Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030

Gemeente Gooise Meren

Voor gebruikers en eigenaren van onroerende zaken (niet voor woning bestemd) in de bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid die onderworpen zijn aan de BIZ-bijdrage; voor Stichting BIZ Gooimeer Zuid als subsidieontvanger.

Ook bekend als BIZ Gooimeer Zuid, Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 750
per aanvraag
Eerstvolgende deadline
31 dec 2030
nog ~55 maanden

Waar is deze subsidie voor?

Verordening voor de heffing van een BIZ-bijdrage (bedrijveninvesteringszone-bijdrage) op onroerende zaken in de zone Gooimeer Zuid en verstrekking van subsidie aan Stichting BIZ Gooimeer Zuid voor activiteiten gericht op leefbaarheid, veiligheid en economische ontwikkeling. De subsidie wordt bepaald op basis van de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met perceptiekosten.

Voor wie is het bedoeld?

Voor gebruikers en eigenaren van onroerende zaken (niet voor woning bestemd) in de bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid die onderworpen zijn aan de BIZ-bijdrage; voor Stichting BIZ Gooimeer Zuid als subsidieontvanger.

Stichting

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik ben eigenaar/gebruiker van een bedrijfspand in Gooimeer Zuid en wil weten wat mijn BIZ-bijdrage is
  • Ik wil subsidie aanvragen voor activiteiten ter bevordering van leefbaarheid en economische ontwikkeling in de bedrijveninvesteringszone
  • Ik zoek informatie over de heffing en besteding van BIZ-bijdragen

Voorwaarden

  • Onroerende zaak moet in de bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid liggen
  • Onroerende zaak mag niet in hoofdzaak tot woning dienen
  • Subsidie wordt verleend op basis van daartoe gedane aanvraag
  • Stichting BIZ Gooimeer Zuid moet jaarlijks verantwoording afleggen
  • Activiteiten moeten aanvullend zijn op reguliere taken van de gemeente
  • Subsidie mag niet worden aangewend voor normaal onderhoud of beheer

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een stichting
Uw rechtsvorm is: Stichting
U vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist een consortium of meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Gooise Meren.

Openstellingen en rondes

Ronde 2026-2030Open
Start
1 jan 2026
Sluit
31 dec 2030
Budget
-
Verdeling
-
Ronde 2026-2030Open
Start
1 jan 2026
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt 0,05% van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 200,- en een maximumbedrag van € 750,- per belastingobject.
Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting Artikel 3. Belastingobject Artikel 4. Belastingplicht Artikel 5. Maatstaf van heffing Artikel 6. Vrijstellingen Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Artikel 8. Wijze van heffing Artikel 9. Termijnen van betaling Artikel 10. Looptijd belastingheffing Artikel 11. Nadere regels door het college Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Artikel 13. Aanwijzing stichting Artikel 14. Subsidieverlening Artikel 15. Subsidieverplichtingen Artikel 16. Subsidievaststelling Artikel 17. Melding van relevante wijzigingen Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Kwijtschelding Artikel 19. Inwerkingtreding Artikel 20. Citeertitel Ondertekening Bijlage 1. Gebiedskaart gebiedsafbakening BIZ Gooimeer Zuid 2026-2030 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749142 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR749142/1 sluiten Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 Geldend van 01-01-2026 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 De raad van de gemeente Gooise Meren; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 1439544; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: - bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; - stichting BIZ Gooimeer Zuid: de Stichting BIZ Gooimeer Zuid, thans in oprichting, die na oprichting en inschrijving bij de Kamer van Koophandel optreedt als subsidieontvanger en uitvoeringsorganisatie; - uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Gooimeer Zuid gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; - wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 3. Belastingobject 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van: a. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; 3. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Vrijstellingen 1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van: a. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voorde kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning bestaan uit delen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. de onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; e. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stelt; f. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; j. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; l. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; m. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; n. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt 0,05% van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 200,- en een maximumbedrag van € 750,- per belastingobject. Artikel 8. Wijze van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. 2. Bij de oplegging van de aanslag wordt in het eerste heffingsjaar een informatiebrief gevoegd waarin de achtergrond, werking en besteding van de BIZ-bijdrage worden toegelicht. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid, geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 1,-- doch minder is dan € 10.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Eventuele afrondingsverschillen moeten in de laatste termijn worden betaald. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. Artikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel 11. Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Gooise Meren 2018 niet van toepassing. Artikel 13. Aanwijzing stichting Stichting BIZ Gooimeer Zuid wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 14. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met perceptiekosten. 3. De subsidie wordt verstrekt exclusief omzetbelasting. Over de subsidie is geen omzetbelasting verschuldigd. Artikel 15. Subsidieverplichtingen 1. Naast de in artikel 4:37 van de Algemene 
    
    […tekst ingekort]
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting Artikel 3. Belastingobject Artikel 4. Belastingplicht Artikel 5. Maatstaf van heffing Artikel 6. Vrijstellingen Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Artikel 8. Wijze van heffing Artikel 9. Termijnen van betaling Artikel 10. Looptijd belastingheffing Artikel 11. Nadere regels door het college Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Artikel 13. Aanwijzing stichting Artikel 14. Subsidieverlening Artikel 15. Subsidieverplichtingen Artikel 16. Subsidievaststelling Artikel 17. Melding van relevante wijzigingen Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18 Kwijtschelding Artikel 19. Inwerkingtreding Artikel 20. Citeertitel Ondertekening Bijlage 1. Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761979 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR761979/1 sluiten Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 Geldend van 22-05-2026 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 De raad van de gemeente Gooise Meren; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 1439544; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone Gooimeer Zuid 2026-2030 Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: - bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; - stichting BIZ Gooimeer Zuid: de Stichting BIZ Gooimeer Zuid, thans in oprichting, die na oprichting en inschrijving bij de Kamer van Koophandel optreedt als subsidieontvanger en uitvoeringsorganisatie; - uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Gooimeer Zuid gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; - wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 3. Belastingobject 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van: a. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; 3. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Vrijstellingen 1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven van: a. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voorde kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning bestaan uit delen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. de onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; e. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stelt; f. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; j. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; l. de onroerende zaken die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; m. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; n. de onroerende zaken die uitsluitend bestemd in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt 0,05% van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 200,- en een maximumbedrag van € 750,- per belastingobject. Artikel 8. Wijze van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. 2. Bij de oplegging van de aanslag wordt in het eerste heffingsjaar een informatiebrief gevoegd waarin de achtergrond, werking en besteding van de BIZ-bijdrage worden toegelicht. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid, geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 1,-- doch minder is dan € 10.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Eventuele afrondingsverschillen moeten in de laatste termijn worden betaald. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. Artikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel 11. Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Gooise Meren 2018 niet van toepassing. Artikel 13. Aanwijzing stichting Stichting BIZ Gooimeer Zuid wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 14. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met perceptiekosten. 3. De subsidie wordt verstrekt exclusief omzetbelasting. Over de subsidie is geen omzetbelasting verschuldigd. Artikel 15. Subsidieverplichtingen 1. Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de ver
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.