GeslotenGemeente · Subsidie

Subsidieregeling Stimulering buitenschoolse cultuureducatie in het kader van het Aanvalsplan armoede

Gemeente Amsterdam

Voor kunstinstellingen en cultuureducatieve organisaties die programma's aanbieden aan kinderen uit huishoudens met inkomens tot 120% van het wettelijk sociaal minimum in wijken met hoog percentage lage-inkomenshuishoudens.

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kunstinstellingen die buitenschoolse cultuureducatieprogramma's aanbieden aan kinderen (6-15 jaar) uit lage-inkomenshuishoudens in Amsterdam. Doel is de doorstroom van binnen- naar buitenschoolse cultuureducatie te stimuleren en betaalbaarheid te vergroten.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kunstinstellingen en cultuureducatieve organisaties die programma's aanbieden aan kinderen uit huishoudens met inkomens tot 120% van het wettelijk sociaal minimum in wijken met hoog percentage lage-inkomenshuishoudens.

KunstinstellingCultuureducatieve organisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor buitenschoolse cultuureducatie in Amsterdam
  • Financiering van cultuureducatieprogramma's voor kinderen uit lage-inkomenshuishoudens
  • Steun voor kunstinstellingen die doorstroom van binnen- naar buitenschoolse cultuureducatie stimuleren

Voorwaarden

  • Programma moet gericht zijn op minstens 50% deelnemers uit huishoudens met inkomen tot 120% WSM
  • Voor PO en VO: minstens 60 deelnemers; voor SO/VSO: minstens 30 deelnemers
  • Programma moet worden uitgevoerd door vakdocenten cultuureducatie
  • Activiteiten moeten plaatsvinden in of nabije omgeving van wijk met hoog percentage lage-inkomenshuishoudens
  • Programma moet aansluiten bij basispakket cultuureducatie
  • Aanvraag moet minimaal 17 punten scoren op beoordelingscriteria

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kunstinstelling of cultuureducatieve organisatie
Uw sector/SBI valt onder: cultuur
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Amsterdam.

Openstellingen en rondes

Er is op dit moment geen open ronde.

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Direct naar contentDirect zoeken Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Lokale wet- en regelgeving Uitgebreid zoeken Regeling Wetstechnische informatie Regeling tekst Inhoudsopgave Intitule Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 3 Doel subsidieregeling Artikel 4 Bevoegdheden en subsidiabele activiteiten Hoofdstuk 2 Subsidieplafonds, subsidietijdvakken en adviescommissie Artikel 5 Subsidieplafond en subsidietijdvakken Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond en advies Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 7 De aanvrager Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 9 Aanvraagtermijn Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie Artikel 10 Weigeringsgronden Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 11. Aanvullende verplichtingen Toelichting Algemene toelichting Artikelsgewijze toelichting bij de Subsidieregeling Stimulering buitenschoolse cultuureducatie in het kader van het Aanvalsplan armoede Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 Artikel 3 Doel subsidieregeling Artikel 4 Bevoegdheden en subsidiabele activiteiten Artikel 5 Subsidieplafond Artikel 6 Verdeelsleutel en adviescommissie Artikel 7 De aanvrager Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Artikel 9 Aanvraagtermijn Artikel 10 Weigeringsgronden Artikel 11 Aanvullende verplichtingen Permalink Printen Permanente link Naar de actuele versie van de regeling https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR431102 Naar de door u bekeken versie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR431102/1 sluiten Subsidieregeling Stimulering buitenschoolse cultuureducatie in het kader van het Aanvalsplan armoede Geldend van 08-07-2016 t/m heden Intitulé Subsidieregeling Stimulering buitenschoolse cultuureducatie in het kader van het Aanvalsplan armoede Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. Aanvalsplan armoede: Uitwerking van de plannen uit het coalitieakkoord 2014-2018 gericht op de bestrijding van armoede in Amsterdam; b. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; c. Buitenschoolse cultuureducatie: Cultuureducatieve activiteiten die niet schoolgebonden zijn en geen verplicht onderdeel uitmaken van het onderwijsprogramma onder schooltijd; d. Cultuureducatie: Onderwijsactiviteiten op de terreinen beeldende kunst, podiumkunsten, muziek, drama, dans, literatuur, erfgoed en media, die zowel onder schooltijd als buiten schooltijd kunnen plaatsvinden; e. Deelnemer: Unieke leerling die consequent deelneemt aan een buitenschools cultuureducatief jaarprogramma; f. Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020: Stedelijk beleidskader, vastgesteld op 25 november 2015 door de gemeenteraad, waarin de integrale visie van de gemeente Amsterdam op kunst en cultuur is vastgelegd; g. PO: Primair onderwijs; h. SO: Speciaal onderwijs; i. Talentontwikkeling: Cultuureducatieve activiteiten gericht op brede persoonlijke ontwikkeling en artistieke ontwikkeling; j. Vakdocent cultuureducatie: Docent met onderwijsbevoegdheid, dan wel met aantoonbare kennis van pedagogisch en didactisch handelen, gespecialiseerd op het terrein van de disciplines genoemd onder cultuureducatie; k. VO: Voortgezet onderwijs; l. VSO: Voortgezet speciaal onderwijs; m. WSM: Wettelijk sociaal minimum: het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde minimumbedrag dat voorziet in noodzakelijk kosten voor levensonderhoud. Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 3 Doel subsidieregeling 1. Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren van deelname aan buitenschoolse cultuureducatie door leerlingen van het PO, SO, VSO en brugjaren van het VO die afkomstig zijn uit huishoudens met inkomens tot 120% van het WSM. 2. Dit doel wordt bereikt middels het ondersteunen van een voor alle leerlingen van het PO en de brugjaren van het VO bereikbaar buitenschools aanbod in wijken waar een hoog percentage lage inkomensgezinnen woont en een voor alle leerlingen van het SO en VSO bereikbaar stadsbreed georganiseerd aanbod. Artikel 4 Bevoegdheden en subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen van maximaal € 50.000 voor de kosten verbonden aan: a. activiteiten die zien op de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van een nieuw buitenschools cultuureducatief programma gericht op leerlingen van het PO, (V)SO of van de brugjaren VO; b. activiteiten die zien op de doorontwikkeling, uitvoering en financiële en inhoudelijke borging van het programma als bedoeld in onderdeel a. van dit artikel. Hoofdstuk 2 Subsidieplafonds, subsidietijdvakken en adviescommissie Artikel 5 Subsidieplafond en subsidietijdvakken Het college kan voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. voor het subsidietijdvak 1 oktober 2016 tot 1 augustus 2017 en voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder b. voor het subsidietijdvak 1 augustus 2017 tot 1 augustus 2018 subsidieplafonds vaststellen. Artikel 6 Verdeelsleutel subsidieplafond en advies 1. Het college rangschikt de aanvragen voor activiteiten als genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling die in aanmerking komen voor subsidieverlening op een prioriteitenlijst. 2. Over de rangschikking en de hoogte van de te verlenen subsidie laat het college zich adviseren door een adviescommissie bestaande uit de volgende vijf leden: a. twee ambtelijk vertegenwoordigers van het college; b. een ambtelijk vertegenwoordiger van de betrokken bestuurscommissies; c. een vertegenwoordiger van het Jongerencultuurfonds Amsterdam, d. een vertegenwoordiger van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. 3. De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin het plan realiseerbaar is met betrekking tot het bereiken van de doelgroep; b. de mate waarin het programma aansluit bij het basispakket cultuureducatie ; c. de mate waarin het programma op brede persoonlijke ontwikkeling van leerlingen is gericht; d. de mate waarin het programma de doorstroom van binnenschoolse naar buitenschoolse cultuureducatie voor de doelgroep stimuleert en vergemakkelijkt; e. de mate waarin het programma is ontwikkeld in samenspraak met relevante partijen uit het culturele veld, onderwijs en welzijn; f. het aantal leerlingen dat bereikt wordt en het percentage daarvan dat bestaat uit leerlingen afkomstig uit een huishouden met een inkomen van 120% van het WSM; g. de mate van financiële en inhoudelijke borging voor de toekomst van de te ontwikkelen activiteiten. 4. Per criterium kan nul tot en met vijf punten worden behaald. 5. De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde die zij innemen op de prioriteitenlijst. 6. Indien na toepassing van het derde lid van dit artikel meerdere aanvragen op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, komt het eerst in aanmerking die aanvraag die betrekking heeft op een stadsdeel, waarin naar verhouding tot het aantal leerlingen uit lage inkomensgezinnen, de minste buitenschoolse cultuureducatieve programma's in het kader van deze subsidieregeling worden gesubsidieerd. Hoofdstuk 3 Subsidieaanvraag Artikel 7 De aanvrager 1. Een subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een instelling met rechtspersoonlijkheid, gevestigd in Amsterdam, die aantoonbare ervaring heeft met het ontwikkelen en uitvoeren van buitenschools aanbod op het gebied van cultuureducatie. 2. Een subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder b. van deze subsidieregeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een instelling, die eerder een subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. en waarvan de tussentijdse evaluatie als genoemd in artikel 11, onder a van deze subsidieregeling door het college als voldoende is beoordeeld. 3. Een subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 4 onder b. van deze subsidieregeling kan tevens worden aangevraagd door een instelling die deel heeft genomen aan de pilot Stimulering na- en buitenschoolse cultuureducatie in aandachtsgebieden in Amsterdam en deze heeft afgesloten met een positieve evaluatie. Artikel 8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. Een beschrijving van het buitenschoolse cultuureducatieve programma, waarin een toelichting wordt gegeven op de volgende onderdelen: i. de inhoud van het programma; ii. de wijze van realisering van het programma voor het PO of de brugjaren van het VO in de buurt van de doelgroep of indien het een programma betreft gericht op het SO of VSO, de bereikbaarheid van de activiteit voor de leerlingen en hun ouders; iii. de wijze van aansluiting van het programma bij het basispakket cultuureducatie; iv. het beoogde aantal deelnemers en het percentage daarvan dat komt uit huishoudens met inkomens tot 120% van het WSM; v. de wijze van stimulering van de doelgroep ter vergemakkelijking van de doorstroom van binnenschoolse naar buitenschoolse cultuureducatie; vi. de beoogde aansluiting van het programma bij de brede persoonlijke ontwikkeling van leerlingen; vii. de wijze van samenwerking met relevante partijen uit het culturele veld, onderwijs en welzijn met het doel om gezamenlijk het programma te ontwikkelen; viii. de wijze van financiële en inhoudelijke borging van het programma na afsluiting van de gesubsidieerde periode. b. Een sluitende begroting waarin in ieder geval zichtbaar worden de volgende kostenposten: i. ontwikkelkosten of doorontwikkelkosten en innovatiekosten; ii. uitvoeringskosten uitgesplitst naar overhead, huurprijs leslocatie en kosten van de vakdocenten per uur. c. Informatie, waaruit blijkt of de aanvrager voor de uitvoering van dezelfde activiteiten tevens bij een andere organisatie een subsidie of financiële ondersteuning heeft aangevraagd en voor welk bedrag. Artikel 9 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 6 van de ASA 2013 moet een aanvraag bij het college worden ingediend: a. vóór 7 september 2016 indien het een subsidie betreft voor de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling in het subsidietijdvak lopende van 1 oktober 2016 tot 1 augustus 2017 b. vóór 1 mei 2017 indien het een subsidie betreft voor de uitvoering van de activiteiten als genoemd in artikel 4 onder b. van deze subsidieregeling in het subsidietijdvak lopende van 1 augustus 2017 tot 1 augustus 2018. Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie Artikel 10 Weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen voor de uitvoering van de activiteiten genoemd in artikel 4 onder a. van deze subsidieregeling indien: a. de uitvoering van het cultuureducatieve programma voor PO of de brugjaren van het VO niet plaats vindt in of in de nabije omgeving van een wijk waar een hoog percentage lage inkomensgezinnen wonen; b. het programma zich niet richt op ten minste 50% deelnemers afkomstig uit een huishouden met een inkomen van 120% van het WMS; c. het programma niet wordt uitgevoerd door een of meerdere vakleerkrachten op het gebied van cultuureducatie; d. het progra
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.