Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023
Gemeente Laarbeek
Voor kindercentra (houders) die reguliere peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2,5 tot 4 jaar in gemeente Laarbeek.
Ook bekend als VVE-regeling Laarbeek, Peuteropvang Laarbeek 2023
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kindercentra die reguliere peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aanbieden in gemeente Laarbeek. De gemeente subsidieert de kosten voor peuters van 2,5 tot 4 jaar, met differentiatie naar doelgroeppeuters en ouders met/zonder recht op kinderopvangtoeslag (KOT). Subsidiebedragen variëren jaarlijks op basis van werkelijk aantal bezette plaatsen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kindercentra (houders) die reguliere peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie aanbieden aan peuters van 2,5 tot 4 jaar in gemeente Laarbeek.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor peuteropvang en VVE in Laarbeek
- Bekostiging van kindercentra voor doelgroeppeuters
- Financiering van voorschoolse educatie voor peuters
Voorwaarden
- Kindercentrum moet zijn ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Houder dient jaarlijks vóór 1 september subsidieaanvraag in
- Reguliere peuterplaats: minimaal 2 dagdelen per week, maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar
- Doelgroeppeuterplaats: minimaal 4 dagdelen per week, maximaal 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar
- Houder geeft voorrang aan doelgroeppeuters
- Jaarlijkse subsidieverantwoording vóór 1 april vereist
- Subsidie wordt naar rato verstrekt bij niet-volledig jaar bezetting
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2023
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Doel Artikel 3. Reikwijdte Artikel 4. Subsidieaanvrager Artikel 5. Grondslag subsidie reguliere peuterplaats en doelgroeppeuterplaats Artikel 6. Subsidievoorwaarden Artikel 7. Bekostiging Artikel 8. Inkomensafhankelijke ouderbijdrage en inkomensverklaring Artikel 9. Maximumuurtarief Artikel 10. Kostendekkende uurprijs Artikel 11. Subsidieplafond Artikel 12. Subsidieaanvraag en subsidieverlening Artikel 13. Subsidieverantwoording en subsidievaststelling Artikel 14. Bevoorschotting en betaling Artikel 15. Weigeringsgronden Artikel 16. Aanvullende bevoegdheid Artikel 17. Hardheidsclausule Artikel 18. Inwerkingtreding en overgangsbepaling Artikel 18. Slotbepalingen Ondertekening Bijlage 1: Beleidsplan regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR690778 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR690778/1 sluiten Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023 Geldend van 11-01-2023 t/m heden Intitulé Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; gelet op artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 159 en 160 Wet op het Primair Onderwijs; gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Laarbeek 2021; gelet op het Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022; gelet op het Beleidsplan regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023. Besluit: vast te stellen Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023. Artikel 1. Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: • Algemene Subsidieverordening: De Algemene subsidieverordening gemeente Laarbeek 2021; • College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; • Gemeente: Gemeente Laarbeek; • Houder: Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; • Landelijk Register Kinderopvang (LRK): Register waarin kindercentra zijn opgenomen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving; • Kindercentrum: Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang en welke is ingeschreven in het LRK; • Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot 4 jaar; • Ouder(s): Ouder(s)/verzorger(s) van de peuter die woonachtig is in de gemeente Laarbeek; • Peuter: bij de gemeente Laarbeek in het Basisregistratie Personen ingeschreven kind van 2,5 tot 4 jaar; • Subsidie: Subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, inhoudende de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; • Kinderopvangtoeslag (KOT): Tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd aan ouders conform de regels van de Belastingdienst, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kindercentrum; • Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor doelgroeppeuters waarin op gestructureerde wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van doelgroeppeuters op het gebied van de 4 ontwikkelings-domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; • de gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor het faciliteren van Voorschoolse Educatie (VE) voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar, daarover gaat deze regeling; • Peutergroep: Een groep bestaande uit maximaal 16 peuters die door een combinatie van gemeentesubsidie, ouderbijdrage en KOT wordt gefinancierd. De groep bestaat uit zowel peuters met als zonder VVE-indicatie; • Doelgroeppeuter: Een kind, woonachtig in de gemeente Laarbeek in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, die op VVE-indicatie van het consultatiebureau in aanmerking komt voor een doelgroeppeuterplaats; • Doelgroeppeuterplaats: Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar van (maximaal) 16 uur per week verdeeld gedurende 40 weken per jaar; • Reguliere peuterplaats: Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor peuters, zonder indicatie doelgroeppeuter, van 2,5 tot 4 jaar van (maximaal) 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar; • Kostendekkende uurprijs: Dit is de uurprijs die de gemeente betaalt aan de houder voor een uur regulier peuterwerk en VVE. • Adviestabel VNG: Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG voor het betreffende jaar, zoals jaarlijks gepubliceerd op de website van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten); • Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: Financiële bijdrage die de ouders moeten betalen voor de afname van een reguliere peuterplaats en doelgroeppeuterplaats conform de adviestabel VNG; Artikel 2. Doel Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van een toegankelijk, kwaliteitsvol en dekkend aanbod van regulier peuterwerk en voorschoolse educatie in de gemeente Laarbeek zodat er binnen de gemeente gelijke en optimale ontwikkelkansen voor kinderen zijn. Artikel 3. Reikwijdte Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op subsidies die door het college worden verstrekt voor reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen. Artikel 4. Subsidieaanvrager De subsidie wordt aangevraagd door de houder van het kindercentrum die is gevestigd in de gemeente en opgenomen in het LRK als VVE-locatie. Artikel 5. Grondslag subsidie reguliere peuterplaats en doelgroeppeuterplaats 1. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het werkelijk aantal peuters in de volgende categorieën: 1. Peuters van ouders met recht op KOT, regulier, 2. Peuters van ouders met recht op KOT, doelgroep, 3. Peuters van ouders zonder recht op KOT, regulier, en 4. Peuters van ouders zonder recht op KOT, doelgroep. artikel 7 licht de bekostiging per categorie toe. 2. De subsidie wordt verleend voor het tijdvak van een kalenderjaar. 3. De houder geeft bij plaatsing voorrang aan doelgroeppeuters. 4. Voor een reguliere peuterplaats geldt een verplichting van deelname van 2 dagdelen per week. Bij een doelgroeppeuterplaats geldt een verplichting van deelname van 4 dagdelen per week. Indien de peuter de reguliere peuterplaats of doelgroeppeuter-plaats niet het gehele jaar bezet, wordt de subsidie naar rato verstrekt. 5. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter, om welke reden dan ook, de voorschoolse voorziening verlaat. Artikel 6. Subsidievoorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de houder aan de volgende subsidievoorwaarden te voldoen: a. De houder voldoet aan de kwaliteitseisen vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse voorzieningen en aan de wettelijke eisen voor voorzieningen met een VVE aanbod; b. De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van het jonge kind; c. Het VVE-programma is doelgericht en besteedt aandacht aan de vier ontwikkelings-domeinen: Nederlandse taalontwikkeling, reken-/denkontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en psychomotorische ontwikkeling; d. De houder maakt gebruik van een instrument/kindvolgsysteem waarmee de brede ontwikkeling van peuters wordt gevolgd. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs; e. De houder zet een pedagogisch beleidsmedewerker VVE (vanaf 1 januari 2022) volgens de urennorm in; f. De aanbieder zorgt voor een warme overdracht van de doelgroeppeuter VVE naar de basisschool; g. De houder neemt deel aan de werkgroep VVE op initiatief van de gemeente; h. Partijen verstrekken jaarlijks gegevens aan de gemeente voor de VVE-monitor en de uitkomsten van de resultaatafspraken ter verantwoording van dat jaar; i. De houder verstrekt 2 keer per jaar, per teldatum 1 oktober en 1 april, een overzicht van het aantal peuters dat deelneemt aan het reguliere peuterwerk en VVE. Voor het overzicht wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gesteld format; j. De houder dient een registratie bij te houden. Deze registratie omvat gegevens met betrekking tot de peuter en ouders: a. een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders; b. bewijs geen recht op KOT; c. naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft; d. indien het gaat om een doelgroeppeuterplaats, een bewijs van indicatiestelling VVE van het consultatiebureau. De houder kan deze gegevens indien gewenst binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente; k. De houder verleent medewerking aan een (on)aangekondigde controle van het college, Inspectie van het Onderwijs en de GGD. De controle kan gericht zijn op het toetsen van de kwaliteit van de voorschoolse voorziening als ook op de inhoud en de juistheid van de gegevens conform lid j; l. De houder komt in aanmerking voor subsidie wanneer er door de houder, op basis van de bij de aanvraag overlegde gegevens zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, een of meer VVE-groepen, met 13 tot en met 16 peuters, waarvan 5 tot en met 8 doelgroeppeuters, gerealiseerd worden. Wanneer een VE-houder zelf de doelgroep-peuters wil verspreiden op de groepen, dan is de voorwaarde dat de VE-kwaliteit voor alle groepen wordt gegarandeerd. De bekostiging verandert hiermee niet. m. De voorwaarde zoals bedoeld in artikel 6, onder l, geldt niet indien de houder de enige VVE-aanbieder in een dorpskern is. Artikel 7. Bekostiging De gemeente subsidieert voor de volgende type peuter/ ouder per VE-groep: Type peuters/ouders Berekening eerste 8 uur (toegang) Berekening eerste 8 uur (kwaliteit VE) Berekening tweede 8 uur (toegang én kwaliteit VE) Toelichting 1. Peuters van ouders met recht op KOT, regulier n.v.t. 320 uur x €1,50* n.v.t. De gemeente betaalt voor kwaliteit VE voor de eerste 8 uur, want de ouders betalen zelf een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor toegang VE. 2. Peuters van ouders met recht op KOT, doelgroep n.v.t. 320 uur x €1,50* OF €2,42** 320 uur x (€8,97*** + €1,50*) De gemeente betaalt voor de eerste 8 uur alleen voor kwaliteit VE, want ouders betalen zelf een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor toegang VE. Voor toegang en kwaliteit VE van tweede 8 uur betaalt de gemeente alles ('gratis'). 3. Peuters van ouders zonder recht op KOT, regulier 320 uur x €8,97*** (minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage 320 uur x €1,50* n.v.t. De gemeente betaalt mee aan toegang en kwaliteit VE voor de eerste 8 uur. 4. Peuters van ouders zonder recht op KOT, doelgroep 320 uur x €8,97*** (minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage) 320 uur x €1,50 *OF €2,42** 320 uur x (€8,97***+ €1,50* OF €2,42**) De gemeente betaalt mee aan toegang en kwaliteit VE voor de eerste 8 uur. Voor toegang en kwaliteit VE van tweede 8 uur betaalt de gemeente alles ('gratis'). *€1,50: dit is de gemeentelijke ‘plus’ voor een uur ‘basiskwaliteit VE’ voor doelgroeppeuters die in een VE-groep zitten met 0 tot 4 doelgroeppeuters en voor reguliere peuters. Dit bedrag geldt voor 2023 en kan jaarlijks iets afwijken. **€2,42: dit is de gemeentelijke ‘plus’ voor een uur ‘e […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.