Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zutphen
Gemeente Zutphen
Voor ouders/verzorgers van peuters (2½ tot 4 jaar) in de gemeente Zutphen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, en kinderopvangvoorzieningen die peuteropvang of voorschoolse educatie aanbieden.
Ook bekend als Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zutphen 2021
Waar is deze subsidie voor?
Subsidieregeling van gemeente Zutphen voor peuteropvang en voorschoolse educatie (VE) gericht op het creëren van ontwikkelingskansen voor peuters. De regeling richt zich op ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag en biedt gesubsidieerde tarieven voor kinderopvangvoorzieningen.
Voor wie is het bedoeld?
Voor ouders/verzorgers van peuters (2½ tot 4 jaar) in de gemeente Zutphen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, en kinderopvangvoorzieningen die peuteropvang of voorschoolse educatie aanbieden.
Waarvoor kunt u subsidie krijgen?
- Ik wil mijn peuter naar peuteropvang laten gaan maar heb geen recht op kinderopvangtoeslag
- Ik zoek gesubsidieerde peuteropvang in Zutphen
- Ik wil mijn kind laten deelnemen aan voorschoolse educatie (VE)
Voorwaarden
- Ouder/verzorger moet geen recht hebben op kinderopvangtoeslag
- Kind moet tussen 2½ en 4 jaar oud zijn
- Kind moet in de gemeente Zutphen woonachtig zijn
- Kinderopvangvoorziening moet in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan geregistreerd
- Voor doelgroeppeuters: indicatie van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) vereist
Openstellingen en rondes
- Start
- -
- Sluit
- -
- Budget
- -
- Verdeling
- -
Bronnen en actualiteit
Toon brontekst
Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van peuteropvang en voorschoolse educatie (Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zutphen 2021) Ons kenmerk: 177279 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen, gelet op artikel 3, eerste en tweede lid en artikel 5, eerste lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2019; b e s l u i t : vast te stellen de Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van peuteropvang en voorschoolse educatie (Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zutphen 2021). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: - Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2019; - college: het college van burgemeester en wethouders; - doelgroeppeuter: een peuter van 2 ½ jaar of ouder, die op indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor een VE-peuterplek; - fiscaal maximum: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (inclusief peuteropvang); - gemeente: gemeente Zutphen; - houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen: een in de gemeente gevestigde locatie voor kinderdagopvang, die in het LRK staat geregistreerd als kinderdagverblijf; - inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst over de inkomensgegevens van een persoon in een bepaald belastingjaar; - JGZ: Jeugdgezondheidszorg; - kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk voor ouders in de kosten van de in het LRK geregistreerde kinderopvang op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag; - KOT: Kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; - LRK: Landelijk Register Kinderopvang, zijnde het register waarin alle kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke eisen; - ouder: in de gemeente woonachtige ouder of wettelijke verzorger van de peuter; - ouderbijdrage: financiële vergoeding die een ouder moet betalen voor de afname van peuteropvang of VE, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden; - peuter: een binnen de gemeente woonachtig kind in de leeftijd van 2½ jaar tot het moment waarop het uitstroomt naar de basisschool (in de regel met 4 jaar); - peuteropvang: in het LRK geregistreerde kinderopvang voor kinderen van 2½ jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar het basisonderwijs, waarbij de opvang is gericht op: spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren, doorverwijzen en/ of ondersteunen; - reguliere peuterplek: een door een peuter, niet zijnde een doelgroeppeuter, bezette plaats; - VE: voorschoolse educatie voor peuters vanaf 2½ jaar tot het moment waarop ze naar het basisonderwijs gaan; - VE-locatie: een locatie waar minimaal 3 dagdelen per week een VVE-programma aangeboden wordt; - VE-peuterplek: een door een doelgroeppeuter bezette plaats in een voorziening waar de peuter een VVE-programma aangeboden krijgt; - verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft hier het gezamenlijke jaarinkomen van (bei)de ouders(s)/verzorger(s) van de peuter; - voor- en vroegschoolse educatie (VVE): educatie aan de hand van een VVE-programma, verdeeld in een voorschoolse periode (2½- en 3-jarigen) doorlopend in de eerste jaren van het basisonderwijs (4- en 5-jarigen), de vroegschoolse periode; - voorziening: een voorziening van kinderopvang, niet zijnde gastouderopvang, zoals bedoeld in de wet en die is ingeschreven in het LRK en peuteropvang of VE aanbiedt; - VVE-programma: een programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; - wet: Wet kinderopvang. Artikel 2 Doel Doel van deze subsidieregeling is het creëren van ontwikkelingskansen voor alle peuters in de gemeente door: - voldoende en kwalitatief goed aanbod van VE en peuteropvang voor de stimulering van de ontwikkeling van peuters en als voorbereiding op de bassischool; - zoveel mogelijk gemengde peutergroepen, zodat doelgroeppeuters en reguliere peuters samen spelen en leren; - doelgroeppeuters met een zo klein mogelijke taalachterstand aan het onderwijs te laten beginnen met het volgen van een VVE-programma. Artikel 3 Reikwijdte subsidieregeling Het college kan op basis van deze subsidieregeling subsidie verstrekken voor het uitvoeren van gesubsidieerde peuteropvang en voorschoolse educatie. Artikel 4 Te subsidiëren activiteiten Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de uitvoering door een houder van peuteropvang en VE, voor zover deze wordt aangeboden op een in de gemeente gevestigde peuteropvanglocatie. Artikel 5 Aanvraag om subsidieverlening 1.. Aanvragen moeten voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend zijn. 2.. Een aanvraag om subsidieverlening moet door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend. De aanvraag bevat in ieder geval een inhoudelijk en financieel gedeelte. 3.. Alleen tijdig en compleet ingediende aanvragen worden in behandeling genomen. Artikel 6 Beslistermijn subsidieverlening Het college beslist op een aanvraag om subsidieverlening uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 7 Subsidieplafond 1.. Het college stelt jaarlijks voor deze subsidieregeling een subsidieplafond vast voor plekken reguliere peuteropvangen voor plekken in voorschoolse educatie. 2.. De verdeling van de volgens het eerste lid vastgestelde subsidieplafonds geschiedt volgens een aantal verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit: - Aanvragen van houders voor een peuteropvanglocatie waarvoor deze houders in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft gemeentelijke subsidie peuteropvang en/ of voorschoolse educatie hebben ontvangen. - Aanvragen voor nieuwe peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/ of voorschoolse educatie hebben ontvangen. - Aanvragen voor nieuwe peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft geen gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/ of voorschoolse educatie hebben ontvangen. 3.. Als er in de gevallen, vermeld onder b. en c. meerdere aanvragen zijn, waarvan het totaal aangevraagde bedrag het resterende budget uit het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare budget gelijkelijk verdeeld over de betreffende aanvragen. Artikel 8 Subsidiebedragen - De maximale subsidie wordt als volgt berekend:bij reguliere peuterplekken voor ouders zonder recht op KOT: aantal gecontracteerde uren per jaar x fiscaal maximum minus de geïnde inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de KOT-tabel (zie bijlage 2). Het totaal maximaal te vergoeden uren per peuter is 320 uur op jaarbasis. bij VE-peuterplekken:voor ouders met recht op KOT: (50% van het aantal gecontracteerde uren per jaar x subsidie-uurtarief minus fiscaal maximum) + (50% van het aantal gecontracteerde uren per jaar x subsidie-uurtarief);voor ouders zonder recht op KOT: (50% van het aantal gecontracteerde uren per jaar x subsidie-uurtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage tot aan fiscaal maximum gebaseerd op de KOT-tabel) + (50% van het aantal gecontracteerde uren per jaar x subsidie-uurtarief);het totaal maximum aantal te vergoeden uren per doelgroeppeuter voor artikel 8, eerste lid, onder b. i en onder b. ii, is 960 uur over 1,5 jaar. Dit komt neer op gemiddeld 640 uur op jaarbasis. per VE-locatie: de basissubsidie is gebaseerd op het aantal opengestelde dagdelen per VE-locatie. De subsidie wordt naar rato van het aantal kalendermaanden dat de locatie VE-gecertificeerd was in het LRK betaald en opgehoogd volgens een staffel. De staffel is opgenomen in bijlage 1. - Het college stelt de basissubsidie voor een VE-locatie en het subsidie-uurtarief voor VE-peuterplekken jaarlijks vast; deze zijn opgenomen in bijlage 1. - Het subsidie-uurtarief VE en de basissubsidie VE dekt onder andere:loonkosten van al het uitvoerend en coördinerend personeel inclusief management; bij- en nascholingskosten VVE; vervangings- en verletkosten bij ziekte en bij scholing; uitvoeringskosten VVE-programma, inclusief intake; ureninzet voor uitvoering en scholing kind- of ontwikkelingsvolgsysteem, warme overdracht, observaties, oudergesprekken, zelfevaluatie, differentiatie, begeleiding, voorbereidings- en tutortijd; ureninzet voor organisatie en uitvoering van ouderactiviteiten voor ouderparticipatie; kosten voor huisvesting en overhead; materiaalkosten. Artikel 9 Toetsing recht op een gesubsidieerde plek - Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde plek moet de houder vaststellen of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de ondertekende Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag (bijlage 3), in combinatie met de meest recente Inkomensverklaring van de ouder(s). - Als het verwachte verzamelinkomen wijzigt ten opzichte van het vermelde in de meest recente Inkomensverklaring(en), dien(t)(en) deze verklaring(en) aangevuld te worden met documenten waaruit het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten moet blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de eerste maand van plaatsing op een peuterplek. - Als op de inkomensverklaring is vermeld ‘geen inkomensgegevens bekend’ kan een peuter toch geplaatst worden en ontvangt de houder subsidie voor deze peuter. In dit geval blijkt het verwachte verzamelinkomen uit documenten als salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten moet blijken dat het verwachte inkomen structureel deze omvang zal hebben. - De houder houdt een dossier per peuter bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing recht op een gesubsidieerde plek is gedaan, en van de bevindingen van de toetsing. Artikel 10 Ouderbijdrage - De houder bepaalt de hoogte van de ouderbijdrage op basis van door de ouder(s) te overleggen Inkomensverklaringen en/ of eventueel aanvullende documenten zoals vermeld in artikel 9, tweede en derde lid. - Na bepaling van het verwachte verzamelinkomen stelt de houder de hoogte van de ouderbijdrage vast aan de hand van de geldende Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. - Ouders met een doelgroeppeuter zijn alleen een ouderbijdrage verschuldigd over de eerste 50% van het totaal aantal af te nemen uren. - De houder int de ouderbijdrage, die het college na afloop van de subsidieperiode in mindering brengt op de vast te stellen subsidie. Artikel 11 Voorwaarden voor peuteropvang gedurende de subsidieperiode - De houder voldoet aan de wettelijke eisen. - Een peuter kan slechts één gesubsidieerde peuterplek tegelijkertijd binnen de gemeente bezetten, ongeacht of het een reguliere of een VE-peuterplek betreft. - De houder werkt met een kind- of ontwikkelingsvolgsysteem (zoals OVM of KIJK) en draagt de gegevens vanuit dit systeem over aan de basisschool waarnaar het kind uitstroomt (na toestemming van de ouder(s)). - Bij preventie, vroegsignalering en zorg werkt de houder volgens de Zutphense Zorgroute in de Kinderopvang. - De houder is aangesloten op de Verwijsindex en werkt met de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. - De houder heeft in zijn beleid beschreven hoe vorm gegeven wordt aan ouderbetrokkenheid en voert dit beleid ook uit. - De houder verleent medewerking aan door of namens het Rijk of de gemeente in te stellen […tekst ingekort]
Deze informatie is geautomatiseerd samengesteld uit officiële bronnen en kan onvolledig zijn. Controleer details bij de verstrekker. Elk hard feit toont een citaat uit de brontekst.