Subsidieregeling gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Utrecht
Gedeputeerde Staten van Utrecht
Veehouderijondernemingen gelegen in de provincie Utrecht, geheel of gedeeltelijk binnen een zone van 1000 meter rondom de stikstofgevoelige delen van de Natura 2000-gebieden.
Ook bekend als Sgbv-U
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor veehouderijondernemingen in Utrecht gelegen binnen 1000 meter van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden voor de onomkeerbare sluiting van veehouderijlocaties ter vermindering van stikstofemissie en realisering van gebiedsspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat. Subsidieplafond 2026-2027: € 7.563.945.
Voor wie is het bedoeld?
Veehouderijondernemingen gelegen in de provincie Utrecht, geheel of gedeeltelijk binnen een zone van 1000 meter rondom de stikstofgevoelige delen van de Natura 2000-gebieden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil mijn veehouderijbedrijf sluiten en subsidie krijgen voor de beëindiging
- Ik zoek financiering voor het stoppen van mijn veehouderij in een stikstofgevoelig gebied
- Ik wil bijdragen aan stikstofvermindering en natuurbehoud door mijn bedrijf te sluiten
Voorwaarden
- Veehouderijonderneming moet gelegen zijn in provincie Utrecht
- Locatie moet geheel of gedeeltelijk binnen 1000 meter zone rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen
- Sluiting moet onomkeerbaar zijn
- Kosten gemaakt vóór indiening subsidieaanvraag komen niet in aanmerking
- Verrekenbare of compensabele btw komt niet in aanmerking
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- € 7,6 mln
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2026 en 2027 vast op € 7.563.945,00.”
Toon brontekst
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 11 november 2025, UTSP-195578703-115098, tot vaststelling van de Subsidieregeling gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties provincie Utrecht (Sgbv-U) Gedeputeerde Staten van Utrecht, Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; Gezien de Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 22 november 2024, nr. WJZ/89410470, houdende specifieke uitkeringen aan provincies ten behoeve van de beëindiging van veehouderijlocaties, ter ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak voor natuur, stikstof, water en klimaat (Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties); Overwegende dat: - de provincie subsidie beschikbaar wil stellen aan veehouderijondernemingen voor de beëindiging van veehouderijactiviteiten op een veehouderijlocatie, met het oog op een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie, alsmede met het oog op het realiseren van gebiedsspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat; - deze subsidieregeling de Kaderstellende notitie voor het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG - PS 26 juni 2024) als beleidsgrondslag heeft; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: - AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; - beekdalen: 2.500 meter zones rond lijnvormige langzaam en snelstromende wateren met R-typen 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 17 en 18; - diersoorten met productierecht: melkvee, kippen, kalkoenen en varkens; - kosten derden: kosten, waarvoor een onderneming een factuur van een derde ontvangt en in haar administratie bewaart; - landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken; - landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt; - landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485); - marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een onroerende zaak tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marktwerking in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum, waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld; - melkvee: dieren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet; - minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; - Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in de Omgevingswet; - natuurvergunning: omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet; - omgevingsrechtelijke melding: melding als bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving; - omgevingsvergunning milieu: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet; - overgangsgebieden N2000: landbouwareaal in Natura 2000 gebieden, en in een zone van maximaal 2.500 meter rond een Natura 2000 gebied; - productiecapaciteit: onroerende zaken van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden zijn, hetzij direct of indirect steun vinden in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond(en), de bedrijfswoning en de mestvergister die voor minder dan 50 % van de totaal te behandelen dierlijke meststoffen afhankelijk is van de dierlijke meststoffen die afkomstig zijn van de te sluiten veehouderijlocatie van de betreffende veehouderijonderneming; - productierecht: productierecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet, dat wordt uitgedrukt in: voor fosfaatrecht: kilogrammen fosfaat;voor varkensrecht: varkenseenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;voor pluimveerecht: pluimvee-eenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet; - referentiejaar: het voor de berekening van stikstofemissie van een veehouderijlocatie gebruikte kalenderjaar, als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a en vierde lid; - stalcapaciteit: productiecapaciteit voor het houden van landbouwhuisdieren, uitgedrukt in het aantal dierplaatsen; - stikstofemissie: het totaal van de stikstofemissie vanaf een veehouderijlocatie, uitgedrukt in kilogram ammoniak per jaar, bepaald door optelling van de stikstofemissie per diercategorieën overeenkomstig artikel 4, tweede lid; - taxateur: taxateur die is ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs; - Unienorm: norm van de Unie als bedoeld in randnummer 33, onder 64, van het landbouwsteunkader, genoemd onder g; - veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een veehouderijonderneming drijft; - veehouderijlocatie: vestigingsplaats van een veehouderij, bestaande uit het gebouwerf, bedoeld in bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, van de vestiging; - veehouderijonderneming: een landbouwonderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of de vermeerdering van de desbetreffende dieren; - veehouderijonderneming met productierecht: veehouderijonderneming voor het houden of het mede houden van diersoorten met productierecht; - veenweidegebied: veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Meststoffenwet in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en in de provincie Groningen in de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Westerkwartier en in de provincie Overijssel in de gemeenten Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - verordening 2022/2472: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L 327); - vleesrunderen: diercategorieën met codes HA2, HA4, HA5 en HA6 als bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling; - zandgrond: zandgrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van de Meststoffenwet. Artikel 2. Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt aan een veehouderijonderneming die is gelegen in de provincie Utrecht, geheel of gedeeltelijk binnen een zone van 1000 meter rondom de stikstofgevoelige delen van de Natura 2000-gebieden, overeenkomstig de geografische gebiedsafbakening, zoals aangegeven op de kaart die is bijgevoegd als bijlage 3. Artikel 3. Subsidiabele activiteit 1.. Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare (artikel 14) sluiting van een veehouderijlocatie. Artikel 4. Subsidiecriteria 1.. Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan het vereiste dat de vermindering van de stikstofemissie van de veehouderijlocatie, die met de sluiting wordt gerealiseerd, meer bedraagt dan de volgende drempelwaarde: - 250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, in combinatie met het houden van maximaal 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie; - 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie uitsluitend wordt gebruikt voor het houden van andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee; - 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, en voor het houden van meer dan 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie. 2.. De stikstofemissie wordt per diercategorie, als bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling, bepaald door vermenigvuldiging van: - de emissie van ammoniak per dierplaats per jaar, bedoeld in artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Omgevingsregeling, uitgaand van de emissiefactor die voor het toepasselijke huisvestingssysteem van toepassing is, met; - het gemiddelde aantal gehouden landbouwhuisdieren van de diercategorie. 3.. Bij de toepassing van lid 1 van dit artikel, wordt voor de bepaling van de bestaande stikstofemissie uitgegaan van: - het huisvestingssysteem dat van toepassing was en het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld werd gehouden in het kalenderjaar dat twee kalenderjaren voorafgaat aan het kalenderjaar waarin een subsidieaanvraag op grond van deze subsidieregeling is ingediend, en - artikel 4.6 van de Omgevingsregeling (rekenregels emissie ammoniak), zoals dat luidt op de datum waarop de subsidieaanvraag op grond van deze regeling wordt ingediend. 4.. Als de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in het, in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar, niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, dan kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in een kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar. Artikel 5. Subsidievorm Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag. Artikel 6. Weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden, vermeld in artikel 4:6 van de AsvpU, wordt subsidie ook geweigerd indien: - de veehouder op de veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderijonderneming drijft en de desbetreffende productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt; - de veehouder zich reeds heeft verplicht om de veehouderijlocatie te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met het sluiten van de veehouderijlocatie; - de veehouder de vrijkomende ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning na 26 november 2024; - de veehouderijonderneming niet voldoet of niet heeft voldaan aan de Unienormen of aan de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderijonderneming en in verband hiermee zijn activiteiten als veehouder moet beëindigen; - de veehouder failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; - de veehouderijonderneming een onderneming is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in randnummer 25 van het landbouwsteunkader; - de veehouderijonderneming een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in randnummer 33, onder 63, van het landbouwsteunkader; - de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie; - de veehouder artikel 19, eerste lid, artikel 20, eerste lid, of artikel 21b, eerste lid, van de Meststoffenwet heeft overtreden; - de veehouderijonderneming niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij verordening 2022/2472 vastgestelde criteria. Artikel 7. Subsidiabele kosten 1.. De subsidie aan een veehouderijonderneming voor de onomkeerbare sluiting van een veehouderijlocatie omvat: - een bijdrage in verband met het laten vervallen van productierecht, voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht; - een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapa […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.