Open voor aanvragenGemeente · Subsidie

Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020

Gemeente Alphen aan den Rijn

Voor instellingen (vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke organisaties) die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Alphen aan den Rijn.

Ook bekend als ASV 2020

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026
Max. bedrag
€ 1.000
per aanvraag
Deadline
Doorlopend
aan te vragen

Waar is deze subsidie voor?

Algemene subsidieverordening van Gemeente Alphen aan den Rijn die de voorwaarden en procedures regelt voor het verlenen van structurele subsidies, eenmalige subsidies en waarderingssubsidies aan instellingen. De verordening stelt criteria vast voor subsidieverlening, waaronder financiële continuïteit, bijdrage aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen en geen winstoogmerk.

Voor wie is het bedoeld?

Voor instellingen (vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke organisaties) die activiteiten uitvoeren gericht op inwoners van Alphen aan den Rijn.

InstellingVrijwilligersorganisatie

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Structurele subsidie aanvragen voor meerjarige activiteiten
  • Eenmalige subsidie aanvragen voor projecten
  • Waarderingssubsidie aanvragen voor activiteiten buiten reguliere criteria
  • Inzicht in weigeringsgronden en verplichtingen voor subsidieontvangers

Voorwaarden

  • Instelling mag geen winstoogmerk hebben
  • Activiteiten moeten gericht zijn op of ten goede komen aan Gemeente Alphen aan den Rijn of haar inwoners
  • Instelling moet financiële continuïteit garanderen
  • Bij structurele subsidie >€50.000 tussentijdse rapportage vóór 1 augustus verplicht
  • Waarderingssubsidie maximaal €1.000 en alleen voor vrijwilligersorganisaties
  • Structurele subsidie maximaal vier jaar

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een instelling of vrijwilligersorganisatie
Uw rechtsvorm is: Stichting, Vereniging
Uitgesloten: BV, Eenmanszaak, Zzp'er
Deze rechtsvormen komen niet in aanmerking.
Uw sector/SBI valt onder: zorg
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Alphen aan den Rijn.

Openstellingen en rondes

OpenstellingStatus onbekend
Start
-
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
Wie het eerst komt

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
Letterlijke bron
Een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 1.000.
Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020 Geldend van 01-01-2020 t/m heden
  • Toon brontekst
    Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020 Geldend van 01-01-2020 t/m heden
    lntitule
    Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020
    De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;
    - gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
    - gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de:
    Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020
    
    Hoofdstuk I Algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    1 De begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als de begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht.
    2. In deze verordening wordt verstaan onder:
    a. college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Alphen aan den Rijn;
    b. raad: de gemeenteraad van Gemeente Alphen aan den Rijn;
    c. de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
    d. subsidie, zoals gesteld in de wet: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;
    e. eenmalige subsidie: subsidie voor een project of activiteit met een eenmalig karakter;
    f. structurele subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal (boek)jaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verleend;
    g. waarderingssubsidie: subsidie voor activiteiten die niet direct binnen de criteria van deze verordening passen, maar waar de gemeente wel waardering voor heeft;
    h. prestatie: dat wat door de aanvrager is gepresteerd of verricht om bij te dragen aan de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelstellingen;
    i. vrijwilligersinstelling: een instelling die geen betaald personeel in dienst heeft en die subsidiabele activiteiten uitvoert;
    j. eigen vermogen: het verschil tussen de bezittingen (activa) en de schulden (passiva) op de balans;
    k. algemene reserve: onderdeel van het eigen vermogen, waarbij de besteding van de gelden niet vastligt;
    I. bestemmingsreserve: bestanddeel van het eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst uitgaven die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij aannemelijk is dat toekomstige middelen daarvoor tekort schieten;
    m. egalisatiereserve: een reserve bedoeld om in de toekomst schommelingen in de (exploitatie)kosten op te kunnen vangen;
    n. vreemd vermogen: het verschil tussen de bezittingen (activa) en het eigen vermogen (passiva) op de balans;
    o. voorziening: vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten, die onvermijdelijk en nu reeds te voorzien zijn, die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en/of berekenbaar zijn;
    p. accountantsverklaring: een controleverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent over de verantwoording van de subsidieontvanger.
    
    Artikel 2 Reikwijdte van de verordening
    Het college is bevoegd subsidie te verlenen voor de beleidsterreinen zoals opgenomen in de gemeentebegroting.
    
    Artikel 3 Bevoegdheid college
    1. Het college is bevoegd om in de beschikking tot subsidieverlening voorwaarden te stellen.
    2. Het college kan, behoudens het in lid 3 vermelde, alleen aan een instelling met volledige rechtspersoonlijkheid subsidie verlenen.
    3. In bijzondere gevallen kan het college aan een natuurlijk persoon subsidie verlenen.
    4. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.
    5. Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
    
    Artikel 4 Subsidieplafond
    1. De raad stelt jaarlijks in de gemeentebegroting het subsidieplafond vast als bovengrens voor de door het college te verlenen subsidies.
    2. Ten aanzien van verleende subsidies die worden bekostigd ten laste van een begroting die nog niet door de gemeenteraad is vastgesteld, of ten laste van middelen die nog met een begrotingswijziging door de raad beschikbaar dienen te worden gesteld, geldt het voorbehoud dat zij zijn verleend onder de ontbindende voorwaarde dat de begroting of begrotingswijziging die voor de bekostiging noodzakelijk is, door de raad wordt vastgesteld.
    3. Bij het verlenen van structurele subsidies hanteert het college, bij gelijkblijvend activiteitenaanbod, in beginsel de nullijn ten opzichte van het subsidiebedrag van het voorgaande jaar.
    4. Het college kan aan de raad voorstellen om de mogelijkheid te geven een indexering toe te passen ten aanzien van de structurele subsidie.
    
    Hoofdstuk II Aanvraag van structurele subsidie en beslistermijnen
    
    Artikel 5 Aanvraag van structurele subsidie
    1. Om in aanmerking te komen voor structurele subsidie, stuurt een instelling een schriftelijke subsidieaanvraag aan het college.
    2. De instelling gebruikt een beschikbaar gesteld aanvraagformulier, tenzij anders is overeengekomen.
    3. Een of meer personen die daartoe volgens het Uittreksel van de Kamer van Koophandel bevoegd zijn, ondertekenen de subsidieaanvraag.
    4. Bij een subsidieaanvraag overlegt de instelling in ieder geval de volgende gegevens:
    a. Het inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel;
    b. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de instelling subsidie vraagt;
    c. de doelstellingen en resultaten die de instelling met de subsidie nastreeft en hoe de activiteiten en daaruit voortvloeiende prestaties aan dat doel bijdragen;
    d. een begroting of dekkingsplan van de kosten van de activiteiten waar de instelling subsidie voor vraagt;
    e. een begroting van baten en lasten betrekking hebbend op het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    f. een balans van de laatste dag van het voorgaande boekjaar;
    g. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van het eigen vermogen en het vreemd vermogen op het moment van de aanvraag.
    5. Een instelling die voor het eerst subsidie aanvraagt, stuurt het college daarnaast ook nog toe: een recente opgave van de bestuurssamenstelling.
    6. Als een instelling een onvolledige aanvraag toestuurt, krijgt zij een hersteltermijn van twee weken. Als de instelling hier niet tijdig op reageert of niet de juiste stukken instuurt, dan kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.
    
    Artikel 6 Aanvraagtermijn
    1. Een instelling stuurt een aanvraag voor een structurele subsidie vóór 1 mei voorafgaand aan het subsidiejaar aan het college.
    2. Het college kan in bijzondere gevallen besluiten af te wijken van de in het eerste lid bepaalde termijn.
    
    Artikel 7 Beslistermijn
    1. Het college beslist op een aanvraag voor een structurele subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de instelling de subsidieaanvraag heeft ingediend.
    2. Een subsidieverlening is voorlopig, totdat de subsidie op basis van artikel 15 van deze verordening definitief is vastgesteld.
    
    Hoofdstuk Ill Subsidievormen
    
    Artikel 8 Structurele subsidies
    1. Het college kan een structurele subsidie voor een jaar of voor een periode van maximaal vier jaar verlenen.
    2. In de verleningsbeschikking geeft het college aan op welk bedrag de subsidieontvanger per jaar aanspraak kan maken of op welke wijze het college het subsidiebedrag per jaar bepaalt.
    3. In geval van verlening voor meer dan een jaar beschikt het college op basis van een meerjarenbegroting van een instelling.
    4. In de subsidieaanvraag vermeldt de instelling de mate waarin en de manier waarop de prestaties of activiteiten van de instelling waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bijdragen aan de vastgestelde beleidsdoelstellingen van de gemeente, afgezet tegen het jaarlijkse subsidiebedrag. De begroting vermeldt ook eventuele andere inkomsten van de instelling.
    
    Artikel 9 Eenmalige subsidie
    1. Een instelling die een eenmalige subsidie aan wil vragen, stuurt minimaal tien weken voor de geplande activiteit een subsidieaanvraag aan het college.
    2. De instelling gebruikt een voor de aanvraag beschikbaar gesteld aanvraagformulier, tenzij anders is overeengekomen.
    3. In de subsidieaanvraag vermeldt de instelling de aard, inhoud en het doel van de activiteit, met een begroting van de daaraan verbonden kosten en inkomsten. De instelling stuurt een balans van de laatste dag van het voorgaande boekjaar mee.
    4. De weigeringsgronden uit artikel 13 gelden onverkort. Daarnaast kan het college een subsidieaanvraag weigeren indien de instelling al een andere vorm van subsidie ontvangt.
    5. Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen tien weken na ontvangst van een volledige subsidieaanvraag.
    
    Artikel 10 Waarderingssubsidie
    1. Een vrijwilligersinstelling kan een aanvraag doen voor een waarderingssubsidie.
    2. De aanvraag bevat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen van de instelling en een beschrijving van de activiteit(en). De instelling stuurt ook een begroting van de te subsidiëren activiteit(en) mee.
    3. Het college heeft daarnaast ook zelf de bevoegdheid aan een vrijwilligersinstelling die een (reguliere) subsidieaanvraag heeft ingediend die niet of niet volledig gehonoreerd is, een waarderingssubsidie te verlenen.
    4. De voorwaarden uit artikel 9 lid 4 voor eenmalige subsidie gelden onverkort.
    5. Een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 1.000.
    6. Een waarderingssubsidie is in beginsel eenmalig.
    
    Hoofdstuk IV Vermogensvorming en voorzieningen
    
    Artikel 11 Eigen vermogen
    1. Een instelling die meer dan € 10.000 structurele subsidie ontvangt, kan slechts met voorafgaande schriftelijke toestemming van het college toevoegingen doen aan het eigen vermogen (algemene reserve, bestemmingsreserve, egalisatiereserve).
    2. De instelling dient het verzoek om toestemming onder lid 1 tegelijk in met de verantwoording als bedoeld in artikel 15 van deze verordening.
    3. Het verzoek om toestemming bevat in ieder geval de volgende gegevens:
    a. het doel van toevoeging(en);
    b. een onderbouwing van de hoogte van de toevoeging(en).
    4. Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen.
    
    Artikel 12 Voorzieningen
    1. Een instelling die meer dan € 10.000 structurele subsidie ontvangt, kan slechts met daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming van het college een voorziening vormen. Het college kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.
    2. De instelling dient het verzoek onder lid 1 in tegelijk met de aanvraag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
    3. In bijzondere gevallen kan een instelling op een ander moment dan het in lid 2 bepaalde een verzoek indienen. Dit verzoek dient dan onderbouwd te worden met een aangepaste begroting.
    4. Het verzoek om toestemming bevat in ieder geval de volgende gegevens;
    a. het doel van de voorziening;
    b. de onderbouwing van de hoogte en opbouw van de voorziening.
    5. Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen.
    
    Hoofdstuk V Weigeren van subsidie
    
    Artikel 13 Weigeren van subsidie
    Naast de in de wet genoemde weigeringsgronden kan het college een subsidieaanvraag in elk geval weigeren:
    1. Als de subsidieverlening niet past binnen de doelstellingen van de gemeente ten aanzien van de beleidsvelden zoals opgenomen in de gemeentebegroting;
    2. Als de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager niet is gegarandeerd;
    3. Als de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op of ten goede komen aan Gemeente Alphen aan den Rijn of haar inwoners;
    4. De activiteit geen toegevoegde waarde heeft ten opzichte van het bestaande voorzieningenaanbod;
    5. Als de instelling ook zonder subsidie over voldoende eigen geld (eigen middelen of middelen van derden) kan beschikken om de kosten van de activiteit te dekken;
    6. Als de aanvrager doelstellingen heeft en/of activiteiten uitvoert die in strijd zijn met de wet, de openbare orde of het algemene belang;
    7. Als de activiteiten van de inst
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.