Status onbekendGemeente · Subsidie

Subsidieregeling kinderopvang, gemeente Almelo 2023

Gemeente Almelo

Voor kinderopvangaanbieders (houders van kinderdagverblijven en peuteropvangvoorzieningen) die kinderen opvangen met VVE of op basis van een Sociaal Medische Indicatie.

Ook bekend als Subsidieregeling peuteropvang met VVE, Almelo 2022, Subsidieregeling Sociaal Medische Indicatie, gemeente Almelo 2022

Aan de slag
Kies hoe u deze regeling aanvraagt
Gecontroleerd 10 jul 2026

Waar is deze subsidie voor?

Subsidieregeling voor kinderopvang in gemeente Almelo voor peuteropvang met Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI). Subsidie wordt verleend aan geregistreerde kinderopvangaanbieders voor kinderen tot de middelbare schoolleeftijd.

Voor wie is het bedoeld?

Voor kinderopvangaanbieders (houders van kinderdagverblijven en peuteropvangvoorzieningen) die kinderen opvangen met VVE of op basis van een Sociaal Medische Indicatie.

Kinderopvangaanbieder

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

  • Subsidie aanvragen voor peuteropvang met Voor- en Vroegschoolse Educatie
  • Subsidie aanvragen voor kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie
  • Begrijpen van de subsidieberekening voor VVE en SMI kinderopvang

Voorwaarden

  • Aanvrager moet een houder zijn (rechtspersoon met onderneming in Landelijk Register Kinderopvang)
  • Vestiging moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen
  • Voor VVE: kinderen moeten een VVE-indicatie hebben of reguliere peuters zijn
  • Voor SMI: kinderen moeten een Sociaal Medische Indicatie hebben
  • Aanvraag moet voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar worden ingediend
  • Bij eerste aanvraag: statuten, bestuurssamenstelling, jaarrekening en KvK-uittreksel overlegen

Kom ik in aanmerking?

De eisen uit de regeling. Uw situatie bepaalt of u voldoet; dit is geen beschikking.

U bent een kinderopvangaanbieder
Uw sector/SBI valt onder: 8710
De definitieve beoordeling ligt bij Gemeente Almelo.

Openstellingen en rondes

Ronde 2023Status onbekend
Start
1 jan 2023
Sluit
-
Budget
-
Verdeling
-

Bronnen en actualiteit

Dagelijks gecontroleerd
  • Toon brontekst
    Subsidieregeling kinderopvang, gemeente Almelo 2023
    Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Almelo;
    gelet op:
    • de Wet kinderopvang,
    • het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid,
    • de Algemene Subsidieverordening Almelo 2013,
    • de Beleidsregel tegemoetkoming kinderopvang via een Sociaal Medische Indicatie, gemeente Almelo 2021.
    besluit vast te stellen:
    de Subsidieregeling kinderopvang, gemeente Almelo 2023
    
    Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
    
    Artikel 1 Begripsomschrijvingen
    1. In deze regeling wordt verstaan onder:
    a. Aanvraag: een door een houder ingediende aanvraag voor subsidie voor kinderopvang op grond van een Sociaal Medische Indicatie (SMI) of peuteropvang met Voor- en vroegschoolse educatie;
    b. ASV: De Algemene Subsidieverordening Almelo 2013;
    c. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo;
    d. Doorgaande leer- en ontwikkellijn: Van een doorgaande leer- en ontwikkellijn in het kader van VVE is sprake, indien een kind in de voorschoolse voorziening voorschoolse educatie volgt en daarna vroegschoolse educatie op de basisschool;
    e. Houder: De rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het Landelijk Register Kinderopvang is opgenomen als kinderdagverblijf (met VE-registratie);
    f. Kind: een in de gemeente Almelo woonachtig kind in de leeftijd van 0 tot de middelbare schoolleeftijd;
    g. Kinderdagverblijf: Locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuteropvang voor 2 tot 4 jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen;
    h. Kinderopvang(voorziening) (kinderdagverblijf, peuteropvang en buitenschoolse opvang): Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;
    i. Koptarief: De kosten die het maximum uurtarief van het subsidiejaar overschrijden;
    j. Kinderopvangtoeslag: De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderopvangvoorziening;
    k. LRK: Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen;
    l. Maximum uurtarief: De maximaal voor kinderopvangtoeslag en voor tegemoetkomingen van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in aanmerking komende prijs per zestig minuten geboden kinderopvang (artikel 4 lid 1 sub a Besluit Kinderopvangtoeslag voor het betreffende jaar);
    m. Maximum vergoedingsprijs: De som van het maximum uurtarief en het koptarief;
    n. Ouderbijdrage: Financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een kinderopvangplek voor hun kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden;
    o. Ouderbijdragetabel: Een door het college opgesteld overzicht van de ouderbijdrage kinderopvang per inkomensgroep. Deze wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de VNG ouderbijdrage adviestabel;
    p. Ouders: De bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een vergoeding op grond van de Jeugdwet buiten beschouwing blijft;
    q. Peuter: Een kind in de leeftijd van 2 jaar tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat.
    i. Reguliere peuter: Peuter met een, bij de leeftijd passende, (taal)ontwikkeling;
    ii. Doelgroeppeuter: Peuter in de leeftijd van 2,5 jaar met een risico op een
    (taal)achterstand, die in aanmerking komt voor VVE op
    grond van door het College vastgestelde criteria en als
    zodanig door de JGZ is geïndiceerd (VVE- indicatie);
    iii. Doelgroeppeuter in de schakelgroep: Peuter in de leeftijd van 2 tot 4 jaar die niet of nauwelijks in aanraking kan komen met de Nederlandse taal en/of peuter die de Nederlandse taal in het geheel niet beheerst (aangetoond door een afgenomen Peabody test) en met een VVE indicatie. Ouders zijn gemotiveerd om mee te werken aan een verplicht ouderprogramma.
    r. Peuteropvang met VVE (Voorschoolse Educatie): Voorschoolse voorziening voor kortdurende en intentionele opvang van (doelgroep)peuters, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool.
    Het VVE-programma start na 8 uur ’s morgens.
    De opvang is voor alle (doelgroep)peuters toegankelijk, voldoet aan de wettelijke eisen voor kinderopvang met VE-registratie en vindt plaats in een:
    1. Specifieke groep
    Alle peuters starten en eindigen tegelijk.
    • Reguliere peuters: op 2 verschillende dagen van maximaal 5 uur, totaal 8 uur
    per week, gedurende 40 weken per jaar;
    • Doelgroeppeuters: op 4 verschillende dagen van maximaal 5 uur, totaal 16 uur
    per week, gedurende 40 weken per jaar.
    • Doelgroeppeuters in de schakelgroep: Op 5 verschillende dagen van maximaal
    3,5 uur per dag, totaal 16 uur per week, gedurende 40 weken per jaar.
    2. Combinatiegroep
    VVE wordt tijdens de hele of halve dagopvang, gedurende maximaal 5,5 uur geboden.
    • Reguliere peuters zonder kinderopvangtoeslag:
    op 2 verschillende dagen, totaal 8 uur per week, gedurende 40 weken per jaar;
    • Doelgroeppeuters:
    op ten minste 3 verschillende dagen, voor totaal 16 uur per week, gedurende 40 weken per jaar;
    s. (Peuter)Monitor: een computerapplicatie die, data van de kinderopvangaanbieders, GGD Twente afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en gemeente verzamelt, controleert en valideert, zodat de gemeente in overzichtelijke dashboards het bereik en de aanspraak op subsidie kan volgen.
    t. Regulier tarief: de uurprijs van de betreffende kinderopvang die gebruikelijk is voor die kinderopvangorganisatie op basis van een contract van 52 weken.
    u. Schakelgroep: specifieke peuteropvanggroep met VVE voor doelgroeppeuters met een lage score op de Peabody test en een aangepast VVE-programma. De gemiddelde groepsgrootte is 12 peuters.
    v. Sociaal Medische Indicatie (SMI). Verwijzing naar de kinderopvang (dagopvang, peuteropvang of buitenschoolse opvang), omdat:
    • het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking en/of verslavingsproblemen en het staat vast dat één of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maakt, of;
    • het betreffende kind opgroeit in een (chronische) onveilige thuisomgeving, waarbij het essentieel is om het welbevinden van het kind te verhogen door het kind meer tijd te laten doorbrengen buiten het gezin, in een veilige, gewone, ontspannen en pedagogisch verantwoorde omgeving, zodat de kans op een gedwongen kader of uithuisplaatsing en psychische problemen van het kind op latere leeftijd verkleind worden, of;
    • er is vastgesteld dat er sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is om de verzorging of betaling van kinderopvang op zich te nemen, of;
    • de ouder(s) van het kind kiest/kiezen niet voor kinderopvang, omdat ze het niet kunnen betalen, maar waarbij de opvang van het kind wel (zeer) gewenst is volgens de verwijzer, of;
    • de noodzaak voor kinderopvang op basis van een SMI blijkt uit overlegging van een (medisch) advies door een onafhankelijke specialist en/of instelling aan de verwijzer.
    w. Verwijzer: de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, een intaker en/of wijkcoach van de gemeente Almelo;
    x. Voorschoolse voorziening: Peuteropvang en kinderdagverblijven, die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK;
    y. Vroegschool: groep 1 en 2 van het basisonderwijs;
    z. VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie.
    Extra ondersteuning voor kinderen met een taalachterstand in de voorschool en in de vroegschool;
    aa. VVE- indicatie: Peuters kunnen een VVE-indicatie krijgen als zij op taalontwikkeling achter blijven. De JGZ geeft de indicatie af op basis van
    i. uitval op de Van Wiechentest (score lager dan de norm);
    ii. de professionele inschatting van een taalarme en/of sociaal zwakke opvoedomgeving (bijvoorbeeld opleidingsniveau ouders, herkomst moeder, verblijfsduur ouders);
    iii. schakelgroep: de mate waarin de peuter in aanraking kan komen met de Nederlandse taal en/of de Nederlandse taal in het geheel niet beheerst.
    bb. Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI)
    De Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI) (voorheen IB60-verklaring genoemd). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
    cc. VNG Adviestabel: De VNG adviestabel ouderbijdrage peuterwerk voor het betreffende jaar, zoals gepubliceerd op www.vng.nl;
    2. Voor zover niet anders bepaald hebben begrippen in deze subsidieregeling dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang.
    
    Artikel 2 Doelstelling
    Deze subsidieregeling heeft als doel het vaststellen van de (kwaliteits)vereisten van de kinderopvang (inclusief VVE) en de hoogte en vereisten voor het bepalen en innen van de bijdrage die ouders betalen voor peuteropvang met VVE en kinderopvang via SMI.
    
    Artikel 3 Bereik van de subsidieregeling
    Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan kinderopvangorganisaties die zijn opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang.
    Er wordt alleen VVE-subsidie verstrekt aan voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK voor de deelname aan de peutervang van peuters:
    1. aan de specifieke groep/schakelgroep
    of
    2. aan de combinatiegroep:
    a. en doelgroeppeuter zijn
    of
    b. (doelgroep)peuter zijn en waarvan de ouder(s) geen of voor minder dan 410 uur op jaarbasis recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag.
    
    Hoofdstuk 2 De subsidie
    
    Artikel 4 De aanvrager
    Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder, voor een vestiging die voldoet aan de vereisten genoemd in deze regeling.
    
    Artikel 5 De subsidieaanvraag
    1. Subsidie kan worden aangevraagd voor de volgende onderdelen:
    a. Voor- en vroegschoolse Educatie (VVE)
    b. Sociaal Medische Indicatie (SMI)
    2. De aanvraag dient te worden gedaan voor 1 oktober voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Voor de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het gemeentelijk aanvraagformulier voor subsidie kinderopvang.
    a. Peuteropvang met VVE: De aanvraag bevat een reële inschatting van het aantal verwachte (doelgroep)peuters.
    b. Sociaal Medische Indicatie: De aanvraag bevat een reële inschatting van het aantal verwachte SMI-kinderen.
    3. Bij een eerste subsidieaanvraag wordt door de houder overlegd:
    a. de statuten of het reglement van de instelling;
    b. een opgave van de bestuurssamenstelling;
    c. de laatste jaarrekening en het laatste verslag van de activiteiten;
    d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
    4. De aanvraag voor een nieuwe locatie en/of kinderopvangaanbieder wordt meegenomen voor de verlening van subsidie voor het eerstvolgende kalenderjaar.
    
    Artikel 6 Weigeringsgronden
    Onverminderd de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van de ASV en de subsidievoorwaarden in deze subsidieregeling, wordt de subsidie geweigerd indien:
    a. ouders van kinderen waarvoor subsidie wordt ontvangen, meer betalen dan het inkomensafhankelijke deel van de kinderopvangtoeslag.
    b. de opvang niet overeenkomt met de bepaling in de verwijzing.
    
    Artikel 7 Ouderbijdrage
    De ouderbijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig de, aan de beschikking toegevoegde, ouderbijdragetabel voor kinderopvang. Hiervoor wordt de jaarlijkse VNG Adviestabel ouderbijdrage als basis gebruikt.
    
    Artikel 8 Grondslag van de subsidie
    Als basis voor de bepaling van de subsidie zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
    1. Voor wat betreft peuteropvang met VVE
    a. De, door het college vastgestelde, maximum vergoedingsprijs voor de specifieke- , de combinatie- en de schakelgroep. Deze is opgebouwd uit het maximum uurtarief en het koptarief voor de bekostiging van het VVE deel.
    b. De aanvulling van de ouderbijdrage tot het maximum uurtarief.
    c. Het koptarief wordt gesubsidieerd voor peuters in de:
    i. specifieke groep en de schakelgroep: alle (do
    
    […tekst ingekort]

Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.