Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn
Gemeente Hoorn
Voor peuters en doelgroeppeuters (op indicatie van JGZ) die gebruikmaken van peuteropvang en VVE bij geregistreerde kinderopvanglocaties in gemeente Hoorn, en voor houders van deze locaties.
Ook bekend als VVE-regeling Hoorn, Peuterspeelzaalwerk Hoorn
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in gemeente Hoorn. Gericht op peuters en doelgroeppeuters (op indicatie van JGZ) bij geregistreerde kinderopvanglocaties. Subsidie wordt verstrekt aan houders van peuteropvanglocaties volgens vastgestelde verdeelcriteria.
Voor wie is het bedoeld?
Voor peuters en doelgroeppeuters (op indicatie van JGZ) die gebruikmaken van peuteropvang en VVE bij geregistreerde kinderopvanglocaties in gemeente Hoorn, en voor houders van deze locaties.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil subsidie aanvragen voor peuteropvang in Hoorn
- Ik ben houder van een kinderopvanglocatie en wil subsidie voor VVE-plaatsen
- Ik zoek informatie over verdeelcriteria voor peuteropvangsubsidie
Voorwaarden
- Kinderopvanglocatie moet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRKP)
- VVE-programma moet erkend zijn en opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut
- Doelgroeppeuters moeten op indicatie van JGZ in aanmerking komen
- Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag kunnen in aanmerking komen voor gemeentelijke subsidie
- Subsidieaanvraag moet compleet en tijdig worden ingediend
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling Artikel 3 De subsidieaanvraag Artikel 4 De grondslag voor de subsidie Artikel 5 Subsidieplafond Artikel 6 Weigeringsgronden Artikel 7 Verlening van de subsidie Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder Artikel 9 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de inhoud Artikel 10 Aanvraag vaststelling subsidie Artikel 11 Vaststelling van de subsidie Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel BIJLAGE Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR637334 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR637334/1 sluiten Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Geldend van 19-02-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2020 Intitulé Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Zaaknummer: 1728259 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, - gelezen het voorstel van 30 september 2019, kenmerk, 1729259 - gelet op titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Hoorn 2015; besluit vast te stellen de Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Artikel 1 Begripsomschrijvingen BSN het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP); doelgroeppeuters peuters die in aanmerking komen voor VVE, op indicatie van JGZ; gemeente de gemeente Hoorn; houder degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en met die onderneming een peuteropvanglocatie exploiteert die staat vermeld in het LRK(P); inkomensverklaring een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s) in een bepaald belastingjaar kinderopvang het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; kinderopvangtoeslag de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK(P) geregistreerde kinderopvang; LRK(P): Landelijk Register Kinderopvang (Peuterspeelzalen); het register waarin kinderopvangvoorzieningen (en peuterspeelzalen: tot 1 januari 2018) zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; ouderbijdrage inkomensafhankelijke vergoeding die de ouders betalen aan de aanbieder; ouders ouder(s) of verzorger(s) van de peuter; peuteropvanglocatie voorschoolse voorziening met uitsluitend peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen; peuterplaats plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt op 2 verschillende dagen in totaal 8 uur per week, dat wil zeggen gedurende 40 weken 320 uur per jaar gebruik van de peuterplaats; Subsidieverordening de Algemene subsidieverordening gemeente Hoorn; voorschoolse voorziening kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK(P) als VVE-gecertificeerd binnen de gemeente Hoorn; VVE voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; VVE-jaarbedrag een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden voor een doelgroeppeuter; VVE-peuterplaats plaats voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt. De doelgroeppeuter gebruikt op minimaal 3 verschillende dagen voor totaal 16 uur per week, dat wil zeggen 960 uur per anderhalf jaar de VVE-peuterplaats; VVE-programma een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling Deze regeling is van toepassing op alle subsidies die het college verstrekt voor de deelname van peuters aan peuteropvang en doelgroeppeuters aan VVE. Artikel 3 De subsidieaanvraag In afwijking van artikel 5 en 6 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hoorn gelden de volgende verplichtingen: 1. Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend schriftelijk voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, worden ingediend door houders die vanaf 1 januari 2018 met een kinderdagverblijf staan vermeld in Hoorn in het LRK(P). Voor een aanvraag voor subsidie voor het uitvoeren van VVE geldt dat houders voor die locatie tevens een toekenning “Voorschoolse educatie” in het LRK(P) moeten hebben. 2. De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen. 3. a. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format. b. De aanvrager verstrekt de benodigde aanvullende documenten, zoals op het in artikel 3 lid a bedoelde format is aangegeven. Artikel 4 De grondslag voor de subsidie 1. Het college stelt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het maximum uurtarief per (VVE-)peuterplaats en het VVE-jaarbedrag vast. 2. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Deze is gebaseerd op het maximum uurtarief en de (gecomprimeerde) tabel van de kinderopvangtoeslag. 3. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het gemiddeld aantal uren dat deze peuters per maand gebruik hebben gemaakt van de peuteropvang. 4. Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen: a. per bezette peuterplaats en bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 8 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; b. per bezette VVE-peuterplaats 8 uur per week, maal het vastgestelde uurtarief; c. per geplaatste doelgroeppeuter in de dagopvang, aanvullend 11,5 uren per week vermenigvuldigd met het door de houder gehanteerde uurtarief, maar maximaal het door het college vastgestelde maximumuurtarief, indien een peuter aantoonbaar slechts twee dagen gebruik maakt van de dagopvang; d. per doelgroeppeuter een VVE-jaarbedrag. Indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt dit bedrag naar rato verstrekt. 5. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. Artikel 5 Subsidieplafond Het college stelt voor deze verdeelregels een subsidieplafond vast. De subsidieverlening voor (VVE) peuterplaatsen geschiedt volgens verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit: I. Aanvragen van houders voor een locatie waarvoor deze houder in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar subsidie heeft ontvangen, voor maximaal het totaal aantal peuters dat op 1 oktober in het voorafgaande jaar geplaatst was. II. Aanvragen voor locaties, waarvoor houders in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie hebben ontvangen en waarvan de betreffende locatie op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar als kinderdagverblijf in het LRKP was opgenomen. Deze aanvragen worden als volgt geprioriteerd: • Locaties met een aantoonbare samenwerking met een basisschool, op volgorde van hoogste verhouding gewichtenleerlingen/totaal leerlingen (meest recente definitieve databestand DUO) III. Aanvragen voor locaties van houders die in het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar geen gemeentelijke subsidie peuterspeelzaalwerk hebben ontvangen en waarvan de betreffende locatie op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar nog niet als kinderdagverblijf in het LRKP was opgenomen. Deze aanvragen worden als volgt geprioriteerd: • Locaties met een aantoonbare samenwerking met een basisschool op volgorde van hoogste verhouding gewichtenleerlingen/totaal leerlingen (meest recente definitieve databestand DUO) Indien aanvragen een gelijke prioriteit krijgen, maar niet beide binnen het subsidieplafond passen, wordt het resterende budget gelijk verdeeld over de betreffende aanvragen. Artikel 6 Weigeringsgronden Onverminderd de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in deze regeling, kan de subsidie worden geweigerd indien: a. voor één van Hoornse locaties van de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod van kracht is of wordt; b. het uurtarief voor ouders die een beroep doen op kinderopvangtoeslag hoger is dan het uurtarief dat door het college is vastgesteld als maximum tarief voor te subsidiëren peuterplaatsen. Artikel 7 Verlening van de subsidie De beschikking van de subsidieverlening voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en de VVE-jaarbedragen bevat in ieder geval: a. de soort opvang waarvoor de subsidie wordt gegeven; b. de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven; c. de verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen; d. de wijze waarop de subsidie wordt betaald; e. de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld. Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen: a. de houder werkt mee aan uitvoering gemeentelijk beleid, nader verwoord in ‘Kadernota Jeugd Kind- en Gezinsvriendelijk Hoorn 2013-2017’’ b. er is sprake van een aantoonbare samenwerking met CJG voor werving en toeleiding van doelgroeppeuters; c. de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; d. de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Hoorn voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; e. de houder past een door het college vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage toe voor die ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; f. voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij eenoudergezin van de ouder. Deze inkomensverklaringen dienen jaarlijks door de ouders opnieuw te worden overlegd. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing; g. de houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties; h. de houder overlegt de verantwoording van de subsidie voor 1 juni volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de eindverantwoording wordt gebruik g […tekst ingekort]
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling Artikel 3 De subsidieaanvraag Artikel 4 De grondslag voor de subsidie Artikel 5 Subsidieplafond Artikel 6 Weigeringsgronden Artikel 7 Verlening van de subsidie Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder Artikel 9 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de inhoud Artikel 10 Aanvraag vaststelling subsidie Artikel 11 Vaststelling van de subsidie Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel BIJLAGE Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag Ondertekening Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR694434 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR694434/1 sluiten Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Geldend van 06-04-2023 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2023 Intitulé Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Zaaknummer: 2027942 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, • gelezen het voorstel van 14 maart 2023, kenmerk, 2027942 • gelet op titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Hoorn 2015; besluit vast te stellen de Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Hoorn Artikel 1 Begripsomschrijvingen BSN: het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP); Doelgroeppeuters: peuters van 2,5 tot 4 jaar, woonachtig in de gemeente Hoorn, die in aanmerking komen voor VVE, op indicatie van GGD Hollands Noorden; Houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en met die onderneming een peuteropvanglocatie exploiteert die staat vermeld in het LRK; Inkomensverklaring: een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouder(s)/verzorger(s) in een bepaald belastingjaar Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK(P) geregistreerde kinderopvang; LRK: het Landelijk Register Kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op Kinderopvang; Ouders: ouder(s) of verzorger(s) van de peuter; Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke vergoeding die de ouders betalen aan de aanbieder; Peuteropvanglocatie: voorschoolse voorziening met uitsluitend peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen; Peuterplaats: plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt op 2 verschillende dagen in totaal 8 uur per week, dat wil zeggen gedurende 40 weken 320 uur per jaar gebruik van de peuterplaats; Subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening 2015 gemeente Hoorn; VNG Adviestabel: een jaarlijks door het college opgesteld overzicht van de ouderbijdrage per inkomensgroep op basis van de VNG adviestabel ouderbijdrage Voorschoolse voorziening: kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRK als VVE-gecertificeerd binnen de gemeente Hoorn; VVE: voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; VVE-jaarbedrag: een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden voor een doelgroeppeuter; VVE-peuterplaats: plaats voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt. De doelgroeppeuter gebruikt op minimaal 3 verschillende dagen voor totaal 16 uur per week, dat wil zeggen 960 uur per anderhalf jaar de VVE-peuterplaats; VVE-programma: een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Artikel 2 Toepassingsbereik subsidieregeling Deze regeling is van toepassing op alle subsidies die het college verstrekt voor de deelname van peuters aan peuteropvang en doelgroeppeuters aan VVE. Artikel 3 De subsidieaanvraag In afwijking van artikel 5 en 6 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hoorn gelden de volgende verplichtingen: 1. Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend schriftelijk voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, worden ingediend door houders die met een kinderdagverblijf staan vermeld in Hoorn in het LRK. Voor een aanvraag voor subsidie voor het uitvoeren van VVE geldt dat houders voor die locatie tevens een toekenning “Voorschoolse educatie” in het LRK moeten hebben. 2. De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen. 3. a. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format. b. De aanvrager verstrekt de benodigde aanvullende documenten, zoals op het in artikel 3 lid a bedoelde format is aangegeven. Artikel 4 De grondslag voor de subsidie 1. Het college stelt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar het maximum uurtarief per (VVE-)peuterplaats en het VVE-jaarbedrag vast. 2. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op de VNG adviestabel. 3. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het gemiddeld aantal uren dat deze peuters per maand gebruik hebben gemaakt van de peuteropvang. 4. Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen: a. per bezette peuterplaats en bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 8 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; b. per bezette peuterplaats en bezette VVE-peuterplaats voor ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag: 8 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de wettelijk vastgestelde hoogte van de kinderopvangtoeslag (koptarief); c. per bezette VVE-peuterplaats: 8 uur per week, maal het vastgestelde uurtarief; d. per geplaatste doelgroeppeuter in de dagopvang, aanvullend 11,5 uren per week vermenigvuldigd met het door de houder gehanteerde uurtarief, maar maximaal het door het college vastgestelde maximumuurtarief, indien een peuter aantoonbaar slechts twee dagen gebruik maakt van de dagopvang; e. per doelgroeppeuter een VVE-jaarbedrag. Indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt dit bedrag naar rato verstrekt. 5. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. Artikel 5 Subsidieplafond 1. Artikel 4 van de Algemene subsidieverordening gemeente Hoorn 2015 is van overeenkomstige toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid zal er bij het bereiken van de subsidieplafonds geen verlaging van de subsidie aan houders plaatsvinden, aangezien peuteropvang en VVE kindgebonden subsidiering betreffen. Artikel 6 Weigeringsgronden Onverminderd de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in deze regeling, kan de subsidie worden geweigerd indien: a. voor één van Hoornse locaties van de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod van kracht is of wordt; b. het uurtarief voor ouders die een beroep doen op kinderopvangtoeslag hoger is dan het uurtarief dat door het college is vastgesteld als maximum tarief voor te subsidiëren peuterplaatsen. Artikel 7 Verlening van de subsidie De beschikking van de subsidieverlening voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en de VVE-jaarbedragen bevat in ieder geval: a. de soort opvang waarvoor de subsidie wordt gegeven; b. de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven; c. de verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen; d. de wijze waarop de subsidie wordt betaald; e. de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld. Artikel 8 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder Na de subsidieverlening dient de houder te voldoen aan de navolgende verplichtingen: a. de houder werkt mee aan uitvoering gemeentelijk beleid op het terrein van voorschoolse educatie; b. er is sprake van een aantoonbare samenwerking met GGD Hollands Noorden voor werving en toeleiding van doelgroeppeuters; c. de houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; d. de houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Hoorn voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen; e. de houder past de door het college vastgestelde VNG Adviestabel toe voor die ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; f. voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij eenoudergezin van de ouder. Deze inkomensverklaringen dienen jaarlijks door de ouders opnieuw te worden overlegd. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing; g. de houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties; h. de houder overlegt de verantwoording van de subsidie voor 1 juni volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit. Voor de eindverantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld format; i. de houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn; j. onverminderd de bepalingen in de Subsidieverordening beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan het college. Het gaat daarbij onder meer om: I. een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders; II. naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; III. een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; IV. inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar; V. indien het gaat om een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van de GGD Hollands Noorden. Artikel 9 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de inhoud Het aanbod voldoet […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.