Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda

Gemeente Gouda

Ouders van peuters (2 jaar 3 maanden tot 4 jaar) die hun kind naar een gecertificeerde voorschoolse voorziening in Gouda laten gaan, met onderscheid tussen kinderen met en zonder indicatie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

Ook bekend als Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie, VVE-subsidie Gouda

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor ouders van peuters (2 jaar 3 maanden tot 4 jaar) die een gecertificeerde voorschoolse voorziening bezoeken in Gouda. De gemeente financiert peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor kinderen uit achterstandsgroepen. Subsidie wordt aangevraagd door de kinderopvangorganisatie op basis van verwachte aantal peuters per categorie.

Voor wie is het bedoeld?

Ouders van peuters (2 jaar 3 maanden tot 4 jaar) die hun kind naar een gecertificeerde voorschoolse voorziening in Gouda laten gaan, met onderscheid tussen kinderen met en zonder indicatie voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

Kinderopvangorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil subsidie aanvragen voor peuteropvang in Gouda
  • Ik zoek financiering voor voorschoolse educatie voor achterstandskinderen
  • Ik wil weten hoe de gemeente Gouda peuteropvang ondersteunt

Voorwaarden

  • Peuter moet tussen 2 jaar 3 maanden en 4 jaar oud zijn (of tot 4 jaar 2 maanden als niet direct naar basisschool kan)
  • Voorziening moet gecertificeerd zijn en voldoen aan wettelijke eisen en het Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda
  • Subsidie wordt aangevraagd door de kinderopvangorganisatie, niet door ouders
  • Aanvraag moet uiterlijk 15 oktober worden ingediend voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft
  • Voor VVE-aanbod moet indicatie VVE door Jeugdgezondheidszorg zijn afgegeven
  • Organisatie moet bereid zijn informatie aan te leveren voor kwalitatieve monitoring

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangorganisatie
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Gouda.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda houdende regels omtrent subsidie voor kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie (Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda)
    Burgemeester en wethouders van Gouda
    Gelet op artikel 7 Algemene Subsidieverordening Gouda 2003;
    Overwegende dat:
    - aan alle kinderopvangorganisaties in de gemeente Gouda de mogelijkheid wordt geboden om vanaf de inwerkingtreding van deze regeling een subsidieaanvraag in te dienen voor peuteropvang voor het daaropvolgende boekjaar;
    - de gemeente Gouda kwalitatief goede peuteropvang wil bieden;
    - uit de Wet kinderopvang volgt dat de financiële verantwoordelijkheid voor de opvang van peuters van ouders, die niet in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag, bij de gemeente ligt;
    - door het Rijk en de VNG bestuursafspraken zijn gemaakt om zich gezamenlijk in te zetten voor toegankelijke voorschoolse voorzieningen en een groter bereik van kinderen;
    - de Wet op het primair onderwijs de gemeente de opdracht geeft om de uitvoering van de voorschoolse educatie te financieren;
    - uit de Jeugdwet volgt dat de gemeente de wettelijke taken voor de jeugdhulp uitvoert;
    - kinderen de kans krijgen zich te ontwikkelen (conform de beleidsvisie ‘Gebundelde krachten’);
    besluiten vast te stellen: de Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda.
    
    Artikel 1. Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    - gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor peuteropvang die zowel aan de
    - geldende wettelijke eisen, als aan het in Gouda van toepassing zijnde Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie Gemeente Gouda (bijlage) voldoet;
    - indicatie VVE: een door Jeugdgezondheidszorg afgegeven indicatie dat een peuter aan de voorwaarden voldoet om voor een aanvullend aanbod in aanmerking te komen;
    - KOT: ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT) op grond van de Wet kinderopvang;
    - KOT-tabel: kinderopvangtoeslagtabel als opgenomen in het Besluit Kinderopvangtoeslag
    - niet-KOT: ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang;
    - ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een vergoeding op grond van de Jeugdwet buiten beschouwing blijft;
    - peutermonitor: een dashboard waarop gecertificeerde voorschoolse voorzieningen de voor subsidieverstrekking benodigde peutergegevens invoeren. Voor de gemeente zijn alleen de totalen zichtbaar van regulier KOT, regulier niet-KOT, VVE KOT en/of VVE niet-KOT
    - VVE: Voor- en vroegschoolse educatie. Educatieve programma’s met als doel de ontwikkeling van kinderen uit autochtone en allochtone achterstandsgroepen zodanig te stimuleren dat hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. De programma’s worden zowel in de peuteropvang aangeboden als in de eerste twee groepen van de basisschool.
    
    Artikel 2. Doelgroep en toepassingsbereik
    - Deze subsidieregeling is bedoeld voor ouders die hun peuter een gecertificeerde voorschoolse voorziening laten bezoeken. Een peuter is een kind in de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar.
    - In afwijking van het vorige lid wordt een kind van 4 jaar dat niet direct naar de basisschool kan tot de leeftijd van 4 jaar en 2 maanden ook als peuter beschouwd.
    - Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
    
    Artikel 3. Activiteiten
    1..
    Subsidie kan voor ouders van peuters van twee jaar en drie maanden tot tweeënhalf jaar worden verstrekt voor maximaal 96 uur peuteropvang gedurende de periode van drie maanden.
    2..
    In afwijking van het eerste lid kan voor ouders van peuters van twee jaar en drie maanden tot tweeënhalf jaar met een indicatie VVE voor maximaal 192 uur peuteropvang subsidie worden verstrekt gedurende de periode van drie maanden. Dit is inclusief een aanvullend aanbod van maximaal 96 uur gedurende de periode van drie maanden.
    3..
    Subsidie kan voor ouders van peuters van tweeënhalf jaar tot vier jaar worden verstrekt voor maximaal 480 uur peuteropvang gedurende de periode van anderhalf jaar.
    4..
    In afwijking van het derde lid kan voor ouders van peuters van tweeënhalf jaar tot vier jaar met een indicatie VVE voor maximaal 960 uur peuteropvang subsidie worden verstrekt gedurende de periode van anderhalf jaar. Dit is inclusief een aanvullend aanbod van maximaal 480 uur gedurende de periode van anderhalf jaar.
    5..
    Indien artikel 2, tweede lid, van toepassing is wordt het aantal te subsidiëren uren peuteropvang evenredig verhoogd voor de periode dat een kind langer op de peuteropvang verblijft.
    6..
    De uren peuteropvang voor peuters (KOT en niet-KOT) met een indicatie VVE, die worden aangeboden náást de eerste 8 uur per week peuteropvang, gelden als aanvullend aanbod.
    
    Artikel 3a. Pilot 2019 met 16 uur voorschoolse educatie
    [vervallen]
    
    Artikel 3b. Pilot 2019 met 3 x 5,5 uur voorschoolse educatie per week
    [vervallen]
    
    Artikel 4. Subsidieaanvrager en aanvraagtermijn
    1..
    De subsidie voor de ouders wordt aangevraagd door de aanbieder van de gecertificeerde voorschoolse voorziening.
    2..
    Voor subsidie komen in aanmerking de ouders van een peuter.
    3..
    Een aanvraag om subsidie wordt met behulp van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier ingediend bij het college.
    4..
    Een aanvraag om subsidie wordt uiterlijk 15 oktober ingediend voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
    5..
    Als er na 15 oktober aanvragen worden ingediend, worden deze alleen in behandeling genomen als er budget over is.
    6..
    De aanvrager bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, welke ouders in aanmerking komen voor subsidie.
    
    Artikel 5. Hoogte van de subsidie
    1..
    De subsidie bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter en wordt berekend op basis van de kostprijs per uur van de peuteropvang.
    2..
    De kostprijs is:
    - de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang zoals bepaald in het Besluit kinderopvangtoeslag vermeerderd met de door het college vastgestelde opslag per uur voor extra voorbereidings- en evaluatietijd en het verplicht gestelde kwaliteitskader;
    - de door het college vastgestelde opslag per uur bedraagt vanaf 2020 € 1,50.
    3..
    De subsidie voor ouders van peuters (niet-KOT) bestaat uit twee componenten:
    - een aanvulling op de ouderbijdrage, berekend op grond van de geldende KOT-tabel, tot de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang, en;
    - een door het college vastgestelde opslag per uur voor extra voorbereidings- en evaluatietijd en het verplicht gestelde kwaliteitskader.
    4..
    De subsidie voor ouders van peuters (KOT) bestaat uit de door het college vastgestelde opslag per uur voor extra voorbereidings- en evaluatietijd en het verplicht gestelde kwaliteitskader.
    5..
    In afwijking van het derde en vierde lid hoeven ouders die een toekenningsbeschikking op grond van de Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017 kunnen overleggen, geen ouderbijdrage te betalen voor de eerste 8 uur peuteropvang per week.
    6..
    In afwijking van het derde en vierde lid bestaat de subsidie voor het aanvullend aanbod voor ouders van peuters (KOT en niet-KOT) met een indicatie VVE uit de volgende componenten:
    - de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang, en;
    - een door het college vastgestelde opslag per uur voor extra voorbereidings- en evaluatietijd en het verplicht gestelde kwaliteitskader.
    
    Artikel 6. Subsidieduur
    - De subsidie gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter eenpeuteropvangplaats bezet.
    - De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook depeuteropvang verlaat.
    
    Artikel 7. Weigeringsgronden
    1..
    Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidie weigeren:
    - als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
    - als niet wordt voldaan aan het verplicht gestelde kwaliteitskader;
    - als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift.
    
    Artikel 8. Verplichtingen
    1..
    De aanvrager brengt de subsidie in mindering op het door ouders van de peuters te betalen uurtarief voor het gebruik van een peuteropvangplaats.
    2..
    De aanvrager verwerkt de voor de subsidieverstrekking benodigde gegevens in de peutermonitor.
    3..
    De aanvrager voldoet, behalve aan de kwaliteitseisen die gelden op grond van de Wet Kinderopvang, aan het als bijlage bijgevoegde Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie Gemeente Gouda.
    
    Artikel 9. Verantwoording
    1..
    Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt met behulp van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier uiterlijk op 1 maart van het op het subsidietijdvak volgende jaar ingediend bij het college;
    2..
    Voor het indienen van de accountantsverklaring kan uitstel worden verleend tot 15 mei van het op het subsidietijdvak volgende jaar.
    
    Artikel 10. Controle
    3.Het college is bevoegd steekproefsgewijs de juistheid van de aangeleverde gegevens ten behoeve van de verantwoording te controleren in de administratie van de aanvrager. De aanvrager verleent hieraan haar volledige medewerking.
    
    Artikel 11. Inwerkingtreding
    Deze subsidieregeling treedt één dag na bekendmaking in werking.
    
    Artikel 12. Overgangsrecht
    De wijzigingen 2020 zijn voor het eerst van toepassing op subsidie voor activiteiten die in het jaar 2021 worden uitgevoerd.
    
    Artikel 13. Citeertitel
    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda’.
    Aldus besloten in de vergadering van 19 september 2017
    Burgemeester en wethouders voornoemd,
    
    Bijlage 1 toelichting op de Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Gouda
    Algemeen
    De gemeente is wettelijk verplicht om onderwijsachterstandenbeleid te maken en uit te voeren, in overleg met de besturen van scholen en kinderopvang. Het rijk verstrekt hiertoe een specifieke uitkering. Voor- en vroegschoolse educatie is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid.
    Op grond van art.168a Wet op het primair onderwijs verstrekken burgemeester en wethouders de middelen die de gemeente als specifieke uitkering van het rijk ontvangt aan de rechtspersonen die daarvoor in aanmerking komen. Teneinde deze middelen op transparante wijze te verstrekken is de Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie opgesteld. De subsidieregeling kan gezien worden als een nadere uitwerking van een deel van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid.
    Daarnaast heeft de gemeente een financiële verantwoordelijkheid voor ouders van peuters die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De subsidieregeling kan tevens gezien worden als een nadere uitwerking hiervan.
    Kinderopvangorganisaties moeten er op toezien dat ouders niet onterecht kinderopvangtoeslag aanvragen voor het aanvullend gratis aanbod voor doelgroepkinderen. Als hiervoor kinderopvangtoeslag wordt aangevraagd, moeten ouders dat later terugbetalen. Kinderopvangorganisaties moeten hiervoor de factuur aan ouders aanpassen.
    Artikelsgewijs
    Toelichting Artikel 2
    De subsidieregeling is van toepassing op gecertificeerde voorschoolse voorzieningen. Dat is een voorziening voor peuteropvang die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan het in Gouda van toepassing zijnde kwaliteitskader (bijlage 2) voldoet.
    Toelichting Artikel 4, lid 2
    Het aanvraagformulier is op de website van de gemeente Gouda te vinden (bij het subsidieloket). Bij voorkeur wordt de aanvraag digitaal ingediend.
    Toelichting Artikel 4, lid 4
    Normaal gesproken worden subsidieaanvragen voor het daaropvolgende jaar na de indi
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.