Verordening inzake de subsidiering van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo
Gemeente Ermelo
Kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken, rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen, en organisaties op geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 31 van de Wet op het basisonderwijs.
Ook bekend als Verordening subsidiëring van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo 2005
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kerkelijke gemeenten, kerken en organisaties op geestelijke grondslag die godsdienst- of vormingsonderwijs verzorgen aan leerlingen van openbare basisscholen in Ermelo. De subsidie wordt berekend naar werkelijk salaris en aantal wekelijkse lesuren, met minimale deelnemerseisen per groep.
Voor wie is het bedoeld?
Kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken, rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen, en organisaties op geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 31 van de Wet op het basisonderwijs.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor godsdienstonderwijs op openbare basisscholen
- Subsidie aanvragen voor levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op openbare basisscholen
- Vergoeding voor lesuren godsdienst- of vormingsonderwijs
Voorwaarden
- Onderwijs moet worden gegeven in het gebouw van de eigen school
- Onderwijs moet worden gegeven in de periode waarin de school overeenkomstig het activiteitenplan onderwijs verzorgt
- Ouders/voogden/verzorgers moeten schriftelijk toestemming geven
- Lesgevers moeten in bezit zijn van een geneeskundige verklaring
- Minimaal 7 leerlingen per leerjaar voor scholen tot 150 leerlingen, minimaal 15 leerlingen voor scholen met meer dan 150 leerlingen
- Lessen van minimaal 30 minuten en maximaal 45 minuten per week per groep
- Aanvraag voor eerste keer voor 1 februari van het schooljaar
- Aanvraag voor toekenning binnen negen weken na afloop schooljaar
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR55828 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR55828/1 sluiten Verordening inzake de subsidiering van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo Geldend van 07-10-2005 t/m heden Intitulé Verordening inzake de subsidiering van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo Artikel 1 Aan kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen, alsmede organisaties op geestelijke grondslag met volledige rechtsbevoegdheid, als bedoeld in artikel 31 van de Wet op het basisonderwijs, kan een subsidie worden verleend voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs aan leerlingen van de openbare basisscholen, zulks met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Artikel 2 Deze verordening verstaat onder: a. Godsdienstonderwijs, het onderricht in de geschiedenis en leerstellingen van een religie. b. Vormingsonderwijs, het onderwijs dat zich richt op de geestelijke vorming van de leerlingen vanuit een levensbeschouwelijke grondslag. c. Het college, het college van burgemeester en wethouders. Artikel 3 1. De organisatie of instelling die voor de eerste maal voor een subsidie in aanmerking wenst te komen dient vóór 1 februari van het schooljaar waarvoor de subsidie wordt verlangd, een aanvraag daartoe in. 2. Bij de aanvraag dient een verklaring te worden overgelegd waaruit blijkt aan hoeveel leerlingen als bedoeld in artikel 9, het onderwijs zal worden verzorgd. 3. Het college besluit voor 1 juni volgend op de datum van indiening van de aanvraag. Artikel 4 1. Het godsdienst- of vormingsonderwijs wordt gegeven in het gebouw van de eigen school. 2. Het godsdienst- of vormingsonderwijs wordt onderwezen in de periode waarin de school overeenkomstig het activiteitenplan onderwijs verzorgt. Artikel 5 De ouders, voogden of verzorgers, die er prijs op stellen, dat hun kinderen deelnemen aan lessen in het godsdienst- of vormingsonderwijs bevestigen dit door het ondertekenen van een verklaring, die door de directeur van de school wordt bewaard. Artikel 6 De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienst- of vormingsonderwijs, alsmede de zorg dat dit onderwijs op pedagogisch en didactisch verantwoorde wijze wordt gegeven, berust bij de organisatie of instelling die het godsdienst- of vormingonderwijs verzorgt. Artikel 7 Degenen die het godsdienst- of vormingsonderwijs geven, zorgen ervoor dat: a. zij in het bezit zijn van een geneeskundige verklaring, dat hij/zij geen ziekte of gebreken heeft, welke hem/haar voor de uitoefening van de functie ongeschikt maken; b. zij zich ervan onthouden iets te leren, te doen of toe te laten, wat strijdig is met de eerbied, verschuldigd aan de overtuiging van andersdenkenden; c. zij zich gedragen naar de aanwijzingen door de directeur van de basisschool te geven en dat de plaats en het tijdstip van de lessen in overleg met de directeur van de basisschool worden vastgesteld; d. zij de directeur van de basisschool op verzoek alle gewenste inlichtingen verstrekken teneinde de goede gang van zaken binnen het onderwijs op de school te waarborgen. Artikel 8 De subsidie wordt berekend naar het werkelijke salaris, waarop de godsdienst- of vormingsleerkracht aanspraak zoo hebben gemaakt, indien hij/zij als vakleerkracht, bezoldigd naar het beginsalaris, behorend bij de normfunctie als bedoeld in artikel I-R202 van het Rechtspositiebesluit onderwijs-personeel, in dienst van de gemeente was geweest en naar het aantal wekelijkse lesuren, dat gods-dienst- of vormingsonderwijs wordt gegeven. Artikel 9 1. Voor de berekening van de subsidie, bedoeld in artikel 1, komen in aanmerking: a. één lesuur per week per groep van tenminste 30 minuten en maximaal 45 minuten, gedurende welke het godsdienst- of vormingsonderwijs wordt gegeven; b. de lessen, welke gemiddeld worden gevolgd door tenminste 7 leerlingen per leerjaar of combinaties van leerjaren van scholen tot 150 leerlingen en door tenminste 15 leerlingen per leerjaar of combinaties van leerjaren van scholen met meer dan 150 leerlingen. 2. In bijzondere gevallen kan het college het in het eerste lid gestelde minimum aantal leerlingen lager stellen. Artikel 10 Elke leerling mag voor de berekening van de in artikel 9 bedoelde subsidie slechts éénmaal worden meegerekend. Artikel 11 1. Een aanvraag om toekenning van de subsidie, als bedoeld in artikel 1, dient door de in dit artikel bedoelde organisatie of instelling binnen negen weken na afloop van het schooljaar te worden ingediend bij het college, onder opgave van: a. de namen van degenen, die met het geven van het godsdienst- of vormingsonderwijs belast zijn geweest in het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft; b. voor elke basisschool afzonderlijk het aantal lesuren gedurende welke dit onderwijs werd gegeven.; c. de dagen en uren, gedurende welke deze lessen werden gegeven; d. het aantal leerlingen, dat per groep de lessen heeft bijgewoond. 2. De in het 1e lid bedoelde opgaven worden vóór inzending door de directeur van de desbetreffende school voor akkoord getekend. 3. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt de subsidie toegekend en uitbetaald. Artikel 12 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel 13 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening subsidiëring van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo 2005. 2. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening subsidiëring van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op de openbare basisscholen in de gemeente Ermelo van 25 augustus 1994, nr. 171.174. Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl Over deze website Contact English Help Zoeken Informatie hergebruiken Privacy en cookies Toegankelijkheid Sitemap Kwetsbaarheid melden Open data Linked Data Overheid PUC Open Data MijnOverheid.nl Rijksoverheid.nl Ondernemersplein.nl Werkenbijdeoverheid.nl
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.