Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Laarbeek
Gemeente Laarbeek
Eigenaren van ongewenste bebouwing in het buitengebied van gemeente Laarbeek die deze willen slopen.
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor de sloop van ongewenste bebouwing (gebouwen, glasopstanden, kelderruimten, sleufsilo's en voerplaten) in het buitengebied van gemeente Laarbeek. Subsidiebedragen variëren van €2,50 tot €15 per m² afhankelijk van het type object. Aanvragers moeten aan diverse voorwaarden voldoen, waaronder overdracht van bepaalde gronden aan BBL en het bereiken van passende bestemmingen.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van ongewenste bebouwing in het buitengebied van gemeente Laarbeek die deze willen slopen.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil mijn oude schuur in het buitengebied van Laarbeek slopen en wil daar subsidie voor krijgen
- Ik ben eigenaar van glasopstanden in het buitengebied en wil deze verwijderen met financiële ondersteuning
- Ik wil mijn bedrijfsgebouw slopen en de grond aan BBL overdragen
Voorwaarden
- Alle gebouwen, glasopstanden, kelderruimten, sleufsilo's en voerplaten op het sloopperceel moeten volledig worden verwijderd met milieuzorg
- Het sloopperceel moet worden geëgaliseerd
- Aan het sloopperceel moet een passende andere bestemming worden verleend
- Geen aanvragen om bouwvergunning mogen na indiening van subsidieaanvraag worden ingediend
- Milieuvergunningen moeten worden ingetrokken
- Bodemverontreiniging moet tot aanvaardbaar niveau worden teruggebracht
- Bepaalde gronden in de EHS moeten aan BBL worden overgedragen of aan pacht worden onttrokken
- Sloop moet plaatsvinden binnen één jaar na subsidieverlening (verlengbaar met maximaal zes maanden)
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Tender
Bronnen en actualiteit
“Indien op een sloopperceel subsidie wordt verleend voor de sloop van een of meer gebouwen als bedoeld onder b) en bovendien voor de sloop of verwijdering van een of meer van de objecten als bedoeld onder c) t/m e), dan mag de gezamenlijke subsidie voor de sloop of verwijdering van het gebouw (de gebouwen) en de andere objecten niet meer bedragen dan het aantal vierkante meters van de oppervlakte van het gebouw (de gebouwen), vermenigvuldigd met € 25,-.”
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Aanwijzing gebieden en categorieën gebouwen Artikel 3 Subsidiabele activiteit Artikel 4 Voorwaarden voor subsidie Artikel 5 Uitsluiting of vermindering van subsidie Artikel 6 Hoogte van de subsidie Artikel 7 Openstelling, subsidieplafond Artikel 8 Prioritering Artikel 9 Subsidieverlening Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 11 Subsidievaststelling Artikel 12 Bevoorschotting, intrekking en terugvordering Artikel 13 Hardheidsclausule Artikel 14 Bekendmaking en inwerkingtreding Artikel 15 Citeertitel Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR96389 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR96389/1 sluiten Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Laarbeek Geldend van 04-07-2008 t/m heden Intitulé Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Laarbeek De raad van de gemeente Laarbeek, gelet op het bepaalde in: - titel 4.2 en 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; - de artikelen 108, eerste lid, 147, eerste lid, en 149 van de Gemeentewet, - het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 juni 2008 tot vaststelling van de subsidieverordening, BESLUIT: vast te stellen de navolgende bepalingen voor de subsidiëring van de sloop van ongewenste bebouwing in het buitengebied van de gemeente: Artikel 1 Begripsbepalingen a) Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek. b) Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. c) Glasopstanden: constructie van staand glas of een staande constructie van met glas overeenkomend materiaal; voor de toepassing van deze verordening worden glasopstanden met een oppervlakte van 5.000 m² of meer buiten beschouwing gelaten. d) Kelderruimte: een geheel of gedeeltelijk beneden het maaiveld gelegen overdekte ruimte, die geheel, gedeeltelijk of niet onder een gebouw is gelegen. e) Sleufsilo’s en voerplaten: sleufsilo’s en voerplaten met één of meer rechtopstaande wanden. f) Sloopperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing aanwezig is, die de rechthebbende geheel of gedeeltelijk wenst te slopen. g) Buitengebied: het gebied buiten de op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom en buiten het gebied dat op grond van een door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk plan als toekomstig onderdeel van de bebouwde kom kan worden aangemerkt; kleine kernen, gehuchten en buurtschappen waarvoor geen bebouwde kom is vastgesteld, worden tot het buitengebied gerekend. h) Milieuvergunning: vergunning verleend krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. i) EHS: de ecologische hoofdstructuur, zoals die is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het Rijk (1990) en voortgezet in de rijksnota “Natuur voor mensen, mensen voor natuur” (2000); voor de begrenzing op detailniveau zijn de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant krachtens de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 vastgestelde Natuurgebiedsplannen voor Noord-Brabant bepalend; de beheersgebieden blijven voor de onderhavige verordening buiten beschouwing. j) BBL: het bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer. Artikel 2 Aanwijzing gebieden en categorieën gebouwen 1) Burgemeester en wethouders wijzen gedeelten van het buitengebied aan waarin zij de sloop van gebouwen en glasopstanden in het belang van natuur en landschap gewenst achten . 2) Burgemeester en wethouders kunnen tevens categorieën van gebouwen aanwijzen waarvan zij de sloop in het belang van natuur en landschap in het bijzonder gewenst achten. 3) Een aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid maken burgemeester en wethouders openbaar bekend in een of meer dagbladen, of huis-aan-huisbladen, en in het gemeenteblad. Artikel 3 Subsidiabele activiteit Burgemeester en wethouders verstrekken op aanvraag van een belanghebbende subsidie voor de gehele of gedeeltelijke sloop van gebouwen, glasopstanden, kelderruimten, sleufsilo’s en voerplaten, in de door hen op grond van artikel 2, eerste lid, aangewezen gedeelten van het buitengebied. Indien zij toepassing hebben gegeven aan artikel 2, tweede lid, dan wordt de subsidieverstrekking beperkt tot die percelen waarop de aangewezen categorieën van gebouwen voorkomen. Artikel 4 Voorwaarden voor subsidie 1) De subsidie wordt slechts volledig verstrekt indien: a) alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen, glasopstanden, kelderruimten, sleufsilo’s en voerplaten, met de bijbehorende fundamenten en de ondergrondse voorzieningen, van het sloopperceel zijn verwijderd op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel; b) aan het sloopperceel, voorzover nodig, een passende andere bestemming is verleend, dan wel de subsidieontvanger met de gemeente een overeenkomst heeft gesloten waarin is vastgelegd dat de subsidieontvanger geen bezwaar zal maken tegen het nemen van een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (artikel 3.7 van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening) of de herziening, wijziging, of vrijstelling van het ter plaatste geldende bestemmingsplan, strekkende tot het leggen van een passende andere bestemming, en in afwachting van de herziening, wijziging of vrijstelling van het bestemmingsplan geen bouwwerken zal oprichten op de betrokken kavel; c) na de indiening van het verzoek om subsidieverlening geen aanvragen om een bouwvergunning zijn ingediend en ten tijde van de indiening van het verzoek om subsidieverlening aanhangige bouwaanvragen, dan wel nog niet gebruikte bouwvergunningen, op het sloopperceel zijn ingetrokken; d) de milieuvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het sloopperceel is ingetrokken; e) bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, is teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht; f) de binnen de gemeente gelegen gronden van degene door of namens wie de subsidieaanvraag is ingediend, met uitzondering van de bij een woning op het sloopperceel behorende grond, waarvan de oppervlakte ten hoogste een hectare bedraagt, voorzover die in de EHS zijn gelegen, voorafgaand aan de subsidievaststelling in eigendom zijn overgedragen aan BBL, dan wel zijn onttrokken aan pacht (beëindiging pachtovereenkomst) voorzover deze gronden eigendom zijn van Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel; g) bij de aanvraag ten behoeve van BBL melding is gedaan van de gronden, die degene door of namens wie de subsidieaanvraag is ingediend, in eigendom heeft op het grondgebied van de gemeente. 2) Het behoud van gebouwen, dan wel het terugbouwen van gebouwen, is toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 200 m², mits er een woning aanwezig is op of bij de betrokken kavel en de afstand tot deze woning niet meer dan 25 meter bedraagt. Het behoud van gebouwen waarover het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan is eveneens toegestaan, evenals het behoud van (voormalige) bedrijfsruimten die onlosmakelijk zijn verbonden met het woonhuis en daarmee architectonisch een geheel vormen. 3) De in het eerste lid, onder g) genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de bedoelde gronden ten tijde van de subsidieverlening een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000. Artikel 5 Uitsluiting of vermindering van subsidie 1) Geen subsidie wordt verstekt indien: a) de te slopen oppervlakte minder dan 200 m²bedraagt; b) met de sloopwerkzaamheden is begonnen voordat een beschikking over de verlening van subsidie is verzonden aan de aanvrager; onder het beginnen met de uitvoering wordt mede verstaan het aangaan van verplichtingen betreffende de uitvoering van de sloopwerkzaamheden; c) het sloopperceel is aangekocht door of in eigendom is van een overheidslichaam; d) op het sloopperceel woningbouw is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (artikel 3.1 nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening), of volgens een geldend besluit als bedoeld in artikel 19 van deze wet (artikel 3.10 nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening); e) de te slopen gebouwen zijn ingebracht bij een verzoek om provinciale planologische medewerking aan een ruimte voor ruimtewoning, of een verbeterproject in het buitengebied, als bedoeld in paragraaf 3.6.2 van het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in balans” en op het verzoek positief is beslist door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; f) de te slopen gebouwen plaats maken voor een nieuw landgoed of een nieuwe buitenplaats waaraan op de voet van de in het vorige onderdeel genoemde paragraaf van het Streekplan Noord-Brabant 2002 planologische medewerking is verleend door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; g) de oppervlakte van de in eigendom van de subsidieaanvrager zijnde gronden binnen de gemeente, voorzover deze in de EHS liggen, na de datum waarop deze verordening wordt bekendgemaakt, anders dan door eigendomsoverdracht aan BBL, Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie is verkleind, tenzij voor het gedeelte waarmee de oppervlakte is verkleind ten tijde van de subsidieverlening op grond van de onderhavige verordening een beheers- of inrichtingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000. 2) Indien voor de betrokken sloopactiviteiten eveneens subsidie wordt verstrekt door een of meer andere partijen wordt op grond van deze verordening slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend, dat de som van de subsidie en de andere geldelijke bijdrage(n) niet meer bedraagt dan het op grond van artikel 6 vast te stellen bedrag. Artikel 6 Hoogte van de subsidie 1)De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van de te slopen of te verwijderen objecten, als volgt: Te slopen of te verwijderen object Subsidiebedrag per m²2 a) Glasopstanden € 3,- b) Gebouw, niet zijnde glasopstanden € 15,- c) Asbestplaten € 7,50 d) Kelderruimte € 2,50 e) Sleufsilo’s en voerplaten € 3,- 2)Indien op een sloopperceel subsidie wordt verleend voor de sloop van een of meer gebouwen als bedoeld onder b) en bovendien voor de sloop of verwijdering van een of meer van de objecten als bedoeld onder c) t/m e), dan mag de gezamenlijke subsidie voor de sloop of verwijdering van het gebouw (de gebouwen) en de andere objecten niet meer bedragen dan het aantal vierkante meters van de oppervlakte van het gebouw (de gebouwen), vermenigvuldigd met € 25,-. Artikel 7 Openstelling, subsidieplafond 1) Burgemeester en wethouders stellen de periode vast waarin een subsidie als bedoeld in artikel 3 kan worden aangevraagd; zij bepalen gelijktijdig de hoogte van het subsidieplafond dat zij voor deze aanvraagperiode hanteren. 2) Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een of meer vervolgperioden aan te wijzen, waarbij zij telkens gelijktijdig het subsidieplafond aangeven en afwijkende subsidiebedragen kunnen vaststellen. 3) De openstelling, het subsi […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.