en met iv) óf aan een combinatie hiervan (artikel 3.1) dienen minimaal 30 unieke deelnemers (als vermeld bij artikel 4.1) deel te nemen.
    
    Artikel 5 Aanvrager
    Subsidie wordt conform artikel 2.1.2 van de Verordening verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert.
    
    Artikel 6 Aanvraag
    6.1.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 van de Verordening bevat de aanvraag om subsidie een omschrijving van de organisatie waaruit blijkt dat de organisatie beschikt over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel om de activiteit uit te voeren (artikel 2.1.3, eerste lid, van de Verordening). Bij de aanvraag dienen relevante curriculum vitae als bijlagen bijgevoegd te worden.
    6.2.
    Indien het voornemen is om voor deelname aan een kennisoverdrachtsactiviteit bij de deelnemers een bijdrage in rekening te brengen dient dit inzichtelijk gemaakt te worden bij de subsidieaanvraag (artikel 2.1.3, tweede lid, van de Verordening).
    6.3.
    Conform artikel 1.3, vierde lid, onderdeel, h, van de Verordening zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel, f, van de Verordening het op de website www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele subsidies/subsidieregelingen/natuur/subsidieverordening plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (pop3) Limburg beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    6.4.
    In aanvulling op artikel 6.3 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    
    Artikel 7 Subsidiabele kosten
    7.1.
    Conform artikel 2.1.4, eerste lid, van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
    - kosten voor de inzet van procesbegeleiders en adviseurs;
    - materiaalkosten;
    - kosten voor ruimten en bijbehorende faciliteiten;
    - kosten voor drukwerk, mailings en de inrichting van website(s);
    - kosten van koop of huurkoop van fysieke investeringen die noodzakelijk zijn bij demonstratieactiviteiten;
    - kosten voor projectmanagement en projectadministratie;
    - algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de Verordening.
    7.2.
    In aanvulling hierop wordt conform artikel 2.1.4, tweede lid, van de Verordening ook subsidie verleend voor:
    - voorbereidingskosten:Conform artikel 1.12, derde en vierde lid, van de Verordening komen voorbereidingskosten slechts voor subsidie in aanmerking indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Voorbereidingskosten kunnen uitsluitend bestaan uit:kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;kosten van haalbaarheidsstudies.
    - kosten van koop van tweedehands machines en installaties noodzakelijk voor demonstratie-activiteiten, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
    
    Artikel 8 Niet-subsidiabele kosten
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Verordening en conform artikel 2.15 van de Verordening zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:
    - kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;
    - kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma's of leergangen van het reguliere onderwijs;
    - inbreng van eigen uren door landbouwers als deelnemer om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen.
    
    Artikel 9 Hoogte subsidie
    9.1.
    Conform artikel 2.1.6 van de Verordening bedraagt de subsidie 80% van de subsidiabele kosten.
    9.2.
    Het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag bedraagt maximaal € 120.000,00 en minimaal € 50.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 50.000,00 bedraagt.
    
    Artikel 10 Rangschikking
    10.1.
    Gedeputeerde Staten verdelen conform artikel 1.15 en 1.15a, van de Verordening het beschikbare subsidieplafond door middel van rangschikking op basis van selectiecriteria.
    10.2.
    Voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15a van de Verordening vindt een afweging plaats tussen de volledig ingediende (ontvankelijk en compleet verklaarde) aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.1.7 van de Verordening en hieronder nader weergegeven.
    De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    - Effectiviteit;
    - Haalbaarheid/Kans op succes;
    - Efficiëntie;
    - Innovativiteit.
    i. Effectiviteit
    Effectiviteit wordt bepaald door de bijdrage die het project levert aan de genoemde thema(s)/beleidsdoelstellingen (de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen). Bij de bepaling van deze bijdrage worden tevens de volgende aspecten in samenhang bezien:
    - bereik van de activiteit.aantal bijeenkomsten;aantal vervolgbijeenkomsten per individuele deelnemer;aantal deelnemers;breedte doelgroep van de specifieke actie of acties;aantal contacturen per deelnemer.
    - wijze waarop en mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    5 punten indien de effectiviteit zeer goed is;
    4 punten indien de effectiviteit goed is;
    3 punten indien de effectiviteit voldoende is;
    2 punten indien de effectiviteit matig is;
    1 punt indien de effectiviteit gering is;
    0 punten indien de effectiviteit zeer gering/nihil is;
    ii. Haalbaarheid/Kans op succes
    De haalbaarheid/kans op succes wordt bij kennisoverdrachtsacties door verschillende aspecten beïnvloed. De volgende aspecten zullen in samenhang worden bezien:
    - Kwaliteit kennisaanbieder:aanbieder is aantoonbaar gekwalificeerd;kennis en ervaring aanbieder t.b.v. de specifieke kennisoverdrachtsactie.
    - Kwaliteit projectplan:realiteitsgehalte plan;betrokkenheid relevante partijen;realistische planning, opzet en begroting;identificatie en reductie risico’s.
    - Mate uitdaging deelnemers om geleerde kennis daadwerkelijk in praktijk toe te passen.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    5 punten indien haalbaarheid/kans op succes zeer goed is;
    4 punten indien haalbaarheid/kans op succes goed is;
    3 punten indien haalbaarheid/kans op succes voldoende is
    2 punten indien de haalbaarheid/kans op succes matig is.
    1 punt indien de haalbaarheid/kans op succes gering is.
    0 punten indien de haalbaarheid/kans op succes zeer gering/nihil is.
    iii. Efficiëntie
    Efficiëntie heeft betrekking op, gegeven de resultaten van het project, hoe redelijk de opgevoerde kosten zijn en in hoeverre en hoe gebruik gemaakt worden van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde en middelen).
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    5 punten indien de efficiëntie zeer goed is;
    4 punten indien de efficiëntie goed is;
    3 punten indien de efficiëntie voldoende is
    2 punten indien de efficiëntie matig is.
    1 punt indien de efficiëntie gering is.
    0 punten indien de efficiëntie zeer gering/nihil is.
    iv. Innovativiteit
    Bij de mate van innovativiteit wordt in samenhang gekeken naar:
    - aard van de innovatieve kennis;
    - vernieuwende karakter van de innovatieve kennis.
    Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:
    5 punten indien de mate van innovativiteit zeer goed is;
    4 punten indien de mate van innovativiteit goed is;
    3 punten indien de mate van innovativiteit voldoende is
    2 punten indien de mate van innovativiteit matig is.
    1 punt indien de mate van innovativiteit gering is.
    0 punten indien de mate van innovativiteit zeer gering/nihil is.
    10.3.
    De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:
    - criterium (i) Effectiviteit heeft een wegingsfactor 3 (maximaal 15 punten);
    - criterium (ii) Haalbaarheid/Kans op succes heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 10 punten);
    - criterium (iii) Efficiëntie heeft een wegingsfactor 2 (maximaal 10 punten);
    - criterium (iv) Innovativiteit heeft een wegingsfactor 1 (maximaal 5 punten).
    10.4.
    Totaal maximaal aantal te behalen punten is 40.
    Indien er met toepassing van de omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 24 punten worden behaald, wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.
    10.5.
    Gedeputeerde Staten stellen conform artikel 1.14 van de Verordening een Adviescommissie POP3 Limburg in voor de beoordeling en selectie van de projecten. Deze a
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.