GeslotenProvincie · Subsidie

Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water

Gedeputeerde Staten van Limburg

Grondeigenaren in samenwerkingsverbanden in het landelijk gebied van Limburg die projecten uitvoeren voor verbetering van het watersysteem.

Ook bekend als POP3 Paragraaf 6, Niet-productieve investeringen water Limburg, Niet-productieve investeringen water, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 7 jul 2026
Max. bedrag
€ 2,6 mln
per aanvraag
Percentage
50%
van de kosten
Budget
€ 2,6 mln
totaal beschikbaar

Waar is deze subsidie voor?

Subsidiering voor niet-productieve investeringen in het watersysteem in het landelijk gebied van Limburg, gericht op (her)inrichting, transformatie en beheer voor landbouw-, water- en klimaatdoelen. Totaal subsidieplafond € 2.585.000. Aanvragen konden tot 24 december 2021 worden ingediend.

Voor wie is het bedoeld?

Grondeigenaren in samenwerkingsverbanden in het landelijk gebied van Limburg die projecten uitvoeren voor verbetering van het watersysteem.

Samenwerkingsverband

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor waterinfrastructuur in het platteland
  • Financiering van klimaatadaptatie tegen droogte en wateroverlast
  • Steun voor verbetering van waterkwaliteit volgens Kaderrichtlijn Water
  • Subsidie aanvragen voor waterinfrastructuur in het landelijk gebied

Voorwaarden

  • Investeringen moeten betrekking hebben op (her)inrichting, transformatie en beheer van het watersysteem
  • Projecten moeten bovenwettelijke maatregelen betreffen
  • Directe relatie met landbouwkundig grondgebruik vereist
  • Projecten moeten in het landelijk gebied van Limburg liggen
  • Uiterlijke afronding inclusief vaststellingsverzoek: 1 april 2025
  • Kosten zijn alleen subsidiabel na indiening van de aanvraag

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een samenwerkingsverband
Uw sector/SBI valt onder: landbouw
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Limburg.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het subsidieplafond bedraagt € 2.585.000,00
Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit paragraaf 6 niet-productieve investeringen water: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 (POP3) Limburg
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg, hierna te noemen 'Verordening',
    besluiten
    Gedeputeerden Staten van Limburg
    Paragraaf 6 ‘niet-productieve investeringen water’ voor de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen van hoofdstuk 2 (hierna te noemen ‘Paragraaf 6’ van deze Verordening) onder volgende nadere regels open te stellen.
    
    Artikel 1 Openstellingsperiode
    Paragraaf 6 wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode 10 oktober 2016 tot en met 31 januari 2017. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 31 januari 2017 compleet te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten.
    
    Artikel 2 Subsidieplafond
    Het subsidieplafond wordt voor 2016 voor Paragraaf 6 vastgesteld op € 6,18 mln. bestaande uit 100% Europese middelen (ELFPO).
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteit
    1..
    Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van Limburg die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen, passend binnen het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021.
    2..
    De subsidiabele activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:
    - De realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW), zoals opgenomen in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016–2021, inclusief het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Water (website provincie Limburg), vastgesteld door Provinciale Staten op 11 december 2015.
    - De realisatie van doelen voor het thema Zoetwatervoorziening Zuid Nederland, zoals opgenomen in het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden “Wel goed water geven”, 2016–2021 (website: www.deltacommissaris.nl, www.limburg.nl/e_Loket/subsidies, Staatscourant 2015 Nr. 33643, Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016–2021 in Regio Zuid van de samenwerkende Partijen in het Deltaplan Hoge Zandgronden in Zuid-Nederland, bijlage document getiteld: ‘Wel goed watergeven, Werkprogramma Hoge Zandgronden 2016–2021’ bestuurlijk geaccordeerd door de Stuurgroep RBOM/DHZ op 21 mei 2015).
    - De realisatie van behoud en herstel van de natte natuur en verbetering van de waterkwaliteit, zoals opgenomen in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021, inclusief het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Water, vastgesteld door Provinciale Staten op 11 december 2015.
    3..
    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor niet-productieve investeringen als bedoeld in het artikel 2.6.1 van de Verordening (herinrichting of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen met een directe link met de landbouw).
    4..
    De minimale subsidiabele kosten per aanvraag bedragen € 250.000,00.
    5..
    Indien een adviescommissie wordt ingesteld worden alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking hieraan voorgelegd.
    
    Artikel 4 Aanvrager
    Subsidie kan worden aangevraagd door:
    - landbouwers;
    - grondeigenaren;
    - grondgebruikers;
    - landbouworganisaties;
    - natuur- en landschapsorganisaties;
    - provincies;
    - waterschappen;
    - gemeenten;
    - samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.
    
    Artikel 5 Subsidiabele kosten
    In aanvulling op artikel 1.12 van de Verordening zijn de volgende kosten subsidiabel:
    - de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;
    - de kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van tweedehands installaties tot maximaal de marktwaarde;
    - de kosten van ingehuurde adviseurs, architecten en ingenieurs;
    - de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;
    - de kosten van haalbaarheidsstudies;
    - de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - niet verrekenbare of niet compensabele BTW;
    - personeelskosten.
    
    Artikel 6 Hoogte subsidie
    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2 mln. per aanvraag.
    
    Artikel 7 Selectiecriteria, weging en selectie
    Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening de volgende criteria:
    - de kosteneffectiviteit, hetgeen blijkt uit de verhouding tussen indirecte kosten ten opzichte van de directe kosten, aan de hand van de volgende score:Is de verhouding 25% of meer dan worden nul punten gescoord.Ligt de verhouding tussen minder dan 25% tot en met 20% wordt 1 punt gescoord. Ligt de verhouding tussen minder dan 20% tot en met 15% worden 2 punten gescoord.Ligt de verhouding tussen minder dan 15% tot en met 10% worden 3 punten gescoord.Ligt de verhouding tussen minder dan 10% tot en met 0% worden 4 punten gescoord.
    - de mate waarin de activiteit bijdraagt (effectiviteit) aan één of meerdere beleidsdoelen uit artikel 3.1 sub a t/m c:Draagt het project of de genomen maatregel bij aan de doelen voor verbetering van de fysisch-chemische waterkwaliteit en/of het ecologisch functioneren van watersystemen, en de klimaatbestendige inrichting van watersystemen (het duurzaam voorkomen of beperken van wateroverlast en of watertekort via herstel van de sponswerking van het landschap) zoals opgenomen in Provinciaal Waterplan Limburg 2016–2021, inclusief het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Water en het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016–2021. Voor wat betreft kwalitatieve aspecten wordt onderscheid gemaakt in de omvang (criterium: lengte waterloop geringer of groter dan 2 km) en aard van het water waarop de activiteit zich richt. Qua aard wordt onderscheid gemaakt in KRW-oppervlaktewaterlichamen (zie Kaart 5a en 5b van het Provinciaal Waterplan Limburg) en overig water (alle waterlopen niet-zijnde KRW-oppervlaktewaterlichamen).Voor wat betreft de kwantitatieve aspecten van het watersysteem wordt onderscheid gemaakt in de mate waarin bijgedragen wordt aan een duurzame, robuuste, klimaatbestendige inrichting van het watersysteem (waarbij rekening gehouden wordt met actuele klimaatscenarios).Waterkwaliteit en ecologish functioneren (kwalitatieve aspecten van het watersysteem):Het maximale aantal punten voor verbetering van de waterkwaliteit bedraagt 4 punten, waarbij de volgende verdeling wordt gehanteerd:het project(doel) of de genomen maatregel draagt niet of onvoldoende bij aan bovengenoemde doelen voor verbetering van de fysisch-chemische waterkwaliteit en/of het ecologisch functioneren van het watersysteem, score: 0 punten;de activiteit richt zich primair op een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit van een overig water met een beperkte omvang (lengte waterloop minder dan 2 km), score: 1 punt;de activiteit richt zich primair op een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit van meerdere (tenminste 2) overige wateren van beperkte omvang, score: 2 punten.de activiteit richt zich primair op een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit van overig water èn van een KRW-oppervlaktewaterlichaam (lengte minimaal 2 km), score: 3 punten;de activiteit richt zich primair op een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit èn het ecologisch functioneren van een KRW-oppervlaktewaterlichaam (lengte minimaal 2 km), score:4 punten.Klimaatbestendige inrichting (kwantitatieve aspecten van het watersysteem):Het maximale aantal punten voor verbetering van de klimaatbestendige inrichting van het watersysteem bedraagt 4 punten, met de volgende scoreopbouw:de activiteit richt zich niet op de aanpak van wateroverlast en/of watertekort en draagt niet bij aan een klimaatbestendige inrichting van het watersysteem, score 0 punten;de activiteit richt zich tevens op de aanpak van wateroverlast en/of watertekort maar draagt niet bij aan een duurzame, klimaatbestendige inrichting van het watersysteem, doordat de maatregelen betrekking hebben op een gering oppervlak ((< 1 ha) en/of het ontbreken van natuurgerichte waterconserverings- en/of waterbergingsmaatregelen, score 2 punten;de activiteit richt zich tevens op de aanpak van wateroverlast en/of watertekort en draagt substantieel bij aan een duurzame, klimaatbestendige inrichting van het watersysteem, doordat de maatregelen betrekking hebben op de aanpak van een gebied met substantele omvang (≥ 1 ha) en/of het uitvoeren van natuurgerichte waterconserverings- en/of waterbergingsmaatregelen, score 4 punten.Voorkeurslocatie van de te nemen activiteit:Voorrang wordt geven aan activiteiten die betrekking hebben op bepaalde voorrangsgebieden met maximaal 4 punten aan de hand van volgende criteria:de activiteit richt zich in of rondom waterlopen gelegen binnen de beekdalen zoals aangeduidop Kaart 3 Regionaal Watersysteem van het Provinciaal Waterplan Limburg 2016–2021, dan wel in of rondom de zogeheten Natte Natuurparels zoals aangeduid op Kaart 4 van het Provinciaal Waterplan Limburg 2016–2021, dan wel in grondwaterbeschermingsgebieden zoals aangeduid op Kaart 8 Grondwaterbeschermingsgebieden van het Provinciaal Waterplan Limburg 2016–2021, score: 4 punten;de activiteit richt zich op locaties buiten bovengenoemde voorrangsgebieden, score: 1 punt.
    - samenwerking met maximaal 2 punten, hetgeen blijkt uit een samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring met één of meerdere partijen voor minimaal de projectperiode, score: 2 punten aanwezigheid samenwerkingsdocument, score 0 punten bij afwezigheid samenwerkingsdocument.
    
    Artikel 8 Puntenmethodiek en weigeringsgronden
    Het puntentotaal per aanvraag wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek, waarbij voor de rangschikking van de subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 1.15 en artikel 2.6.5 van de Verordening de volgende wegingsfactoren gelden:
    - voor het criterium genoemd in artikel 7.a. is de wegingsfactor 2;
    - voor het criterium genoemd in artikel 7.b.1. is de wegingsfactor 3;
    - voor het criterium genoemd in artikel 7.b.2. is de wegingsfactor 3;
    - voor het criterium genoemd in artikel 7.b.3. is de wegingsfactor 3;
    - voor het criterium genoemd in artikel 7.c. is de wegingsfactor 1.
    - Het aantal te behalen punten voor het criterium uit:artikel 7 sub a bedraagt maximaal 4 (score) x 2 (wegingsfactor) = 8 punten;artikel 7 sub b bedraagt maximaal 12 (score) x 3 (wegingsfactor) = 36 punten;artikel 7 sub c bedraagt maximaal 2 (score) x 1 (wegingsfactor) = 2 punten.Een aanvraag kan maximaal 46 punten behalen.
    - Het criterium uit artikel 7 sub a dient een minimumscore van 1 punt te behalen.
    - WeigeringsgrondenProjecten dienen een minimumscore van 26 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.Op het criterium genoemd in artikel 7.a. niet een minimumscore van 1 punt wordt behaald.Op het criterium genoemd in artikel artikel 7, onderdeel b1 of b2 een 0 gescoord wordt.Een aanvraag onvolledig is en niet getoetst kan worden aan de geldende criteria.
    
    Artikel 9 Verplichting
    Aanvragers dienen bij het eerste jaarverslag de voor het project benodigde vergunningen te overleggen.
    Aanvragers die een voorschot (tussentijdse betaling) willen ontvangen kunnen daartoe een verzoek indienen op grond van artikel 1.23 (op basis van realisatie) van de Verordening.
    Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Limburg, gehouden op 13 september 2016.
    de voorzitter,
    dhr. drs. Th.J.F.M.
    Bovens
    de secretaris
    dhr. mr. A.C.J.M. de
    Kroon
    
    Toelichting
    Bij de ‘Regeling POP3: niet-productieve investeringen water’ (Non productief internationale doelen).
    Op 16 februari 2015 heeft de Europese Commissie het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014–2020 goedgekeurd. Het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) is een Europees subsidieprogramma dat gericht is op de versterking van het Nederlandse platteland. POP3 is een vervolg op POP2 en loopt van 2014–2020. POP3 wordt gefinancierd vanuit ELFPO; het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.
    Om tot subsidiëring van proje
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) bekend dat zij in hun vergadering van 5 juli 2022 het volgende besluit hebben genomen:
    Gedeputeerde Staten van Limburg,
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), in hun vergadering van 5 juli 2022 het volgende besluit vast:
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg Paragraaf 6 “niet-productieve investeringen water” voor de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw -, water - en klimaatdoelen van hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 6” van deze Verordening) onder volgende nadere regels open te stellen.
    - Het subsidieplafond bedraagt € 4.035.808 (€ 1.243.072 = 50% ELFPO-middelen en € 1.243.072 = 50% uit provinciale middelen, tezamen met € 1.549.664 100% EU).
    - Aanvragen voor subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 15 augustus 2022 vanaf 9.00 uur tot en met 30 september 2022 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 30 september 2022 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    - In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.
    - Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water”.
    - Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 15 augustus 2022 tot einde POP3 periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode.
    Gedeputeerde Staten voornoemd
    de voorzitter,
    secretaris,
    Bijlage: Nadere regels ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’
    
    Artikel 1 Begripsomschrijving
    Met “Verordening” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) van 30 maart 2021 (Provinciaal blad 2021, 2374).
    
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van de Nederlandse provincie Limburg die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw -, water - en klimaatdoelen, passend binnen het Provinciaal waterprogramma Limburg 2022-2027 www.limburg.nl/onderwerpen/water/provinciaal.
    - De subsidiabele activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:De verbetering van de waterkwaliteit en de realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW) en de Nitraatrichtlijn, zoals opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022 – 2027) vastgesteld door Provinciale Staten op 17 december 2021.Het tegengaan van wateroverlast en droogte, zoals opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022 – 2027, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 17 december 2021 en/of zoals opgenomen in het werkplan DHZ 2021-2027 voor Zuid Nederland “ Weerbaar tegen watertekort’ vastgesteld door GS op 9 maart 2021.Het dient bij de projecten te gaan om bovenwettelijke maatregelen.De uiterlijke termijn waarbinnen de projecten dienen te zijn afgerond inclusief het indienen van het vaststellingsverzoek is 1 april 2025.
    - Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor niet-productieve investeringen als bedoeld in het artikel 2.6.1 van de Verordening: herinrichting of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen met een directe link met de landbouw. Aanvragen in het stedelijk gebied (de bebouwde gebieden van steden, dorpen groter dan 30.000 inwoners en bedrijventerreinen) komen niet in aanmerking.
    
    Artikel 3 Aanvrager
    Subsidie kan worden aangevraagd door:
    - landbouwers;
    - grondeigenaren;
    - grondgebruikers;
    - landbouworganisaties;
    - natuur- en landschapsorganisaties;
    - provincies;
    - waterschappen;
    - gemeenten;
    - samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.
    
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    Gelet op het gestelde in artikel 2.6.3 van de Verordening zijn de volgende kosten subsidiabel:
    - de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - de kosten van aankoop van grond;
    - de kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van koop van tweedehands installaties en machines tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;
    - de kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;
    - de kosten van haalbaarheidsstudies;
    - de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - de kosten van projectmanagement en projectadministratie;
    - de kosten voor verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;
    - voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening.
    In aanvulling op artikel 1.12, eerste lid van de Verordening kunnen personeelskosten berekend worden overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening.
    
    Artikel 5 Hoogte subsidie
    1..
    Conform artikel 2.6.4 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    2..
    Op grond van artikel 1.3, vierde lid, aanhef en onder g van de Verordening bedraagt de subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 minimaal € 400.000,00 en maximaal € 1.549.664,00 per aanvraag.
    
    Artikel 6 Aanvraag
    1..
    Conform artikel 1.7, eerste lid, van de Verordening zal voor het projectplan het op de website Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) - Provincie Limburg beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    2..
    In aanvulling op het eerste lid dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    
    Artikel 7 selectiecriteria
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de selectiecriteria zoals beschreven in artikel 2.6.5 derde lid van de Verordening en hieronder nader weergegeven. Daarbij is gekozen voor een toepassing van individuele selectiecriteria om daarmee invulling te geven aan de wens om te komen tot integrale projecten die zowel bijdragen aan kwaliteit als aan kwantiteit en aan de onderlinge samenhang daar tussen.
    De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    - effectiviteit;
    - haalbaarheid/kans op succes;
    - efficiëntie;
    - urgentie
    
    Artikel 8 Puntenmethodiek en weigeringsgronden
    Het puntentotaal per aanvraag wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek, waarbij voor de rangschikking van de subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 1.15, artikel 15a en artikel 2.6.5 van de Verordening de volgende wegingsfactoren gelden:
    - voor het criterium effectiviteit genoemd in artikel 7.a. is de wegingsfactor 4;voor het criterium haalbaarheid/kans op succes genoemd in artikel 7.b. is de wegingsfactor 2;voor het criterium efficiency genoemd in artikel 7.c is de wegingsfactor 2;voor het criterium urgentie genoemd in artikel 7.d.. is de wegingsfactor 1.
    - Het aantal te behalen punten voor het criterium uit:artikel 7 sub a bedraagt maximaal 5 (score) x 4 (wegingsfactor) = 20 punten;artikel 7 sub b bedraagt maximaal 5 (score) x 2 (wegingsfactor) = 10 punten;artikel 7 sub c bedraagt maximaal 5 (score) x 2 (wegingsfactor) = 10 punten;artikel 7 sub d bedraagt maximaal 5 (score) x 1 (wegingsfactor) = 5 punten.
    - Gedeputeerde Staten stellen conform artikel 1.14 van de Verordening een Adviescommissie POP3 Limburg in voor de beoordeling en selectie van de projecten. Deze adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels rangschikking door het toekennen van punten op grond van bovenstaande selectiecriteria en wegingsfactoren.
    - Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, dan zal een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog altijd gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.
    - WeigeringsgrondenProjecten dienen een minimumscore van 27 (=60%) punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Indien er met toepassing van omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 27 (60%) punten wordt behaald, dan wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.Projecten dienen op het selectiecriterium genoemd in artikel 7.a, effectiviteit ten minste een score van 1 punt te behalen. Projecten die ‘0’ punten scoren worden geweigerd. Een aanvraag dient in de vastgestelde indieningsperiode volledig te worden ingediend. Indien een aanvraag onvolledig is ontvangen in de vastgestelde indieningsperiode en niet getoetst kan worden aan de geldende criteria en voorwaarden wordt de aanvraag geweigerd.
    
    Artikel 9 Bevoorschotting
    1..
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening wordt maximaal 1 keer per projectjaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    2..
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    
    Artikel 10 Uitvoeringstermijn en afronding
    De uiterlijke termijn waarbinnen de projecten dienen te zijn afgerond inclusief het indienen van het vaststellingsverzoek is 1 april 2025.
    
    Toelichting Nadere regels ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’
    Algemeen: het Limburgse waterbeleid
    In de Nederlandse provincie Limburg werken we aan de realisatie van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Om deze doelstelling te bereiken zetten we verschillende instrumenten in, waaronder de doorwerking van beleid via onder meer de provinciale verordening en voeren we samen met andere partijen als waterschap, landbouw en natuurorganisaties projecten uit.
    Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons waterbeleid te realiseren. In ons waterprogramma 2022-2027; versie vastgesteld door GS op 17 december 2021 hebben we aangegeven het subsidie instrument POP3 in te zetten ter verbetering van de grond- en oppervlaktewater kwaliteit en de kwaliteit van de bodem. Dit in combinatie met het herstel van het watersysteem en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen tegen droogte en wateroverlast.
    Deze doelen zijn in de komende jaren urgent in het landelijk gebied van Limburg. De periode 2022-2027 is de laatste periode waarin maatregelen moeten worden genomen om de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen te halen. In Limburg is al veel gebeurd op het gebied van de Kaderrichtlijn Water doelen, maar vooral op het vlak van de waterkwaliteit en met name Nutriënten en bestrijdingsmiddelen stagneert de vooruitgang.
    De recente zware wateroverlast in het Limburgse heuvelland en rond Roermond van juni 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
    Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in artikel 4:27 juncto 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), in hun vergadering van 12 oktober 2021 het volgende besluit vast:
    Openstellingsbesluit ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’ Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3).
    Gelet op artikel 1.3 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), hierna te noemen “Verordening”, besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg Paragraaf 6 “niet-productieve investeringen water” voor de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen van hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 6” van deze Verordening) onder volgende nadere regels open te stellen.
    
    - Het subsidieplafond bedraagt € 2.585.000,00 (€ 610.000,00 = 50% ELFPO-middelen en € 610.000 = 50% uit provinciale middelen, tezamen met € 1.365.000,00 100% EU).).
    - Aanvragen voor subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 12 november 2021 9.00 uur tot en met 24 december 2021 17:00 uur. Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 24 december 2021 om 17:00 uur te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
    - In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.
    - Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als “Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water”.
    - Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 12 november 2021 tot einde POP3 periode, met dien verstande dat het zijn werking behoudt op de aanvragen die gedaan zijn tijdens de openstellingsperiode.
    Gedeputeerde Staten voornoemd
    de voorzitter,
    secretaris
    dhr. drs. G.H.E.
    Derks
    
    Bijlage: Nadere regels ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’
    Artikel 1 Begripsomschrijving
    Met “Verordening” wordt bedoeld: Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3) van 30 maart 2021 (Provinciaal blad 2021, 2374).
    Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
    Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied van de Nederlandse provincie Limburg die betrekking hebben op de (her)inrichting, of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water-, en klimaatdoelen, passend binnen het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 en/of het ontwerp Provinciaal waterprogramma Limburg 2022-2027 versie GS 30 maart 2021 www.limburg.nl/onderwerpen/water/provinciaal.
    - De subsidiabele activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:De verbetering van de waterkwaliteit en de realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW) en de Nitraatrichtlijn, zoals opgenomen in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021) vastgesteld door Provinciale Staten op 11 december 2015 en of het ontwerp Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 30 maart 2021.Het tegengaan van wateroverlast en droogte, zoals opgenomen in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016 – 2021, vastgesteld door Provinciale Staten op 11 december 2015 en of het ontwerp Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027 vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 30 maart 2021 en zoals opgenomen in het werkplan DHZ 2021-2027 voor Zuid Nederland “Weerbaar tegen watertekort” vastgesteld door GS op 9 maart 2021.
    - Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor niet-productieve investeringen als bedoeld in het artikel 2.6.1 van de Verordening: herinrichting of transformatie en het beheer van het watersysteem voor landbouw-, water- en klimaatdoelen met een directe link met de landbouw.Aanvragen voor niet-productieve investeringen in het stedelijk gebied (de bebouwde gebieden van steden, dorpen groter dan 30.000 inwoners en bedrijventerreinen komen niet in aanmerking). Het dient bij de projecten te gaan om bovenwettelijke maatregelen.
    Artikel 3 Aanvrager
    Subsidie kan worden aangevraagd door:
    - landbouwers;
    - grondeigenaren;
    - grondgebruikers;
    - landbouworganisaties;
    - natuur- en landschapsorganisaties;
    - provincies;
    - waterschappen;
    - gemeenten;
    - samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.
    Artikel 4 Subsidiabele kosten
    Gelet op het gestelde in artikel 2.6.3 van de Verordening zijn de volgende kosten subsidiabel:
    - de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;
    - de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken;
    - de kosten van aankoop van grond;
    - de kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van koop van tweedehands installaties en machines tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    - de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;
    - de kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;
    - de kosten van haalbaarheidsstudies;
    - de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
    - de kosten van projectmanagement en projectadministratie;
    - de kosten voor verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;
    - voorbereidingskosten als bedoeld in artikel 1.12 lid 3 en 4 van de Verordening.
    In aanvulling op artikel 1.12, eerste lid van de Verordening kunnen personeelskosten berekend worden overeenkomstig artikel 1.9 of artikel 1.9a van de Verordening.
    Artikel 5 Hoogte subsidie
    - Conform artikel 2.6.4 van de Verordening bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten.
    - Op grond van artikel 1.3, vierde lid, aanhef en onder g van de Verordening bedraagt de subsidie voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 minimaal € 400.000,00 en maximaal € 1.365.000,00 per aanvraag.
    Artikel 6 Aanvraag
    - Conform artikel 1.7, eerste lid, van de Verordening zal voor het projectplan het op de website https://www.limburg.nl/loket/subsidies/actuele-subsidies/subsidieregelingen-0/@1837/subsidieverordening/ beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.
    - In aanvulling op het eerste lid dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).
    Artikel 7 selectiecriteria
    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en 1.15a van de Verordening voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de selectiecriteria zoals beschreven in artikel 2.6.5 derde lid van de Verordening en hieronder nader weergegeven. Daarbij is gekozen voor een toepassing van individuele selectiecriteria om daarmee invulling te geven aan de wens om te komen tot integrale projecten die zowel bijdragen aan kwaliteit als aan kwantiteit en aan de onderlinge samenhang daar tussen.
    De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
    - effectiviteit;
    - haalbaarheid/kans op succes;
    - efficiëntie;
    - urgentie.
    Artikel 8 Puntenmethodiek en weigeringsgronden
    Het puntentotaal per aanvraag wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek, waarbij voor de rangschikking van de subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 1.15, artikel 15a en artikel 2.6.5 van de Verordening de volgende wegingsfactoren gelden:
    - voor het criterium effectiviteit genoemd in artikel 7.a. is de wegingsfactor 4;voor het criterium haalbaarheid/kans op succes genoemd in artikel 7.b. is de wegingsfactor 2;voor het criterium efficiency genoemd in artikel 7.c is de wegingsfactor 2;voor het criterium urgentie genoemd in artikel 7.d.. is de wegingsfactor 1.
    - Het aantal te behalen punten voor het criterium uit:artikel 7 sub a bedraagt maximaal 5 (score) x 4 (wegingsfactor) = 20 punten;artikel 7 sub b bedraagt maximaal 5 (score) x 2 (wegingsfactor) = 10 punten;artikel 7 sub c bedraagt maximaal 5 (score) x 2 (wegingsfactor) = 10 punten;artikel 7 sub d bedraagt maximaal 5 (score) x 1 (wegingsfactor) = 5 punten.
    - Gedeputeerde Staten stellen conform artikel 1.14 van de Verordening een Adviescommissie POP3 Limburg in voor de beoordeling en selectie van de projecten. Deze adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels rangschikking door het toekennen van punten op grond van bovenstaande selectiecriteria en wegingsfactoren.
    - Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, dan zal een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog altijd gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.
    - Weigeringsgronden; projecten worden om de volgende redenen geweigerd:Projecten dienen een minimumscore van 27 (=60%) punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Indien er met toepassing van omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 27 (60%) punten wordt behaald, dan wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.Projecten dienen op het selectiecriterium genoemd in artikel 7.a, effectiviteit ten minst een score van 1 punt te behalen. Projecten die ‘0’punten scoren worden geweigerd.Een aanvraag dient in de vastgestelde indieningsperiode volledig te worden ingediend. Indien een aanvraag onvolledig is ontvangen in de vastgestelde indieningsperiode en niet getoetst kan worden aan de geldende criteria en voorwaarden wordt de aanvraag geweigerd.
    Artikel 9 Bevoorschotting
    - Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening wordt maximaal 1 keer per projectjaar een voorschot verleend op basis van realisatie.
    - In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.
    Artikel 10 Uitvoeringstermijn en afronding
    De uiterlijke termijn waarbinnen de projecten dienen te zijn afgerond inclusief het indienen van het vaststellingsverzoek is 1 april 2025.
    Toelichting Nadere regels ‘Paragraaf 6 niet-productieve investeringen water’
    Algemeen: het Limburgse waterbeleid
    In de Nederlandse provincie Limburg werken we aan de realisatie van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Om deze doelstelling te bereiken zetten we verschillende instrumenten in, waaronder de doorwerking van beleid via onder meer de provinciale verordening en voeren we samen met andere partijen als waterschap, landbouw en natuurorganisaties projecten uit.
    Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons waterbeleid te realiseren. In ons ontwerp waterprogramma 2022-2027; versie vastgesteld door GS op 30 maart 2021 hebben we aangegeven het subsidie instrument POP3 in te zetten ter verbetering van de grond- en oppervlaktewater kwaliteit en de kwaliteit van de bodem. Dit in combinatie met het herstel van het watersysteem en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen tegen droogte en wateroverlast.
    Deze doelen zijn in de komende jaren urgent in het landelijk gebied van Limburg. De periode 2022-2027 is de laatste periode waarin maatregelen moeten worden genomen om de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen te halen. In Limburg is al veel gebeurd op het gebied van de Kaderrichtlijn Water doelen, maar vooral op het vlak van de waterkwaliteit en met name Nutriënten en bestrijdingsmiddelen stagneert de vooruitgang.
    De recente zware wateroverlast in het
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.