Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe

Gedeputeerde Staten van Drenthe

Veehouderijondernemingen met veehouderijlocaties in door de provincie aangewezen gebieden (veenweidegebieden, beekdalen, Natura 2000-gebieden of zandgronden).

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Eerstvolgende deadline
1 okt 2029
nog ~39 maanden

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor veehouderijondernemingen in Drenthe die hun veehouderijactiviteiten volledig beëindigen op aangewezen locaties. Doel is blijvende vermindering van stikstofemissie op Natura 2000-gebieden en realisering van gebiedspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat. Regeling loopt van 1 juli 2025 tot 1 oktober 2029.

Voor wie is het bedoeld?

Veehouderijondernemingen met veehouderijlocaties in door de provincie aangewezen gebieden (veenweidegebieden, beekdalen, Natura 2000-gebieden of zandgronden).

Veehouderijonderneming

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Ik wil mijn veehouderijbedrijf beëindigen en subsidie krijgen voor de volledige sluiting
  • Ik zoek financiële ondersteuning voor het stoppen met veehouderij in een stikstofgevoelig gebied
  • Ik wil mijn veehouderijlocatie sluiten en bijdragen aan natuurherstel in Drenthe

Voorwaarden

  • Veehouderijlocatie moet zich bevinden in door de provincie aangewezen gebied
  • Volledige beëindiging van veehouderijactiviteiten op de locatie vereist
  • Aanvraag moet schriftelijk en ondertekend worden ingediend met elektronisch aanvraagformulier
  • Kosten gemaakt voorafgaand aan indiening van aanvraag komen niet in aanmerking
  • Verrekenbare of compensabele btw komt niet in aanmerking

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een veehouderijonderneming
Uw sector/SBI valt onder: 0141, 0142, 0143, 0144, 0145, 0146
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Drenthe.

Openstellingen en rondes

OpenstellingOpen
Start
1 jul 2025
Sluit
1 okt 2029
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Start van deze pagina
    Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud
    De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden
    Tekstgrootte
    —+
    Home
    Particulieren
    Ondernemers
    Overheidsinformatie
    Over deze site
    Contact
    English
    Help
    Sitemap
    Snelzoeken Snelzoeken
    HomeOverheidsinformatieOfficiële bekendmakingen
    Officiële bekendmakingen: Zoeken
    Terug naar bekendmakingen
    Jaargang 2026
    Nr. 11645
    Gepubliceerd op 2026-07-09
    Toon volledige inhoudsopgave
    Aanhef
    Lichaam
    Ondertekening
    Wijziging Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe
    Gedeputeerde Staten van Drenthe;
    gelet op artikel 3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023;
    overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling MGB Drenthe op onderdelen te wijzigen ten behoeve van een goede uitvoering van de subsidieregeling;
    BESLUITEN:
    vast te stellen de wijziging van de Subsidieregeling MGB Drenthe.
    Artikel I
    De Subsidieregeling MGB Drenthe wordt als volgt gewijzigd:
    A.
    In artikel 1 wordt in de begripsbepaling van het begrip ’natuurvergunning’ ’of soortgelijke vergunningen op basis van eerder geldende wet- en regelgeving;’ vervangen door ’of toestemming als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel r, van de Beleidsregels bescherming natuur provincie Drenthe;'.
    B.
    Aan artikel 7 wordt een lid toegevoegd, luidende:
    5. Het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, mag niet hoger zijn dan het aantal landbouwhuisdieren dat is toegestaan op grond van de geldende natuurvergunning voor de veehouderijlocatie, die de vergunde stikstofemissie voor de Natura 2000-activiteiten van de veehouderijlocatie bepaalt.
    C.
    In artikel 9, derde lid, onderdeel d, wordt na ’wordt uitgevoerd door een’ het woord 'adviseur’ ingevoegd.
    D.
    In artikel 14, eerste lid, onderdeel h, wordt ‘12 maanden‘ vervangen door ‘6 maanden‘.
    E.
    In artikel 15, eerste lid, wordt ’3 maanden’ vervangen door ’6 maanden’.
    F.
    In BIJLAGE 1 – Behorende bij artikel 15 van de Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe, Modelovereenkomst, onder kop ’komen het volgende overeen:’ in het vijfde lid, wordt ’Deze overeenkomst treedt in werking om datum’ vervangen door ’Deze overeenkomst treedt in werking op datum'.
    G.
    Onder vernummering van artikel 18 tot 19 wordt na artikel 17 een artikel ingevoegd, luidende:
    Artikel 18 Overgangsrecht
    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 6 juli 2026, blijft deze regeling zoals deze luidde voor dat tijdstip van toepassing.
    H.
    In de Toelichting van de Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe komt artikel 7 Subsidievereisten te luiden:
    Artikel 7 van deze subsidieregeling bevat de vereisten voor subsidieverlening, waaronder de bepaling van de stikstofemissie van een veehouderijlocatie ten behoeve van de drempelwaarde. De stikstofemissie wordt berekend op basis van het gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren in een referentiejaar.
    Bij deze berekening worden uitsluitend landbouwhuisdieren meegeteld voor zover deze passen binnen de stikstofemissie die is toegestaan op grond van de geldende toestemming voor de Natura 2000 activiteit van de veehouderijlocatie. Het gemiddeld aantal feitelijk gehouden landbouwhuisdieren vormt daarbij het uitgangspunt, met dien verstande dat dit aantal niet hoger kan zijn dan het vergunde niveau. Hiermee wordt verduidelijkt hoe de stikstofemissie voor de toepassing van deze regeling wordt bepaald. De toelichting heeft geen gevolgen voor de doelgroep of de reikwijdte van de subsidieregeling.
    Artikel II
    Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 juli 2026 en vervalt met ingang van 1 oktober 2029.
    Gedeputeerde Staten voornoemd,
    drs. A.H. Mulder, voorzitter
    W.F. Brenkman MSc, secretaris
    Assen, 16 juni 2026
    Kenmerk 4.6/2026000834
    Inhoudsopgave
    Aanhef
    Lichaam
    Artikel I
    Artikel II
    Ondertekening
    Acties
    Authentieke versie downloaden (pdf)
    Odt-formaat downloaden
    Xml-formaat downloaden
    Technische informatie
    Permanente link
    E-overheid bouwt mee aan betere dienstverlening met minder regeldruk
    Overheid.nl werkt samen met: Antwoord
    voor Bedrijven | Rijksoverheid.nl
    SnelzoekenInfo
    Snelzoeken
    U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
    –een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
    –een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
    U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
    U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten.
    ('appellabele toezeggingen').
    Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe
    Gedeputeerde Staten van Drenthe;
    gelet op:
    - artikel 3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023 en de Algemene wet bestuursrecht;
    - de Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 22 november 2024, nr. WJZ/89410470, houdende specifieke uitkeringen aan provincies ten behoeve van de beëindiging van veehouderijlocaties, ter ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak voor natuur, stikstof, water en klimaat (Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties);
    overwegende;
    - dat de provincie Drenthe subsidie beschikbaar wil stellen aan veehouderijondernemingen voor de volledige beëindiging van veehouderijactiviteiten op een veehouderijlocatie, met het oog op een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie, alsmede met het oog op het realiseren van gebiedspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat;
    BESLUITEN:
    de Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe vast te stellen
    
    Artikel 1 Begripsbepalingen
    In deze regeling wordt verstaan onder:
    Asv: Algemene subsidieverordening provincie Drenthe 2023;
    diersoorten met productierecht: melkvee, kippen, kalkoenen en varkens;
    landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken;
    landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in Bijlage I van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie plaatsvindt;
    landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485);
    Lvv: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking an de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L 327);
    marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een onroerende zaak tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marktwerking in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum, waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld;
    melkvee: dieren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet;
    minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
    Natura 2000-gebied: een gebied als bedoeld in Bijlage 1.1 van de Omgevingswet;
    natuurvergunning: omgevingsvergunning voor een Natura 2000- activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet of soortgelijke vergunningen op basis van eerder geldende wet- en regelgeving;
    omgevingsrechtelijke melding: melding als bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
    Omgevingsregeling: Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;
    Omgevingswet: Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;
    omgevingsvergunning milieu: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in Bijlage 1.1 van de Omgevingswet;
    productiecapaciteit: onroerende zaken van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden zijn, hetzij direct of indirect steun vinden in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond(en), de bedrijfswoning en de mestvergister die voor minder dan 50 % van de totaal te behandelen dierlijke meststoffen afhankelijk is van de dierlijke meststoffen die afkomstig zijn van de volledig of gedeeltelijk te sluiten veehouderijlocatie van de betreffende veehouderijonderneming;
    productierecht: productierecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet, dat wordt uitgedrukt in:
    - voor fosfaatrecht: kilogrammen fosfaat;
    - voor varkensrecht: varkenseenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;
    - voor pluimveerecht: pluimvee-eenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;
    referentiejaar: het voor de berekening van stikstofemissie van een veehouderijlocatie gebruikte kalenderjaar, als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a en vierde lid, van deze regeling;
    stalcapaciteit: productiecapaciteit voor het houden van landbouwhuisdieren, uitgedrukt in het aantal dierplaatsen;
    stikstofemissie: het totaal van de stikstofemissie vanaf een veehouderijlocatie, uitgedrukt in kilogram ammoniak per jaar, bepaald door optelling van de stikstofemissie per diercategorie en overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van deze regeling;
    taxateur: taxateur die is ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs;
    Unienorm: norm van de Unie als bedoeld in randnummer 33, onder 64, van het landbouwsteunkader;
    veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon (of samenwerkingsverband daarvan) die een veehouderijonderneming drijft;
    veehouderijlocatie: vestigingsplaats van een veehouderij, bestaande uit het gebouwerf, bedoeld in bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, van de vestiging;
    veehouderijonderneming: een onderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of de vermeerdering van de desbetreffende dieren. Deze onderneming kan uit meerdere veehouderijlocaties bestaan;
    vleesrunderen: diercategorieën met codes HA2, HA4, HA5 en HA6, bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling.
    
    Artikel 2 Doel
    Subsidie op grond van deze regeling heeft als doel de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door veehouderijondernemingen blijvend te verminderen door de beëindiging van veehouderijactiviteiten op veehouderijlocaties te stimuleren.
    
    Artikel 3 Subsidiabele activiteit
    Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare volledige sluiting van een veehouderijlocatie overeenkomstig artikel 15 van deze regeling.
    
    Artikel 4 Doelgroep
    Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt aan een veehouderijonderneming met een veehouderijlocatie die zich bevindt in een door de provincie aangewezen gebied, zoals opgenomen in de openstelling.
    
    Artikel 5 Openstelling
    1..
    Gedeputeerde Staten kunnen één of meer openstellingen vaststellen.
    2..
    Per openstelling stellen Gedeputeerde Staten vast:
    - het geografische gebied waarbinnen een veehouderijlocatie gelegen moet zijn;
    - de periode waarbinnen een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend;
    - één of meer subsidieplafonds.
    
    Artikel 6 Aanvraagvereisten
    Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk en ondertekend ingediend met behulp van het elektronisch beschikbaar gestelde aanvraagformulier en wordt vergezeld van de vereiste bijlagen.
    
    Artikel 7 Subsidievereisten
    1..
    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de vermindering van de stikstofemissie van de veehouderijlocatie, die met de volledige sluiting wordt gerealiseerd, meer bedraagt dan de volgende drempelwaarde:
    - 250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, in combinatie met het houden van maximaal 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie;
    - 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie uitsluitend wordt gebruikt voor het houden van andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee;
    - 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, en voor het houden van meer dan 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie.
    2..
    De stikstofemissie door de veehouderijlocatie wordt per diercategorie, als bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling, bepaald door vermenigvuldiging van:
    - de emissie van ammoniak per dierplaats per jaar, bedoeld in artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Omgevingsregeling, uitgaand van de emissiefactor die voor het toepasselijke huisvestingssysteem van toepassing is, met;
    - het gemiddelde aantal gehouden landbouwhuisdieren van de diercategorie.
    3..
    Bij de toepassing van het eerste lid, wordt voor de bepaling van de bestaande stikstofemissie uitgegaan van:
    - het huisvestingssysteem dat van toepassing was en het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld werd gehouden in het kalenderjaar dat twee kalenderjaren voorafgaat aan het kalenderjaar waarin een subsidieaanvraag op grond van deze subsidieregeling is ingediend; en
    - artikel 4.6 van de Omgevingsregeling (rekenregels emissie ammoniak), zoals dat luidt op de datum waarop de subsidieaanvraag op grond van deze regeling wordt ingediend.
    4..
    Als de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in het, in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar, niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, dan kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in een kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar.
    
    Artikel 8 Subsidievorm
    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.
    
    Artikel 9 Subsidiabele kosten
    1..
    De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking:
    - het waardeverlies van het te laten vervallen productierecht voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht;
    - het waardeverlies van de stilgelegde productiecapaciteit, als gevolg van de onomkeerbare volledige sluiting van het veehouderijgedeelte van de agrarische onderneming, tenzij artikel 15, tweede lid van toepassing is;
    - de kosten van het volledig afbreken en verwijderen van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit;
    - de legeskosten voor vergunningen en planologische procedures, direct verbonden met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
    - de kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
    2..
    Onder kosten voor adviesdiensten, bedoeld in het eerste lid, sub e, wordt verstaan:
    - kosten voor de accountant en de financiële instelling in verband met het volledig sluiten van een veehouderijlocatie;
    - een door een fiscalist uitgevoerd onderzoek naar de fiscale gevolgen van de volledige sluiting van een veehouderijlocatie voor de veehouder;
    - een door een bedrijfseconomisch geschoold deskundige gegeven bedrijfseconomisch advies inzake de volledige sluiting van een veehouderijlocatie.
    3..
    De subsidie voor de in het tweede lid genoemde kosten voor adviesdiensten wordt uitsluitend verstrekt, indien het advies:
    - wordt uitgevoerd door een onafhankelijke, gediplomeerde deskundige, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, en over aantoonbare kennis beschikt over het onderwerp waarop het advies betrekking heeft;
    - een eenmalig karakter heeft en enkel betrekking heeft op de sluiting van de productiecapaciteit;
    - niet behoort tot de gewone bedrijfsuitgaven van de veehouderijonderneming; en
    - wordt uitgevoerd door een die is opgenomen in het bedrijfsadviseringssysteem, bedoeld in artikel 15, eerste lid van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstelle
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.