Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren
Gemeente De Fryske Marren
Eigenaren van monumentale molens en rijksmonumenten met publieksfunctie in gemeente De Fryske Marren
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor onderhoud van monumentale molens en restauratie van rijksmonumenten met publieksfunctie in gemeente De Fryske Marren. Molens ontvangen maximaal €1.500 per jaar; rijksmonumenten maximaal 20% van subsidiabele kosten tot €5.000 per aanvraag. Verdeling op basis van volgorde van ontvangst (first-come-first-served) met loting bij gelijktijdige aanvragen.
Voor wie is het bedoeld?
Eigenaren van monumentale molens en rijksmonumenten met publieksfunctie in gemeente De Fryske Marren
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Onderhoud van een monumentale molen financieren
- Restauratie van een rijksmonument met publieksfunctie bekostigen
- Subsidie aanvragen voor restauratiekosten
Voorwaarden
- Restauratieplan met gespecificeerde begroting moet worden ingediend
- Werkzaamheden mogen pas beginnen na college-goedkeuring
- Voor dezelfde pand geen subsidie binnen 5 jaar voorafgaande periode
- Financieel overzicht met facturen moet na realisatie worden ingediend
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- Wie het eerst komt
Bronnen en actualiteit
“Rijksmonumenten met een publieksfunctie: een subsidie bedraagt maximaal 20 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag.”
Toon brontekst
Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren; gelet op de titel 4:2 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren. Artikel 1. Begripsomschrijvingen - Molens: molens die de status van rijksmonument hebben. - Rijksmonumenten: monumenten die zijn opgenomen in het monumentenregister, vastgesteld ingevolge artikel 6 van de Monumentenwet 1988. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor: - Onderhoud van (monumentale) molens in gemeente De Fryske Marren: - Restauratie van rijksmonumenten met een publieksfunctie. Artikel 4. Berekening van de subsidie Subsidie wordt alleen verstrekt in de volgende twee subsidie categorieën: - Molens: de hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 1.500,- per molen per jaar. - Rijksmonumenten met een publieksfunctie: een subsidie bedraagt maximaal 20 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag. - Onder subsidiabele kosten wordt verstaan:Molens: kosten om de molens in de oorspronkelijke staat te houden.Rijksmonumenten: restauratiekosten die door het college van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld.Subsidie is inclusief de eventueel verschuldigde BTW. Artikel 5. Aanvraag In aanvulling op artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren dient de aanvrager een restauratieplan met gespecificeerde begroting in te dienen. Artikel 6. Aanvullende weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 10, derde lid, aanhef en onder t, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren is de volgende aanvullende weigeringsgrond van toepassing: - Er wordt geen subsidie toegekend indien voor hetzelfde pand in de voorafgaande periode van 5 jaar subsidie is toegekend. Artikel 7. Bijzondere bepalingen/ verplichtingen De aanvrager dient: - De aanvrager dient de werkzaamheden uit te voeren volgens het ingediende en door het college goedgekeurde restauratieplan. - Pas te beginnen met de werkzaamheden nadat het college een besluit heeft genomen op de subsidieaanvraag. Artikel 8. Verantwoording - In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren, dient de subsidieaanvrager nadat de restauratie is gerealiseerd een financieel overzicht in te dienen. Dit financieel overzicht dient aangeleverd te worden inclusief facturen. - Wanneer de daadwerkelijke kosten hoger zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de vaststelling gebaseerd op de kosten zoals vermeld in de aanvraag. - Wanneer de daadwerkelijke kosten lager zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de subsidie naar evenredigheid vastgesteld waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kosten. Artikel 9. Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Artikel 10. Verdeling subsidieplafond - Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. - Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld. - Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel - Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. - Deze subsidieregeling is van toepassing op aanvragen van subsidie die worden verstrekt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling. - De subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, zoals vastgesteld op 27 juni 2017 wordt ingetrokken. - Op de subsidies die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, blijft de subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, vastgesteld op, 27 juni 2017, van toepassing. - Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van De Fryske Marren op 20 juni 2019, gemeentesecretaris, burgemeester, Ditta Cazemier Fred Veenstra
Toon brontekst
Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren; gelet op de titel 4:2 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren. Artikel 1. Begripsomschrijvingen - Molens: molens die de status van rijksmonument hebben. - Rijksmonumenten: monumenten die zijn opgenomen in het monumentenregister, vastgesteld ingevolge artikel 6 van de Erfgoedwet. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor: - Onderhoud van (monumentale) molens in gemeente De Fryske Marren: - Restauratie van rijksmonumenten met een publieksfunctie. Artikel 4. Berekening van de subsidie Subsidie wordt alleen verstrekt in de volgende twee subsidie categorieën: - Molens: de hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten per molen per jaar, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag. - Rijksmonumenten met een publieksfunctie: een subsidie bedraagt maximaal 20 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,- per aanvraag. - Onder subsidiabele kosten wordt verstaan de kosten ten behoeve van de instandhouding van monumenten, zoals is bepaald in bijlage 1 ‘Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten gemeente De Fryske Marren.’ Artikel 5. Aanvraag In aanvulling op artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren dient de aanvrager een restauratieplan met gespecificeerde begroting in te dienen. Artikel 6. Aanvullende weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 10, derde lid, aanhef en onder u, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren is de volgende aanvullende weigeringsgrond van toepassing: - Er wordt geen subsidie toegekend indien voor hetzelfde pand in de voorafgaande periode van 5 jaar subsidie is toegekend. Artikel 7. Bijzondere bepalingen/ verplichtingen De aanvrager dient - de werkzaamheden uit te voeren volgens het ingediende en door het college goedgekeurde restauratieplan. - Pas te beginnen met de werkzaamheden nadat het college een besluit heeft genomen op de subsidieaanvraag Artikel 8. Verantwoording - In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening De Fryske Marren, dient de subsidieaanvrager nadat de restauratie is gerealiseerd een financieel overzicht in te dienen. Dit financieel overzicht dient aangeleverd te worden inclusief facturen. - Wanneer de daadwerkelijke kosten hoger zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de vaststelling gebaseerd op de kosten zoals vermeld in de aanvraag. - Wanneer de daadwerkelijke kosten lager zijn dan bij de aanvraag is vermeld, wordt de subsidie naar evenredigheid vastgesteld waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kosten. Artikel 9. Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door het college. Artikel 10. Verdeling subsidieplafond - Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. - Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld. - Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel - Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. - Deze subsidieregeling is van toepassing op aanvragen van subsidie die worden verstrekt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling - De subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, zoals vastgesteld op 27 juni 2017 wordt ingetrokken. - Op de subsidies die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, blijft de subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske Marren, vastgesteld op, 27 juni 2017, van toepassing. - Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Rijksmonumenten De Fryske - Marren. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van De Fryske Marren op 19 mei 2026, gemeentesecretaris, burgemeester, Ditta Cazemier Leo Pieter Stoel Bijlage 1 Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten gemeente De Fryske Marren Hoofdstuk 1.1. Algemene bepalingen subsidiabele kosten Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten, voor zover dat is bepaald in deze bijlage, met dien verstande dat: a. kosten uitsluitend subsidiabel zijn voor zover de werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen: 1°. zijn gericht op maximaal behoud van de monumentale waarden van het monument, in het bijzonder historische materialen en constructies; 2°. sober en doelmatig zijn; en 3°. technisch noodzakelijk zijn; b. kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade subsidiabel zijn; c. kosten van vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen subsidiabel zijn; d. kosten van reconstructie niet subsidiabel zijn, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn; e. kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor veranderd gebruik, comfortverbetering of verfraaiing niet subsidiabel zijn, en kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor verduurzaming enkel subsidiabel zijn, indien zij acceptabel zijn en expliciet in deze Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt; en f. kosten van werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel zijn. Hoofdstuk 1.2. Uitwerking algemene bepalingen Algemeen In hoofdstuk 1.1 staan algemene bepalingen ten aanzien van subsidiabele kosten. Deze bepalingen gelden voor alle subsidiabele kosten, genoemd in deze bijlage. Deze bijlage ‘Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten’ (hierna: Leidraad) is opgesteld op basis van de Leidraad die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt gehanteerd voor haar subsidieregelingen voor monumenten. Daarbij heeft men aansluiting gezocht bij de indeling van werkzaamheden bij de reeds bestaande ‘STABU-hoofdcodering’. STABU staat voor Standaardbestek voor de Burger- en Utiliteitsbouw. De Leidraad is gebaseerd op dezelfde codering als STABU. Voor specifieke werkzaamheden, die niet of onvoldoende in de STABU-hoofdcodering voorkomen, is een nieuwe codering toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld gebeurd voor werktuigbouwkundige installaties, ‘klinkende’ onderdelen van monumenten (zoals orgels) en ‘groene’ monumenten (zoals parken en tuinen). In het instandhoudingsplan, met name in de werkomschrijving of het bestek en in de begroting, moeten de onderdelen zoals genoemd in deze Leidraad terug te vinden zijn. Kosten van werkzaamheden die niet zijn opgenomen in de Leidraad komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. In een aantal gevallen is aangegeven welke kosten niet subsidiabel zijn. Deze niet-subsidiabele kostenposten zijn telkens bedoeld ter verduidelijking en als afbakening om aan te geven waar de grens tussen subsidiabel en niet-subsidiabel ligt, maar zijn niet limitatief. Waar in de Leidraad wordt gesproken over ‘instandhouding’, wordt zowel op normaal onderhoud als op restauratie gedoeld. In de Leidraad is geen onderscheid gemaakt in onderhoud en restauratie. Ten aanzien van veel werkzaamheden zou dan met percentages moeten worden gewerkt, wat in veel gevallen een arbitraire grens zou opleveren. Dat levert onwenselijke situaties op. Vanwege de brede opzet van de landelijke leidraad is deze ook toepasbaar op andere subsidieregelingen van het Rijk, provincies en gemeenten voor monumentenzorg. Waar de leidraad van het Rijk zich uitsluitend richt op rijksmonumenten, geldt op gemeentelijk niveau dat er ook gemeentelijke monumenten bestaan. Er is geen verschil in de wijze van instandhouding van een rijks- of gemeentelijk monument. Daarom is deze gemeentelijke Leidraad toepasbaar op zowel rijks- als gemeentelijke monumenten, die in deze Leidraad gezamenlijk worden aangeduid als ‘monument’. De Leidraad is tevens toepasbaar op monumentale molens, aangezien deze in de gemeente beschermd zijn als rijksmonument of gemeentelijk monument. Aangezien binnen de gemeente De Fryske Marren geen archeologische rijksmonumenten aanwezig zijn, zijn in deze gemeentelijke Leidraad hierover geen bepalingen opgenomen. Technisch noodzakelijk, sober en doelmatig De werkzaamheden moeten strekken tot instandhouding van het monument, ze moeten sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van monumentale waarden. Sober en doelmatig houdt in dit verband in dat de werkzaamheden gericht moeten zijn op maximaal behoud van monumentale waarden, dat ze op een vakkundige wijze worden uitgevoerd en dat met de werkzaamheden verval en vervolgschade worden voorkomen. Behoud gaat hierbij vóór herstel, herstel vóór vervanging en vervanging vóór reconstructie. Het reconstrueren van monumenten is in beginsel niet subsidiabel. Bij (materiaal)technisch noodzakelijk gebleken vervanging dienen de nieuwe onderdelen in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking én kwaliteit zoveel mogelijk overeen te komen met de afkomende, te vervangen onderdelen. Het is uiteindelijk ter beoordeling aan de gemeente of aan voornoemde uitgangspunten wordt voldaan. In gevallen waarin in het verleden onderdelen zijn vervangen met gebruikmaking van niet-passende materialen of bijvoorbeeld afwijkende detaillering, is het aan de gemeente om te beoordelen of vervanging in een beter passende uitvoering gewenst is ter versterking van de monumentale waarden en op die grond subsidiabel kan worden gesteld. Voorbeelden van dergelijke uitzonderlijke gevallen zijn het vervangen van een kunststof hemelwaterafvoer door een zinken uitvoering, of het vervangen van een golfplaten dakbedekking door riet of dakpannen. Een plan wordt op deze punten getoetst aan de hand van de bevindingen in het inspectierapport en detailfoto’s van de gebreken enerzijds en de in het plan opgenomen werkzaamheden anderzijds. De blijkens het inspectierapport meest urgente werkzaamheden zullen normaal gesproken in het plan moeten zijn opgenomen. Is dat niet het geval en wordt subsidie gevraagd voor andere werkzaamheden, dan zal dit in de aanvraag moeten worden onderbouwd. Om het plan als doelmatig te kunnen aanmerken, zal de eigenaar moeten verklaren dat de niet opgenomen urgente werkzaamheden binnen de in het inspectierapport aangegeven termijn worden uitgevoerd. Behoud van monumentale waarden Alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het monument kunnen worden gesubsidieerd. Werkzaamheden moeten ook noodzakelijk zijn voor de instandhouding. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Instandhouding van monumentale vaste interieuronderdelen is subsidiabel. Het onderhoud of vervanging van niet-monumentale onderdelen in het interieur is niet subsidiabel, want niet noodzakelijk voor de instandhouding van monumentale waarden. Vervanging van niet-monumentale onderdelen van de bouwkundige schil van het monument kan daarentegen wel subsidiabel zijn als dit noodzakelijk is voor het behoud van monumentale waarden. Hierbij kan vervanging door beter op de monumentale waarden afgestemde materialen subsidiabel zijn als dit gewenst is, zoals in de paragraaf ‘Technisch noodzakelijk, sober en doelmatig’ beschreven. Werkzaamheden aan een niet-monumentale aan […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.