Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland
Gemeente Hardenberg (namens regio IJsselland)
Voor Gecertificeerde Instellingen (rechtspersonen met certificaat) die kinderbeschermingsmaatregelen en/of jeugdreclassering uitvoeren in regio IJsselland.
Ook bekend als Subsidieverordening GI Regio IJsselland, Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen 2020-2022, Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen IJsselland 2020-2022, Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen 2023-2027
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieverordening voor Gecertificeerde Instellingen (GI) in regio IJsselland die kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uitvoeren. Regelt subsidiering van producten zoals ondertoezichtstelling (OTS) en voogdij voor jeugdigen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor Gecertificeerde Instellingen (rechtspersonen met certificaat) die kinderbeschermingsmaatregelen en/of jeugdreclassering uitvoeren in regio IJsselland.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor uitvoering van ondertoezichtstelling (OTS)
- Financiering van voogdijmaatregelen voor jeugdigen
- Subsidie voor jeugdreclassering
- Bekostiging van jeugdbeschermingsactiviteiten
Voorwaarden
- Aanvrager moet in het bezit zijn van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 Jeugdwet
- Uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en/of jeugdreclassering
- Naleving van normenkader voor certificering
- Opstelling van exitplan bij beëindiging van gesubsidieerde producten
- Handhaving van buffervermogen
- Woonplaatsbeginsel van toepassing
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Kampen, gelezen het voorstel van het college van 1 november 2022, kenmerk 91662-2022, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, overwegende dat het wenselijk is een nieuwe verordening in verband met verstrekken van subsidies aan gecertificeerde instellingen vast te stellen, besluit vast te stellen de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Inhoudsopgave Hoofdstuk 1Algemeen Art. 1 Begripsbepalingen Art. 2 Verantwoordelijkheid college Hoofdstuk 2Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Art. 3 Subsidiabele activiteiten Art. 4 Subsidieontvanger Art. 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Art. 6 Subsidiabele producten Art. 7 Subsidietijdvak Art. 8 Meerjarige subsidieverlening Art. 9 Hoogte subsidie Art. 10 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening Art. 11 Indieningsvereisten Art. 12 Beslistermijn Art. 13 Overige voorwaarden voor subsidie Art. 14 Beoordelingscriteria Art. 15 Algemene meldplicht Art. 16 Communicatie en calamiteiten Art. 17 Voortgangsrapportages en -gesprekken Art. 18 Verwijzing voor jeugdhulp Art. 19 Start van een maatregel Art. 20 Einde van een maatregel Art. 21 Overige verplichtingen Art. 22 Indieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie Art. 23 Indieningsvereisten vaststelling subsidie Art. 24 Intrekkingsgronden Hoofdstuk 3Overige en slotbepalingen Art. 25 Afwijken Art. 26 Overgangsbepalingen Art. 27 Intrekking bestaande regeling Art. 28 Inwerkingtreding Art. 29 Citeertitel Bijlage 1Uitwerking subsidiabele producten Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen - In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. - In deze verordening wordt verstaan onder: buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen;college: het college van burgemeester en wethouders;exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s);Gecertificeerde Instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert;GGD IJsselland: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;RSJ IJsselland: het Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland;woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college - Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. - Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten - Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. - Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);GBM AdviesGBM BegeleidingLandelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - vrijwillige producten:consultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak - Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. - Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. - De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie - Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. - Het tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd. - Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten. - Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. - Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1. - Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering. - Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid. Artikel 10 Buffervermogen - Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. - Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken. - De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden. - Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte. - Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid. Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening - Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. - Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. - Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. - In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 12 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exitplan. Artikel 13 Beslistermijn - Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. - In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gem […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Zwartewaterland, gelezen het voorstel van het college van 11 oktober 2022 kenmerk 11757, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Inhoudsopgave Hoofdstuk 1Algemeen Art. 1 Begripsbepalingen Art. 2 Verantwoordelijkheid college Hoofdstuk 2Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Art. 3 Subsidiabele activiteiten Art. 4 Subsidieontvanger Art. 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Art. 6 Subsidiabele producten Art. 7 Subsidietijdvak Art. 8 Meerjarige subsidieverlening Art. 9 Hoogte subsidie Art. 10 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening Art. 11 Indieningsvereisten Art. 12 Beslistermijn Art. 13 Overige voorwaarden voor subsidie Art. 14 Beoordelingscriteria Art. 15Algemene meldplicht Art. 16 Communicatie en calamiteiten Art. 17 Voortgangsrapportages en -gesprekken Art. 18 Verwijzing voor jeugdhulp Art. 19 Start van een maatregel Art. 20 Einde van een maatregel Art. 21 Overige verplichtingen Art. 22 Indieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie Art. 23 Indieningsvereisten vaststelling subsidie Art. 24 Intrekkingsgronden Hoofdstuk 3Overige en slotbepalingen Art. 25 Afwijken Art. 26 Overgangsbepalingen Art. 27 Intrekking bestaande regeling Art. 28 Inwerkingtreding Art. 29 Citeertitel Bijlage 1Uitwerking subsidiabele producten Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders; - exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s); - Gecertificeerde Instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert; - normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; - RSJ IJsselland: de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland met als deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college 1.. Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. 2.. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);GBM AdviesGBM BegeleidingLandelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - vrijwillige producten:consultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak 1.. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. 2.. Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. 3.. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. De subsidie wordt berekend op basis van het uurtarief maal het benodigde aantal uren per product. 2.. Het college stelt de tarieven vast. 3.. De tarieven die worden gehanteerd zijn inclusief risico-opslag, innovatiegelden en bijzondere kosten. 4.. De tarieven zijn gebaseerd op prijspeil 2023. 5.. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Voor het eerst per 1 januari 2024. De indexatie voor het desbetreffende jaar (jaar t) wordt berekend op basis van methodiek van de Nederlandse Zorg Autoriteit, waarin een voorlopig percentage voor het jaar t en nacalculatie over jaar t-1 is opgenomen. De indexatiecijfers voor personele en materiële kosten worden door de NZA gepubliceerd op hun website. Als peildatum geldt 1 oktober jaar t-1. Als wegingsfactor voor de personele en materiële component wordt de verhouding van respectievelijk 83% en 17% gehanteerd. Artikel 10 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening 1.. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. 3.. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. 4.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 11 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantalcomplexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exitplan. Artikel 12 Beslistermijn 1.. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 13 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland. Artikel 14 Beoordelingscriteria 1.. Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 11. 2.. Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria | Maximaal aantal punten b | 16 c | 16 d | 16 e | 16 f | 16 g | 16 Totaal maximaal | 96 3.. De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: - Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen. - Score 4 wordt gegeven als de aanvrager onvoldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt g […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de Ommen, gelezen het voorstel van het college van 7 mei 2024 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, [overwegende dat deze subsidieverordening eind 2022 verloopt] besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: - buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen. - college: het college van burgemeester en wethouders; - exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s); - gecertificeerde instelling (GI): rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert; - normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; - GGD IJsselland: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - RSJ IJsselland: het Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; - woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college 1.. Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. 2.. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - Wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);GBM AdviesGBM BegeleidingLandelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - Vrijwillige producten:ConsultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak 1.. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. 2.. Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. 3.. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. 2.. Het tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd. 3.. Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten. 4.. Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. 5.. Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1. 6.. Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering. 7.. Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid. Artikel 10 Buffervermogen 1.. Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. 2.. Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken. 3.. De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden. 4.. Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte. 5.. Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid. Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening 1.. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. 3.. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. 4.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 12 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exit plan. Artikel 13 Beslistermijn 1.. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland. Artikel 15 Beoordelingscriteria 1.. Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 12. 2.. Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria | Maximaal aantal punten b | 16 c | 16 d | 16 E | 16 f | 16 g | 16 Totaal maximaal | 96 3.. De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: - Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagel […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Hardenberg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 11 oktober 2022, kenmerk 401477, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, Besluit: vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: - buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen; - college: het college van burgemeester en wethouders; - exitplan: plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zo veel mogelijk voortzetten van bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouders. - Gecertificeerde Instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert; - normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; - GGD IJsselland: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - RSJ IJsselland: het Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; - Woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college 1.. Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en - reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en - reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. 2.. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal 3 Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM); GBM Advies GBM Begeleiding Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - vrijwillige producten: consultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak 1.. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. 2. Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag Pagina 4 van 28 indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. 3.. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. 2.. Het tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd. 3.. Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten. 4.. Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. 5.. Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1. 6.. Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering. 7.. Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid. Artikel 10 Buffervermogen 1.. Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. 2.. Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken. 3.. De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden. 4.. Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte. 5.. Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid. Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening 1.. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. 3.. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. 4.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 12 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exitplan. Artikel 13 Beslistermijn 1.. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van GGD IJsselland. Artikel 15 Beoordelingscriteria 1.. Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 12. 2.. Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria | Maximaal aantal punten b | 16 c | 16 d | 16 e | 16 f | 16 g | 16 Totaal maximaal | 96 3.. De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: - Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaar […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Olst-Wijhe, gelezen het voorstel van het college van 17 september 2019 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, [overwegende dat deze subsidieverordening eind 2022 verloopt] besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: - buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen. - college: het college van burgemeester en wethouders; - exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s); - gecertificeerde instelling (GI): rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert; - normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; - GGD IJsselland: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - RSJ IJsselland: het Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2 van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; - woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college 1.. Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. 2.. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. 2.. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - Wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);GBM AdviesGBM BegeleidingLandelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - Vrijwillige producten:ConsultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak 1.. Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. 2.. Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. 3.. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie 1.. Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. 2.. Het tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd. 3.. Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten. 4.. Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. 5.. Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1. 6.. Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering. 7.. Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid. Artikel 10 Buffervermogen 1.. Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. 2.. Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken. 3.. De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden. 4.. Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte. 5.. Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid. Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening 1.. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 2.. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. 3.. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. 4.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 12 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exit plan. Artikel 13 Beslistermijn 1.. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van het GGD IJsselland. Artikel 15 Beoordelingscriteria 1.. Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 12. 2.. Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria | Maximaal aantal punten Totaal maximaal 3.. De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: - Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestu […tekst ingekort]
Toon brontekst
Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland De raad van de gemeente Dalfsen gelezen het voorstel van het college van 15 november 2022 kenmerk RIS 1516, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland 2020-2022, besluit vast te stellen de: Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen - In deze verordening en de daarop berustende bepalingen hebben de in de Jeugdwet omschreven begrippen dezelfde betekenis als daaraan in die wet wordt gegeven. - In deze verordening wordt verstaan onder: buffervermogen: het vrij beschikbare vermogen van een GI, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene of overige reserve, of een (niet gebonden) egalisatiereserve, om tegenvallers op te vangen;college: het college van burgemeester en wethouders;exitplan: een plan waarin de Gecertificeerde Instelling (GI) uiteenzet op welke wijze zij zich in het geval van een volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde producten in zal spannen ten behoeve van:het kunnen blijven uitvoeren van deze producten totdat de uitvoering kan worden overgedragen aan een andere GI die deze producten zal uitvoeren;het faciliteren van de overdracht van alle met betrekking tot de uitvoering van deze producten te verrichten werkzaamheden, inclusief het leveren van alle voor de bevordering van de zorgcontinuïteit benodigde administratieve ondersteuning;de overname van het betrokken personeel door een gecertificeerde instelling zoals bedoeld in sub a;het zoveel mogelijk voortzetten van de bestaande hulpverleningsrelaties tussen jeugdhulpverleners of medewerkers van de GI en jeugdigen en/of hun ouder(s);Gecertificeerde Instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering uitvoert;normenkader: normenkader ten behoeve van certificering van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering opgenomen in het Certificatieschema voor toetsing van het kwaliteitsmanagementsysteem van uitvoerende organisaties voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;RSJ: team RSJ (Regionaal Serviceteam Jeugd), onderdeel van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland, met als deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; woonplaatsbeginsel: het beginsel zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Artikel 2 Verantwoordelijkheid college - Het college van de gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en -reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. - Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening. Hoofdstuk 2 Maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering Artikel 3 Subsidiabele activiteiten - Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het RSJ, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd. - Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover het maatregelen betreft die zijn opgelegd na inwerkingtreding van deze verordening of waarvan de uitvoering na inwerkingtreding van deze verordening is overgenomen van een andere Gecertificeerde Instelling. Artikel 4 Subsidieontvanger Subsidie wordt uitsluitend verleend aan Gecertificeerde Instellingen. Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen. Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten, waarvan de productbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1, kunnen worden gesubsidieerd: - wettelijke producten:ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar;ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar;voogdij;Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding);samenloop;Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern);Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM);GBM AdviesGBM BegeleidingLandelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb);Scholing- en Trainingsprogramma (STP);instemmingsverklaring. - vrijwillige producten:consultatieFORZABASTAVeilige Start Artikel 7 Subsidietijdvak - Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023. - Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. - De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Artikel 8 Meerjarige subsidieverlening De subsidie voor meerdere kalenderjaren wordt, indien deze ten laste komt van een nog niet vastgestelde of goedgekeurde begroting, slechts verleend onder de voorwaarde als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 9 Hoogte subsidie - Het college stelt de tarieven eenmalig per maatregel per product op jaarbasis vast voor 2024 in overeenstemming met hetgeen is gesteld in de Handreiking Landelijk tarief en bekostiging JBJR. - Het tarief wordt voor de jaren na 2024 eenmaal per jaar geïndexeerd. - Als index wordt uitgegaan van de OVA-index voor 90% van het tarief voor personele kosten en van de PPC-index voor 10% van het tarief, voor materiële kosten. - Bij het indexeren wordt aangesloten op de systematiek die is afgesproken in de contractstandaarden Jeugd. - Er vindt voorlopige en definitieve indexering van het geldende tarief plaats, waarbij geldt dat het tarief voor jaar t+1 wordt vastgesteld op basis van de voorlopige indexering voor dat jaar. Het effect van de definitieve indexering van jaar t wordt eveneens verwerkt in het tarief van t+1. - Het college publiceert de tarieven voor het komende jaar uiterlijk op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van uitvoering. - Het college kan afwijken van hetgeen bepaald is in het eerste lid. Artikel 10 Buffervermogen - Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren. - Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken. - De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden. - Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte. - Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid. Artikel 11 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening - Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. - Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. - Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. - In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Artikel 12 Indieningsvereisten Een aanvraag bevat een plan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van vier jaar. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: - de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp; - hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders; - welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen van het aantal complexe echtscheidingen; - hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt; - de wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort; - hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is; - een exitplan. Artikel 13 Beslistermijn - Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen. - In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2028) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Artikel 14 Overige voorwaarden voor subsidie Subsidie wordt uitsluitend verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de aanvraag heeft betrekking op de uitvoering van de subsidiabele producten in de deelnemende gemeenten van het RSJ ten behoeve van alle jeugdigen behorend tot de doelgroep jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de subsidieontvanger beschikt gedurende het subsidietijdvak over het kwalitatief en kwantitatief benodigde personeel en materieel voor de door hem uit te voeren subsidiabele producten; - de aanvrager voldoet aan het Normenkader ten behoeve van de certificering van uitvoering voor jeugdbescherming en jeugdreclassering; - de aanvrager is bekend met de lokale zorgstructuur in de deelnemende gemeenten van het RSJ; - de locaties van waaruit de producten worden uitgevoerd, zijn gelegen in de deelnemende gemeenten van het RSJ. Artikel 15 Beoordelingscriteria - Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 12. - Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria | Maximaal aantal punten b | 16 c | 16 d | 16 e | 16 f | 16 g | 16 Totaal maximaal | 96 - De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld:Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen.Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen.Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen.Score 4 wordt gegeven als de aanvrager onvoldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het re […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.