Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum 2026

Gemeente Hilversum

Houders van voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzalen en kinderdagverblijven) met VE-registratie in het Landelijk Register Kinderopvang die voorschoolse educatie aanbieden voor peuters van 2 tot 4 jaar, met name doelgroeppeuters met een VVE-indicatie.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor houders van voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzalen en kinderdagverblijven met VE-registratie) in Hilversum. Doel is het bieden van kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang met voorschoolse educatie voor peuters van 2 tot 4 jaar, met focus op doelgroeppeuters met risico op achterstand. Subsidie omvat ondersteuning van ouderbijdragen en aanvullende kosten voor pedagogisch begeleiding en scholing.

Voor wie is het bedoeld?

Houders van voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzalen en kinderdagverblijven) met VE-registratie in het Landelijk Register Kinderopvang die voorschoolse educatie aanbieden voor peuters van 2 tot 4 jaar, met name doelgroeppeuters met een VVE-indicatie.

Kinderopvangorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie aanvragen voor mijn peuterspeelzaal met voorschoolse educatie
  • Ik zoek financiering voor pedagogische begeleiding in mijn kinderdagverblijf
  • Ik wil scholingskosten voor medewerkers voorschoolse educatie gesubsidieerd krijgen

Voorwaarden

  • Houder moet zijn opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) met VE-registratie
  • Voorziening moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen voor kinderopvang
  • Voor doelgroeppeuters is een VVE-indicatie van JGGV van GGD Gooi- en Vechtstreek vereist
  • Aanvraag moet compleet en tijdig worden ingediend
  • Verantwoording moet plaatsvinden via de Peutermonitor met gedetailleerde kwantitatieve gegevens per peuter per maand
  • Voor pedagogisch begeleiding geldt een uurtarief van €58,09 per uur per doelgroeppeuter (2026) voor 10 uur inzet per doelgroeppeuter jaarlijks
  • Scholingskosten voor vaste medewerkers moeten conform wettelijke vereisten voor kwaliteit beroepskrachten VE zijn

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangorganisatie
Uw sector/SBI valt onder: 8710
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Hilversum.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2026
    
    B en W besluit
    Burgemeester en wethouders van Hilversum,
    Gelet op het voorstel “Vaststellen Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2026” met kenmerk 1860157
    Overwegende dat:
    • het College van Hilversum ernaar streeft alle kinderen een goede start te bieden om hun volledige potentieel in het onderwijs te kunnen bereiken.
    • hiervoor een kwalitatief hoog aanbod van voorschoolse educatie (VE) voor alle (doelgroep) peuters tussen de 2 en 4 jaar in haar gemeente wenselijk is
    • het College dient te zorgen voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie voor peuters
    Gelet op:
    • Titel 4.2 en 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
    • Artikel 3, lid 3 van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021;
    • Beleidsregel Subsidieverstrekking Hilversum;
    • Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum;
    • Beleidsregel Subsidieverstrekking Hilversum;
    • Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum;
    • Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2022, gemeente Hilversum;
    • Artikel 166 Wet op Primair Onderwijs
    • Wet Kinderopvang
    • Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang
    • Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
    • Hilversumse Educatieve Agenda (HEA)
    Besluiten
    1. De “Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum 2026” vast te stellen;
    Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum 2026
    Artikel 1. Begripsomschrijvingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    a) ASV: Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021.
    b) Awb: Algemene wet bestuursrecht.
    c) College: Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum.
    d) Doelgroep peuter: een peuter in de leeftijd van 2 jaar tot het moment waarop hij/zij uitstroomt naar de basisschool, met een risico op een achterstand op het gebied van taal en ontwikkeling die in aanmerking komt voor voorschoolse educatie en als zodanig door Jeugd en Gezin van GGD Gooi- en Vechtstreek (JGGV) is geïndiceerd.
    e) Doorgaande lijn: van een doorgaande lijn in het kader van voor- en vroegschoolse educatie is sprake, indien een kind in de voorschoolse voorziening voorschoolse educatie volgt en daarna vroegschoolse educatie op de basisschool in groep 1-2.
    f) Gemeente: de gemeente Hilversum.
    g) Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) is opgenomen als kinderdagverblijf met VE-registratie.
    h) Inkomensverklaring: De Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI) (voorheen IB60-verklaring genoemd). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens van de ouders over een bepaald belastingjaar.
    i) Kinderdagverblijf: Locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuterspeelzaalwerk voor 2 tot 4-jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen.
    j) Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.
    k) Kinderopvangtoeslag (KOT): De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderdagverblijf.
    l) Koptarief: De kosten die het maximaal uurtarief voor de kinderopvang, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst, overschrijden. Dit is het verschil tussen het maximum uurtarief en het subsidiabel uurtarief.
    m) LRK: Het Landelijk Register Kinderopvang als bedoeld in de wet kinderopvang
    n) Maximum uurtarief: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief voor kinderopvang, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit Kinderopvangtoeslag.
    o) Subsidiabel uurtarief: maximum uurtarief + koptarief.
    p) Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder(s)/verzorger(s) aan de houder moet(en) betalen voor de deelname van hun kind aan de voorschoolse educatie (reguliere plek of VE-plek).
    q) Ouderbijdragetabel: een door het College vastgesteld overzicht van de ouderbijdrage peuteropvang per inkomensgroep. Deze wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de VNG-adviestabel ouderbijdragen peuteropvang.
    r) Ouder: de juridische ouder of wettelijk verzorger van de peuter.
    s) Overdrachtsformulier: het formulier dat door de houder wordt gebruikt om informatie, die is opgenomen in het kind volgsysteem, over te dragen aan de basisschool.
    t) Peuter: een kind van 2 jaar tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat.
    u) Peuteropvang (“peuterspeelzalen’’): aparte voorschoolse voorziening voor de opvang van (doelgroep)peuters, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. De opvang voldoet aan de wettelijke eisen voor kinderopvang en heeft een registratie voorschoolse educatie in het LRK.
    v) Voorschoolse voorziening: peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK.
    w) VVE-indicatie: indicatie van JGGV van GGD Gooi- en Vechtstreek die recht geeft op voor- en vroegschoolse educatie.
    x) VE-registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de houder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VE.
    y) Voorschoolse educatie (VE): peuteropvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een erkend VE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal emotionele ontwikkeling.
    Artikel 2. Doel van de subsidieregeling
    Het doel van de subsidieregeling is het bieden van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang met voorschoolse educatie in de gemeente Hilversum, zodat er gelijke en optimale ontwikkelkansen zijn voor alle peuters in de leeftijd van 2 jaar tot het moment dat zij uitstromen naar het basisonderwijs. Daarbij mag er voor ouders van (doelgroep) peuters geen financiële belemmering zijn voor deelname indien zij geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
    Artikel 3. Doelgroep
    1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan houders van voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK voor deelname aan de peuteropvang van:
    a) Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag;
    b) Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
    c) Doelgroep peuters waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag;
    d) Doelgroep peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
    Artikel 4. Eisen aan de aanvrager
    1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan houders van voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK.
    Artikel 5. Hoogte van de subsidie voorschoolse educatie
    1. Het College stelt jaarlijks het subsidiabele uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van:
    a) Het maximum uurtarief voor de kinderopvang zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. Het maximum uurtarief voor 2026 is : € 11,23.
    b) Een opslag per uur (het koptarief) voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door de gemeente Hilversum gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen. Het koptarief voor 2026 is € 2,13. Op dit tarief vindt geen automatische indexering plaats.
    c) Het aantal te subsidiëren uren per (doelgroep) peuter.
    d) De percentages per uur peuteropvang die voor eigen rekening ouders komen conform de VNG adviestabel ouderbijdragen peuteropvang 2026.
    2. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een minimum van 960 uur gedurende anderhalf jaar waarin de peuter tussen de 2,5-4 jaar is.
    3. De hoogte van de subsidie is het aantal uur dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 16 uur per week verspreid over maximaal 2 jaar voor 1280 uur waarin de peuter tussen 2–4 jaar is.
    Recht op Kinderopvangtoeslag | Uurtarief 1e en 2e dagdeelpeuteropvang | Uurtarief 3e en 4e dagdeel alleen doelgroep peuters
    Ja | Subsidiabel uurtarief minusMaximum uurtarief (KOT) | Subsidiabel uurtarief
    Nee | Subsidiabel uurtarief minusOuderbijdrage | Subsidiabel uurtarief
    Artikel 6. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
    1. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen betreffen:
    a) Het aanbieden van voorschoolse educatie in een voorschoolse voorziening.
    b) De inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo-niveau in de voorschoolse educatie.
    c) De scholing van vaste medewerkers conform het opleidingsplan VE en de bijgevoegde begroting en dekkingsplan.
    2. Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 6 lid 1 sub a dient de voorschoolse voorziening ten minste 16 uur per week peuteropvang per peuter aan te bieden, verdeeld over ten minste 3 dagen per week, met tenminste 640 uur per jaar per peuter. Over een periode van 1,5 jaar (leeftijd 2,5-4 jaar) moet er een aanbod zijn per doelgroep peuter van tenminste 960 uur. Over een periode van 2 jaar moet er een aanbod zijn van 1280 uur.
    Artikel 7. Ouderbijdrage
    1. Voor ouders zonder recht op Kinderopvangtoeslag (KOT) geldt een inkomensafhankelijke bijdrage per uur op basis van de ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026’ voor de eerste twee dagdelen (8 uur).
    2. Ouders van een doelgroep peuter betalen geen ouderbijdrage over het 3e en 4e dagdeel.
    3. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de houder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de houder. De houder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De houder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente.
    4. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.
    5. Indien een ouder of ouders een eigen onderneming heeft/hebben (inclusief zzp’er) en niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden.
    6. Indien de ouder(s) geen inzicht wenst/wensen te verschaffen in de hoogte van het inkomen, middels een Inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden. De houder ontvangt subsidie voor deze peuter. De ouder valt automatisch in de hoogste inkomenscategorie.
    7. Geen ouderbijdrage wordt geheven:
    a. Indien ouders of de ouder een inkomen heeft dat is overgebleven na aftrek van verplichte inhoudingen voor beslag, WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) of minnelijke schuldenregeling door een gecertificeerd schuldbemiddelaar.
    b. Voor peuters zonder Burgerservicenummer. Hiervoor volstaat de doorverwijzing van Jeugd en Gezin Gooi- en Vechtstreek (JGGV).
    8. De houder int zelf de ouderbijdragen en brengt deze in mindering op de subsidieaanvraag;
    9. De houder is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers, met uitzondering 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.