Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet actiegebieden 2024

Gemeente Eindhoven

Voor bewoners, bewonersorganisaties, buurtpreventieteams, ondernemersorganisaties en stadsdeelorganisaties in niet-actiegebieden van Eindhoven die activiteiten organiseren voor leefbaarheid en sociale cohesie.

Ook bekend als Gebiedsgericht werken niet actiegebieden 2024

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Jaarlijkse en eenmalige subsidies voor activiteiten die bijdragen aan behoud en verbetering van de leefbaarheid in niet-actiegebieden van Eindhoven. Gericht op bewoners, bewonersorganisaties, buurtpreventieteams, ondernemersorganisaties en stadsdeelorganisaties. Subsidieplafonds worden jaarlijks vastgesteld.

Voor wie is het bedoeld?

Voor bewoners, bewonersorganisaties, buurtpreventieteams, ondernemersorganisaties en stadsdeelorganisaties in niet-actiegebieden van Eindhoven die activiteiten organiseren voor leefbaarheid en sociale cohesie.

BewonersorganisatieStadsdeelorganisatieOndernemersorganisatieBuurtpreventieteam

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor buurtactiviteiten ter bevordering van leefbaarheid
  • Financiering van buurtpreventieteams
  • Huisvestingskosten steunpunt aanvragen
  • Organisatiekosten bewonersorganisatie dekken
  • Waardering voor vrijwillige inzet in buurt

Voorwaarden

  • Activiteiten moeten bijdragen aan behoud en verbetering van leefbaarheid
  • Aanvragen voor eenmalige subsidie minimaal 1 week voor aanvang activiteiten
  • Aanvragen voor jaarlijkse subsidie uiterlijk 1 maart van het subsidiejaar (indien subsidieplafond voor nieuwe aanvragen wordt vastgesteld)
  • Bewonersorganisatie kan geen jaarlijkse en eenmalige subsidie voor activiteiten in hetzelfde kalenderjaar ontvangen
  • Steunpunt moet door bewonersorganisatie of rechtspersoon primair gericht op leefbaarheid worden uitgebaat

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een bewonersorganisatie of stadsdeelorganisatie of ondernemersorganisatie of buurtpreventieteam
Uw rechtsvorm is: Particulier, Vereniging
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Eindhoven.

Openstellingen en rondes

Ronde 2025Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt
Ronde 2024Status onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Staatssteun en de-minimis

Deze regeling valt (deels) onder de de-minimisverordening. U mag over drie belastingjaren een beperkt bedrag aan de-minimissteun ontvangen; houd hier rekening mee bij het stapelen. Vaak is een de-minimisverklaring nodig.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Besluit van burgemeester en wethouders van Eindhoven tot vaststelling van de Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet actiegebieden 2024
    Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven;
    Overwegende dat het gemeentebestuur activiteiten voor behoud en verbetering van de leefbaarheid wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
    gelet op artikel 3 van de ASV Eindhoven;
    en ter rechtvaardiging van eventuele staatssteun gelet op Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352)]
    besluit vast te stellen de Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet actiegebieden 2024:
    
    Artikel 1. Definities
    In aanvulling op artikel 1 van de ASV Eindhoven wordt in deze subsidieregeling verstaan onder:
    •.
    bewoner: inwoner van een statistische buurt die als zodanig staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP);
    •.
    bewonersorganisatie: stichting of vereniging van vrijwillige bewoners binnen een statistische buurt die de belangen van de bewoners van die buurt vertegenwoordigt;
    •.
    buurtpreventieteam: team bestaande uit minimaal acht vrijwilligers, die op eigen initiatief actief zorg dragen voor het informele toezicht in de eigen woon- en leefomgeving met als oogmerk vergroting van de subjectieve en objectieve veiligheid;
    • gebiedscoördinator: een gemeentelijke functionaris werkzaam in een van de buurten in Eindhoven, die als eerste aanspreekpunt fungeert voor bewoners, ondernemers en andere betrokkenen voor collectieve vraagstukken in een specifiek gebied
    •.
    inwoneraantal: aantal bewoners in een statistische buurt op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;
    •.
    ondernemersorganisatie: rechtspersoon die de belangen van ondernemers op het niveau van een stadsdeel of statistische buurt vertegenwoordigt;
    •.
    stadsdeelorganisatie: stichting of vereniging van vrijwillige bewoners voor meerdere statistische buurten die de belangen van bewoners in die buurten vertegenwoordigt;
    •.
    statistische buurt: gebied, dat conform de statistische indeling van Eindhoven, als buurt betiteld wordt en dat niet behoort tot de gebieden die door het college zijn aangewezen vanuit het actiegebiedenbeleid;
    •.
    steunpunt: kleinschalige voorziening die wordt geëxploiteerd voor het behoud en de verbetering van de leefbaarheid in de statistische buurt, waar bewoners kunnen vergaderen, ontmoeten, wijk- en buurtinformatie halen en leefbaarheidssignalen afgeven.
    
    Artikel 2. Doelstelling
    Het faciliteren en stimuleren van initiatieven voor, door en met bewoners ten behoeve van het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de buurten van Eindhoven.
    
    Artikel 3. Subsidieverlening
    1..
    Het college kan uitsluitend op aanvraag een jaarlijkse subsidie verstrekken:
    - aan een bewoner of een bewonersorganisatie voor de kosten van een buurtpreventieteam;
    - aan een bewonersorganisatie of rechtspersoon die zich primair bezighoudt met de leefbaarheid in de desbetreffende buurt voor de huisvestingskosten van een steunpunt, zijnde huur, gas, water, elektra, kosten voor klein onderhoud, lokale heffingen en verplichte verzekeringen;
    - aan een bewonersorganisatie, stadsdeelorganisatie, of ondernemersorganisatie voor activiteiten en voor organisatiekosten van de desbetreffende organisatie.
    2..
    Het college kan uitsluitend op aanvraag een eenmalige subsidie verstrekken:
    - aan een bewoner of een bewonersorganisatie voor activiteiten;
    - aan een bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie in oprichting in het opstartjaar voor de kosten van het opstarten van een nieuwe bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie;
    .
    - aan natuurlijke personen of rechtspersonen als waardering voor hun buitengewone vrijwillige inzet voor de leefbaarheid en sociale cohesie in ten minste een van de buurten in Eindhoven indien zij voldoen aan de vereisten uit artikel 4 vierde lid.
    
    Artikel 4. Subsidievereisten
    1..
    Om in aanmerking te komen voor subsidie is vereist dat:
    - de activiteiten gericht zijn op het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de straat of buurt in Eindhoven;
    - de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder a, toegankelijk zijn voor iedereen uit het gebied die behoort tot de doelgroep van de activiteit; en
    - de activiteiten worden uitgevoerd in gebieden die niet door het college zijn aangewezen vanuit het actiegebiedenbeleid.
    2..
    In aanvulling op het eerste lid is voor subsidie voor activiteiten van een stadsdeelorganisatie vereist dat de activiteiten plaatsvinden in meerdere statistische buurten.
    3. Om in aanmerking te komen voor subsidie voor de kosten van een buurtpreventieteam is vereist dat de leden van het buurtpreventieteam met goed gevolg hebben deelgenomen aan een van gemeentewege georganiseerde training.
    4..
    Om in aanmerking te komen voor subsidie wordt de aanvrager genomineerd door een gebiedscoördinator op basis van de volgende vereisten:
    - de aanvrager is aantoonbaar ten minste 6 maanden actief in de stad;
    - de aanvrager heeft in de afgelopen 5 jaar geen waarderingssubsidie op grond van deze subsidieregeling ontvangen;
    - de aanvrager levert een bijzondere bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de stad, bijvoorbeeld in welzijn, leefbaarheid, sport of sociale initiatieven.
    .
    
    Artikel 5. Hoogte van de subsidie
    1..
    Een subsidie bedraagt maximaal voor:
    - kosten van een buurtpreventieteam:een bedrag van € 0,10 per bewoner in de desbetreffende statistische buurt met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; eneen bedrag van € 10,- per buurtprevent met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar,
    .
    waarbij voor onderdelen i en ii gezamenlijk in ieder geval € 450,- kan worden verleend;
    - huisvestingskosten van een steunpunt 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 6.000,-;
    - activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c:voor een bewonersorganisatie € 3,- per bewoner vermenigvuldigd met het inwoneraantal dat wordt vertegenwoordigd door de desbetreffende bewonersorganisatie, waarbij in ieder geval € 1.000,- kan worden verleend; voor een stadsdeelorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 7.000,-;voor een ondernemersorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 3.000,-;
    - organisatiekosten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1500,-;
    - activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-;
    - het opstarten van een nieuwe bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 1.000,-;
    - activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c €1.000,-.
    2..
    In aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, onderdeel i, kan het college, indien binnen een statistische buurt meerdere bewonersorganisaties actief zijn, om het inwoneraantal dat door de bewonersorganisatie daadwerkelijk wordt vertegenwoordigd te bepalen, een bewonersorganisatie verplichten een wijkraadpleging te houden, op basis waarvan het draagvlak voor de bewonersorganisatie bepaald kan worden.
    .
    
    Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling
    1..
    Het college stelt jaarlijks voor aanvang van het tijdvak waar de activiteiten van deze subsidieregeling betrekking op hebben, het subsidieplafond vast binnen de door de raad vastgestelde begroting. Deelplafonds worden vastgesteld voor:
    - jaarlijkse subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
    - eenmalige subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder a en b;
    - eenmalige subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c.
    2..
    Indien het bedrag waarvoor op grond van deze regeling subsidie zou moeten worden verleend, groter is dan het op grond van het eerste lid vastgestelde subsidieplafond, verdeelt het college het subsidieplafond:
    - voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, naar evenredigheid;
    - voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder b, op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgesteld subsidieplafond is bereikt;
    3..
    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen.
    4..
    Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst en het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.
    5. In het geval dat het deelplafond zoals genoemd in het eerste lid, onder a, na beoordeling van de tijdig ingediende aanvragen niet bereikt is, kan het college besluiten het restant subsidieplafond te publiceren voor nieuwe aanvragen of deze toe te voegen aan een ander deelplafond. Wordt het restant subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidie vastgesteld dan is de aanvraagtermijn uit artikel 8, derde lid, en de beslistermijn uit artikel 9, tweede lid, van toepassing.
    .
    
    Artikel 7. Aanvraag
    1..
    Een aanvraag om subsidie gaat, in afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASV Eindhoven, en in aanvulling op artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht vergezeld van:
    - een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    - de doelen en resultaten die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder hoe de activiteiten bijdragen aan de leefbaarheid van het gebied waarin de activiteiten plaatsvinden;
    - een begroting van de kosten van de activiteiten.
    2..
    In afwijking van artikel 6, derde lid, van de ASV Eindhoven voegt een rechtspersoon die voor het eerst een subsidie aanvraagt een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.
    3. Een aanvraag om subsidie op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel c wordt in afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASV Eindhoven ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.
    .
    
    Artikel 8. Aanvraagtermijn
    1.
    Een aanvraag om een eenmalige subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven, tenminste 1 week voor aanvang van de activiteiten ingediend.
    2. Een aanvraag om een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c kan, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven doorlopend worden ingediend.
    3. Indien het college, op grond van artikel 6, vijfde lid, een subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidie vaststelt, wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV Eindhoven, een subsidieaanvraag uiterlijk 1 maart, van het betreffende subsidiejaar, ingediend .
    
    Artikel 9. Beslistermijn
    1. Het college beslist, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASV Eindhoven, op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen vier weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ontvangen.
    2. Indien het college, op grond van artikel 6, vijfde lid, een subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidies vaststelt, beslist het college, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV Eindhoven, op een aanvraag uiterlijk op 1 mei, van het betreffende subsidiejaar.
    
    Artikel 10. Aanvullende weigeringsgrond
    In aanvulling op artikel 9 van de ASV Eindhoven weigert het college een aanvraag voor een eenmalige subsidie voor activiteiten indien de bewonersorganisatie een jaarlijkse subsidie ontvangt voor activiteiten in hetzelfde kalenderjaar.
    
    Artikel 11. Verplichtingen
    In aanvulling op de ASV Eindhoven is de subsidieontvanger verplicht:
    a..
    bij een subsidiebedrag hoger dan € 5.000 euro een zodanige boekhouding te voeren dat 
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.