Subsidieregeling kinderopvang Plus, gemeente Almelo 2023
Gemeente Almelo
Voor kinderopvangaanbieders (houders van geregistreerde kindercentra) die kinderdagverblijf plus en/of buitenschoolse opvang plus aanbieden aan kinderen in Almelo met verstandelijke, zintuigelijke, lichamelijke of psychische beperkingen, of in bijzondere huiselijke omstandigheden.
Ook bekend als Kdv+, Bso+, Kinderopvang Plus Almelo
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling voor kinderopvangaanbieders in Almelo die kinderdagverblijf plus (Kdv+) en/of buitenschoolse opvang plus (Bso+) aanbieden aan kinderen met beperkingen of in bijzondere omstandigheden. De subsidie dekt het verschil tussen de maximale vergoedingsprijs en de ouderbijdrage of het maximale uurtarief voor kinderopvangtoeslag.
Voor wie is het bedoeld?
Voor kinderopvangaanbieders (houders van geregistreerde kindercentra) die kinderdagverblijf plus en/of buitenschoolse opvang plus aanbieden aan kinderen in Almelo met verstandelijke, zintuigelijke, lichamelijke of psychische beperkingen, of in bijzondere huiselijke omstandigheden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Subsidie aanvragen voor kinderdagverblijf plus (Kdv+)
- Subsidie aanvragen voor buitenschoolse opvang plus (Bso+)
- Vergoeding voor indicatiestelling van kinderen met beperkingen
- Dekking van verschil tussen maximale vergoedingsprijs en ouderbijdrage
Voorwaarden
- Aanvrager moet een houder zijn van een geregistreerde kinderopvanglocatie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
- Kinderen moeten woonachtig zijn in gemeente Almelo volgens de Basisregistratie Personen (BRP)
- Kinderen moeten een indicatie hebben voor Kdv+ of Bso+ van een indicatiesteller (jeugdarts, jeugdverpleegkundige, intaker of wijkcoach)
- Voor Kdv+: kinderen van 0 tot einde basisschoolleeftijd, of tot maximaal 21 jaar bij verstandelijke/gedragsmatige beperking
- Voor Bso+: kinderen die deelnemen aan (speciaal) (basis)onderwijs met beperkingen of bijzondere omstandigheden
- Aanvraag moet jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar worden ingediend
- Vaststelling van subsidie moet voor 1 juni volgend op het subsidiejaar worden aangevraagd
- Houder is verantwoordelijk voor inning ouderbijdragen en risico van niet-betalers
- Rapportageverplichtingen en controlerechten voor gemeente Almelo
Kom ik in aanmerking?
De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.
Openstellingen en rondes
- Start
- 1 jan 2023
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Subsidieregeling kinderopvang Plus, gemeente Almelo 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Almelo; gelet op: • de Wet kinderopvang (Wko), • de Algemene Subsidieverordening gemeente Almelo 2013, • de Subsidieregeling kinderopvang, gemeente Almelo 2023 besluit vast te stellen: de Subsidieregeling kinderopvang Plus, gemeente Almelo 2023 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Aanvraag: een door een houder ingediende aanvraag voor subsidie op de kosten van ouders voor Kinderdagverblijf+ (Kdv+) en/of Buitenschoolse opvang+ (Bso+); b. ASV: de Algemene Subsidieverordening Almelo 2013; c. BKR: Beroepskracht-Kind Ratio. De Beroepskracht-Kind Ratio is vastgelegd in het Besluit kwaliteit kinderopvang en regelt de maximale groepsgrootte in de kinderopvang in relatie tot het aantal aanwezige pedagogisch medewerkers. d. Bso: Buitenschoolse opvang Kinderopvang verzorgd door een geregistreerd kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat ze naar de basisschool kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties; e. Bso+: Buitenschoolse opvang plus Opvang voor kinderen die deelnemen aan het (speciaal) (basis)onderwijs en vanwege een verstandelijke, zintuigelijke-, lichamelijke- en/of psychische beperking, of huiselijke omstandigheden (tijdelijk) geen gebruik kunnen maken van Bso. De BKR is de helft van de groep, de omvang van de groepsruimte is ten minste 2/3 van de ruimte van een reguliere Bso. De indeling en inrichting van de ruimte is aangepast aan de deelnemers. De voorziening is 52 weken per jaar geopend. Voor de pedagogisch medewerkers gelden aanvullende vereisten. f. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo; g. Houder De rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het LRK is opgenomen als buitenschoolse opvang; h. Indicatiesteller De jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, een intaker en/of wijkcoach van de gemeente Almelo; i. Kind Een in de gemeente Almelo woonachtig kind/jongere in de leeftijd van nul tot einde basisschoolleeftijd, of wanneer sprake is van een verstandelijke en/of gedragsmatige beperking of bijzondere omstandigheden tot maximaal 21 jaar; j. Kdv: Kinderdagverblijf Locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuteropvang voor 2 tot 4 jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen; k. Kdv+: Kinderdagverblijf plus Opvang voor kinderen die (tijdelijk) vanwege een verstandelijke, zintuigelijke-, lichamelijke- en/of psychische beperking, of huiselijke omstandigheden geen gebruik kunnen maken van Kdv. De opvang voldoet aan de vereisten voor Kdv. Het aantal kinderen is maximaal de helft van de BKR voor Kdv. De omvang van de groepsruimte is ten minste 2/3 van de ruimte van een reguliere Kdv. De indeling en inrichting van de ruimte is aangepast aan de deelnemers. De voorziening is 52 weken per jaar geopend. Voor de pedagogisch medewerkers gelden aanvullende vereisten. l. Kinderopvang De opvang van kinderen in een landelijk geregistreerde locatie voor kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang die woonachtig zijn in de gemeente Almelo volgens de Basisregistratie Personen (BRP); m. Kinderopvangtoeslag De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderopvangvoorziening, voor kinderen tot de leeftijd voor deelname aan het voortgezet onderwijs; n. Kinderopvangtoeslagtabel Een overzicht op de website van de Rijksoverheid waarin is weergegeven hoeveel procent van de kosten, voor het aantal uren dat ouders bij de kinderopvang afnemen, vergoed wordt; o. LRK: Landelijk Register Kinderopvang Het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; p. Maximum uurtarief De maximaal voor kinderopvangtoeslag en voor tegemoetkomingen van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in aanmerking komende prijs per zestig minuten geboden kinderopvang (artikel 1 lid c Besluit Kinderopvangtoeslag) voor het betreffende jaar; q. Maximum vergoedingsprijs De door het college jaarlijks vastgestelde maximum kostprijs per uur, waarover de subsidie wordt berekend. r. Monitor Een computerapplicatie die data van de kinderopvangaanbieders, GGD Twente afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de gemeente verzamelt, controleert en valideert, zodat in overzichtelijke dashboards de gemeente het bereik en de aanspraak op Kdv+ en Bso+-subsidie kan volgen; s. Ouderbijdrage Financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een kinderopvangplek voor hun kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden; t. Ouderbijdragetabel Een door het college opgesteld overzicht van de ouderbijdrage Kdv+ en Bso+ per inkomensgroep. Deze wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de VNG ouderbijdrage adviestabel; u. Ouder(s) De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een vergoeding op grond van de Jeugdwet buiten beschouwing blijft; v. Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI): de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI) (voorheen IB60-verklaring genoemd). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar. 2. Voor zover niet anders is bepaald hebben begrippen in deze subsidieregeling dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang. Artikel 2 Doelstelling Deze subsidieregeling heeft tot doel: 1. Het ondersteunen van houders voor het mogelijk maken van een voorziening voor kinderen die (nog) niet terecht kunnen in een Kdv of in de Bso; 2. Het vaststellen van de (kwaliteits)vereisten voor houders voor Kdv+, Bso+ en de voorwaarden voor de subsidie. Artikel 3 Bereik van de subsidieregeling Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor Kdv+ en Bso+ aan houders. De locatie van de betreffende houder moet in het Landelijk Register Kinderopvang zijn opgenomen als kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang. De subsidieregeling geldt vanaf 1 januari 2023. Hoofdstuk 2 De subsidie Artikel 4 De aanvrager Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder, voor een vestiging die voldoet aan de vereisten genoemd in deze regeling. Artikel 5 De subsidieaanvraag 1. De aanvraag dient, in afwijking van de ASV, te worden gedaan voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. 2. In afwijking van het eerste lid dient de aanvraag voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 voor 1 december 2022 te worden ingediend. 3. De aanvraag bevat een reële inschatting van het aantal verwachte Kdv+ en Bso+-kinderen. Voor de subsidieaanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het gemeentelijk aanvraagformulier; 4. Bij een eerste subsidieaanvraag legt de houder daarnaast over: a. de statuten of het reglement van de instelling; b. een opgave van de bestuurssamenstelling; c. de meest recente jaarrekening en verslag van de activiteiten; d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Artikel 6 Weigeringsgronden Onverminderd de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van de ASV en de subsidievoorwaarden in deze subsidieregeling, wordt de subsidie geweigerd: a. indien de opvang niet overeen komt met de Kdv+/Bso+ indicatie; b. ouders van kinderen waarvoor subsidie wordt ontvangen, meer betalen dan het inkomensafhankelijke deel van de kinderopvangtoeslag. Artikel 7 Ouderbijdrage Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag (inclusief ouders van kinderen ouder dan de basisschoolleeftijd) stelt het college de ouderbijdrage vast overeenkomstig de, aan de subsidiebeschikking toegevoegde, ouderbijdragetabel. Artikel 8 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Als basis voor de berekening van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen, zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: 1. het geschatte aantal kinderen, met een gemiddeld aantal uren opvang per maand, dat in het desbetreffende kalenderjaar voor de subsidieregeling in aanmerking komt. Voor de verlening van de subsidie wordt rekening gehouden met een inschatting van de ouderbijdrage. 2. De maximum vergoedingsprijs. 3. Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag bedraagt de vergoeding per kind het verschil tussen de maximum vergoedingsprijs en de ouderbijdrage. 4. Voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag bedraagt de vergoeding per kind het verschil tussen de maximum vergoedingsprijs en het maximum uurtarief. 5. De houder ontvangt voor elke (her)indicatie van een kind een bijdrage van € 250,-. Artikel 9 Vaststelling van de subsidie 1. Het college stelt de subsidie, na aanvraag vaststelling, als volgt vast: a. Voor zover het kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betreft: De maximum vergoedingsprijs – de ouderbijdrage x de uren opvang; b. Voor zover het kinderen van ouders met recht op kinderopvangtoeslag betreft: De maximum vergoedingsprijs – het maximum uurtarief x de uren opvang; c. Per (her)indicatie: een bijdrage van € 250,- . 2. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers. Hoofdstuk 3 Bijzondere bepalingen Artikel 10 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder Na de subsidieverlening dient de houder, in aanvulling op artikel 19 van de ASV, te voldoen aan de navolgende verplichtingen: 1. Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de JGZ, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of aan andere door het college aangewezen instanties; 2. Houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregeling van toepassing zijn; 3. Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per kind tenminste de volgende informatie aan via de kwantitatieve monitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum Kdv+/Bso+, einddatum Kdv+/Bso+, gemiddeld aantal uur per maand; 4. Houder zorgt dat de gegevens op de website overeenkomen met de praktijk, zodat ouders eenduidige informatie kunnen vinden over openstelling, voorwaarden en ouderbijdrage voor kinderopvang; De houder sluit een overeenkomst met ouders waarin in ieder geval de dagdelen per (school)week en het gemiddeld aantal uur per maand is opgenomen. 5. Houder sluit een contract met ouders voor minimaal de periode van de indicatie. De houder kan de plek reserveren tot het 4e of 12e levensjaar, zodat het kind bij herindicatie gegarandeerd is van een plek. Minimaal een maand voor afloop van de indicatie krijgt de houder bericht van beëindiging van de indicatie. Anders loopt de indicatie door tot einde van de reservering of tot eerdere beëindiging van de indicatie. Er wordt hiervoor een maand opzegtermijn gehanteerd. 6. Wanneer houder een maand voor het einde van de indicatie nog geen bericht heeft ontvangen van de indicatiesteller, wordt van de houder verwacht dat hij de indicatiesteller hierover informeert. Artikel 11 Kwaliteitseisen Kdv+/Bso+ De voorziening van de houder voldoet aan de volgende verplichtingen: De Kdv+/Bso+ draagt bij aan: 1. de ontwikkeling en handhaving van fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden; 2. de (dag)structuur van het kind, doordat de activiteiten ritme en regelmaat bieden; 3. activering en toegroeien naar zelfstandigheid en integratie in de maatschappij. 4. het veiligheidsgevoel van het kind door het bieden van een veilige prikkelarme omgeving (door middel van een rustige (aangepaste) accommodatie en een kleine groep; 5. een zinvolle vrijetijdsbesteding gericht op behoud of ontwikkeling van praktische en/of creatieve vaardigheden; 6. de doorontwikkeling van vaardigheden; 7. het leren ui […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.